Wandelen in de Alpen

Bagnoli della Rosandra: Etappe B2 van de Gele Route

Für den Beitrag auf Deutsch bitte hier klicken!
For the blog in English please click here!

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.

De Nederlandse vertaling van de op de website van de Via Alpina weergegeven “Uitgebreide beschrijving van de route” en het “Natuurlijk en cultureel erfgoed” voor deze etappe staat onder deze link.


12 mei 2018

De Karst: over rotsen en door bossen

Vandaag voerde Etappe B2 vanaf Bagnoli della Rosandra, waar ik gisteren ben geëindigd, naar Opicina, een plaatsje op de bergrand ten westen van Triëst, over een afstand van ongeveer 13 kilometer. Het was mooi wandelweer en om 09.40 uur stapte ik in lijn 40 die mij langs de inmiddels bekende toeristische route naar Bagnoli in het Val Rosandra bracht (het was zaterdag en de bus reed niet door de industrieterreinen). Het plaatsje is duidelijk een ideaal vertrekpunt voor voettochten met de gehele familie, want ik raakte in een soort file van wandelaars, jong en oud, die welgemoed de steile straat door het dorp naar het beginpunt van de wandelingen opliepen. De Rosandra rivier ruiste vriendelijk – het is de enige rivier in het Karstplateau die bovengronds stroomt: de andere waterstromen hebben zich een weg “gevreten” door de kalkbodem en komen pas weer aan het oppervlak als zij in zee uitmonden. Hier rijzen de kalkrotsen hoog op.

20180512_104702

Zicht vanuit Bagnoli Superiore op de bergen van het Val Rosandra

Eerst passeerde ik de overblijfselen van een Romeins aquaduct uit de 1e eeuw na Chr. dat oorspronkelijk 14 kilometer lang was en de stad tot waarschijnlijk in de 7e of 8e eeuw van water voorzag. Dat geeft wel aan hoe lang deze streek al intensief bewoond wordt.

20180512_105125

Overblijfselen van het Romeinse aquaduct uit de eerste eeuw na Chr.

Na een kwartiertje kwam ik bij een aantal wegwijzers – in het Sloveens, zonder enige aanduiding van de Via Alpina. Zelfs niet van de Alpe-Adria Trail, maar ik wist zeker dat ik die op dat punt niet moest volgen: die gaat via Lipizza naar Opicina (dus eigenlijk gedeeltelijk de Etappe 2 van Via Alpina’s Rode Route ). Ondanks de voorbereidingen maakte ik een verkeerde keuze: ik liep naar het kleine plaatsje Mocco dat overging in S. Antonio in Bosco. Daar zag ik geen enkele aanwijzing meer. Ik kwam ook niet meer bij de Premuda Hut die het eigenlijke startpunt van deze etappe is… Misschien niet geheel in stilte heb ik verlangd naar die leuke gele bordjes die in Zwitserland de wandelaar de weg wijzen en heb ik commentaar gehad op de wederom liefdeloze benadering van de Via Alpina. Gelukkig was ik gewapend met een goede gedetailleerde kaart, waarop ook andere wandelpaden staan aangegeven, dus aldra liep ik niet meer over de asfaltweg, maar over een smal, stenig en steil paadje in de richting van het oude spoortracé dat nu dient als voet- en fietspad voor o.a. de Via Alpina. Deze alternatieve route had een voordeel: er was verder niemand. Ik had ook zicht op alles wat de Karst inhoudt: veel stenen, karige begroeiing en vele zinkgaten en grotjes.

20180512_115323

Een voorbeeld van het Karstgesteente

Een plant die ik heb kunnen determineren via een website in het Engels, getiteld “Information system on the flora of Val Rosandra, NE Italy” en die ik tijdens de tocht van gisteren ook al veelvuldig had gezien is de vuurwerkplant (Diptamnus albus), die etherische oliën bevat waardoor in (extreem) warme omstandigheden de plant spontaan kan ontbranden – men denkt dat deze plant het Bijbelse “Brandend braambos” kan zijn geweest. Hij ruikt naar vanille en citroen met inderdaad een zweempje benzine. De Nederlandse naam komt van het knallende geluid waarmee de rijpe zaaddozen openknappen en de zaden ver weg laten wegspringen. Een andere naam is essenkruid, vanwege de vorm van de bladeren.

