Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.


2 oktober 2019

Van herfstkleuren en regenbogen

De regen die gisteravond inzette was vanochtend weer opgehouden, maar het beeld van de buitenwereld zag er toch wel erg herfstig uit: de top van de Glishorn die boven Brig uittorent was in de wolken verdwenen, en ondanks de kleine stukjes blauw was de lucht verder bedekt… Bij Hotel Europe hadden ze blijkbaar ook gedacht dat de herfst nu echt begonnen was, want in de ontbijtzaal was op een tafel een fraai herfstig tafereel ingericht met vele kleuren oranje. Ik had voor vandaag bedacht dat ik naar Eischoll zou gaan: een plaatsje op een bergschouder boven de linkeroever van de Rhône stroomafwaarts van Brig. Het is zo’n 20 minuten met de trein naar Raron in het Rhônedal – en nog een minuut of tien met de kleine kabelbaan naar Eischoll. Toen ik vorig jaar aan de noordelijke berghelling enkele etappes van de Via Alpina heb gelopen, zag ik steeds het dorp met de kenmerkende witte kerk aan de overkant liggen. Ik ken Eischoll een beetje: ik ben in de winter van 2001 een keertje in dat dorp geweest om te skiën. Het had mij toen al duidelijk moeten worden dat de bergen in de winter mij maar weinig te bieden hebben! Ik herinner mij nog dat ik daar ontzettend bang heb staan wezen, bovenaan de piste: de nevel trok op en ik zag in de stralende zon alleen maar een witte afgrond beneden mij… Inmiddels kan ik er wel weer om lachen! Daarom wilde ik ook nog eens gaan kijken nu er geen sneeuw ligt.

Om kwart voor 11 kwam ik met de trein aan op het station van Raron en moest een paar minuten lopen om in het buurtschap Turtig te komen, van waar twee kabelbanen naar boven gaan: de ene gaat naar Eischoll en de andere naar Unterbäch, het buurdorp van Eischoll. Ik was nog vroeg voor de kabelbaan, dus ging ik even naar een kapelletje dat niet ver van de kabelbaan lag. De zon scheen door de lichte bewolking heen. Het bijzondere aan de boom naast het kapelletje was niet dat hij vrijwel dood was (er zat een verticale barst in de stam en er groeide een nieuwe loot uit zijn stam), maar wel dat hij vol hing met afgedankte muziekinstrumenten, zoals strijk- en blaasinstrumenten, en elektrische apparaten, zoals een mengpaneel. Ik zag geen bord met uitleg…

Ik nam de kabelbaan van 11.25 uur. Terwijl het kleine gondeltje stilletjes naar boven gleed, zag ik het Rhônedal verder wegzakken en het uitzicht ruimer worden. Mooi weer was het niet echt: ik zag dat het plaatsje Gampel-Steg in de zon lag, maar niet lang daarna verscheen de eerste regenboog, terwijl de regenwolken de bergtoppen verhulden. Ik maakte even een praatje met mijn medepassagiers: een heel oude meneer en een veel jongere man, bij wie ik informeerde naar een paar mensen van toen. Van de meesten wist hij wel wat te vertellen, de andere meneer vulde nog aan. Er was natuurlijk in die achterliggende jaren veel veranderd… Boven aangekomen liep ik eerst maar een beetje door het dorp in de hoop dat ik nog wat zou herkennen: dat was alleen maar de kerk. Wat ik wel herkende waren de dalen en de dorpjes aan de overkant van het dal: daar zag ik boven Raron en het kerkje op de heuvel het Bietschtal dal en meer naar links, stroomafwaarts dus, het dal waardoor heen de Joli beek stroomt (Etappe R97 van de Via Alpina). Ik liep toen deze etappe in twee delen: de eerste van Mund naar Ausserberg  en de tweede van Ausserberg naar Gampel-Steg. Het was mooi om deze streek weer te zien! Intussen waren er al weer meer regenbogen verschenen.

