De cursiefgedrukte tekst is de vertaling van de tekst zoals deze op de website van de Via Alpina staat. De foto’s met de onderschriften zijn echter mijn keuze.

Verklaring van de tekens*) bij de zwaarte van de etappe:
  I        Wandelweg (breed zonder open stukken)
 II        Bergweg (deels smal en onbeschermd)
III       Alpiene weg (met kabels gezekerd of bijzonder onbeschermd liggend, grof mengsel van sneeuw en ijs, zeer grof bergpuin)

*) In de website van de Via Alpina zijn de tekens  één, twee of drie “bergschoenen” – deze zijn hier vervangen door Romeinse cijfers.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C1: Sücka–Vaduz

zwaarte:     II          wandeltijd:         3h15       afstand:   12,6 km          hoogteverschil: ↑ 286m   ↓ 1.216m

Vanaf het bergrestaurant Sücka komt men bijna zonder hoogteverschil over Silum in Gaflei langs weelderige bloemenweiden. In de schaduw van de bergbossen gaat het vanaf Gaflei bergaf langs het Wildschloss, het Kasteel Vaduz naar de hoofdstad van Liechtenstein, Vaduz. Het hoogteverschil bedraagt ruim 1.000 meter. Het Kasteel Vaduz is het symbool van Vaduz. Het werd in de 12e eeuw gebouwd en is nu de woning van de vorstenfamilie.

Zicht op het Kasteel van Vaduz
de.wikipedia.org/wiki

Uitgebreide beschrijving van de route
In het begin van deze etappe loopt men een stuk over de Rode Route van de Via Alpina vanaf het restaurant Sücka tot aan Gaflei. Boven Gaflei, voordat men in de richting van de Fürstensteig gaat, buigt de Groene Route af naar het dal; deze is als bergweg aangeduid en met rood-wit-rood gemarkeerd. Gaflei (1.483m), gelegen op een beboste hoogte aan de westhelling van de zuidelijke bergketen de “Drei Schwestern” (“de Drie Gezusters”)  biedt een geweldig uitzicht over de bergen en dalen van Oostelijk Zwitserland. Vooral de blik in de diepte vanaf de dichtbij zijnde uitzichttoren op het zilveren lint van de Rijn en de aantrekkelijke dorpen in het dal als ook de blik achterom naar de ruwe rotswanden en de door erosie verweerde kloven zijn een aanrader. Op een prettige weg door de beschaduwde bossen daalt men in bochten af door het Profatscheng Bos, laat de grazige weidelanden van het vroegere Walser dorp Profatscheng links liggen en bereikt de gerestaureerde Kasteelruïne Wildschloss (947m). Daar is ook een vuurstookplaats. Vanaf hier loopt men over de bosweg door een prachtig beukenbos in de richting van het Kasteel van Vaduz, de residentie van de Vorst. Een bezichtiging van het kasteel is niet mogelijk. Via het voetpad naar het kasteel, door de villawijk en oud-Vaduz met het markante Rode Huis bereikt men het centrum van Vaduz, dat veelzijdige mogelijkheden biedt.
(Johann Oehry / Ewald Oehry, AWNL)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Gaflei: Al in het jaar 1875 was er sprake van een “Kaaswei- en Luchtkuurinrichting Alp Gaflei”, gelegen op dit vlakke gebied aan de berghelling. In 1898 bouwde Ing. Carl Schädler tegelijk met de bergroute Fürstensteig het durkbezochte hoogte-kuurhuis Gaflei, dat in 1961 moest wijken voor nieuwbouw. Meer naar het dal toe worden de alpenweiden afgewisseld door lichte bossen. Het verlaten dorpje Profatscheng ligt op gronden die als gletsjerpuin zijn aangevoerd (Moränenboden), het Profatscheng Bos ligt op grover puin wat van de hellingen is gekomen (Gehängeschutt). Langs de weg ziet men in het gesteente stroken van Muschelkalk(1).
Kasteelruïne Schalun: deze ruïne, in de volksmond “Wildschloss” genoemd, staat op een markante rotspunt met uitzicht rondom; het gesteente bestaat uit een soort kalksteen dat op Nagelfluh(2) lijkt en gelaagde mergel- en kalkrotsen uit het zogenaamde “Vaduzer Flysch”(3). De burcht stamt uit de vroege Middeleeuwen, maar al rond 1200 stortte de noordelijke toren in, verdere instortingen door erosie staan vermeld in de Embser Chronik van 1616. De ruïne die tegen instorting is beveiligd, is nu een geliefde plek voor uitstapjes. Door het Vaduzer Bos met zijn multifunctionele betekenis als beschermings-, recreatie- en gebruiksbos komt men in het kasteelbos van de Vorst. Dit bos wordt voor een groot gedeelte als natuurlijk bos zonder veel menselijke bemoeienis beheerd.
Kasteel Vaduz: Deze bergvesting met een panoramisch uitzicht over het dal staat op een bergterras met steil naar beneden vallende berghellingen. De oudste gedeelten van de burcht dateren uit het begin van de 14de eeuw. Dit zijn de versterkte verdedigingstoren, de Heidenturm genoemd, een hoger en een lager kasteelplein, het paleis, een kapel en de westelijke vestingmuur. Tijdens de Schwabenkrieg(4) van 1499 werd de burcht in de as gelegd. In de daaropvolgende jaren ontstonden onder leiding van de Graven van Sulz de imposante verdedigingsrondelen. Sinds 1938 woont de Vorstenfamilie in het in 1905 gerestaureerde kasteel. Langs het voetpad naar het kasteel staan panelen met informatie over geschiedenis, land en bewoners.
Vaduz: Dit verstedelijkte dorp en eigenlijk geen stad, omgeven door wijngaarden, bossen, velden en de Rijn nodigt uit tot verpozen in een omgeving waar de natuur niet ver weg is en in het voetgangersgebied. Mensen met belangstelling voor geschiedenis gaan naar het Landesmuseum en zij met belangstelling voor kunst bezoeken de kunstverzamelingen van de Vorst en de wisseltentoonstellingen in het Kunstmuseum; ook het Postzegelmuseum en het Skimuseum zijn een bezoekje waard. De neogotische Kathedraal werd in 1873 door de Dombaumeister Schmidt gebouwd en de representatieve neo-barokke regeringsgebouwen door de architect Gustav von Neumann. Het Stadhuis, de bankgebouwen en de aantrekkelijke winkels maken het beeld compleet.
(Johann Oehry / Ewald Oehry, AWNL)

