Wandelen in de Alpen

De hoogste berg van Provincie Friesland ligt op Vlieland

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.

Ter info: dit reisverhaal maakt deel uit van een serie over “De hoogste bergen van de Nederlandse provincies” waaraan op de website van Bergwijzer aandacht wordt besteed. Daar worden – naar analogie met het begrip “Seven summits” voor de hoogste berg op de zeven continenten – de “Twelve summits” besproken: voor iedere provincie één “bergtop”. De hoogte van deze “bergtoppen” varieert van 8,3 meter boven de zeespiegel (de kerkheuvel van Urk in Provincie Flevoland) tot 322 meter boven de zeespiegel (de Vaalserberg in het zuiden van Provincie Limburg) – de 10 andere “summits” zitten daartussenin… Dit reisverhaal gaat over de hoogste bergtop van Provincie Friesland: het Vuurboetsduin van 45 meter hoog!


4 oktober 2021

Langs zandplaten in de Waddenzee naar het hoogste duin

Op vrijdagochtend 1 oktober nam ik in alle vroegte de trein naar Zwolle en vandaar naar Leeuwarden en Harlingen om uiteindelijk naar het Waddeneiland Vlieland te gaan: het begin van een lang weekend rond de hoogste berg van de Provincie Friesland – het Vuurboetsduin! Na een tussenstop in Harlingen voor een bezoek aan oude vrienden die ik ook al bijna 2½ jaar niet had gezien (het was erg gezellig – als vanouds!) stapte ik in Harlingen weer op de trein voor een kort reisje naar Harlingen-Haven. Het stationsgebouw van Harlingen dateert uit 1863 toen men de spoorlijn van Harlingen via Leeuwarden naar Nieuweschans in Groningen aanlegde. Men heeft ervoor gekozen om het gebouw in een zo origineel mogelijke staat te houden. Ook nu werd er aan de voorkant ijverig geschilderd. Het had wel wat om onder de perronoverkapping met de gietijzeren ornamenten uit de 19e eeuw te staan en te zien hoe de nieuwste dieseltrein van de spoorvervoerder Arriva anno 2021 het station binnenreed – een overbrugging van anderhalve eeuw. Bij het eindpunt van de trein staat ook de oude vuurtoren uit 1922, die (sinds 1970) wit oprijst boven de huizen – sinds 1998 is daarin een hotel met één kamer gevestigd!

Op weg van het station naar de terminal van de veerboot valt een fraai vormgegeven opening in de kademuur op: de nieuwe coupure die de stad moet beschermen tegen stormvloeden. Op 24 augustus 2010 vond de officiële opening plaats. Enkele jaren daarvoor is men begonnen om de sluizen en de veerbootkade te verhogen. Ook werd – zoals ik later zou zien – in die tijd op Vlieland aan de waterkering gewerkt, evenals aan de dijken op Terschelling. Met de sluiting van de nieuwe keermuur, die de oude, uit 1965 daterende, keermuur vervangen heeft, is het laatste stukje Friesland op deltahoogte gebracht. Door de coupure, maar ook vanaf de weg over de keermuur is er een mooi uitzicht op de Willemshaven met de oude houten zeilboten en op de blauwe hijskraan die ook tot een hotelaccommodatie is omgevormd…! Door de regen en de bewolking kreeg het beeld wel vele tinten grijs. Op het moment dat ik er stond, kwam net de veerboot uit Vlieland de haven binnen.

20211001_131852 (2)
Harlingen: sinds augustus 2010 is de coupure in de nieuwe keermuur bedrijfsklaar om de stad te beschermen tegen een stormvloed
20211001_132118 (2)
Harlingen: zicht op de Willemshaven met de oude zeilschepen en de veerboot uit Vlieland die net binnenloopt

Net als langs de Grote Rivieren is er ook hier in Harlingen een “Peilmeetstation” van Rijkswaterstaat. Dit station meet de actuele waterstanden ten opzicht van Normaal Amsterdams Peil (NAP) en is van groot belang – zoals op het enigzins afgebladderde informatiebord staat – “voor het operationeel waterbeheer, de vastlegging van de waterstaatkundige toestand van het land, voor de scheepvaart en voor de beveiliging van het land tegen overstromingen“. Het was interessant om de verschillende hoogten t.o.v. NAP in een schema te zien. De hoogte van de Waddenpromenade is 5,9 meter; het “waarschuwingspeil” staat op 2,7 meter. Er wordt ook aangegeven hoe extreem hoog de waterstanden waren op 31 januari en 1 februari 1953, die in het zuidelijke gedeelte van de Nederlandse Noordzeekust tot de Watersnoodramp leidden: met uitschieters tot NAP +3,65 meter, dus ver boven het waarschuwingspeil…! Het was wel gek om te zien dat er niet alleen langs de Rijn (zoals ik bij Lobith zag!) zulke peilstations staan, maar ook aan de Noordzee/Waddenzeekust!

20211001_132402 (2)
Harlingen: overzicht op het informatiebord van het Peilstation Harlingen van Rijkswaterstaat met verwijzingen naar de waterstanden op 31 januari en 1 februari 1953

Behalve een plaquette aan de kademuur in zwarte natuursteen met namen van Harlinger vissers die in de loop van de jaren op zee gebleven zijn staat sinds 2 september 1995 ook een monument met de tekst “ter nagedachtenis aan de Harlinger zeevarenden gedurende de jaren 1939–1945 [–] niet terug keerden [:]” en 24 namen. De gladde sokkel uit Noors graniet glansde van de regen en weerspiegelde zo de plaat met namen.

Een ander monument van een wat vrolijkere aard staat op de kade bij de toegang tot de veerboot: “It Jonkje” van de Nederlandse (Friese) beeldhouwer Johan Jorna (1930–2016). Het stelt een jongetje voor dat zijn vinger in de dijk steekt. Het beeld is gebaseerd op een verhaal uit 1850 (“De held van Haarlem”): de zoon van een Haarlemse sluiswachter ontdekte op een stormachtige middag een klein gaatje in een dijk in Haarlem. Omdat de jongen wist dat zo’n gat steeds groter wordt als er water door blijft stromen en dat het dan tot een dijkdoorbraak kan leiden, heeft hij gedurende een avond en een nacht met zijn vinger het gat dichtgehouden… Het verhaal is bekend geworden, omdat als los verhaal voorkomt in een Amerikaanse boek uit 1865 (“Hans Brinker of de zilveren schaatsen”), dat vervolgens een sage werd en daarna een soort “Nederlandse import-folklore”. Het oorspronkelijk in gips uitgevoerde beeld speelt een rol in de film “De Zaak M.P.” die de filmmaker Bert Haanstra in 1960 uitbracht over de klassieke tegenstellingen tussen Belgen en Nederlanders…. In 1962 is het beeld in brons gegoten en in Harlingen geplaatst.

Toen ik met vele anderen uit de trein stapte regende het, maar dat kon op dat moment niemand deren – we gingen in grote drommen naar de veerboten, die ons naar Vlieland of Terschelling zouden vervoeren. Het was een drukte van belang in de terminal, maar het duurde niet lang of we mochten aan boord van MS “Vlieland“. Aanvankelijk stond ik op het bovendek, waar ik een terugkerende vissersboot uit Urk, de “Kobus jr.” en de vertrekkende vrachtveerboot, de “Noord-Nederland“, naar Terschelling kon zien.

20211001_135350 (2)
Harlingen-Haven: de vissersboot uit Urk (UK34), de “Kobus Jr.”, vaart de haven binnen met de vangst van de week
20211001_140024 (2)
Harlingen-Haven: de veerboot “Noord-Nederland”, de speciale vrachtdienst naar Terschelling, vaart uit

Er waren ook veel mensen die probeerden om met grote telelenzen en verrekijkers een glimp op te vangen van het walrusvrouwtje, dat enkele dagen daarvoor was gesignaleerd op de Zuidpier in Harlingen, maar voor mij was het zicht te slecht… Omdat het steeds krachtiger begon te regenen, ging ik weer naar binnen. Het bleek grote moeite te kosten om daar een zitplaatsje te vinden: vrijwel alles was bezet – gelukkig kreeg ik nog een plekje bij een aardige familie, zodat ik de overtocht van anderhalf uur niet staande hoefde door te brengen! Blijkbaar hadden mensen het zekere voor het onzekere genomen en voor de grote veerboot gekozen en niet voor de veel kleinere veerboot van de sneldienst die bij te slecht weer niet uitvaart. In de dagen hiervoor was dat enkele malen gebeurd. Nu zaten we dicht op elkaar gepakt en dat leidde tot huilende kinderen en luid-blaffende honden… Voordeel van deze grote boot was wel dat je de horizon erg zag dalen en stijgen bij het binnenvaren van het zeegat tussen Vlieland en Terschelling, maar dat je dat niet voelde… De overtocht duurt zo lang, omdat de veerboot de diepere vaargeulen moet volgen tussen de zandbanken. Deze is met boeien aangegeven.

