De cursiefgedrukte tekst is de vertaling van de tekst zoals deze op de website van de Via Alpina staat. De foto’s met de onderschriften zijn echter mijn keuze.

Verklaring van de tekens*) bij de zwaarte van de etappe:
  I        Wandelweg (breed zonder open stukken)
 II        Bergweg (deels smal en onbeschermd)
III       Alpiene weg (met kabels gezekerd of bijzonder onbeschermd liggend, grof mengsel van sneeuw en ijs, zeer grof bergpuin)

*) In de website van de Via Alpina zijn de tekens  één, twee of drie “bergschoenen” – deze zijn hier vervangen door Romeinse cijfers.

NB: Als men ervoor kiest om de etappes van de Groene Route in omgekeerde richting af te leggen en hiervoor de gegevens over de etappes op de website van de Via Alpina wil raadplegen, moet men weten dat de korte beschrijvingen wel kloppen, maar dat de “Uitgebreide beschrijving van de route” en het “Natuurlijk en cultureel erfgoed” niet veranderen: deze blijven dezelfde als voor de heenweg! Volledigheidshalve zijn de oorspronkelijke teksten toch toegevoegd.

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C14: Lenk–Adelboden

zwaarte:      II          wandeltijd:         4h50       afstand:   13,2 km          hoogteverschil: ↑ 906m   ↓ 629m

Men verlaat Lenk in oostelijke richting en klimt naar de Büelberg. Van hieraf gaat het verder bergop tot aan de Hahnenmoospas. Na de pasovergang loopt men gedurende korte tijd langs de autoweg en buigt dan naar links af. Men volgt de Gilsbach en later de Allebach tot aan het eindpunt van deze Etappe in Adelboden.

 

Zicht vanuit Lenk op de bergen
de.wikipedia.org/wiki

 

Etappe C14 van de Groene Route is gelijk aan Etappe R101 van de Rode Route.

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C13: Adelboden–Kandersteg

zwaarte:      II          wandeltijd:         7h00       afstand:   15,6 km          hoogteverschil: ↑ 1.079m   ↓ 1.244m

Men verlaat Adelboden in oostelijke richting en klimt langs de Bunderalp, steil naar de Bunder Chrinde Pas omhoog. Vanaf de pasovergang leidt het bergpad door de bergkloof steil naar beneden naar Usser Üschine. Vanaf hier loopt men langs de rechteroever van de  Alpbach tot men aan de spoorlijn komt, die naar het eindpunt van deze Etappe, Kandersteg, leidt.

 

Zicht op Kandersteg BE met het dal
en.wikipedia.org/wiki

 

Etappe C13 is gelijk aan Etappe R100 van de Rode Route.

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C12: Kandersteg–Griesalp

zwaarte:      II          wandeltijd:         7h30       afstand:   14,5 km          hoogteverschil: ↑ 1.582m   ↓ 1.333m

Men verlaat Kandersteg langs de Öschinenbach in oostelijke richting en loopt omhoog naar de Öschinensee. Onderaan de gletsjer van de Blüemlisalp gaat de weg steil omhoog naar de Hohtürli, het hoogste punt van de Via Alpina in Zwitserland. Vanaf hier daalt het bergpad steil af naar de Bundalp en verder door het bos naar het eindpunt van de Etappe, Griesalp.

 

De Blüemlisalp gletsjer
de.wikipedia.org/wiki

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C11: Griesalp–Lauterbrunnen

zwaarte:      II          wandeltijd:         8h20       afstand:   1964 km          hoogteverschil: ↑1.206m   ↓ 1.820m

Men verlaat Griesalp langs de Dürreberg in zuidoostelijke richting en klimt dan steil naar Sefinenfurgga. Na het passeren van de pas gaat de weg langzaam bergop naar Alp Poganggen, van waaruit het niet ver meer is naar Mürren. Vanaf hier daalt men steil af langs rotswanden en de Staubbach watervallen naar het eindpunt van deze etappe, Lauterbrunnen. Wie dat wil, kan daartoe ook de tandradbaan nemen.