Nadere informatie over deze etappe:

(1) Muschelkalk wordt gevormd door sedimenten met fossielen uit de Laat-Trias, meer dan 200 miljoen jaar geleden. Zie de nadere informatie terzake Wikipedia)

(2) Nagelfluh is een vorm van natuurlijk beton (in het Duits “Herrgottbeton” genoemd). Het bestaat uit afgerond puin in sediment (conglomeraat) samengeperst, dat vooral het Zwitserse Mittelland voorkomt. Zie de nadere informatie terzake Wikipedia.

(3) Vaduzer Flysch is een opeenvolging van sedimentair gesteentelagen. Zie voor meer informatie terzake Wikipedia.

(4) De Schwabenkrieg duurde van januari tot september 1499. Hij wordt ook wel de “Schweizer Krieg”of de “Engadiner Krieg” genoemd. Dit was een oorlog tussen het Zwitserse Bondgenootschap en het Habsburgse Oostenrijkse Huis met zijn bondgenoot het Schwäbische Verbond, die door de Zwitsers werd gewonnen. Zie voor meer informatie terzake Wikipedia.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C2: Vaduz–Sargans

zwaarte:     I          wandeltijd:         4h50       afstand:   17,7 km          hoogteverschil: ↑ 407m   ↓ 383m

Men verlaat Vaduz in zuidwestelijke richting en steekt om te beginnen de Rijnvlakte en ook de grens met Zwitserland over. Vanaf Sevelen gaat de Route langzaam stijgend door het bos naar Gretschins.  Fontnas, Azmoos en Vild passerend bereikt men langs de voet van de Gonzen Sargans, het eindpunt van deze etappe.