20211001_140817 (2)
Harlingen: bij het vertrek van de veerboot naar Vlieland regende het hard – slecht zicht en veel spetters op de ramen

Behalve zandbanken en slikplaten staat op de zeekaart van de Waddenzee ook de “Zuidwalvulkaan” vermeld. Het is echt een bizarre gedachte dat er een enorme vulkaan onder de Waddenzee ligt, tussen Harlingen en Vlieland, ten zuidwesten van de zandplaat Griend: de Zuidwalvulkaan… – deze was weliswaar 160–145 miljoen jaar geleden gevormd en toen actief, maar hij is nu bedolven onder een dikke laag van sedimenten. Zij is ontstaan door de botsing tussen de Euraziatische tektonische plaat en enkele kleinere aardplaten. In 1970 heeft een Frans olie- en gasconcern bij proefboringen een sterk verhoogde aardmagnetisch veld ontdekt dat op vulkanisme duidt. Bovendien bleek de temperatuur op zo’n 2 kilometer diepte niet de gebruikelijke 100°C te zijn, maar 135°C. Ten noordwesten van Terschelling ligt nog een andere uitgedoofde vulkaan uit dezelfde periode, Mulciber, vernoemd naar de godheid van vuur en vulkanen uit de Romeinse mythologie.

De Waddenzee is sinds 2009 opgenomen in de lijst van Werelderfgoed van de UNESCO. Volgens de website van de Werelderfgoed Waddenzee is dit het grootste getijdengebied ter wereld waar natuurlijke processen ongestoord kunnen plaatsvinden. Het gebied omvat bijna de gehele Waddenzee van Denemarken, Duitsland en Nederland: een oppervlakte van bijna 11.500 vierkante kilometer langs een kuststrook van ongeveer 500 kilometer. Het bijzondere van de Waddenzee is ook dat bijna alle sedimenten worden aangevoerd vanuit de aangrenzende zee en niet zozeer vanuit rivieren. Het zoutgehalte is minder dan in de open oceaan, maar meer dan in estuaria waar de meeste andere getijdengebieden in Europa liggen. De Waddenzee wordt verder beschouwd als een van de belangrijkste gebieden voor trekvogels op aarde. De biodiversiteit op wereldschaal is afhankelijk van dit gebied.

Vlieland is het tweede Waddeneiland gerekend vanuit het westen: Texel is het eerste en Terschelling is het derde eiland. Het merkwaardige is dat zowel Vlieland als Terschelling tot 1942 niet bij Provincie Friesland, maar bij Provincie Noord-Holland hoorden! De Duitse bezetter vond het “uit logistiek oogpunt” praktischer om de twee eilanden bij Friesland te trekken, terwijl als je op de kaart kijkt Vlieland precies ten noorden van Den Oever ligt… Na de Tweede Wereldoorlog is deze situatie vreemd genoeg niet teruggedraaid. Er wordt op het eiland alleen Fries gesproken door Friezen die van het vasteland zijn gekomen. Het oorspronkelijke Vlielands leek sterk op dat van Texel en Noord-Holland (West-Friesland).

De Waddeneilanden zijn ongeveer 5.000 voor Chr. ontstaan. Het waren toen nog geen echte eilanden, maar meer zandruggen die een paar meter boven het water uitstaken. Het zand zal vastgehouden zijn door Biestarwegras (Elytrigia juncea subsp. boreoatlantica), een zoutminnende grassoort dat op Kweek lijkt en dat lange woekerwortels heeft. Hierdoor konden de zandruggen uitgroeien tot duinen met daarachter kwelders. Het gebied was steeds in beweging – men heeft steeds proberen te zorgen dat het niet ten koste van de levensruimte van de mensen gaat… Zo zat in de vroege middeleeuwen het noordelijke gedeelte van Texel, Eierland, vast aan Vlieland. Het gedeelte van het eiland dat bij eb droogviel reikte tot aan de plek waar nu de Afsluitdijk ligt. Toen het zeegat tussen Eierland en Vlieland ontstond, werden de gebieden gescheiden.

Na ruim anderhalf uur varen kwam Vlieland in zicht: vaag kon ik de vuurtoren (die dus op de “de hoogste berg” staat) al onderscheiden!

20211001_152923 (2)
Tussen Harlingen en Vlieland: bijna aan het einde van de zeereis doemt Vlieland op met zicht op de Vuurboetsduin en de vuurtoren (links)

Het ontschepen duurde niet erg lang. Het was verbazingwekkend om te zien hoe de mensenmassa’s van de boot zich snel verspreidden en als het ware door het eiland geabsorbeerd werden! Vanaf het plein bij de Havenweg liep ik de Dorpsstraat in. Ook in de regen en het al wat grijze namiddaglicht zag het er gezellig uit: vele oude en rijkversierde huizen staan vlak tegen elkaar aan, hier en daar onderbroken door zogenaamde “gloppen”, smalle openbare steegjes die veelal vernoemd zijn naar personen van het eiland. Aan hotels en eetgelegenheden is er geen gebrek! Ook vallen de oude lindebomen op die strak in het gelid langs de beklinkerde straat staan. De volgende ochtend toen de zon scheen oogde het geheel wel wat vriendelijker…

Helemaal aan het westelijke einde van de Dorpsstraat, ongeveer een kilometer vanaf de terminal, was mijn hotel met de knusse naam “Hotelletje de Veerman“, waar ik een kamer kreeg met terras en zicht op de Waddendijk. De kamer had een mooie kleurstelling en gezellig meubilair met een soort “drijfhout-look”. Daar zou ik mij zeker thuis voelen! Na even m’n spulletjes te hebben uitgepakt ben ik de regen weer ingestapt om door het dorp te lopen en natuurlijk ook alvast “De Berg” te beklimmen!

Er was veel te zien in de Dorpstraat. Zo staat er tegenover het oude gemeentehuis en het Informatiecentrum “De Noordwester” (met zeeaquarium) het bronzen beeld “De Strandjutter” van de hand van de Nederlandse beeldhouwster Suze Boschma-Berkhout (1922–1997), die ook het beeldje “Bartje” gemaakt heeft – dat beeldje staat in Assen. Het beeld is onthuld op 14 april 1990. Jutten in de praktijk wordt duidelijk bij een huis in een straatje ten westen van de Nicolaaskerk: daar hangt de omheining vol met aangespoelde bouwhelmen en wat de zee zoal “gegeven” (en de jutter genomen) heeft…

Een ander beeld, een bronzen reliëf, is iets verderop in de Dorpsstraat aan de muur bevestigd: het is een portretreliëf van de Friese dichter en scheepsarts Jan Jacob Slauerhoff (1898–1936) ter gelegenheid van zijn 100ste verjaardag. Het is gemaakt door de Nederlandse kunstenaar Ben van der Geest (*1949), die al eerder een buste van hem maakte. Op de bronzen plaat onder het reliëf wordt aangegeven dat de dichter in zijn jeugd de zomers doorbracht bij de zuster van zijn moeder, Anke Pronker, en haar man Cornelis Blom, die postbode was. De schone lucht op het eiland was heilzaam voor zijn astma. Kenners van zijn werk zeggen dat de rusteloze dichter op Vlieland zich het meeste thuis voelde… Ik was in mijn middelbareschooltijd een groot fan van Slauerhoff – de eerste strofe van het gedicht “Woningloze” sprak mij toen als opstandige puber erg aan: “Alleen in mijn gedichten kan ik wonen“… Ik herlas de eerste strofe van het gedicht op één van de 14 matglazen plaquettes die onderdeel vormen van een wandelroute over het eiland. Er zijn ook tochten met een gids, de eilanddichteres Gerda Posthumus – iets voor een volgende keer dus.

20211001_163923 (2)
Oost-Vlieland: aan een weggetje ten noorden van de Nicolaaskerk ligt één van de matglazen plaquettes met gedichten van Jan Slauerhoff (1898-1936), “Woningloze”

“Vlieland” is niet alleen de naam van het eiland, maar ook van de Gemeente. Sinds 2009 is het ook de naam van het enige dorp op het eiland. Oorspronkelijk heette het Oost-Vlieland, omdat er tot 1736 ook een West-Vlieland was. De naam Westeynde wordt al in een belastingdocument van 1395 genoemd en was tot in de 17e en 18e eeuw het hoofddorp van het eiland met rond 1650 400 huizen. De wapens van de dorpen zijn in 1590 gegeven door Johan van Oldenbarnevelt. In 1958 werd het wapen van Oost-Vlieland bij Koninklijk Besluit als volgt omschreven: “In zilver een omgewende zeepink (type visserschip dat veel voorkwam in de zestiende en zeventiende eeuw) met gehesen grootzeil in natuurlijke kleuren, hebbende op de achtersteven een vlag bestaande uit drie horizontale banen van rood, wit en blauw, en zeilende op een uit de schildvoet uitkomende zee van sinopel (groen).” Men leefde destijds van landbouw, veeteelt, visserij, koopvaardij en walvisvaart. Aan het zeegat tussen Texel en Vlieland, het Eierlandse Gat, lag een haven. Toen in 1630 een stuifdijk (een kunstmatig opgestoven duinenrij) werd aangelegd tussen Texel en Eierland veroorzaakten de sterkere zeestromen en stormvloeden voor een steeds verder afkalven van de kust bij West-Vlieland. Doordat de boeren hun vee in de zeewerende duinen lieten grazen begon dat zand ook te verstuiven en bedekte steeds meer het dorp en de landbouwgronden. Langzaamaan kwam het dorp op het strand te liggen en werd afgebroken: de stenen werden hergebruikt voor gebouwen in Oost-Vlieland. Nu ligt de plek van het dorp in de zee ten noorden van de grote zandvlakte de Vliehors…