Na enige tijd kwam het smalle pad uit op een breder pad dat naar het westen leidde. Ik liep langs een afrastering om een oude, inmiddels gesloten steengroeve: Cava Scoria. Op het bord aan het hek stond dat ze bezig waren met natuurherstel. Dat is in ieder geval beter dan er een afvalstort van maken, zoals een eerder plan was geweest! Met de voortgang valt het een beetje tegen…

20180512_122210

De steengroeve van Scoria, wordt de milieuschade spoedig hersteld?

Langs de route zag ik vele kleinere en grotere grotjes in het landschap en hoorde inderdaad nergens water stromen: dat loopt vele meters onder de rotsen door – gekke gedachte…

Inmiddels had ik het wandelpad nr. 1 dat ik ergens in het Val Rosandra uit het oog had verloren, weer teruggevonden en liep langs het Bos van Bazzoni, een onderdeel van de grootscheepse herbebossing van de Karst in het midden van de 19e eeuw. Dit bos is vernoemd naar Riccardo Bazzoni, initiatiefnemer en burgemeester van Triëst tot 1890.

20180512_123622

Korte biografie van Riccardo Bazzoni, naar wie dit bos is vernoemd

Het woord “Karst” is in het begin van de 20e eeuw door Duitse botanici ingevoerd en is afgeleid van “Karstheide”. De Sloveense bevolking noemde het gebied “gmajna“, een  verbastering van het Duitse “gemein“, gemeenschappelijke weidegronden. Het herbebossingsproject stuitte dan ook op verzet van de lokale bevolking die haar weidegronden zag verdwijnen; het werd gerealiseerd door onteigening. Nu zijn de gronden van de Gemeente Triëst, maar zijn in gebruik door de bevolking. Er is toen vooral Oostenrijkse of zwarte den (Pinus nigra) aangeplant, maar ook andere boomsoorten. Er is na 1990 veel werk verricht om de bossen weer in goede staat te brengen. Op verschillende plaatsen in het Bos van Bazzoni staan informatieve panelen in het Italiaans, Sloveens en Engels. Ik zag het Sloveense woord voor “bos”: Godz“, en herkende het meteen: het is verwant aan “God” in het Retoromaans (en ook aan ons “woud“). Maar dat is ook meteen het enig herkenbare woord…

Na ongeveer een uurtje lopen hoorde ik dieper in het bos gekraak in het struikgewas en tot mijn verbazing stapten een paar ezels het pad op, gevolgd door dartelende ezelveulens en bokkende en steigerende jaarlingen! Ze besteedden nauwelijks aandacht aan mij.

20180512_140917

Die Herde Esel geht langsam weiter

Het pad kronkelde weer in de richting van de rotsen. Ik hoorde de ezels nog balken in de verte, maar zag ook een reegeit, zo te zien een smaldier, geschrokken afspringen. Het pad leidde naar een van de uitkijktorens die langs de kust zijn opgesteld. Dit is “Vedetta Alice” op de Monte Calvo. Muggia was goed zichtbaar, maar ook het slechte weer dat op komst was.

Het duurde dan ook niet lang of er begonnen inderdaad kleine spettertjes regen te vallen, te weinig voor paraplu of jas, maar je werd er toch wel een beetje nat van. De temperatuur was goed, dus ik bleef gewoon doorlopen. Er rommelde wel weer onweer, maar dat trok in het dal meer landinwaarts langs. Bij een volgende bijzonderheid bleef ik even staan: een vijver in het verder droge Karstgebied. Er waren er vroeger veel meer: zij vormden ware oases met een bijzondere microkosmos. In 2006 heeft de Gemeente Triëst besloten om, mede door het toegenomen wandeltoerisme en de aandacht voor biodiversiteit, deze vijver weer in ere te herstellen en met succes…

20180512_150001

Trebiciano: een vijver in het droge Karstgebied, opnieuw ingericht in 2006

Een halfuurtje later zag ik een smal paadje naar een open plek met zicht op zee en vond daar een stenen windroos met een aantal hoofdwinden uit dit gebied. Interessant! Er staan vijf van de acht hoofdwinden op genoemd.