Het dorp heeft al een lange geschiedenis. Het wordt voor het eerst genoemd in 1250 als Oiselz en na enige verbasteringen door de eeuwen heen is het Eischoll geworden. De kabelbaan is sinds 1946 het snelste vervoermiddel tussen dal en dorp. Er is namelijk geen directe verbinding over de weg naar het dal: er is een kantonnale weg vanaf Turtmann in het dal ten westen van Raron die via Eischoll naar Unterbäch loopt. Er is verder ook geen openbaar vervoer vanuit het dal naar beide dorpen! Toch krijg ik de indruk dat het dorp zich vol elan in de 21e eeuw heeft gestort. Op de website staat o.a. dat het dorp vooruitstrevend is op het gebied van energie (er is in 2015 een succesvol pilotproject gestart waarbij inwoners een daartoe door de Gemeente aangeschafte elektrische auto kunnen huren). Er is ook veel aandacht voor een bijzonder bolgewas dat vooral hier groeit, de Frühlingslichtblume (Colchicum bulbocodium): een helder-lila krokus, een voorjaarstijloos, die in het vroege voorjaar (februari tot mei) bloeit, als de sneeuw aan het smelten is. De bloem  komt op meerdere plaatsen in Europa voor – van de Pyreneeën tot de West-Alpen en dan over Karinthië naar de Kaukasus. Eischoll gaat er echter prat op dat de Lichtblume vooral hier het meest uitbundig groeit en bloeit. De bloem komt ook voor in het thema van de website.

Ik liep door de Dorfstrasse in westelijke richting en zag dat het dorp er mooi verzorgd uitzag en dat het met veel liefde wordt bewoond. Op het Dorpsplein staat op een stenen sokkel een kloek uit hout gesneden beeld van een robuust uitziende bergboer dat nog nieuw leek tegen de achtergrond van een oud, bruinverbrand Walserhuis. De bakken met rode geraniums onder de ramen maakten het plaatje compleet. Bij een andere fontein stond een vergiet met prachtige tomaten in vele kleuren en dieppaarse aubergines. De snoeischaar lag er nog naast. Later zag ik de mevrouw die ik eerder had zien werken in een grote moestuin verderop, met haar oogst in het vergiet naar huis gaan – verser kun je het niet hebben! Bij de grote, witte kerk uit 1883 staat het gemeentewapen van Eischoll, met steentjes in de kleuren rood, wit en zwart, samengehouden door een metalen band: op een rood vlak is in een grote witte cirkel een zwart kruis (“plusteken”) weergegeven met gelijke poten die in een klavervorm eindigen. De precieze heraldische beschrijving kan ik niet geven… In de dorpsstraat en de zijwegen tegen de helling op staan mooie oude huizen en stalletjes, die soms gedeeltelijk zijn gerestaureerd – het zal nog wel even duren voordat het nieuwe hout net zo verkleurd is als het oude hout! Door de beschutte ligging en de kracht van de zon zijn de bloemen en planten in de tuinen prachtig: er hingen grote druiventrossen aan de wingerds en in de grote moestuin bloeiden de dahlia’s in vele kleuren. Een feest voor het oog. Vanaf de hoger gelegen delen van Eischoll is de parochiekerk Maria Himmelfahrt beeldbepalend.

Het grote witte gebouw is ook een enorme blikvanger vanaf de noordhellingen van het Rhônedal – dat had ik vorig jaar gezien, en niet alleen vanuit de trein die uit de oude Lötschenbergtunnel komt en in de richting van Brig rijdt (foto van 23 juni 2018), maar ook vanaf de wandelwegen, zoals tussen Mund en Ausserberg (foto van 19 september 2018)!

Nu zag ik de wereld eens van de andere kant: over een weiland met roestbruine koeien die erg op – wel wat out-of-place – Schotse hooglanders leken had ik een prachtig uitzicht over de kerk en het berggebied aan de noordhelling met zijn diep ingesneden zijdalen. Indrukwekkend.