Het Kasteel van Sargans met de berg Gonzen
de.wikipedia.org/wiki

Uitgebreide beschrijving van de route
Men verlaat met de Groene Route het Vorstendom Liechtenstein en loopt in Zwitserland naar Sevelen in het Kanton St. Gallen. De Route volgt de Rheinauen Wandelroute in noordwestelijke richting van het stadje naar het natuur- en recreatiegebied Haberfeld, gaat dan over de Binnendamm in zuidelijke richting langs het voetbalstadion en steekt op de onder monumentenzorg staande houten brug de Rijn en de grens over. Over de Hoofdstraat steekt men de spoorlijn bij Station Sevelen over tot men de dorpskern van Sevelen bereikt. Van hieruit gaat de weg door een klein dal omhoog naar de Vlakte van Oberschan. De weg voert langs rotsen, wouden en moerassige gebieden naar Gretschins. Over een verhoging in het landschap bereikt men Fontnas, waar men tot aan de rand van de Rijnvlakte afdaalt en de uitlopers van de Alviers-massief  volgt tot aan Azmoos. Vanaf hier stijgt de weg weer een beetje en loopt door het bos naar Vild, waar een klein kapelletje is. Op de voorgrond ziet men al het Kasteel van Sargans, dat de weg wijst door wijngaarden en over weilanden. Onderlangs het Kasteel gaande bereikt men dan door de Hoofdstraat het station van Sargans.
(Schweizer Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Ruïne Wartau: de kasteelheuvel ligt ten oosten van Gretschins en is onderdeel van het heuvellandschap Wartau, een uit landschappelijk oogpunt aantrekkelijk en ecologisch veelzijdig gebied. Vlakke gronden vormen in combinatie met het warme föhnklimaat een ideaal uitgangspunt voor het voorkomen van talrijke warmte minnende dieren- en plantensoorten (zoals de zeldzame Gladde Slang, Coronella austriaca). Het struikgewas is sinds de 1950er jaren zo gaan woekeren, dat de Ruïne Wartau dat gezien wordt als symbool van de gemeente onder een bladerdak dreigde te verdwijnen. Sinds 2001 is een project gaande om de Kasteelheuvel landschappelijk en ecologisch op te waarderen.
Artillerie Fort Magletsch: dit Fort, bijgenaamd “Der Hammer” (de hamer) werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gebouwd en vormt de noordelijkste steunpunt van de Vesting Sargans. Ten gevolge van de reorganisatie van het Zwitserse leger tussen 1995 en 2003  (Armeereform 95) wordt het grote artillerieterrein niet langer gebruikt. De bovenste verdieping van het bouwwerk kan als voor publiek toegankelijke inrichting van nationale betekenis in groepen onder begeleiding worden bezocht. Het gebouw werd nog tot in de negentiger jaren gebruikt als trainingskamp.
Sargans: Het in een laag gebied in het Rijndal gelegen Sargans wordt voor het eerst genoemd in 756. Omdat toen al de oude doorgaande handelsweg van Zürich naar Graubünden en verder naar Italië en Oostenrijk door Sargans liep, speelde de plaats al vroeg een verkeerspolitiek belangrijke rol. In de 13de eeuw namen de Graven van Werdenberg-Sargans hun intrek in het Kasteel, van waaruit men het gehele dal kan overzien. In 1337 verkreeg Sargans stadsrechten. In 1405 werd het stadje verwoest door de Appenzellers en in 1445 door de “Eidgenossen” (de Zwitserse bondgenoten). Ieder van de tegenstanders heeft tegelijkertijd pogingen ondernomen om het fier op een rotsuitloper van de berg Gonzen tronende Kasteel te veroveren, maar had geen succes. In 1801 werd Sargans het slachtoffer van een grote brand. Tot aan de tijd van de Zwitserse Republiek, d.w.z. tot aan 1798, diende het Kasteel als ambtswoning van de Landvoogden. In 1899 verkreeg de gemeente Sargans het gehele bezit voor rond de 80.000 Zwitserse Franken. Onverwijld werd begonnen met de dringend noodzakelijke restauratiewerkzaamheden. Tegenwoordig is er in het Kasteel een restaurant gevestigd en in middeleeuwse verdedigingstoren het Museum Sarganserland (plaatselijke geschiedenis en bodemvondsten uit de vroege geschiedenis). In de na 1811 gebouwde binnenstad tussen het Obertor en het Untertor staan het in classicistische stijl gebouwde Gallatihaus (thans Stadshuis), en het Broderhaus, een eenvoudige stadsvilla met bijbehorende boerderij, als ook de aan St. Oswald en Cassian gewijde Proosdijkerk die in het midden van de 9de eeuw voor het eerst werd genoemd en in 1709 werd herbouwd. Het onderste gedeelte wordt gevormd door een gotisch gebouw dat er eerder stond, het werd in 1892 verhoogd en in 1934 van een zadeldak voorzien. Binnen in de kerk ziet men plafondschilderingen uit 1710 en barokaltaars en een barokkansel gemaakt van zwart marmer.
(Schweizer Wanderwege)

Nadere informatie over deze etappe:

Zie ook de blogs over deze etappe en Sargans en omgeving: 20 juli 2017 en 22 juli 2017.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C3a: Sargans–Weisstannen

zwaarte:     II          wandeltijd:         4h30       afstand:   12,4 km          hoogteverschil: ↑ 727m   ↓ 230m

Langs Mels verlaat men Sargans in westelijke richting en loopt dan aan de rechterkant van het dal omhoog naar Weisstannen. Het traject Sargans–Weisstannen kan ook met de bus worden afgelegd.