 

De Staubbach waterval bij Lauterbrunnen BE
en.wikipedia.org/wiki

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C10: Lauterbrunnen–Grindelwald

zwaarte:      I          wandeltijd:         7h00       afstand:   17,8 km          hoogteverschil: ↑ 1.328m   ↓ 1.103m

Via de bergweg naar Wengen verlaat men Lauterbrunnen in oostelijke richting of men neemt hiertoe de bergbaan. Het tracé van de Kleine Scheidegg-Bahn volgend loopt men langs de Wengernalp naar de Kleine Scheidegg. Vanaf hier leidt de bergweg direct onder de voet van de Eigernordwand langs naar beneden naar het eindpunt van de etappe, Grindelwald.

 

Zicht op de Kleine Scheidegg met de Eiger, Mönch en Jungfrau
en.wikipedia.org/wiki

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C9: Grindelwald–Meiringen

zwaarte:      I          wandeltijd:         7h30       afstand:   22 km          hoogteverschil: ↑ 938m   ↓ 1.377m

Men verlaat Grindelwald in noordoostelijke richting en klimt naar de Grosse Scheidegg. De wandelroute leidt naar Rosenlaui en verder naar de Reichenbach watervallen, die door Sherlock Holmes wereldberoemd zijn geworden. Na een korte, steile afdaling bereikt men het eindpunt van deze etappe, Meiringen. In bijna alle plaatsen op deze etappe kan men de bus van Grindelwald-Meiringen nemen.

 

Zicht op het dal van Grindelwald BE met de Eiger
de.wikipedia.org/wiki

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C8: Meiringen–Engelberg

zwaarte:      II          wandeltijd:         12h37        afstand:   29 km          hoogteverschil: ↑ 2.107m   ↓ 1.704m

Vermoeide wandelaars kunnen de lange klim van Meiringen naar Planplatten geheel of gedeeltelijk met kabelbanen afleggen. Vanaf Planplatten gaat de tocht over een bergkam naar de Balmeregghorn en verder naar de Tannalp en de Engstlenalp, waar een kaasboerderij, een hotel en een bergmeer uitnodigen tot een rustpauze. Vanaf hier leidt de bergweg naar de Jochpas, van waaruit de klim naar de Trüebsee en de Gerschnialp begin. De laatste afdaling naar het eindpunt van deze etappe, Engelberg, is kort, maar steil. Wie dat wil, kan hiertoe ook de berg- en kabelbanen gebruiken.

 

Het standbeeld voor detective Sherlock Holmes voor de Engelse Kerk in Meiringen BE
de.wikipedia.org/wiki

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C7: Engelberg–Altdorf

zwaarte:      II          wandeltijd:         9h50       afstand:   25,9 km          hoogteverschil: ↑ 1.260m   ↓ 1.812m

Men verlaat Engelberg langs het Benediktiner-Kloster in oostelijke richting en loopt aan de linkeroever van de Engelberger Aa het dal omhoog. Op de Blackenalp klimt men dan naar de Surenenpas. De weg over de bergkam leidt rechtstreeks naar Brüsti, vanaf waar men steil naar Attinghausen afdaalt of daartoe de gondelbaan neemt. Men steekt de Reussvlakte over en bereikt het eindpunt van deze etappe, Altdorf. Hier staat het monument voor Wilhelm Tell.

 

Zicht op Engelberg OW met het klooster
de.wikipedia.org/wiki

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C6: Altdorf–Urnerboden

zwaarte:      I          wandeltijd:         10h20       afstand:   27,8 km          hoogteverschil: ↑ 1.707m   ↓ 783m

Via Bürglen verlaat men Altdorf in zuidoostelijke richting en loopt het Schächendal in. In Spiringen aangekomen, begint men aan de steile klim naar Mettenen. Vanaf hier gaat het over de hoogteweg langs de Heidmanegg naar de Klausenpas, van waaraf de oude pasweg naar het eindpunt van deze etappe leidt, Urnerboden.