20211002_085241 (2)
Vlieland: het oude Gemeentehuis uit 1598 dat in 1855 is vernieuwd met de wapens van de twee dorpen West- en Oost-Vlieland

Op mijn zwerftocht door het dorp op vrijdagmiddag kwam ik ook weer even terug bij het plein waar de terminal van de veerboot is. In het grijze licht van de late namiddag lagen de aanlegsteigers en loopplanken er verlaten bij. De golven van de Waddenzee sloegen tegen de dijk. Nu kon ik ook goed de Coupure van Oost-Vlieland zien (die niet zo sierlijk vormgegeven is als die in Harlingen): op deze manier houdt Oost-Vlieland bij (extreem) hoogwater droge voeten!

20211001_182431 (2)
Oost-Vlieland: zicht op de aanlegsteiger en loopplankconstructie van de terminal van de veerboot in de regen
20211001_183030 (2)
Oost-Vlieland: ook hier is aan de oostzijde van de Dorpsstraat een (nieuwe) keermuur, (een coupure) in de Waddendijk gemaakt die gesloten kan worden bij extreem hoogwater

Het markante beeld van de Nederlandse zeevaarder en ontdekkingsreiziger Willem de Vlamingh (die in 1640 op Vlieland geboren werd en na 1698 overleden is) staat op het talud van de Waddendijk aan de westzijde van het plein (de Havenweg) bij de aankomstterminal van de veerboot en overziet de Waddenzee in oostelijke richting. Het bronzen beeld is gemaakt door de Nederlandse kunstenares Christine Cliffrun (1942–2021). Met trappen uit hardsteen en afgewerkt met cortonstaal heeft het geheel een stoere en krachtige uitstraling. Op zaterdagochtend straalde de messingen penning die de zeeman in de hand houdt in de zon.

20211002_090337 (2)
Oost-Vlieland: op de Waddendijk bij de Havenweg staat het bronzen standbeeld van de zeevarende en ontdekkingsreiziger Willem de Vlamingh (1640-na 1698) door Christine Cliffrun (1942-2021)

Vanaf de Dorpsstraat is het maar een klein eindje door een straatje richting noorden naar de Nicolaaskerk uit 1605 op het Kerkplein, die al sinds 1967 een rijksmonument is. Er wordt volgens het informatiebord bij de kerk voor het eerst melding gemaakt van een kapel in Oost-Vlieland in een oorkonde uit 1245. Deze kapel was gewijd aan de heilige Nicolaas, de beschermheer van de zeevarenden. De parochiekerk stond toen in het (nu niet meer bestaande) dorp West-Vlieland, waar ook de pastoor woonde. Na de Reformatie namen de Hervormden de kapel over en vervingen haar door het huidige gebouw: veel van de materialen uit de kapel werd hergebruikt, maar omdat er ook veel moest worden aangevoerd van de wal, werd dit betaald uit een heffing op bier en wijn. Hiermee werd een groot bedrag vergaard, omdat schepen die voor de rede lagen ook bier insloegen voor de lange reis… De kerk heeft dan wel 1647 op de façade staan, maar dat is het jaar waarin de in 1605 gebouwde kerk werd omgevormd naar een kruiskerk. Ik kon de kerk vrijdagmiddag niet in, maar ik zag door de glazen deuren wel een mooi en rijk versierd interieur. Er staan ook enkele grafpalen die gemaakt zijn van walviskaken, die oorspronkelijk op het ernaast gelegen kerkhof stonden, maar die vanwege de erosie naar de kerk zijn overgebracht. Op het kerkhof staan nu replica’s. Van de vijf kroonluchters in de kerk is er eentje door een Zweedse zakenman geschonken (1644) en een andere schijnt afkomstig te zijn van Michiel de Ruyter die op Vlieland een tweede huis had! Het kerkhof was afgesloten: wel zag ik dat er ook een Common Wealth begraafplaats was binnen een groene haag met aan de noordzijde het Cross of Sacrifice. Daar liggen 48 gesneuvelde geallieerde militairen begraven: 29 uit het Verenigd Koninkrijk, 5 uit Canada en 3 uit Australië – de overige 11 zijn niet geïdentificeerd.

20211001_163654 (2)
Oost-Vlieland: op het Kerkplein niet ver van de Dorpsstraat staat de Nicolaaskerk uit 1605, tot kruiskerk omgebouwd in 1641

Een ander oud gebouw staat vlakbij de Nicolaaskerk: het is het Armhuis dat uit 1632 stamt. Oorspronkelijk was het een diaconiehuis, waar oud-zeelieden werden opgevangen, maar omdat de bevolking van Vlieland leefde van de zee met alle gevaren van dien (bijna alle mannen van 12 jaar en ouder waren in de zeevaart werkzaam) waren er relatief veel weduwen en wezen. De armenzorg werd betaald uit o.a. de opbrengsten van wat schippers die terugkwamen na een behouden vaart moesten betalen (een ton rogge of 6 gulden) en een gedeelte van de bekeuringen. Ook bij huwelijken en begrafenissen werden vrijwillige bijdragen betaald. In 1655 werd de oude dorpsschool opgekocht en ten behoeve van de opvang gebruikt. in 1678 kreeg na verdere uitbreiding het gebouw zijn nu nog bestaande omvang en uiterlijk. Ook drenkelingen die aanspoelden na scheepsrampen konden hier worden opgevangen. Nog tot 1950 is het als zodanig in gebruik geweest. Daarna was het een soort buurthuis voor culturele activiteiten en tot het voorjaar van 2021 was er een goed restaurant gevestigd.

Op een groot bord boven de toegangsdeur staat een stichtelijke tekst: “In dit gestigt worden behoeftigen bedeeld man en vrouwen – Wildt met liefdadigheid de armen aanschouwen – De wees die ook zijn woning heeft in dit gestigt – Betoon gij weldadigheid het getuigen is aller pligt – Zij allen bidden u vriendelijk wanneer zij zijn in nood – Om eenen milden gift en God om dagelijks brood” met daaronder het jaartal 1732.

20211001_163820 (2)
Oost-Vlieland: het Armhuis uit 1632/1678 dat nog tot 1950 onderdak gaf aan oud-zeelieden, wezen en andere hulpbehoevenden
20211001_163736 (2)
Oost-Vlieland: boven de toegangsdeur van het Armhuis uit 1632/1678 staat een tekst uit 1732 om de mensen aan te sporen tot liefdadigheid

Vanaf deze oude gebouwen liep ik wat omhoog in de richting van het Vuurboetsduin, waar ik de matglazen plaat met Slauerhoffs gedicht “Woningloze” passeerde en ook een drukbezochte viskraam – maar voor eten was het nog te vroeg… Over mijn tocht naar de top van het duin volgt later meer.

Na mijn tocht naar het Vuurboetsduin vond ik bij het restaurant “Plezant” in de Dorpsstraat nog net een plekje: het was er gezellig druk. Het was ook “plezant” om niet meer in de regen te zijn! Ik koos voor een “Holstein dubbeldoelburger”, bestaande uit “Waddenbrood met rundvlees, Cheddar, knapperige sla, tomaat, rode kool, tomatenrelish & Sweet Baby Ray’s Hickory“. Het rundvlees is bijzonder omdat – zoals op de menukaart wordt uitgelegd – het vlees stamt van koeien van het Holstein-ras uit de buurt die na hun tijd als melkkoe 120 dagen verantwoord voer en veel rust hebben gekregen en die daardoor een hoge kwaliteit vlees leveren. Zo komen ze aan de naam “dubbeldoel streekrund”; het vlees heeft het certificaat “Keten Duurzaam Rundvlees“. Het is dan ook “een bewuste duurzame keuze om onder andere de ecologische voetafdruk van ons rundvlees laag te houden.” Voor mij had het gerecht daarom ook een “dubbeldoel”: niet alleen verantwoord, maar ook erg lekker!

