Wandelen in de Alpen

Bellwald: toch een deel van Etappe 94 van de Rode Route van de Via Alpina?

Für den Beitrag auf Deutsch bitte hier klicken!
For the blog in English please click here!

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.

Voor de Nederlandse vertaling van de op de website van de Via Alpina weergegeven “Uitgebreide beschrijving van de route” en het “Natuurlijk en cultureel erfgoed” voor deze etappe a.u.b. hier klikken.


1 oktober 2019

Vanuit Fieschertal over de hangbrug naar Bellwald

Vandaag ondernam ik een hernieuwde poging om toch maar eens een begin te maken met Etappe 95 van de Rode Route van de Via Alpina: van Fiescheralp naar Riederalp. Daarom nam ik opnieuw de trein naar Fiesch: daar aangekomen stapte weer een grote groep wandelaars uit de trein en in de Postauto die ook zou stoppen bij het dalstation van de kabelbaan naar het middelstation Fiescheralp. Bij die bushalte stapte ik niet uit: weer stond het mij tegen… Ik had inmiddels het gevoel gekregen dat die drommen mensen als “ramptoeristen” wilden gaan kijken hoe de gletsjers smelten en dat het misschien wel de laatste keer is dat je die gletsjers kunt zien. Het is helaas een gegeven dat de gletsjers aan het wegsmelten zijn en dat het een erg zorgelijke ontwikkeling is, natuurlijk ook. Ik wilde echter geen deel zijn van dat “ramptoerisme”… De Postauto vervolgde zijn tocht naar het plaatsje Fieschertal. Daar stapte ik uit.

Bij het begin van de wandelingen in vele richtingen stond een informatiebord over de Fieschergletsjer met foto’s: tussen 1891 toen de metingen begonnen en 2010 is de lengte van deze gletsjer met 1.000 meter afgenomen. De bovenste foto dateert uit 1935 en de onderste foto uit 2001 – de verschillen zijn duidelijk te zien… Ik had de keuze om via een steile weg toch naar Fiescheralp te lopen, of om stroomopwaarts langs de Wysswasser beek in de richting van Bellwald, een plaatsje op een zonnig plateau aan de berghellingen aan de linkeroever van de beek, te gaan – al dan niet over een hangbrug! Met deze tocht zou ik toch een deel van een etappe van de Via Alpina lopen, maar dan in de tegengestelde richting: Etappe 94 die eigenlijk begint in Ulrichen en via Bellwald naar Fieschertal gaat…! Op mijn treinreis van Andermatt naar Brig afgelopen zaterdag heb ik de route wel wat gemakkelijker afgelegd! Ik koos de route naar Bellwald en ging dus op pad. De verharde weg kronkelde langzaam stijgend via het buurtschapje Zer Flie met mooie donker-verbrande Walserhuizen en tuinen met kleurrijke herfstbloemen langs een weiland met een nieuwsgierige pony en een grote rozenstruik met oranjerode bottels die in de volle zon stond. De bergbeek “Wysswasser” deed zijn naam “witwater” eer aan: het water schuimde wit over de rotsblokken. Er lag ook een grote zwerfkei in de berm van de weg met het opschrift “Lawine 4. 2018“. Dit heeft betrekking op een tragisch ongeluk dat op 31 maart van dat jaar plaatsvond: toen raakten vijf (Spaanse) tourskiërs in de problemen toen zij vanuit een berghut bij het skigebied rond de Aletschgletsjer via de Fiescheralp naar beneden gingen. Zij werden door een enorme lawine meegesleurd en bedolven. Gealarmeerd door andere skiërs in de buurt rukten de reddingsdiensten (o.a. een helikopter) massaal uit. Door het slecht weer werd het reddingswerk bemoeilijkt en ondanks hun “lawinepiepers” konden drie van hen alleen nog maar dood geborgen worden… Daar lopend in de zon en in die vriendelijk ogende natuur was het maar moeilijk voor te stellen, welke krachten de sneeuw toen heeft ontketend.

Langzaam werd het uitzicht steeds mooier. Naar het zuiden kijk je het dal van de Wysswasser beek uit in de richting van het Rhônedal en het verder gelegen Binntal dal met – aan de monding van het riviertje de Binna – de berg Breithorn, die nu vanaf hier gezien inderdaad wel “breed” oogt en waarvan de diep ingesleten hellingen niet te zien zijn. Aan de westkant gaat de beboste berghelling steil omhoog naar de Fiescheralpe met de route die ik had kunnen volgen als ik mijn aanvankelijke plan had uitgevoerd. Nu zag ik alleen de bossen en … hoorde ik de herten burlen!