 

Het Wilhelm Tell Monument in Altdorf UR rond 1900
commons.wikimedia.org/wiki

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C5: Urnerboden–Linthal

zwaarte:      I          wandeltijd:         5h00       afstand:   14,4 km          hoogteverschil: ↑ 250m   ↓ 970m

Urnerboden verlaat men in oostelijke richting en loopt langs de Fätschbeek, over Argseeli tot aan Stafel. Hier steekt men de Klausen-Passstrasse over. De weg gaat zonder hoogteverschil langs Nussbüel naar Braunwald, een autovrij kuuroord. Vanaf hier kan men langs het bergpad steil naar beneden naar het eindpunt van deze etappe, Linthal, lopen of men neemt de tandradbaan.

 

Zicht op Urnerboden UR
de.wikipedia.org/wiki

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C4: Linthal–Elm

zwaarte:      II          wandeltijd:         9h50       afstand:   22,3 km          hoogteverschil: ↑ 1.789m   ↓ 1.456m

Men verlaat Linthal in oostelijke richting door het Durnachtal aan de linkerzijde van het dal en klimt dan steil naar de Richetlipas. Na de pasovergang loopt het bergpad langs de Wichlenmatt naar beneden naar Erbs, van waaruit men zonder hoogteverschil bij de Hängstboden uitkomt. Vanaf hier gaat men steil naar beneden naar het eindpunt van deze etappe, Elm.

 

Linthal GL met de Biferten gletsjer aan het begin van het dal
en.wikipedia.org/wiki

 