20211001_173933 (2)
Oost-Vlieland: in de eetgelegenheid “Plezant” die de uitstraling van een bruin café heeft worden op de muur de verschillende synoniemen van “plezant” uitgelegd
20211001_175116 (2)
Oost-Vlieland: bij het restaurant “Plezant” een uitgebreide Burger met vlees van “Holstein dubbeldoelrund” en daarmee een verantwoorde keuze en een lagere ecologische voetafdruk

De regen bleef een groot deel van de avond aanhouden en er stak een voor mijn gevoel nogal stormachtige wind op uit het zuidoosten die de gehele nacht op mijn raam stond… Normaalgesproken komt de wind uit het noordwesten en dan ligt de Waddenkust in de luwte van de duinen! Halverwege de nacht keek ik naar buiten en verbaasde mij over de heldere sterrenhemel! Het sterrenbeeld Orion stond pal in het zuiden: de drie grote, heldere sterren die de “gordel” van De Jager vormen schitterden tegen de zwarte hemel. Ergens in een benedenhoekje van mijn zichtveld zag ik een klein heldergeel lichtkoepeltje en bedacht dat daar Harlingen moest liggen. Wat mooi, zo’n nacht zonder lichtvervuiling…

Op zaterdagochtend vroeg was de wind gaan liggen en was er een prachtige zonsopgang: ik maakte gebruik van de mogelijkheid om via het terras van mijn kamer even naar de Waddendijk te gaan en te genieten van het uitzicht over de Waddenzee en ook alvast van de vuurtoren waarvan het licht nog actief was – een voorproefje van later.

20211002_074541 (2)
Oost-Vlieland: een mooie zonsopkomst met uitzicht over de Waddenzee in zuidoostelijke richting
20211002_074755 (2)
Oost-Vlieland: een mooie wolkenhemel bij zonsopkomst vanaf mijn terras van Hotelletje De Veerman
20211002_074439 (2)
Oost-Vlieland: zicht op de vuurtoren met nog actief licht en het Vuurboetsduin in de vroege ochtend

Vanaf acht uur was het ontbijtbuffet geopend en was het al druk in de ontbijtzaal met de vogelaars die vroeg op pad wilden: dit weekend was gewijd aan de vogeltrek, maar met het slechte weer van gisteren hadden ze maar weinig kunnen zien – de vogels hadden natuurlijk ook zitten schuilen. De verhalen waren er echter niet minder om…! Met dit ontbijt kon ik deze dag zeker aan: wat ik van het volle broodmandje niet kon opeten, mocht meegenomen worden in een papieren zak voor de lunch. Op een bordje met fruit lag ook een plakje van de “zeewierkaas” die op het eiland wordt gemaakt: heerlijk ziltig!

Na dit ontbijt ben ik met een omweg naar “De Berg” gegaan. Eerst liep ik nog maar eens door de Dorpsstraat (het licht was die ochtend natuurlijk veel mooier dan de middag daarvóór!) naar het plein bij de veerbootterminal en van daaruit naar het noorden. Buiten de bebouwing kwam ik na niet al te lange tijd uit bij de ijsbaan, die in de bossen verscholen ligt. Het ziet er in eerste instantie uit als een groot, langgerekt ven, maar aan de verlichtingsmasten en het houten huisje voor de koek-en-zopie is te zien dat het hier in de winter erg gezellig zal zijn! Nu groeiden er nog vele planten in en om het water, dat hier vanuit een kwel wordt gevoed. Hier zag ik ook de eerste cranberries aan de al verkleurende struikjes zitten!

20211002_091748 (2)
Vlieland: ten noorden van het dorp Oost-Vlieland ligt een grote, natuurlijke ijsbaan met water uit een kwel

Vanaf de ijsbaan ben ik door de dichte bossen van dennen en ook loofbomen, zoals tamme kastanjes, naar het westen gelopen om het Vuurboetsduin te beklimmen. Dat had ik zoals gemeld al op vrijdagmiddag gedaan in de steeds harder stromende regen vanaf de zuidoostelijke kant over het Vuurtorenpad, komende vanaf de Nicolaaskerk, en nu dan weer, maar wel in de stralende zon, vanaf de noordzijde over 200 traptreden en aan de andere kant weer naar beneden! Beide keren waren bijzonder, want ik had naarmate ik hoger kwam steeds meer zicht op de Noordzee in het noorden en de Waddenzee in het zuiden. Op vrijdag kreeg ik ook een goed beeld van de vegetatie in de duinen: behalve de “gewone” Hondsroos (Rosa canina) stonden er ook grote velden met Rimpelroos (Rosa rugosa) waarvan de planten bijna doorzakten onder het gewicht van grote rode rozenbottels, terwijl er hier en daar toch nog roze of witte bloemen te zien waren! Ook viel mij op dat hier heel veel Rendiermos (Cladina) groeit – de grijsgroene korstmossen lichtten helder op in de regenachtige middag! Bij het waterfiltergebouw, waarover later meer, zag ik ook nog Gaspeldoorn (Ulex europaeus), waarvan de gele bloemen ook de grijzigheid van de omgeving wat kleur gaven.

Op zaterdag benaderde ik het Vuurboetsduin vanuit het noorden: ik kwam vanaf de ijsbaan en liep over een weg met de grappige naam “Lange Baan” naar de trap om daar met 200 treden de “noordhelling van de hoogste berg van Provincie Friesland” te beklimmen. Deze helling is begroeid met grove dennen en al een beetje verkleurende eiken. De ondergroei wordt gevormd door Tongvarens (Asplenium scolopendrium) die ook typisch zijn voor duingebieden.

De klim bracht mij in het open duingebied rond de vuurtoren. Op vrijdagmiddag was de sfeer mysterieus-grijzig geweest, maar in het zonnetje van zaterdagochtend zag het landschap er opeens veel meer uitnodigend uit! Nu zijn er op het eiland vier grote bossen, maar tot het begin van de twintigste eeuw was dat niet het geval: om het verstuiven van het zand te voorkomen heeft Staatsbosbeheer toen grote bospercelen aangelegd met Grove den (Pinus sylvestris), Corsicaanse den (Pinus nigra var. corsicana) en Oostenrijkse den (Pinus nigra var. nigra). Daartoe werd elk boompje omhuld met een stuk turf (ingevoerd vanuit Drenthe) en in speciaal daarvoor aangelegde vijvers gelegd om goed vocht op te nemen. Daaruit zijn de huidige bossen gegroeid. Deze bossen zijn goed te zien vanaf het Vuurboetsduin.

20211001_164707 (2)
Vlieland: uitzicht vanaf het Vuurboetsduin over de naaldbossen in noordoostelijke richting op een regenachtige herfstige namiddag
20211002_094050 (2)
Vlieland: uitzicht vanaf het Vuurboetsduin naar het noorden over naaldbossen op de Noordzee met een groot hotel vlak aan het strand

De vuurtoren wordt ook wel liefdevol “De Rode Kabouter” genoemd, omdat hij maar 18 meter hoog is: vanwege de plaatsing op het Vuurboetsduin dat al 42 meter hoog is, was de lengte geen bezwaar! Tussen 1877 en 1909 vormde hij het bovenste gedeelte van de Lage Vuurtoren van IJmuiden… Van deze vuurtoren zijn de drie bovenste verdiepingen en het lichthuis verplaatst naar Vlieland om daar als zelfstandige vuurtoren dienst te doen. In IJmuiden werd de Lage Vuurtoren daarna van een nieuw lichthuis voorzien. Sinds 1980 is de toren een rijksmonument met de volgende omschrijving: “Ronde, conische, gietijzeren VUURTOREN naar ontwerp van Q. Harder en uitgevoerd door gieterij D.A. Schretlen & Co (1878), welke aanvankelijk het bovenstuk was van het lage licht te IJmuiden en in 1909 door gieterij Pens en Bauduin werd overgebracht naar Vlieland.” De architect Quirinus Harder (1801–1880) heeft het ontwerp gemaakt en laten uitvoeren in gietijzer, een materiaal dat vanaf de jaren 1870 in Engeland erg populair werd. Van zijn hand zijn ook de ontwerpen voor een elftal andere vuurtorens langs de Nederlandse kust, zoals de vuurtoren op Texel (1863 en als enige nog uitgevoerd in baksteen), de vuurtoren van Scheveningen (1875), “De Lange Jaap” in Huisduinen-Den Helder (1877) en de twee vuurtorens in IJmuiden (1877). De Vlielandse vuurtoren heeft drie verdiepingen en een gietijzeren lichthuis met koperen koepel waarvan de omloop met balustrades op consoles rust. De toren is nu roodbruin geschilderd, maar was tijdens de Duitse bezetting overgeschilderd in camouflagekleuren! Op deze plek had vóór de plaatsing van de gietijzeren vuurtoren een ronde stenen toren gestaan die in 1836 gebouwd was en daarvoor een baken op houten palen. De oudst bekende verwijzing naar het baken van Vlieland is van 1462. Dit verklaart ook de naam van het duin: “Vuur(boets)duin“. Het licht van de vuurtoren dat volautomatisch werkt, is eigenlijk een soort zwaailicht: het licht brandt twee seconden en is daarna twee seconden uit. De lampen en de lenzen staan stil, er draait een soort gordijn dat het licht elke twee seconden afschermt. Het licht kan tot op 20 zeemijlen gezien worden, dus iets meer dan 37 kilometer (voor landrotten). Sinds 1990 is de toren open voor publiek – mijn bezoek zal “voor een volgende keer” zijn… Ik nam nu genoegen met het mooie uitzicht vanaf de duintop – en dat was helemaal niet verkeerd!