20191002_124049

Eischoll: zicht vanaf een hoger gelegen weg op de kerk en het berglandschap aan de overzijde van de Rhône

In Eischoll is veel aandacht voor wandelroutes in en om het dorp. Een van de routes is de Suonenweg. Dit is een wandeling die iets boven het dorp begint en langs de Alte Suone von Eischoll gaat. Er wordt onderweg veel informatie gegeven over wat een Suone is, hoe het water wordt verdeeld en wat de rechten en verplichtingen zijn tussen de “Geteilen” (de deelnemers). De oorsprong van deze waterkanalen is terug te voeren tot in de Romeinse tijd. Het Rhônedal ligt tussen twee hoge bergketens die de regenwolken vanuit het westen en vanuit het zuiden tegenhouden. Hierdoor valt er relatief weinig regen, wat voor toeristen plezierig is, maar voor de boeren niet. Daarom is de watervoorziening via de Suonen nog steeds belangrijk! Van deze Suone takken minstens zeven zijstromen af, die allemaal een naam hebben die eindigt op “Rüüss“, een heel oud woord dat zoveel betekent als “waterloop”. Deze stroompjes vertakken zich weer verder tot elk perceel van water kan worden voorzien. In de zomer voert de Suone drie “Wässerwasser“, wat betekent dat drie boeren tegelijk water kunnen aftappen – één Wässerwasser bedraagt hier 30 liter per seconde, dus 1.800 liter per uur. In Eischoll werd tussen 15 mei en 1 oktober een “watercyclus” van 24 dagen aangehouden. Het oppervlak van het perceel is bepalend voor de hoeveelheid water: een kwartier per 400m² land. Op grond van deze verdeelsleutel kon een grondeigenaar tussen een half uur en 27 uur water krijgen! Het is dus een ingewikkelde administratie van wie hoeveel water toebedeeld krijgt en wanneer. De “Suonenvogt” hield deze “wateruren” niet alleen bij met kleine houten plankjes (“Tessel“), maar ook in een “waterboek”. Hier in Eischoll heeft de Gemeente voor het laatst in 1933 de waterrechten laten vaststellen door een drietal “wijze mannen”; hieraan houdt men zich nog steeds. Deze waterrechten zijn perceel-gebonden: zij gaan bij verkoop van de grond mee over. Een bijzonderheid was het zogenaamde “Zondagwater”: tussen zaterdagavond 20.00 uur en zondagmiddag 15.00 uur werd de watertoevoer stopgezet. De Suonenvogt kon deze waterrechten bij opbod verkopen aan belangstellende grondeigenaren. Tegenover de rechten stonden ook plichten: in het voorjaar werd iedere grondeigenaar geacht mee te doen aan de grote schoonmaak van de Suone.

Het wandelpad loopt tegen de stroomrichting van het water in, dat wordt afgetapt uit de Milibach beek die in een dal ten oosten van Eischoll stroomt. Het gaat door een erg gevarieerd landschap. Aan het begin loopt het pad langs steile en grazige weilanden, waarbij het water over een bedding van vlakke, strak tegen elkaar gelegde stenen vloeit. De bermen zijn mooi gemaaid.

Langs de route staan vele oude schuurtjes – sommigen nog in redelijke staat, anderen zijn half of zelfs helemaal ingestort en met mos bedekt. Soms groeien er jonge berkjes op het dak en grote plakken korstmos op de uitstekende vloerbalken… De Suone is in 2002 helemaal opgeknapt o.a. door de Zivilschutzorganisation Aaretal (een Zwitserse overheidsorganisatie ter bescherming van de bevolking die één niveau onder politie, brandweer en ambulance staat) uit Münsingen in Kanton Bern, tussen Bern en Thun. Hier en daar is hun naam te zien, zoals op een kleine overstort via een uitgeholde boomstam. Vlak boven het snelstromende water groeide een heldergeel bloeiende boterbloem en ergens had zich een grote Campanula met prachtig blauwe klokjes tussen een wirwar van takken heen gewonden. Dat waren nog wat zomerse kleuren!

Op één punt was het verschil tussen verval en vooruitgang wel heel duidelijk te zien: in een weiland stond een zonnecel op een schrikdraadmachine en daarachter een boerenschuur waarvan het dak grotendeels was verdwenen – nog één winter en dan zou ook dat gedeelte binnen op de stalvloer liggen… De Suone stroomde hier door een bosrijk gebied, waar feeëriek licht doorheen viel. Even later liep het water weer door een open grasland; er lag een houten vlonder over een aftappunt. Nog wat verder leek het pad wel een mooie herfstige laan langs het water dat hier niet door een mooie natuurlijke bedding stroomde, maar door een strakke betonnen bak.