Ergens bij het buurtschapje Unnerbärg had ik de keuze om de gemakkelijke weg naar Bellwald te kiezen, of een smal pad door een oud sparrenbos steil naar boven te volgen. Er stond ook een bordje bij met de vermelding “Hängebrücke“. Omdat ik gisteren mij een beetje gedrukt had voor de grote hangbrug over de bergbeek de Massa tussen Riederalp en Belalp, vond ik dat ik nu maar eens flink moest zijn door deze route mét hangbrug naar Bellwald te kiezen. Dus begon ik aan de schaduwrijke en mooie route die mij ook in de buurt van de grote waterval bracht die ik afgelopen zondag bij de terugreis met de Postauto vanuit het Binntal dal al had gezien. Ik had een fraai uitzicht op deze waterval aan de rechterkant van de kloof waardoorheen de beek Wysswasser stroomt. Van dichtbij zag de waterval er nu nog indrukwekkender uit! Van veraf en van dichtbij voelde ik de energie die van dit naar beneden stortende water uitgaat. De kloof is zo diep en smal, dat het niet te zien is waar het water in de diepte van de kloof terecht komt…

Toen ik eenmaal het bosrijke gebied met zijn kronkelige paden die door dikke boomwortels en rotsblokken oneffen waren, verlaten had, ging het pad over steeds verschillende ondergrond: over vlakke stenen platen die waarschijnlijk gladgeschuurd waren door ijs van heel lang geleden en dan weer over schuin liggende stenen, waar je je voeten tussen de spleten moest zetten. Waar het heel steil was, waren treden gemaakt door vierkante houten balken vast te zetten in de rots. Inmiddels had ik bijna 500 hoogtemeters afgelegd.

In het bos had ik niet veel planten meer gezien, behalve mos. Daartussen stonden heel kleine exemplaren van de Gele Aardappelbovist (Scleroderma citrinum). Ze zagen er uit als echte aardappelkrieltjes, maar ze zijn giftig! Er zitten (nog onbekende) gifstoffen in die problemen veroorzaken in het zicht en de spijsvertering: al een half uur na het eten ervan kan je bloeddruk zo sterk dalen dat je in het ergste geval je bewustzijn verliest… Hoger op de berghelling stonden ook loofbomen, waarvan op open plekken jonge berken met mooie witte stammen. Op enkele al afgestorven stammen groeiden grote Echte Tonderzwammen (Fomes fomentarius) – echt een “zwakteparasiet”, maar wel mooi… Ergens op een stukje mooie rulle grond in de beschutting van een kale rots groeide een klein Huislook (Sempervivum). De zachtroze bloemetjes hadden donkere streepjes vanuit hun hartjes.

Het pad kwam uit bij het bergstation van een kleine kabelbaan vanuit Fieschertal: Titter. Of de kabelbaan in deze tijd van het jaar nog in bedrijf was, werd niet duidelijk. Er stonden ook barakken met slaapgedeelten en gemeenschappelijke vertrekken. Het complex was te huur voor groepen, maar was nu verlaten. Er stond een groot kruis bij van waar het uitzicht mooi was en het licht ook: de zon scheen net nog door de hoge bomen.

Het pad kwam uit op een breder karrenspoor dat verder naar de Wysswasser-Kloof en in de richting van de Fieschergletsjer leidde. Daar kwam de hangbrug in zicht… Deze “Hängebrücke Aspi-Titter” heeft een lengte van 160 meter, weegt 22 ton en overspant de kloof van 120 meter diep. Voor deze brug, die gemaakt is van hout en staal, zijn 1.824 plankjes gebruikt, die ook nog de namen dragen van donateurs. Op 14 augustus 2016 is zij geopend. Zij vormt een schakel tussen de wandelgebieden boven Fiesch en Fieschertal en het Obergoms, waar Bellwald toe behoort. Ook wordt hiermee het wandelen, het ecotoerisme dus, bevorderd. Bellwald behoort bovendien sinds 2007 bij het Werelderfgoed Jungfrau-Aletsch. De plaats ligt ook aan de Gommer Höhenweg van Oberwald in het noordoosten, bij de Furkapas naar Fiesch, hier vlakbij.