20211001_164814 (2)
Oost-Vlieland: zicht vanuit het zuidoosten op de vuurtoren met toegangstrap op het Vuurboetsduin en hoogste punt van Provincie Friesland
20211002_093912 (2)
Vlieland: zicht op de vuurtoren en het Vuurboetsduin vanuit het zuidoosten op een zonnige ochtend in de herfst

Er stonden grote pollen met zacht-paarse bloemetjes langs de weg: het was zeeraket (Cakile maritima). Tussen al de stugge begroeiing van rimpelroos, helmgras en door de wind geteisterde dennetjes zagen de bloemetjes er kwetsbaar uit. Naast de vuurtoren stond ook een grove den met drie stammen die ongetwijfeld door zijn groeiplek in de wind zo knoestig was geworden. Het uitzicht op de boom met de Waddenzee op de achtergrond kreeg door het tegenlicht een bijna mediterrane uitstraling!

Bij het hoogste punt van deze duinenrij stond ook een informatiebord over de drinkwatervoorziening op Vlieland. De openbare drinkwatervoorziening bestaat sinds 1953. Nu beheert het bedrijf Vitens in dit waterwingebied “Bokkendal” acht waterputten, waarbij zoet water vanuit de “zoetwaterbel” onder het eiland wordt gepompt en vervolgens gefilterd. Neerslag vult deze zoetwatervoorraad steeds aan – door scheiding en evenwicht tussen zout zeewater en zoet water blijft de waterbel bestaan. Het filteren gebeurde van 1953 tot 2011 in een eenvoudig bakstenen gebouwtje dat op een onderaardse bunker in het duin was geplaatst. Deze bunker was een van de verdedigingswerken die door de Duitse bezetter op Vlieland zijn gebouwd in het kader van de Atlantikwall, een linie van verdedigingswerken langs de kust vanaf het noordelijkste puntje van Noorwegen tot aan de Spaanse grens. Sinds 2015 wordt de bunker gebruikt door de “Vlielandse zelfkazer“, die op biologische wijze o.a. de zeewierkaas maakt die mij bij het ontbijt zo goed smaakte. Tijdens de openingsuren is in het gebouwtje een expositie te bezoeken over de geschiedenis van het gebouw, het filteren van het water en het kaasmaakproces. Op vrijdag was ik te laat en op zaterdag had ik niet genoeg tijd: ook weer iets “voor een volgende keer“! Vanaf 2011 wordt het water gefilterd in een groot en futuristisch uitziend rond gebouw dat door de groene kleur weinig opvalt in het landschap – jaarlijks wordt hier 200 miljoen liter water verwerkt! Het filterproces wordt uitgelegd op het informatiebord.

20211002_095006 (2)
Vlieland: op het Vuurboetsduin staat sinds 2011 het door zijn kleur in het landschap wegvallende gebouw voor het filteren van het drinkwater
20211002_095401 (2)
Vlieland: de hoofdingang van het uit 2011 stammende gebouw op het Vuurboetsduin voor het filteren van drinkwater
20211001_164950 (2)
Vlieland: vlak bij het Vuurboetsduin staat op een informatiebord over de drinkwatervoorziening- en bereiding op het eiland het stappenplan van ruwwater naar reinwater

Iets ten westen van de vuurtoren en het filtergebouw leiden een schelpenpad en daarna een pad met bakstenen traptreden door een dennenbos naar een eveneens groenig geverfde roestvrijstalen uitkijktoren met wenteltrap. De naaldbomen ruisten in de wind – de zee was iets te ver weg om daarvan het ruisen te horen… Het uitzicht is werkelijk fenomenaal: naar het westen over de bossen en het duinlandschap tot aan de zandvlakte van de Vliehors en helemaal in de verte het buureiland Texel met de vuurtoren van De Cocksdorp! De grove dennen stonden dicht tegen de uitkijktoren aan, zodat de grote dennenappels goed te zien waren. Ik heb er een paar die op de grond gevallen waren “gejut”!

20211002_095757 (2)
Vlieland: vanaf de uitkijktoren bij het Vuurboetsduin is een prachtig uitzicht over het eiland met bossen, duinen en zelfs tot aan Texel met de vuurtoren!
20211002_095808 (2)
Vlieland: vanaf de uitkijktoren bij het Vuurboetsduin zijn niet alleen de duinen en de Noordzee zichtbaar, maar ook de dennenappels in de omringende bomen

Geiten – die ook wel “armeluiskoeien” worden genoemd – hebben een belangrijke rol gespeeld op het eiland in de magere jaren vanaf het midden van de 19e eeuw tot in de jaren 1920: zij leveren melk, vlees en vel, terwijl zij eigenlijk geen bijzondere eisen stellen aan voedsel. De (wat onvriendelijke…) bijnaam van de bewoners van Vlieland is dan ook “Geiten“. Ik zag er een paar grazen in het dal met de toepasselijke naam “Bokkendal” toen ik vanaf het Vuurboetsduin naar het noorden keek. In de Dorpsstraat staat sinds 2006 een krachtig-ogende geit in brons, die gemaakt is door de Nederlandse beeldhouwer Peter Petersen.

20211002_100343 (2)
Vlieland: uitzicht vanaf de noordhelling van het Vuurboetsduin over het Bokkendal (met geiten!) op de dennenbossen en de Noordzee
20211002_085720 (2)
Oost-Vlieland: in de Dorpsstraat staat sinds 2006 een bronzen beeld “Geit” door de Nederlandse beeldhouwer Peter Petersen

Nadat ik nogmaals bij de vuurtoren uitkwam ben ik de trappen naar de kant van de Wadden afgedaald. De knalrode vuurtoren contrasteerde mooi met de blauwe luchten en het uitbundige geel van de Gaspeldoorn (Ulex europaeus) die op de zuidhelling veelal nog in volle bloei stond! Toch was het ook duidelijk te zien dat het al herfst aan het worden was…

20211002_101624 (2)
Vlieland: zicht op de zuidelijke helling met de vuurtoren en de trappen naar boven vanaf de voet van het Vuurboetsduin

Eenmaal weer op zeeniveau maakte ik mij op voor een volgend avontuur: een militair-historische wandeling bij de Vliehors onder leiding van een gids. De wandeling wordt omschreven als: “Een militair historische natuurwandeling (+ 5 kwartier, laarzen aan of droge sokken mee!) o.l.v. een natuurgids van Defensie; met aansluitend een bezoekje aan de oude Meteo Vlieland op het militaire kampement waar een expositie is ingericht met o.a. oude meteo-instrumenten.” De gids is Henk V., die in het dagelijks leven adjudant van de Vliegbasis Deelen bij Arnhem-Schaarsbergen is, maar die al heel lang op Vlieland woont en daar ook gewerkt heeft. Ik ken Henk van mijn vrijwilligerswerk in het groen op het Veteranenlandgoed Vrijland in Schaarsbergen, dat aan de Vliegbasis Deelen grenst. Toen hij eens vertelde dat hij die rondleidingen op Vlieland verzorgde, heb ik hem gezegd dat ik mij zeker een keertje zou aanmelden als ik naar Vlieland kwam voor de beklimming van “de hoogste berg van Provincie Friesland“. Dat vond hij een leuk plan. Dus had ik hem mijn komst gemeld.

De wandeling zou starten om 12.30 uur vanaf een punt op zo’n 2½ kilometer westelijk van de uitspanning Hotel Posthuys. Ik had de keuze om een fiets te huren, of met de bus (de elektro-bus, Lijn 1, rijdt vanaf de terminal van de veerboot naar dat hotel) te nemen of vanaf de westzijde van het dorp bij het Vuurboetsduin te voet te gaan. Ik schatte in dat ik tijd genoeg zou hebben om deels over de weg, maar deels ook langs het water te lopen naar het ontmoetingspunt bij het vliegkampement. Dan bleek ook het geval te zijn.

Bij de uitgang van het dorp stond een groot bord langs de weg met de mededeling “Waddenzee UNESCO Werelderfgoed“. De kaart op het bord laat het gehele gebied zien met alle Waddeneilanden: van Texel in het westen via Borkum in de Duitse Bocht naar Fanø, het meest noordelijke Waddeneiland van Denemarken. Ook wordt aandacht besteed aan de trekvogels die op het bord in een elegante vlucht staan afgebeeld. Aan andere gevleugelde dieren, insecten, is ook gedacht: op een grasveld, dat ook voor paardrijden werd gebruikt (er was duidelijk een uitgesleten hoefslag te zien), waren wel vijf insectenhotels van diverse vormen en maten neergezet.