Ergens liep ik onder de stoeltjeslift door die in de zomer (juli en augustus) wandelaars naar boven brengt en in de winter skiërs – daarin had ik toen in die bewuste winter ook gezeten… De sneeuwkanonnen stonden vlakbij in een weiland te wachten op het nieuwe winterseizoen. Niet alleen de ZSO Aaretal uit Münsingen heeft zich in 2002 ingezet voor de instandhouding van de Suone: een bord vermeldt dat in 2012 een aantal organisaties en overheden de verdere sanering heeft mogelijk gemaakt, waaronder de “Schweizer Patenschaft für Berggemeinden“, een organisatie die in 1940 als particulier initiatief is opgezet om de kloof tussen het rijke “Unterland“, het lage land in het noorden en de toentertijd arme bergbevolking te verkleinen en de leefbaarheid in berggebieden te bevorderen, en ook de stad Zürich. Onderaan op het bord heeft de Gemeente aangegeven: “Vergälts Gott” – een zegwijze om aan te geven dat men dankbaar is.

De herfstkleuren van de bomen waren prachtig, evenals het rood van uitlopers van (wilgen)wortels die hier en daar in kluwens boven het water van de Suone hingen. Weer verderop de route verdween het water van de Suone ondergronds: het was alleen maar te horen. Verder stroomopwaarts kwam het water weer boven de grond en zag ik een met donker mos bedekte betonnen vloer met een aantal metalen luiken en draaiwielen, duidelijk bedoeld om water af te sluiten of juist door te laten.

Na een paar minuten verliet ik het bos: een grote open vlakte met de toepasselijke naam “Breitmatten” gaf een wijds uitzicht over de hellingen van de Augstbordhorn met binnendrijvende regenwolken aan de zuidkant en een zonnig tafereel met zicht op de berghellingen aan de overzijde van het Rhônedal en op de voorgrond mooie koeien. In de verte stond een klein wit kapelletje dat bij de bezittingen van de Familie von Roten behoorde. Een van de leden van deze familie is Leo Luzian von Roten (1824 – 1898 ). Hij was een politicus in Wallis en een dichter: hij heeft in 1890 het (tweetalige) volkslied van het Kanton Wallis geschreven, dat sinds 2016 officieel als volkslied geldt. Breitmatten was zijn lievelingsplek, vooral vanwege het uitzicht op de Bietschhorn – deze berg was vandaag grotendeels in wolken gehuld. Bij een grote boerderij stond een fraaie Simmentaler koe, die zich het zout, dat op de grond gestrooid was, goed liet smaken!

Bij Breitmatten had ik de gelegenheid om terug te gaan naar Eischoll, maar er liep ook nog een weg in de richting van Unterbäch, de “Wanderweg Alte Eischlersuon“. Deze leidde eerst over smalle paden door weiden, langs nog meer waterstroompjes. Uiteindelijk kwam ik in een wild-romantisch dal met dikke lariksen en veel varens: hier stroomde de Milibach beek, waaruit de Suone haar water krijgt. Inmiddels was het een beetje gaan regenen. De zon scheen erdoorheen – op open plekken kon ik weer meerdere regenbogen zien. Het was een vreemde gewaarwording om met een paraplu op in de zon te lopen en dat in mijn schaduw terug te zien!

Onderweg zag ik weer vele paddenstoelen die door de overvloedige regens en toch nog de warmte goed gegroeid waren. Een gekraagde aardster (Geastrum triplex) stond op uitbarsten: de stervormige kraag van deze paddenstoel die vooral in loofbossen voorkomt was goed te zien. Een graspol had vele regendruppels vastgehouden. Aan de voet stond een paddenstoel die duidelijk was aangevreten door een beestje dat als dank zijn kleine keuteltjes ter grootte van rijstkorrels op de hoed had achtergelaten! Een grote groep met een ondersoort van de honingzwam (Armillaria), waarschijnlijk de knolhoningzwam, stond ergens verscholen onder een hoge kant van de berm. De zon scheen door de bomen met herfstkleuren en zette de omgeving in een gouden licht. Op de bladeren lagen nog druppels als kralen. Toen ik bijna bij Unterbäch was zag ik een kolossale rozenstruik vol met rode bottels. Tussen de bladeren was een vogelnest van een paar seizoenen geleden langzaam aan het uitzakken: het had ongetwijfeld eerst op een goed met doorns beveiligde plek gezeten…