Ik herinnerde mij dat ik vorig jaar ook mijn twijfels had gehad over het oversteken van een kloof via een hangbrug: dat was toen een relatief kleine hangbrug over de Joli beek tussen Ausserberg en Gampel-Steg, stroomafwaarts van de Rhône. Ik schreef toen daarover: “Mij kwam meteen een boek in gedachten dat ik op de middelbare school had gelezen en dat diepe indruk op mij gemaakt heeft: “The bridge of San Luis Rey” van Thornston Wilder. Deze Amerikaanse schrijver (1897–1975) schreef dit boek in 1927. Het boek werd meteen een bestseller; het leverde hem de Pulitzer prijs op. Tot op de dag van vandaag blijven hij en zijn boeken vooral in de VS beroemd. Het verhaal gaat over een (fictieve) Inca-hangbrug bij Lima in Peru in het begin van de 18e eeuw. Net toen vijf verschillende mensen wier levens op de een of andere manier met elkaar verweven waren, de brug passeerden, die over een hele diepe kloof ging, brak de brug en stortten de vijf in de diepte. Een Franciscaner monnik die deze gebeurtenis had gezien, schreef een verhandeling over de mogelijke “kosmische” reden waarom deze vijf mensen op dat moment op die brug waren, dat het Gods plan zou zijn. Omdat het boek van de monnik als godslasterlijk werd gezien, eindigde de monnik op de brandstapel. Deze herinnering maakte dat ik daar anno 2018 aan het begin van deze stevig uitziende stalen hangbrug stond en ernstige twijfels had … Ik besloot echter “om mijn angsten te omarmen en samen de brug over te gaan”. Ik had gedacht dat de hangbrug erg zou gaan swingen terwijl ik er over heen zou lopen, maar dat viel erg mee – het waren vooral de relingen met het gaas die bewogen! Aan de overkant van het diepe ravijn, waar onderin de Joli beek ruiste, vond ik mijzelf wel erg flink…“. Nu stond ik weer aan het begin van een brug over een kloof: een veel langere brug over een veel diepere kloof… Ik was nog een beetje aan te drentelen bij de brug: ik wachtte even tot de mensen die mij over de brug tegemoet kwamen weer vaste grond onder de voeten hadden. Toen zij vroegen of ik een foto van hen wilde maken, bleken zij Nederlanders te zijn. Ik maakte niet alleen een foto van Francien en Jack, maar ook een gezellig praatje! Aangemoedigd door Francien en Jack stapte ik dapper de brug op en probeerde zo soepeltjes mogelijk te lopen – de brug swingde nauwelijks. Na het diepste punt van de brug moest ik toch wel stevig doorstappen: de helling was opmerkelijk steil! Hoewel ik niet een echte fan van Ramses Shaffy ben, heb ik wel zachtjes gezongen: “Kijk omhoog Sammie, want daar is de blauwe lucht – kijk omhoog Sammie, want dan word je lekker nat…!

Eenmaal aan de overkant keek ik nog maar eens om naar de plek waar ik begonnen was en zwaaide vrolijk naar Francien en Jack – ik had het gered. Het was duidelijk dat er vanaf het punt waar de brug de berghelling aan de kant van Bellwald bereikte, er geen oud pad had bestaan. We moesten via metalen trappen en uitgehakte treden in de rots met kabels langs de bergwand heel steil naar boven. Dat leverde wel steeds mooiere vergezichten op: aan de westzijde zag ik de bossen en daarboven de graslanden van de Fiescheralpe en hoorde nog steeds de herten burlen. Het uitzicht over het dal van de Wysswasser beek naar het zuidoosten was ook adembenemend! Ik was ook nu weer eens erg tevreden mijn veranderde plannen…

Na die steile klim naar de schouder van de hogere bergen boven Bellwald kwam ik – en met mij vele andere wandelaars – op een mooi en breed plateau uit, van waaruit meerdere wandelroutes via verschillende omwegen naar Bellwald lopen. Ik koos de weg die, naar ik verwachtte, het mooiste uitzicht zou bieden naar het westen, Fiescheralpe, en naar het noorden, naar de hoge bergtoppen van o.a. de Finsteraarrothorn (3.530m), dat deel uitmaakt van een bergketen op de grens van de Kantons Bern en Wallis en het gebied rond de Fieschergletsjer. Het was een heerlijke wandelpad van meer dan een uur door weiden en met kleine bruggetjes over ruisende watertjes en af en toe langs bosjes van lariksen of esdoornsoorten, zoals de Spaanse Aak (ook wel Veldesdoorn, Acer campestre, genoemd) die al aan het verkleuren waren. De zon gaf er nog een extra glans aan. Het pad daalde langzaam af naar Bellwald en naarmate ik lager kwam werd het uitzicht op de bergketen in het noorden steeds grootser en indrukwekkender!

20191001_133401

Boven Bellwald: panoramisch zicht op de bergwereld rond de Finsteraarhorn en de Fieschergletsjer

Inmiddels had ik de noordelijke bebouwing van Bellwald bereikt – het was nu ongeveer kwart over twee. Ik keek nog maar eens om en vond het uitzicht overweldigend! Door Bellwald lopend viel mij op hoezeer de mensen hun best hebben gedaan om de huizen in de dorpskern zo authentiek mogelijk te behouden. Ook de in 1698 gebouwde Pfarrkirche zu den Sieben Freuden Mariens ligt er prachtig wit bij tegen de coulissen van het berglandschap waarvan ik tijdens mijn tocht zo genoten had. In deze plaats zal ik zeker nog terugkomen!