20211002_102828 (2)
Oost-Vlieland: bij de westelijke uitgang van het dorp staat het bord waarop wordt aangegeven dat de Waddenzee UNESCO Werelderfgoed is
20211002_102735 (2)
Oost-Vlieland: net buiten het dorp aan de westzijde staan vijf insectenhotels tegen de duinenrij aan de kant van de Waddenzee

Op zeker moment kon ik over een karrenspoor naar de waterkant gaan. Ik kwam bij een bord waarop gevraagd werd om bij vloed (“wanneer het water tegen de dijk aan staat“) over de verharde weg te lopen om de vogels niet te verstoren tijdens het foerageren. Er stond ook nog een grappige cartoon op: aan de ene kant van de tekst “Vlieland Vrije vogels – gekooide mensen” vlogen de vogels vrij rond en aan de andere kant klemden mensen zich aan tralies vast…! Door de harde wind in de nacht was er veel zeewier aangespoeld. Er lagen lange groene linten op de stenen van de glooiing: Zeesla (Ulva lactuca), een eetbare algensoort die over de gehele wereld voorkomt (en die ook in de zeewierkaas wordt verwerkt). In de brede strook grasland tussen het water en de verharde Postweg met meerdere karrensporen groeiden steeds weer planten van het zoutminnende soort. De meesten groeiden in het gras vlak tegen de zeewering van de Waddenzee aan, waar de bodem ook nog zout is, maar sommigen hadden zich een plaatsje veroverd tussen de basaltblokken van de aflopende dam. De Zee-asters (Aster tripolium) met hun lichtpaarse bloemen als sterretjes bloeiden hier en daar nog, maar er stonden ook vele planten met witte zaadpluizen. Op verschillende plekken was de Lamsoor (Limonium vulgare) al uitgebloeid, maar af en toe kleurde de vegetatie fel-paars van de bloemen. De gecultiveerde vorm wordt nog steeds gebruikt in de bloemisterij (of in droogboeketten). Over de naamgeving van Zee-aster en Lamsoor kan verwarring ontstaan doordat de eetbare blaadjes van de Zee-aster in de handel “Lamsoren” worden genoemd, terwijl het blad van de werkelijke Lamsoren niet eetbaar is. Een andere zilte groente is Roodachtig zeekraal (Salicornia europaea syn. Salicornia brachystachya) die in de herfst inderdaad rood verkleurt en rauw lekker ziltig smaakt!

Het was interessant om daar te lopen en aan de noordkant zicht te hebben op de verharde weg met daarachter de duinen en hier en daar een knoestige, door de wind grillig vervormde grove den, terwijl aan de zuidkant er de prachtige vergezichten over het Wad waren met de wolkenspiegelingen en de vele vogels!

20211002_104959 (2)
Vlieland: langs de Postweg die dicht bij de Waddenzee loopt staat een grove den die grillige vormen heeft aangenomen onder invloed van de wind
20211002_103742 (2)
Vlieland: zicht naar het westen over de zeewering aan de kant van de Waddenzee met de strekdammen en vele vogels
20211002_113831 (2)
Vlieland: bij eb vallen de slikken langs de zeewering van de Waddenzee langzaam droog – een tafeltje-dekje voor de wadvogels!
20211002_105243 (2)
Vlieland: uitzicht over de Waddenzee vanaf de strook grasland tussen de Postweg en de zee
20211002_110943 (2)
Vlieland: vanaf het karrenspoor langs de zeewering van de Waddenzee zijn in het westen het bos van Bomenland en de Vliehors te zien

Op zeker moment leidde het karrenspoor terug naar de verharde weg. Na ongeveer een half uur lopen kwam ik bij een duinpan die omzoomd was met grove dennen. Daar zag ik mensen tussen de struikjes gehurkt zitten – hier mochten zonder vergunning (maar onder voorwaarden) cranberries geplukt worden! Op het bordje van Staatsbosbeheer stond dat er alleen geplukt mocht worden in de periode van 25 september tot en met 30 november tussen 09.00 uur en 18.00 uur en dat het plukken handmatig moest gebeuren en niet met een kam of een bak. Op de terugweg van de wandeling bij het vliegkampement zag ik een grote hoop vuurrode cranberries bij de toegang tot het dalletje liggen – dat zag er aantrekkelijk uit (alleen maar om naar te kijken natuurlijk!).

20211002_114323 (2)
Vlieland: in het westelijk gedeelte van het eiland is het toegestaan om onder voorwaarden zonder vergunning cranberries te plukken
20211002_162209 (2)
Vlieland: bij het gebied in het westelijk gedeelte van het eiland waar zelf plukken is toegestaan ligt een grote hoop cranberries!

Niet ver van het cranberrydalletje kwam ik langs een stuk dennenbos met een verwijzing naar een vogelobservatiehut in het natuurgebied van de Tweede Kroon’s Polder, die daar in november 2016 is geopend. Aan het begin van het pad daarnaartoe was bij een oude eik een stuk grond afgezet met een houten hek. Dit is de Oude Begraafplaats, die “De Bol van Dooie” of ook “Dodemansbol” wordt genoemd. Hier werden in vroegere tijden de zeelieden met besmettelijke ziekten begraven: op het gewone kerkhof mochten zij niet liggen… Er staat een bord binnen de omheining met een tekst in hetzelfde sierlijke handschrift als de stichtelijke tekst op het bord bij het Armhuis in het dorp: “Hier rust het stof uit vroeg’re dagen – Verborgen in een houten kist – Wilt eerbied voor deez’ rustplaats dragen – Daar zulks plicht en menselijk is“. Er staat ook een datum bij: 20 maart 1907. Het verhaal gaat dat in begin 1900 een deel van het hoge duin werd afgegraven bij het verbeteren van het zandpad naar het westen om de helling minder steil te maken. Toen werd het menselijke gebeente aangetroffen die van de gestorven zeelieden met de besmettelijke ziekten. Deze overblijfselen werden vervolgens herbegraven op de plaats waar ze nu nog liggen. De tekst is van Cornelis den Hartog, een toenmalige kantonnier van Rijkswaterstaat. In augustus 2012 is de Oude Begraafplaats uitgebreid opgeknapt: niet alleen werd er ijverig gesnoeid, maar ook getimmerd (nieuw hekwerk). Toen moest ook het tekstbord worden vervangen. Aan de hand van oud beeldmateriaal is gekozen voor het meest oorspronkelijke bord in vorm en tekst. Nu ziet het er weer fraai uit. Het valt op dat er een gegraven waterloop langs het begraafplaatsje is die langs de Postweg vanuit het westen naar het wad loopt: dit is zoet water.

20211002_114757 (2)
Vlieland: aan de Postweg, vlak bij de Kroon’s Polders bevindt zich een oude begraafplaats voor schepelingen die bezweken zijn aan besmettelijke ziekten
20211002_114809 (2)
Vlieland: op het bord bij de Oude Begraafplaats aan de Postweg staat een mooie tekst uit 1907 over de aan besmettelijke ziekten bezweken zeelieden die hier begraven zijn

Een kwartiertje later passeerde ik het Hotel Posthuys met restaurant en weer een krap half uur later kwam ik aan bij de ontmoetingsplek voor de militair-historische natuurwandeling. Ik had eigenlijk verwacht dat ik de enige zou zijn, omdat toen ik mij op vrijdag even kwam melden bij het Infocentrum “De Noordwester” er nog geen aanmeldingen waren… Maar aangelokt door het mooie weer hadden zich nog zes personen aangemeld, zodat Henk een groepje had van zeven personen. Hij nam ons eerst mee in noordelijke richting om ons iets over het Noordzeestrand uit te leggen. Daartoe liepen we de steile klinkerweg naar de duinenrij op, die hier de Meeuwenduinen heten. Eenmaal boven hadden we een fantastisch uitzicht over het brede bijna-witte zandstrand, de zee tot zover het oog reikt met de (nu) rustige branding en daarboven de prachtige wolkenluchten. Het bijzondere van de Waddeneilanden vind ik dat het strand op het noorden ligt! Henk maakte ons attent op kleine zandverhogingen op het strand met een groene zweem erover: hier was het ontstaan van duinen te zien. Het zand wordt vastgehouden door Biestarwegras (Elytrigia juncea subsp. boreoatlantica). Het is zoutminnend en bij uitstek een plant die op de stranden van de Noordzee, maar ook van de Waddenzee groeit. Zij kan los zand vasthouden en daarmee nieuwe duinen op het strand vormen, zolang deze maar regelmatig door zeewater worden overspoeld. Worden de duinen te hoog, dan gaat het biestarwegras dood en komen er andere grassoorten, zoals helm (Ammophila arenaria) voor in de plaats.