20180512-150509

Trebiciano: een windroos met de vijf hoofdwinden in de regio

Men meent dat de “Mariner’s Windrose” is ontstaan in de 14e eeuw toen men de gegevens uit loodsboeken van zeevarenden op de Middellandse Zee schematisch weergaf. De Greco is een noordoostelijke wind (vanuit Griekenland). De in deze streek gevreesde Bora is een koude valwind uit het noorden (“Boreas”) die hoge snelheden bereikt. De S(c)irocco is een warme wind uit de Sahara, die vaak ook Saharastof meevoert en uit het zuidoosten komt. De Libeccio (letterlijk “uit Libië”) is een harde zuidwestelijke wind die hoge zeegang kan veroorzaken. De koude Maestro, verwant aan de Mistral uit de Westelijke Middellandse zee, komt uit het noordwesten.

kompasroos 32 windrichtingen

“Mariner’s Compass Rose”
en.wikipedia.org/wiki

Weer terug in het bos, waar ik voor het eerst hier de koekoek hoorde roepen, vielen de herinneringsstenen op: hierop staan aanduidingen van diegenen die in de herbebossing hebben geïnvesteerd en daardoor rechthebbenden werden. Op het infopaneel staat weergegeven hoe je de stenen moet “lezen”. Bovenaan het stadszegel van Triëst; links B = Bosco (bos), rechts C = Comunale (gemeente); daaronder het jaar waarin met de aanplant is begonnen; daaronder de naam van de rechthebbende; en daaronder het jaar waarop diegene rechthebbende werd.

Een ander aspect dat opvalt zijn de eindeloos lange droogstenenmuren: deze zijn in de loop van de eeuwen gestapeld door herders die hun vee binnen een veilige zone wilden houden. Zij zijn kenmerkend voor de Karst.

20180512_153816

Bij Opicina: één van de vele droogsteenmuren in dit Karstgebied

Tegen 16.00 uur kwam ik aan bij de Obelisk van Opicina. Opicina is een plaatsje dat op zo’n 4 kilometer van Triëst ligt, op 300 meter boven zeeniveau. De plaatsnaam betekent “rots” in het Keltisch. De obelisk werd in 1830 opgericht ter ere van een bezoek van Keizer Franz I. van Oostenrijk en van de opening van een verkeersverbinding tussen Triëst en het achterland.

20180512_160007

De Obelisk van Opicina uit 1830

Vlakbij is een halte van de Tram di Opicina – zoals al aangegeven: de tramrails liggen er helaas verlaten bij. Daarom ging  ik met de gewone bus –wel grotendeels over of langs het tramtracé – naar de stad terug. De zon scheen inmiddels ook weer. Nadat deze tocht wat ruig van start was gegaan, verliep zij daarna toch door een uit oogpunt van bosbouw en geologie interessant gebied. Ook de vergezichten waren boeiend. Morgen weer verder!

4 reacties

  1. ans van iersel

    wederom een mooi verhaal Paulien. We zullen het zelf nooit lopen en zo maken we het 2e hands toch een beetje mee..
    Prachtige foto’s als illustratie.

  2. Cootje

    Zo kwamen je zeevaartinteresses met de mooie windroos ook aan bod. Bijzonder zo midden in het bos……
    Goeie vaart verder.

  3. D.Heij

    Je had nooit gedacht “Zeevaarders attributen “op het land te vinden.

    Fair Winds

    Driekus

  4. Erik

    Leuk verhaal Pauline, je hebt wel veel gezien tijdens de wandeling, ondanks de slechte bewegwijzering wel de moeite waard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 Via Alpina

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