De Kerk van Mels SG
en.wikipedia.org/wiki

Uitgebreide omschrijving van de route
Vanaf het station Sargans loopt men in westelijke richting tot aan het Hotel Zum Ritterhof en verder langs de spoorlijn tot aan de onderdoorgang van de spoorlijn en de snelweg. Daar slaat men links af naar het dorp Mels. De weg leidt over de Seez brug tot aan het dorpje St. Martin met het kasteeltje Nidberg. Men volgt een tijdje de verharde weg en slaat bij de grote bocht, vlakbij het begin van het bos, links af, de oude Vermolerweg in. Deze weg loopt veelal op een afstand van de verharde weg omhoog tot aan Hintervermol. Af en toe een blik achterom naar het Sarganserland en het Vorstendom Liechtenstein is altijd weer de moeite waard. De tocht gaat verder op dezelfde hoogte over alpenweiden, door bossen en langs meerdere stalgebouwen tot aan Mülli, waar men weer op de verharde weg naar het Weisstannen dal komt. Na ongeveer 200 meter laat men deze weg weer achter zich en gaat rechtsaf omhoog. Vanaf daar volgt men de gevarieerde hoogteweg naar Weisstannen.
(Glarner Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Mels: De gemeente Mels is met 140km² de grootste gemeente van het Kanton St. Gallen. Sinds de 14e eeuw tot 1966 werd uit de berg Gonzen op verschillende momenten in de geschiedenis ijzererts gedolven. Mels was destijds opslagplaats voor het erts; er stond al in 1412 een ijzersmederij. Het grote dorpsplein dat door mooie gebouwen wordt omzoomd diende van 1831 tot 1861 ook als “Landsgemeindeplatz”(1). De proosdijkerk St. Peter en Paul, gebouwd in 1727–1732, met een neobarok ombouw uit 1922–1923. De pastorie met een drie verdiepingen hoog gebouw met puntdak uit 1748. Het Klooster van de Kapucijnen, gebouwd in 1651 –1654. Het gemeentehuis, het voormalige Haus Good is in classicistische stijl gebouwd in 1842. De groep gebouwen Haus Lendi tot aan het David-Nagler Haus zijn gebouwen uit hout, kenmerkend voor de 17e eeuw.
Weisstannen: Het aardige bergdorpje Weisstannen is helemaal achter in het gelijknamige dal  gelegen. De dorp zou zijn naam, zo wil een sage, danken aan een machtige zilverspar die ooit stond op de plek waar nu de kleine in 1665 gebouwde kerkje voor Johannes de Doper staat. In officiële documenten wordt de plaats al in 1398 genoemd.
In 1772 werd het voormalige administratiegebouw voor het Alpendistrict van het Klooster Schanis gebouwd; het is het enige gebouw uit steen dat in het dal is blijven bestaan. De eerste verharde weg door het wild-romantische dal werd in 1874 aangelegd. Op het dorpsplein staan machtige lindebomen die meerdere eeuwen oud zijn
(Schweizer Wanderwege)

Nadere informatie over deze etappe:

(1) Een groot plein in een dorp of stad waar volksvergaderingen worden gehouden.

Zie ook de blogs over deze etappe en Weisstannen en omgeving: 22 juli 2017 en 17 september 2017.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C3b: Weisstannen–Elm

zwaarte:     II          wandeltijd:         7h40       afstand:   12,8 km          hoogteverschil: ↑ 1.287m   ↓ 1.297m

Op een langzaam stijgende weg bereikt men Alp Foo, van waaraf een steil stijgend naar de Foo Pas leidt. Na de pasovergang gaat men aan de rechterkant van de Raminerbach naar beneden naar het eindpunt van deze etappe, Elm.

De Glarner Overschuiving bij Elm GL gezien vanaf Segnesboden
en.wikipedia.org/wiki

Gedetailleerde beschrijving van de route
Vanaf Weisstannen loopt men over de smalle rijweg verder het dal in. Een bizar gevormd hooggebergte met diepe kloven en watervallen maakt veel goed voor de lengte van de route voordat men aan de eerste klim begint. Over de puinvelden van een naar beneden gekomen berghelling wentelt de weg zich linksom bocht na bocht over een met struiken begroeide helling omhoog, met mooie blikken achterom in het dal van de rivier Seez, en leidt uiteindelijk het woeste ravijn van de Foo beek in. Daarachter komt men over de rechts in de bergwand aangelegde en gezekerde weg naar de Alp Foo.
Zachtglooiende groene berghellingen leiden vervolgens naar de schaapsweiden van het Heiteli. Duidelijk te zien is de strook in het gesteente van de Foostock, een zichtbaar teken van de Glarner-overschuiving(1). Over een licht stijgend terrein loopt men omhoog naar de Foo Pas. De manier waarop met de laatste meters de Glarner Alpen plotseling aan de andere kant van de horizon opduiken hoort tot de meest bijzondere momenten van deze etappe. Indrukwekkend beheersen de bergen Vorab, Hausstock en Kärpf het panorama.
Daarna daalt men steil af naar de kant van Elm, maar dankzij de goed aangelegde weg gaat dit niet ten koste van de knieën. Bij de Raminer Matt begint een landweggetje dat over meerdere houten bruggen naar het dal loopt. Imposante watervallen en lichte esdoornbossen maken dit deel van de route interessant. Vanaf Stäfellegg kan men een verkorte route volgen via een pad over trappen en weilanden naar het kabelbaanstation Niderenalp. Langs de zagerij komt men uiteindelijk Elm binnen.
(Glarner Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Elm: Het fraaie dorp Elm ligt in de brede kom achterin het Sernf dal, te midden van grazig-groene weiden en omringd door mooie esdoorn- en sparrenbossen. Het dorp dankt zijn tegen wind beschutte ligging aan de steil oprijzende toppen van de Piz Sardona, de Vorab, de Hausstock en de Kärpf. De kerk is laatgotisch, gebouwd in de 15e eeuw. Op het uit 1615 stammende kansel, voorzien van houtsnijwerk is een plaquette aangebracht ter herinnering aan de 114 mensen die bij de bergverschuiving van 11 september 1881 om het leven zijn gekomen. De fraaie en goed onderhouden dorpskern is met de volgende gebouwen opgenomen in de Zwitserse Lijst van Beschermde Dorpsgezichten: het “Grosshaus”, gebouwd in 1585/86 en opgetrokken in hout, gebouwd op een gemetselde sokkel, behoorde aan het einde van de 16e eeuw toe aan de Landvoogd en “Bannerherr”(2) Hans Eimer, het “Zentnerhaus”, eenvoudiger gebouwd, maar door zijn omvang des te indrukwekkender, het “Suworowhaus”, dat vermoedelijk in 1671 is gebouwd door “Landammann”(3) J.C. Eimer. In dit huis woonde ook de laatste Landvoogd van Glarus, J.H. Freitag (1798). Begin oktober 1799 diende dit huis Generaal Suworow(4) als kwartier voor zijn tocht over de Panixer Pas.
Minerale bronnen: In het begin van de 20e eeuw ontwikkelde Elm zich tot een luchtkuuroord met een minerale bron en een Kurhaus. Sinds 1927 wordt daar het mineraalwater “Elmer Citro” gebotteld.
(Schweizer Wanderwege)