20211002_123516 (2)
Vlieland: de meest westelijke verharde weg tegen de Meeuwenduinen leidt naar het strand – Helmgras (Ammophila arenaria) houdt hier het zand vast
20211002_123716 (2)
Vlieland: wat een mooi uitzicht naar het Noorden vanaf de Meeuwenduinen op het brede zandstrand met de zee en de opbollende wolken aan de horizon

De Meeuwenduinen zijn aan de top een beetje afgeplat en zien er wat minder natuurlijk uit: zij vormen op dit punt wel een echte zeewering! De Meeuwenplas wordt van water voorzien door een kwel en ontleent zijn naam aan het vroegere gebruik van de bewoners om meeuweneieren te rapen als extra aanvulling op hun rantsoen. Wat meer naar het oosten liggen de Kroon’s polders. Zij zijn vernoemd naar de opzichter van Rijkswaterstaat, J.W. Kroon, die vanaf 1900 op Vlieland gestationeerd was. Hij heeft maatregelen genomen om te voorkomen dat het eiland bij zware stormen op dat smalle punt in tweeën zou breken. Daartoe liet hij achter de toen nog lage Meeuwenduinen takken en rietmatten plaatsen ter hoogte van de huidige Postweg aan de Waddenzijde: hierdoor ontstond al snel een stuifdijk. Hij had deze methode al eerder toegepast op Texel en Ameland. Zo ontstonden vier polders, die uiteindelijk toch te zout en te nat bleken te zijn voor exploitatie, maar inmiddels wel een geweldige biotoop voor vele vogelsoorten vormen.

20211002_124731 (2)
Vlieland: in het zuidwestelijke gedeelte van het eiland liggen de Meeuwenduinen (zeewering) als bescherming van de Noordzeekust en ook de Meeuwenplas
20211002_120802 (2)
Vlieland: zicht naar het zuiden vanaf de Postweg over de waterpartijen in de Kroon’s Polders

Daarna keerden wij terug naar de grasland en lage duinen aan de kant van de Waddenzee, waar vele smalle paadjes door zand, maar ook door sompig land met veel gras en bloemen liepen. Het bleek gelukkig niet nodig om laarzen aan te doen (of later droge sokken aan te trekken) zoals ik in de aankondiging op internet had gelezen…! We mochten in het weekend op de Vliehors komen: dan is “de Rode Vlag” gestreken ten teken dat er geen militaire activiteiten zijn. De Nederlandse Koninklijke Luchtmacht doet hier, al dan niet in samenwerking met de landen van de NAVO, schietoefeningen – en kan dan ook met scherp schieten! Deze zandvlakte van 28 hectare die ook wel de “Sahara van het Noorden” wordt genoemd is de grootste zandvlakte van Europa. Het oostelijke gedeelte waar wij doorheen gingen was nog redelijk begroeid en niet erg zanderig. Ook hier kwamen we vele zoutminnende planten tegen. Behalve de zee-asters die hier al in het witte pluis stonden en de lamsoren werden wij ook verrast door de kleine, elegante, stralend-witte bloemetjes van de Parnassia (Parnassia palustris), een overblijvende plant die in Nederland in de Rode Lijst van bedreigde planten wordt vermeld als vrij zeldzaam.

Het militaire terrein van de Vliehors wordt nu alleen nog maar door de Koninklijke Luchtmacht gebruikt, maar tot 2005 ook nog door de cavalerie van de Koninklijke Landmacht. Op het inmiddels verlaten gelige gebouw dat “gecamoufleerd” lijkt tussen het helmgras van de aarden wal eromheen draait nu een witte rechthoekige doos rondjes: het is een vogelradar die de vliegbewegingen van de vogels registreert. Naarmate wij verder naar het westen liepen om later het militaire kampement op te gaan voor een bezoekje aan de oude meteotoren, werd het zanderiger en ruiger. Er lagen hier en daar wel stukken wat roestig metaal over het terrein verspreid: die waren achtergebleven na de schietoefeningen. Henk verzekerde ons dat er geen “gevaarlijk spul” tussen lag, maar waarschuwde wel om niets van de grond op te rapen. Later zouden we nog een flinke hoop schroot zien: oude containers e.d. die gebruikt waren als doelwit…

20211002_134125 (2)
Vlieland: op het dak van het gebouw waar de cavalerie van de Koninklijke Landmacht gelegerd was staat een vogelradar
20211002_134552 (2)
Vlieland: bij het militaire kampement op de Vliehors ligt een grote schroothoop van bij schietoefeningen gebruikte containers e.d. te wachten op transport naar de vaste wal

Toen we bij de grote toegangspoort van het militaire kampement met cameratoezicht etc. aankwamen, was fotograferen begrijpelijkerwijze niet meer toegestaan – pas bij de meteotoren mocht dat weer. Henk is een weerexpert en -enthousiast. Hij had ons tijdens de wandeling al attent gemaakt op het bijzondere lichtverschijnsel van de halo om de zon: met het blote oog was de kring om de zon niet gemakkelijk te zien, maar op de foto wel! Hoewel niet iedereen gelooft dat zo’n kring uit ijskristalletjes een voorbode is van een weersverandering (lees: regen!), klopte de voorspelling wel: aan het einde van de middag begon het weer te regenen…! Buiten bij de ingang van de meteotoren stond een apparaat uit vroegere tijden: een “wolkenlicht“. Dit is een instrument om de wolkenhoogte te bepalen bij duisternis. Vanaf het aardoppervlak wordt een smalle bundel licht loodrecht omhoog gestraald. Als er bewolking is, verschijnt er tegen de onderkant van de wolk een lichtvlek. Als de waarnemer op een vastgestelde afstand gaat staan kan hij met een hoekmeetinstrument (sextant) de hoek meten waaronder hij de lichtvlek ziet en de hoogte van de wolkenbasis berekenen (dit werkt alleen bij lage bewolking: tot ongeveer 1.200 voet, dus zo’n 365 meter).

De meteotoren was gewijd aan de relatie tussen “weer” en “kunst” met vele aquarellen, zeefdrukken, gedichten in schoonschrift van bekende en onbekende dichters. Een korte tekst over de herfst vond ik erg mooi: “Warme herfstwind – streelt liefdevol je gezicht – droogt zoute tranen” met een afbeelding van een diepbruin herfstblad met een klein rood vlekje – een vraatgaatje? Aan de muren hangt prachtig ingelijst het “Alfabet van de Wind” door de boekdrukkunstenaar Joop Visser (1946–2019). In het midden staat een vitrinekast met daarin een opgezette Kerkuil (Tyto alba) die in het Fries “Goudûle“, Gouduil wordt genoemd, naar de kleur van zijn verenpak! De bovenzijde van deze vitrinekast wordt gevormd door een verkleinde replica van de Toren van de Winden, een monument in Athene uit de 2e of 1e eeuw voor Chr. dat de tijd en de windrichting aangaf. De uit marmer opgetrokken toren is in het echt een achthoekig bouwwerk van 12 meter hoog en 3,2 meter lang aan iedere zijde. Boven op ieder van de acht kanten is in reliëf de god van een wind afgebeeld, in de richting waaruit hij waait. De gevleugelde en bijna horizontaal door de lucht vliegende windgoden zijn de Noordenwind (Boreas), de Noordoostenwind (Kaikias), de Oostenwind (Euros),de Zuidoostenwind (Apeliotes), de Zuidenwind (Notos), de Zuidwestenwind (Lips), de Westenwind (Zephyros) en de Noordwestenwind (Skiron). Een klassiek-uitziende voorstelling van een windgod met baard die zijn adem over de aarde uitblaast is gemaakt met een moderne techniek: de (onbekende) kunstenaar heeft hier zwierig de spray-bus gehanteerd!

20211002_142236 (2)
Vlieland: in de oude meteotoren van het militaire kampement op de Vliehors hangt een voorstelling van een klassieke weergod op een moderne manier gemaakt – met de spray-bus

Met het bezoek aan de expositie in de meteotoren kwam een einde aan deze informatieve en interessante wandeling. Op de terugweg naar Hotel Posthuys met eetcafé had ik de wind in de rug. Ook het vooruitzicht van een glaasje wijn dat mij door Henk zou worden aangeboden maakte dat ik over de terugweg minder lang deed dan over de heenweg! Ik werd getrakteerd op een lekker glaasje Chardonnay en echte Vlielandse specialiteiten: kroketjes van geitenkaas en een dip van cranberries! De naam Posthuys is niet zomaar een fancy naam: het gebouw heeft een eeuwenlange geschiedenis als “postverdeelcentrum”, zoals op de website wordt uitgelegd. Door de strategische ligging van Vlieland was het eiland een belangrijke spil in handel en oorlog – zeker in de Gouden Eeuw, toen vele koopvaardij-, maar ook oorlogsschepen voor anker gingen op de rede van Vlieland voor vertrek naar of terugkomst uit verre oorden. De schepen lagen te wachten op orders. De kooplieden uit Amsterdam wilden een geregelde postdienst tussen Amsterdam en Vlieland, zodat berichten van en naar de schepen bij Vlieland zo snel mogelijk zouden worden doorgegeven. Dat begon in 1677: het afleveren van de “zeebrieven” duurde toen 10 tot 12 uur… Daartoe ging een postiljon te paard van Amsterdam naar Den Helder. Daar nam een postschipper de brieven in ontvangst en vervoerde die naar Texel, waar weer een postiljon klaar stond om de post te vervoeren over het eiland. Een tweede postschipper voer met zijn vlet naar een bepaald punt op de Vliehors aan de westzijde van Vlieland. Het Posthuys was het onderkomen van de Vlielandse postiljon. Hij ging met paard en wagen acht kilometer de Vliehors op om de post van het Texelse postbootje in ontvangst te nemen en aan hem de brieven voor de “heren in Amsterdam” af te geven. Vanuit het Posthuys werden de brieven naar Oost-Vlieland en vandaar per sloep naar de schepen op de Vlierede gebracht… Pas in 1927 werd deze postdienst opgeheven – daarna ging de post per postvliegtuigje! Het stenen gebouw waarin nu het cafégedeelte van de uitspanning is gevestigd werd er in 1836 neergezet als vervanging van het houten gebouwtje. Tot aan de renovatie van het café-restaurant in 1988 werd de vloer nog met zand ingestrooid! De oorspronkelijke wagenschuur is in 2014 omgebouwd tot o.a. een hotelgedeelte met 14 kamers.