Unterbäch is een iets groter dorp dan Eischoll en ligt op gelijke hoogte. Er zijn mooie oude huizen en de Heilige Drie-Eenheid Kerk, die in 1558 gebouwd is in een laatgotische stijl. Op het Kerkplein staan twee oude klokken uit de klokkentoren van de kerk: de barokke “Mittagsglocke” uit 1560 en de rococo “Evangeli- of Kapetschglocke” uit 1784. Op de hardstenen sokkel staat ook een dubbelkruis, uit het wapen van Unterbäch. Het dorp heeft zich de bijnaam aangemeten van de “Rütli der Schweizer Frau” – hierbij refererend aan de Eed op de berg Rütli, waarbij het oorspronkelijke Zwitserse Bondgenootschap was ontstaan. Op 3 maart 1957 hebben in dit dorp voor het eerst vrouwen hun stem uitgebracht – zij hadden toen in Zwitserland nog geen stemrecht. De stemming werd weliswaar ongeldig verklaard, maar hiermee was een duidelijk signaal gegeven, dat uiteindelijk heeft geleid tot invoering van het vrouwenstemrecht. Ter ere hiervan is in 1985 een monument onthuld door de eerste vrouwelijke “Bundesrätin“, Elisabeth Kopp, die ook ereburger is van Unterbäch. Het monument is een kunstzinnige variatie op het gemeentewapen. In 2000 is een “Frauenzitatweg” geopend, vanaf het dal van de Milibach beek naar het dorp met op twaalf panelen citaten van wereldberoemde vrouwen.

Toen ik hoopvol bij het bergstation van de kabelbaan Turtig-Raron naar Unterbäch aankwam, zag ik een bord staan met de mededeling dat het de gehele dag “Kontrolltag” was: ze waren bezig met onderhoud… Dat betekende dus dat ik of moest teruggaan naar Eischoll of gewoon vanuit Unterbäch de helling moest aflopen naar Turtig en dan naar het station van Raron. Ik koos voor het laatste.

Het dorp en de mooie witte kerk achter mij latend en met zicht op prachtige regenbogen die helemaal rond waren daalde ik in een uurtje de helling af. De uitzichten waren nog steeds inspirerend.

Langzaam maar zeker werden de contouren van de gebouwen in het Rhônedal weer zichtbaar, ook het witte kerkje van Raron op een heuvel hoog boven het dal. Ook vanaf deze hoogte kon ik zien dat ze aan het werk waren aan een groot project, de GERA, Gedecker Einschnitt Raron, een onderdeel van werkzaamheden aan de grote autobaan A9 van de Franse grens in het westen naar Brig – de “Autoroute du Rhône“. Hierbij worden grote delen van de A9 door tunnels geleid. Op een groot informatiebord had ik vanochtend al een en ander kunnen lezen. Hier wordt de opentunnelbouwmethode gebruikt (in het Engels ook aangeduid met cut-and-cover): men is hier begonnen met het uitgraven van het tracé van wel 1.460 meter lang, waarna de tunnel als een soort omgekeerde badkuip over de werkvloer wordt aangelegd. De feitelijke tunnel is 1 km lang met aan beide uiteinden een “badkuip” van 200 meter (aan de oostkant) resp.  van 260 meter (aan de westkant). De bouw is gestart in maart 2018 en zal nog duren tot medio 2022. Vanochtend had ik al een blik kunnen werpen op het bouwterrein…

Om kwart voor zes nam ik op het station van Raron de trein naar Brig, waar ik een kwartier later aankwam. De regenbogen waren weg, maar de zon scheen nog wel. Wat was het toch leuk om Eischoll weer eens te zien en ook daar langs een Suone te hebben gelopen met alle mooie vergezichten!