Nadere informatie over deze etappe:

(1) Deze “Glarner-overschuiving” is een geologisch fenomeen, waarbij oudere gesteentelagen over jongere gesteentelagen zijn geschoven onder invloed van de tektonische krachten in de aardbodem die zijn vrijgekomen bij het tegen elkaar stoten van de Afrikaanse en Europese aardplaten . Dergelijke fenomenen komen overal ter wereld voor, maar in dit deel van Zwitserland is dit duidelijk aan de oppervlakte te zien. Zie verder Wikipedia (Nederlands, Duits of Engels). Zie ook de website van het UNESCO Werelderfgoed Sardona voor nog meer informatie in het Duits of in het Engels.

(2) Een “Bannerherr” is het hoofd van administratie van een stad in een district, in Nederland ook wel Baanderheer genoemd.

(3) Een “Landammann” is de president van de kantonnale regering van sommige Zwitserse kantons.

(4) Generaal Alexander Wassiljewitsch Suworow was een belangrijke Russische legerbevelhebber (1730–1800), die als een van de grootste strategen van de moderne tijd wordt beschouwd. Tijdens de zgn. Tweede Coalitie-oorlog (1798-1801) voerde hij het bevel over de Oostenrijks-Russische strijdkrachten die samen met Groot-Brittannië tegen het Frankrijk van Napoleon vochten. Hij veroverde de Gotthard Pas op de Fransen, maar moest vervolgens zijn troepen dwars door de inmiddels met sneeuw bedekte Centrale en Bündner Alpen (o.a. de Panixer Pas) leiden om Oostenrijk weer te bereiken. Hoewel de uitgehongerde Russische troepen het Zwitserse platteland hebben geplunderd, zijn de Zwitsers nog steeds vol lof over Generaal Suworow. Hij heeft door zijn handelen bijgedragen aan het einde van de door de Fransen ingestelde vazalstaat, de Helvetische Republiek. Daarom zijn er op vele plaatsen in Zwitserland waar hij is geweest, plaquettes en monumenten te zijner ere te vinden – zo ook in Elm. Zie voor meer informatie over Generaal Suworow en zijn strategieën Wikipedia: in het Nederlands (leven), in het Duits (leven en Tweede Coalitie-oorlog) en in het Engels (leven, Tweede Coalitie-oorlog en Zwitserse expeditie).

Zie over Elm en omgeving ook de blogs van 18 september 2017 en 20 september 2017.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C4: Elm–Linthal

zwaarte:     II          wandeltijd:         9h30       afstand:   22,3 km          hoogteverschil: ↑ 1.456m   ↓ 1.789m

Vanaf Elm gaat het bergpad in westelijke richting tot aan Hängstboden steil omhoog. Van hieruit loopt men zonder hoogteverschil naar Erbs. Het bergpad gaat langs de Wichlenmatt naar de Richetlipass. Na een korte en steile afdaling naar het Durnach dal gaat de tocht verder op de rechterzijde van het dal naar Linthal, het eindpunt van deze etappe.