Rond kwart voor vier vertrok ik weer om nu via een wat noordelijker route terug te gaan naar Oost-Vlieland: ik koos voor de weg door de duinen en de naaldbossen van “Bomenland”. Weer een geheel ander landschap! Hier waren uitgestrekte duingebieden, begroeid met heide en lage struikjes. Hier en daar stonden kleine, verwrongen dennetjes: zij leken zich zo klein mogelijk te willen maken in hun strijd tegen de elementen! Er waren ook hier grote velden met Rendiermos (Cladina). Soms zag de bodem eruit alsof het gesneeuwd had… Ook groeiden er natuurlijk heel veel bramen: er zaten nog veel diepzwarte vruchten aan. De verleiding om ervan te snoepen was aanwezig, maar “de beestjes” moeten ook wat te eten hebben. Voor een eventuele besmetting met de vossenlintworm had ik niet bang hoeven zijn, want op het eiland zijn geen vossen, net zomin als reeën en herten!

20211002_160518 (2)
Vlieland: ten noordoosten van Hotel Posthuys ligt een uitgestrekt duingebied met heide en solitaire dennetjes
20211002_155823 (2)
Vlieland: tussen de kustduinen en de naaldbossen van “Bomenland” staan scheefgegroeide kleine grove dennetjes tussen de heide

Op mijn tocht door de duinen en de bossen van “Bomenland” kwam ik langs een eenvoudig monumentje: een bronzen plaquette op een lichte plaat van graniet. Iemand had zeven witte engeltjes van keramiek met gekleurde roosjes in het haar aan de bovenzijde van de plaquette gelegd – er was er eentje omgevallen… Op deze plek wordt de bemanning van een Britse Stirling bommenwerper herdacht die op 22 maart 1945 door Duits afweergeschut werd neergeschoten. Het vliegtuig crashte in de duinen en vloog meteen in brand. Van de zeven bemanningsleden overleefde alleen de staartschutter – de piloot kwam wel levend uit het toestel, maar overleed op weg naar Harlingen… . Zij waren op weg om containers met materiaal voor het Nederlandse verzet te droppen bij Breukelen. Nu zag de omgeving eruit alsof er niets kon gebeuren, maar toen was het zeker anders… “Lest we forget“.

Het bospad boog naar het zuiden af en ik bereikte weer de Postweg – dat was niet erg, want dat gedeelte had ik op de heenweg niet gelopen (toen ging ik langs de waterkant). Het was inmiddels bijna kwart voor vijf en zoals de halo om de zon al had aangegeven begon het licht te regenen. Ik had gezien dat de (elektro-)bus, “Lijn 1”, om 16.50 uur langs zou komen op weg naar het dorp. Droog en gemakkelijk werd ik vervoerd tot aan de halte bij de vuurtoren en dus bijna bij het hotel. Daar vroeg ik of ik – zoals ik gezien had in een foldertje – de gin van cranberry ook bij hen kon krijgen, maar dat was alleen maar mogelijk bij de slijterij met de sprekende naam “De Branding” verderop in de Dorpsstraat… Ik had nog vijf minuten voor sluitingstijd, dus de dame achter de balie van het hotel was zo vriendelijk om met de slijterij te bellen om te vragen of zij op mij zouden wachten. Na alle kilometers die ik al had afgelegd ging ik toch in de hoogste versnelling en toen ik bij de slijterij aankwam lag de fles met helder-roze gin al bijna in het inpakpapier! Plezierig dorps. Eenmaal weer buiten zag ik dat bij een andere winkel de zakjes voorverpakte verse cranberries naar binnen werden gedragen. Ho ho! Snel afgerekend – en “Neemt U a.u.b. ook maar wat komkommers mee!” Zo gezegd en zo gedaan!

20211004_085435 (2)
Arnhem: thuis liggen “trofeeën” uit Vlieland, in de vorm van gin van cranberries en o.a. zeekraal (“Old Salt”), verse cranberries en dennenappels op tafel!

Na mijn strooptocht naar de gin en de cranberries wilde ik toch nog ergens wat eten, maar toen bleek dat ik had moeten reserveren: de twee restaurants waar ik probeerde om een plekje te krijgen waren volgeboekt. Geen nood, want toen ben ik naar de viskar “De Vlielandse Zeebaas” gegaan, die ik op vrijdagavond ook al had gezien op mijn eerste tocht naar het Vuurboetsduin. Een jongeman die van de zeevaart is geswitcht naar de horeca baat sinds mei 2021 deze kar uit samen met zijn vader en zijn vriendin. Het was er op dat uur best druk en het aanbod zag er allemaal erg aanlokkelijk uit. Ik heb toegegeven aan mijn guilty pleasure: kibbeling met ravigotesaus – om mee te nemen. De royale portie heb ik op mijn hotelkamer heerlijk opgesmikkeld samen met een klein flesje witte wijn uit de selfservice-bar van het hotel! Buiten begon het steeds harder te waaien en te regenen. Het versterkte wederom het eilandgevoel. In de nacht stond er een krachtige bries uit het zuiden recht op mijn raam… dit was voor deze “binnenlander” niet bevorderlijk voor de nachtrust: ik hoorde in de nacht hoe de tuinstoelen over het terras dansten… Een heldere nachthemel was er niet. Op zondagochtend was er ook geen sprake van de mooie zonsopkomst zoals de dag tevoren… Het ontbijt was wel weer heerlijk en uitgebreid en het was in de ontbijtzaal opnieuw gezellig druk met (al dan niet stoere) verhalen van de vogelaars. Na nog enige tijd aan de leestafel in de bar te hebben gezeten ben ik vroeg naar de veerboot gegaan, omdat ik een grote drukte verwachtte. Die bleef echter uit: ik vond met gemak een zitplaats aan stuurboordzijde en aan het raam. Het regende nog steeds een beetje, wat het afscheid van het eiland wat melancholiek maakte. Ik maakte nog een laatste foto van “de hoogste berg van Friesland” met de vuurtoren op de top.

20211003_112625 (2)
Oost-Vlieland: vanuit de MS Vlieland een laatste regenachtige blik op het dorp, de vuurtoren en “de hoogste berg van Friesland”

De overtocht ging voorspoedig: in minder dan 80 minuten zette ik voet aan wal in Harlingen. De trein stond al klaar die mij naar Leeuwarden bracht. Wegens werkzaamheden bij Leeuwarden was er vervangend busvervoer in de richting van Heerenveen: met vele anderen stapte ik in bij een chauffeur met duidelijk Rotterdamse humor waardoor de reis in de inmiddels stromende regen zeker werd opgevrolijkt! Een tussenstop in Wolvega bij vrienden die tot voor een paar jaar in Arnhem mijn buren waren, was erg gezellig: zoals dat zo vaak is voorgekomen in de laatste tijd hadden we elkaar erg lang niet gezien! Rond middernacht was ik weer terug in Arnhem.

Wat een fantastisch weekend was het geweest: vrienden bezoeken, een echte boottocht maken, “bergen” beklimmen en van de natuur genieten. Ik heb zo vaak tegen mijzelf gezegd “dat is voor een volgende keer” dat ik zeker nog eens terugga – en dan zal ik niet meer zo lang wachten als dat ik tot nu toe heb gedaan!

3 reacties

  1. Marja Veerdig-Robijn

    Goedemorgen Pauline,

    Wat een leuke, zeer lezenswaardige blog heb je gemaakt over je bezoek aan Vlieland waaronder een verslag van de wandeling die je met mijn man Henk hebt gemaakt – heel mooi!

  2. Inma

    Dag Pauline,
    Ik kon pas vandaag je verhaal over Vlieland zien. Wat een prachtige foto’s. Ik wist niet dat het al zo lang bewoond werd, dat het nog zulke oude gebouwen en huizen zijn. Dank je wel!.

  3. Els

    Een meeslepend verslag! In de jaren 60 huurde mijn oma elke zomer huisje Euphrosine aan de rand van het bos. Je verhaal bracht me helemaal terug naar dat prachtige eiland. Bus 1 bestond nog niet; alles ging met paard en wagen. Gelukkig is de dorpsstraat nog steeds onverminderd mooi en autovrij.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2022 Via Alpina

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