Bellwald ligt op 1.560 meter – sinds 1962 is er een nogal bochtige weg vanuit het Rhônedal naar het dorp en sinds 1956 ook een kleine kabelbaan, met een klein rood gondeltje, dat een paar keer per uur tussen het treinstationnetje van Fürgangen-Bellwald en Bellwald-Dorp pendelt. Ik nam de gondel van 14.30 uur en daalde in stilte af naar het Rhône dal. Vanuit de gondel kon ik de grote voetgangershangbrug over de Rhône goed zien: deze Gomser bridge is in 2015 geopend en is niet alleen voor voetgangers, maar ook voor fietsers en rolstoelgebruikers toegankelijk. De brug van 240 meter lang gaat over de Lamma-Kloof waardoorheen de Rhône stroomt en vormt de verbinding tussen Fürgangen met het dorpje Mühlebach aan de linkeroever.

Het wachten op de trein, staande in de middagzon, was plezierig. De andere reizigers waren, net als ik, in een vrolijke stemming: blijkbaar hadden zij ook een prachtige dag gehad. De trein bracht mij weer terug naar Brig, waar ik tegen half vier aankwam.

‘s-Avonds ging ik de stad nog even in, want nu wilde ik wel eens een echte Cordon bleu eten, zoals die volgens de overlevering hier uit nood geboren was… Het verhaal gaat dat in 1818 tijdens de Franse bezetting in een Briger restaurant een grote groep gasten had gereserveerd, maar dat er die avond nog een grote groep onaangekondigd verscheen. Er was maar varkensvlees voor die eerste groep, maar de vindingrijke kokkin bedacht een noodoplossing: zij sneed de varkenscarrés overdwars door en belegde ze met kaas en ham. De gasten waren vol lof en de “patron” zeker: hij wilde haar voordragen voor de prestigieuze Franse ridderorde, de Orde van de Heilige Geest, die vanwege het brede, hemelsblauwe lint de naam “Cordon bleu” had gekregen. Zij bedankte voor de eer en zei dat het gerecht dan maar “cordon bleu” moest gaan heten… Waar of niet: het is een mooi verhaal. Er is inmiddels een website aan dit culinaire fenomeen gewijd, waarop ook het originele recept staat. Het geheim zit in het gebruik van echte Walliser raclette-kaas en rauwe ham. Er is ook een lijst van restaurants opgenomen, waar de echte cordon bleu te bestellen is. Een van hen is bij het al zeer lang bestaande Hotel du Pont, gelegen bij de brug over de Saltina beek. Toen ik door de hoofdstraat naar de Saltina beek liep, merkte ik dat de warmte van de dag inmiddels verdwenen was: er woei nu een gure wind… Het was druk in het restaurant, maar ik kreeg een plekje aan een keurig gedekte tafel. Ik bestelde de fameuze “cordon bleu“, die inderdaad bijzonder lekker was (maar voor mij ook wel een beetje aan de zoute kant). Terwijl ik daar gezellig zat, kwam de “patron” langs met een zilveren dienschaal en vroeg enthousiast of ik ook “grúútsjtille” wilde. Ik keek hem blijkbaar niet-begrijpend aan, dus hij verduidelijkte: “Gemüse!“. Toen ik de stoofschotel wat beter bekeek en proefde, merkte ik dat het de stelen van snijbiet waren! Hij had op z’n Walliserdüetsch gezegd: “Krautstiele“, snijbiet… De bladeren van de snijbiet worden gebruikt om “capuns” (mijn favoriet uit Graubünden) te maken en de lange stelen als gestoofde groente. Of het nu bij de cordon bleu schnitzel paste weet ik niet, maar het was wel erg lekker!

20191001_190313

Brig: de originele cordon bleu schnitzel, gemaakt met raclettekaas en rauwe ham bij Hotel du Pont

Na deze verwarmende maaltijd liep ik terug naar het hotel. Het was inmiddels een beetje gaan regenen. Wat was ook deze dag weer de moeite waard geweest!

1 reactie

  1. Francien Kerkkamp

    Hoi Pauline,

    Enig je verhaal door het Fieschertal naar Bellwald en dat je ons ook nog bij onze namen noemt. Wie weet komen we elkaar nog eens tegen in Bellwald aangezien jij het ook een mooi dorpje vond!Volgend jaar september hopen we daar weer met vakantie te gaan. De Risihorn moet je echt een keer gedaan hebben!
    Veel groetjes uit Eindhoven waar je ook welkom bent!
    Jack en Francien

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 Via Alpina

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