Linthal GL met de Biferten gletsjer aan het begin van het dal
en.wikipedia.org/wiki

Gedetailleerde beschrijving van de route
De overgang vanuit het Sernf dal over de Richteli Pas naar het Gross dal tussen het Kärpf Massief en de Hausstock belooft fascinerende indrukken van het hooggebergte. De wandeling begint bij het busstation van Elm. Om te beginnen loopt men door het “Dörfli”, zoals de inwoners van Elm hun kleine, uit oude houten huizen bestaande dorpskern noemen. Bij de wegwijzer naast de kerk gaat de route rechtsaf en klimt na het oversteken van de Kantonnale weg voortdurend door koele bossen, steile bergweiden en steeds wisselende landschappen omhoog tot aan Ämpächli. Dit deel van de route kan men ook met de zweefbaan afleggen. Vanaf Ämpächli gaat een bosweg langs de nationaal beschermde alpennederzetting Hängstboden over grashellingen met vele bloemen tot aan de Skihut in Obererbs. De weg verloopt eerst verder over vochtige koeienpaden door schrale alpenweiden, steekt een klaterende bergbeek over en stijgt dan vanuit de achterste hoek van de Chüetel over goed aangelegde bochten naar de berggraat van de Erbser Stock met mooie vergezichten. Te midden van een veelzijdige alpenflora begint de afdaling over de moerassige vlakte van de Wichlenmatt. Vanaf de Matt Hut volgen de markeringen de Matt beek in de richting van de Richetli Pas, die men uiteindelijk over graspaden bereikt. Ook aan de andere kant van de pashoogte is het terrein bergachtig. Schapenpaden leiden over een steile berghelling naar beneden naar het Schäferhüttli, zij steken aan de rechterkant de Werbenrus over en lopen over een scherpe bergrug in de richting van het dal. Bij het verlaten van de bergrug heeft men steun aan een ketting als men over een steile rotspartij gaat, voordat men bij het waterreservoir in het achterste gedeelte van het Durnach dal aankomt. Boven het einde van het dal rijst de imposante Hausstock op. Het volgende deel van het traject gaat over een werkpad, voordat bij Stalden de weg linksaf langs de beek naar de Solsteg leidt. Vanaf daar is het niet ver meer door het benedendorp tot aan de oude zwavelbron van het voormalige Bad Stachelberg(1) en tot aan het treinstation van Linthal.
(Glarner Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Linthal: Het in het achterste keteldal van het Glarnerland, aan de voet van de Ortstock en van de Chilchenstock gelegen Linthal bestaat uit drie dorpen, namelijk: Ennetlinth aan de linker dalzijde, Linthal Matt op de puinhelling van de Durnagel en Linthal Dorf met de bijbehorende boerderijen in Auen, aan de voet van de Chilchenstock. Het einde van het dal wordt gevormd door de overweldigende, met ijsbedekte drieduizenders de Hausstock, de Selbsanft, de Bifertenstock, de Tödi en de Clariden. Zijn opbloei dankt de plaats niet alleen aan zijn schilderachtige ligging, maar ook aan de industrie. Al in 1836 startte H. Kunz hier een bedrijf voor het spinnen, verven en bleken van katoen. In 1853 volgde de wol- en kamgarenspinnerij van C. en F. Becker, tussen 1901 en 1998 de firma Bebié. Verder bracht de aanleg van de grote energiecentrale “Linth–Limmern” aanvullende en welkome verdiensten voor het dorp. Het in 1830 door raadsheer G. Legier, in de buurt van het dalstation van de Braunwaldbahn gebouwde zwavelbad Stachelberg(1) was ook van betekenis voor het dorp. Het toenmalige gastenboek bevat vele namen van prominente persoonlijkheden, zoals bijvoorbeeld Napoleon III(2), Veldmaarschalk Moltke(3), Generaal Dufour(4) en Graaf von Zeppelin(5). In 1915 werd het bedrijf vanwege te weinig klandizie gesloten.
De Chilchenstock heeft, zelfs meerdere malen, de dorpsbewoners reden tot bezorgdheid gegeven. Bijzonder kritiek werd de situatie in de late herfst van het jaar 1930. De destijds van de berg afglijdende rotsmassa’s kwamen echter gelukkig tot stilstand. Wegens bouwvalligheid werd in 1905/06 de oude katholieke kerk aan de voet van de Chilchenstock opgegeven en werd als vervanging een nieuwe kerk in de Matt gebouwd. Hoogwater vanuit de rivier de Linth had in de 18e eeuw de oude gereformeerde kerk in Ennetlinth dermate beschadigd, dat ook zij opgegeven moest worden en door een nieuwe kerk in het dorp vervangen moest worden.
Kandidatuur Unesco-Wereldnatuurerfgoed: In 2002 werden voorbereidingen getroffen om het grensgebied van de kantons St. Gallen, Glarus en Graubünden te laten opnemen in de lijst van UNESCO Werelderfgoed. De kernelementen hiervoor worden gevormd door de goede herkenbaarheid en zichtbaarheid van de overschuivingsvlakken in het landschap, de fraaie ontwikkeling van de geologische structuren alsmede de enorm grote betekenis voor het onderzoek naar het ontstaan van gebergten. Naast de Glarner-overschuiving heeft het gebied van het UNESCO-werelderfgoed vele andere bijzonderheden te bieden: ongerepte landschappen, een uitbundige alpiene flora en fauna, de oudste opnieuw uitgezette steenbokkenpopulatie van Zwitserland, hoogveengebieden en overstromingsvlakten van nationale betekenis en een ongewoon hoge concentratie van geotopen (dit zijn getuigen van de aardkunde die bescherming verdienen), zoals de Lochsite, de Tschingelhörner met het Martinsloch, de kopermijn op de Mürtschenalp, de door de gletsjers uit de IJstijd gevormde landschappen achterin het Murgtal of de vlakten van Segnas.
(Schweizer Wanderwege)

Nadere informatie over deze etappe:

(1) Bad Stachelberg was gevestigd bij een bron met zwavelhoudend water tussen Linthal en Braunwald, dat al sinds 1768 gebruikt wordt en waarvan de geneeskrachtige werking nog steeds wordt onderkend (o.a. goed voor het beendergestel, huid, haar en nagels). Zie verder de website van het UNESCO Werelderfgoed Sardona.

(2) Napoleon III, voluit Karel Lodewijk Napoleon Bonaparte (1808 – 1873), was president van Frankrijk van 1848 tot 1852, en als Napoleon III keizer van Frankrijk van 1852 tot 1870. Lodewijk Napoleon, zoals hij ook werd genoemd, was een neef (oomzegger) van Napoleon I. Zie voor meer informatie Wikipedia: in het Nederlands, het Duits en het Engels (uitgebreid).

(3) Veldmaarschalk Moltke, Helmuth Karl Bernhard (sinds 1870 Graf) von Moltke (1800 – 1891), was een Duitse generaal-veldmaarschalk en dertig jaar lang de stafchef van het Pruisische leger. Hij wordt algemeen gezien als een van de grootste strategen van de tweede helft van de 19e eeuw. Hij heeft een nieuwere, modernere methode ontwikkeld om legers in het veld aan te sturen. Zie voor meer informatie Wikipedia: in het Nederlands, het Duits en het Engels.

(4) Generaal Dufour, Guillaume-Henri Dufour (1787 – 1875), was een Zwitsers generaal en topograaf. Hij diende onder Napoleon I en leidde het Zwitserse leger naar de overwinning in de oorlog tegen de Sonderbund (een godsdienstburgeroorlog tussen de katholieke en protestante kantons in 1848). Hij was voorzitter van de Eerste Conventie van Genève waaruit het Internationale Rode Kruis is ontstaan. Zie voor meer informatie Wikipedia: in het Nederlands, het Duits en het Engels.

(5) Graaf von Zeppelin, Ferdinand Adolf Heinrich August Graf von Zeppelin (1838 – 1917), was een Duits uitvinder en luchtvaartpionier. Zie voor meer informatie Wikipedia in het Nederlands, het Duits en het Engels.

Zie over (een deel van) deze Etappe ook het blog van 19 september 2017.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C5: Linthal–Urnerboden

zwaarte:      I          wandeltijd:         5h50       afstand:   14,4 km          hoogteverschil: ↑ 970m   ↓ 250m

Men gaat ofwel te voet steil omhoog vanuit Linthal naar het autovrije kuuroord Braunwald ofwel men neemt daarvoor de tandradbaan. Vanaf hier gaat de alpenweg zonder hoogteverschil langs Nüssbüel naar Stafel. Zodra men de Klausen-Passstrasse is overgestoken, volgt men de Fätschbach langs Argseeli tot aan het eindpunt van deze etappe, Urnerboden.

Zicht op Urnerboden UR
de.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C6: Urnerboden–Altdorf

zwaarte:      I          wandeltijd:         9h30       afstand:   27,8 km          hoogteverschil: ↑ 783m   ↓ 1.707m

In westelijke richting verlaat men Urnerboden en loopt over de oude Passweg omhoog naar de Klausenpass. Vanaf de pashoogte neemt men de hooggelegen weg, langs Heidmanegg tot aan Mettenen. Een korte en steile afdaling leidt naar Spiringen, van waar de weg vanuit het Schächental, langs Bürglen, naar het eindpunt van deze etappe, Altdorf, loopt. Hier staat het monument voor Wilhelm Tell.

Het Wilhelm Tell Monument in Altdorf UR rond 1900
commons.wikimedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C7: Altdorf–Engelberg

zwaarte:      II         wandeltijd:         10h20       afstand:   25,9 km          hoogteverschil: ↑ 1.812m   ↓1.260m

Men verlaat Altdorf door de Reussvlakte in de richting van Attinghausen en gaat dan steil omhoog naar Brüsti of men neemt de gondelbaan. Het pad over de bergkam leidt rechtstreeks naar de Surenenpass. Van hieruit daalt de route langs de Blackenalp langzaam af in het dal. Langs de rechteroever van de Engelberger Aa bereikt men het eindpunt van deze etappe, Engelberg, met zijn beroemde Benediktiner-Kloster.

Zicht op Engelberg OW met het klooster
de.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C8: Engelberg–Meiringen

zwaarte:      II          wandeltijd:        12h23       afstand:   29 km          hoogteverschil: ↑ 1.704m   ↓ 2.107m

Met een steile klim naar de Gerschnialp verlaat men Engelberg in zuidelijke richting. Het bergpad loopt langs de Trüebsee naar de Jochpass. Tot hier kan men ook de kabelbaan nemen. Vanaf de pashoogte daalt men af naar Engstlenalp. Na een korte klim komt men bij de Tannalp, waar een kaasboerderij, een hotel en een bergmeer uitnodigen tot een rustpauze. Vanaf hier leidt de weg over een bergkam met een schitterend uitzicht op de Berner Alpen naar de Balmeregghorn en verder naar Planplatten. Hier kan men in plaats van de lange afdaling naar Meiringen te maken ook de kabelbanen nemen.

Het standbeeld voor detective Sherlock Holmes voor de Engelse Kerk in Meiringen BE
de.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C9: Meiringen–Grindelwald

zwaarte:      I          wandeltijd:         7h50       afstand:   22 km          hoogteverschil: ↑ 1.377m   ↓ 938m

Meiringen verlaat men in de richting van de Reichenbach watervallen, die door Sherlock Holmes wereldberoemd zijn geworden. Via Rosenlaui klimt men naar de Grosse Scheidegg. De gemakkelijke afdeling langs de voet van de Wetterhorn leidt naar Grindelwald, het eindpunt van deze etappe. Op bijna ieder punt van deze etappe kan men de bus van Meiringen naar Grindelwald nemen.

Zicht op het dal van Grindelwald BE met de Eiger
de.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C10: Grindelwald–Lauterbrunnen

zwaarte:      I          wandeltijd:         6h50       afstand:   17,8 km          hoogteverschil: ↑ 1.103m   ↓ 1.328m

Langs het tracé van de Kleine Scheidegg-Bahn verlaat men Grindelwald en loopt meteen onder de Eigernordwand omhoog naar de Kleine Scheidegg, Vanaf de pashoogte daalt men langzaam af langs de Wengeralp naar Wengen. Met een korte, maar steile afdaling of met de tandradbaan bereikt men het eindpunt van deze etappe, Lauterbrunnen.

Zicht op de Kleine Scheidegg met de Eiger, Mönch en Jungfrau
en.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C11: Lauterbrunnen–Griesalp

zwaarte:      II          wandeltijd:         9h00       afstand:   19,6 km          hoogteverschil: ↑ 1.829m   ↓ 1.206m

Men verlaat Lauterbrunnen in zuidelijke richting en klimt langs rotswanden en de Staubbach watervallen naar Mürren. Wie wil, kan ook de tandradbaan naar Mürren nemen. Langzaam stijgend komt men op de Alp Poganggen en later de Sefinenfurgga, van waaruit men voor de eerste keer de Blüemlisalp kan zien. Langs Dürreberg gaat het naar beneden naar het eindpunt van deze etappe, Griesalp.

De Staubbach waterval bij Lauterbrunnen BE
en.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C12: Griesalp–Kandersteg

zwaarte:      II          wandeltijd:         7h10       afstand:   14,5 km          hoogteverschil: ↑ 1.333m   ↓ 1.582m

In zuidelijke richting verlaat men Griesalp en klimt langs de Bundalp naar Hohtürli, het hoogste punt op de Via Alpina in Zwitserland. Onderaan de gletsjer van de Blüemlisalp gaat de weg naar beneden naar de Öschinensee. De Öschinenbach die hieruit vloeit volgend, komt men in Kandersteg aan, het eindpunt van deze etappe.

De Blüemlisalp gletsjer
de.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C13: Kandersteg–Adelboden

zwaarte:      II          wandeltijd:         7h10       afstand:   15,6 km          hoogteverschil: ↑1.244m   ↓1.079m

Langs de spoorlijn verlaat men in zuidelijke richting Kandersteg en loopt omhoog langs de Alpbach naar Usser Üschine. Vanaf hier gaat het bergpad steil omhoog naar de Bunder Chrinde. Door de bergkloof achter de pashoogte is het een steile afdaling naar de Bunderalp, van waaruit de tocht verder gaat naar het eindpunt van deze etappe, Adelboden.

Zicht op Kandersteg BE met het dal
en.wikipedia.org/wiki

Etappe C13 is gelijk aan Etappe R100 van de Rode Route.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C14: Adelboden–Lenk

zwaarte:      II         wandeltijd:         4h30       afstand:   13,2km          hoogteverschil: ↑629m   ↓ 906m

Men verlaat Adelboden in zuidwestelijke richting, eerst langs de Allebach en dan langs de Gilsbach. Om de klim van Geilsbüel tot aan de Hahnenmoospass te maken moet men een kort stuk langs de autoweg lopen. Vanaf de pashoogte gaat de tocht langzaam naar beneden naar Büelberg en vervolgens naar het eindpunt van deze etappe, Lenk.

Zicht vanuit Lenk op de bergen
de.wikipedia.org/wiki

Lenk is tevens het eindpunt van de Groene Route. Etappe C14 is gelijk aan de Etappe R101 van de Rode Route.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