Gedetailleerde beschrijving van de route
De overgang vanuit het Sernf dal over de Richteli Pas naar het Gross dal tussen het Kärpf Massief en de Hausstock belooft fascinerende indrukken van het hooggebergte. De wandeling begint bij het busstation van Elm. Om te beginnen loopt men door het “Dörfli”, zoals de inwoners van Elm hun kleine, uit oude houten huizen bestaande dorpskern noemen. Bij de wegwijzer naast de kerk gaat de route rechtsaf en klimt na het oversteken van de Kantonnale weg voortdurend door koele bossen, steile bergweiden en steeds wisselende landschappen omhoog tot aan Ämpächli. Dit deel van de route kan men ook met de zweefbaan afleggen. Vanaf Ämpächli gaat een bosweg langs de nationaal beschermde alpennederzetting Hängstboden over grashellingen met vele bloemen tot aan de Skihut in Obererbs. De weg verloopt eerst verder over vochtige koeienpaden door schrale alpenweiden, steekt een klaterende bergbeek over en stijgt dan vanuit de achterste hoek van de Chüetel over goed aangelegde bochten naar de berggraat van de Erbser Stock met mooie vergezichten. Te midden van een veelzijdige alpenflora begint de afdaling over de moerassige vlakte van de Wichlenmatt. Vanaf de Matt Hut volgen de markeringen de Matt beek in de richting van de Richetli Pas, die men uiteindelijk over graspaden bereikt. Ook aan de andere kant van de pashoogte is het terrein bergachtig. Schapenpaden leiden over een steile berghelling naar beneden naar het Schäferhüttli, zij steken aan de rechterkant de Werbenrus over en lopen over een scherpe bergrug in de richting van het dal. Bij het verlaten van de bergrug heeft men steun aan een ketting als men over een steile rotspartij gaat, voordat men bij het waterreservoir in het achterste gedeelte van het Durnach dal aankomt. Boven het einde van het dal rijst de imposante Hausstock op. Het volgende deel van het traject gaat over een werkpad, voordat bij Stalden de weg linksaf langs de beek naar de Solsteg leidt. Vanaf daar is het niet ver meer door het benedendorp tot aan de oude zwavelbron van het voormalige Bad Stachelberg(1) en tot aan het treinstation van Linthal.
(Glarner Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Linthal: Het in het achterste keteldal van het Glarnerland, aan de voet van de Ortstock en van de Chilchenstock gelegen Linthal bestaat uit drie dorpen, namelijk: Ennetlinth aan de linker dalzijde, Linthal Matt op de puinhelling van de Durnagel en Linthal Dorf met de bijbehorende boerderijen in Auen, aan de voet van de Chilchenstock. Het einde van het dal wordt gevormd door de overweldigende, met ijsbedekte drieduizenders de Hausstock, de Selbsanft, de Bifertenstock, de Tödi en de Clariden. Zijn opbloei dankt de plaats niet alleen aan zijn schilderachtige ligging, maar ook aan de industrie. Al in 1836 startte H. Kunz hier een bedrijf voor het spinnen, verven en bleken van katoen. In 1853 volgde de wol- en kamgarenspinnerij van C. en F. Becker, tussen 1901 en 1998 de firma Bebié. Verder bracht de aanleg van de grote energiecentrale “Linth–Limmern” aanvullende en welkome verdiensten voor het dorp. Het in 1830 door raadsheer G. Legier, in de buurt van het dalstation van de Braunwaldbahn gebouwde zwavelbad Stachelberg (1) was ook van betekenis voor het dorp. Het toenmalige gastenboek bevat vele namen van prominente persoonlijkheden, zoals bijvoorbeeld Napoleon III (2), Veldmaarschalk Moltke (3), Generaal Dufour (4) en Graaf von Zeppelin (5). In 1915 werd het bedrijf vanwege te weinig klandizie gesloten.
De Chilchenstock heeft, zelfs meerdere malen, de dorpsbewoners reden tot bezorgdheid gegeven. Bijzonder kritiek werd de situatie in de late herfst van het jaar 1930. De destijds van de berg afglijdende rotsmassa’s kwamen echter gelukkig tot stilstand. Wegens bouwvalligheid werd in 1905/06 de oude katholieke kerk aan de voet van de Chilchenstock opgegeven en werd als vervanging een nieuwe kerk in de Matt gebouwd. Hoogwater vanuit de rivier de Linth had in de 18e eeuw de oude gereformeerde kerk in Ennetlinth dermate beschadigd, dat ook zij opgegeven moest worden en door een nieuwe kerk in het dorp vervangen moest worden.
Kandidatuur Unesco-Wereldnatuurerfgoed: In 2002 werden voorbereidingen getroffen om het grensgebied van de kantons St. Gallen, Glarus en Graubünden te laten opnemen in de lijst van UNESCO Werelderfgoed. De kernelementen hiervoor worden gevormd door de goede herkenbaarheid en zichtbaarheid van de overschuivingsvlakken in het landschap, de fraaie ontwikkeling van de geologische structuren alsmede de enorm grote betekenis voor het onderzoek naar het ontstaan van gebergten. Naast de Glarner-overschuiving heeft het gebied van het UNESCO-werelderfgoed vele andere bijzonderheden te bieden: ongerepte landschappen, een uitbundige alpiene flora en fauna, de oudste opnieuw uitgezette steenbokkenpopulatie van Zwitserland, hoogveengebieden en overstromingsvlakten van nationale betekenis en een ongewoon hoge concentratie van geotopen (dit zijn getuigen van de aardkunde die bescherming verdienen), zoals de Lochsite, de Tschingelhörner met het Martinsloch, de kopermijn op de Mürtschenalp, de door de gletsjers uit de IJstijd gevormde landschappen achterin het Murgtal of de vlakten van Segnas.
(Schweizer Wanderwege)

 

Nadere informatie over deze etappe:

(1) Bad Stachelberg was gevestigd bij een bron met zwavelhoudend water tussen Linthal en Braunwald, dat al sinds 1768 gebruikt wordt en waarvan de geneeskrachtige werking nog steeds wordt onderkend (o.a. goed voor het beendergestel, huid, haar en nagels). Zie verder de website van het Geopark Sardona.

(2) Napoleon III, voluit Karel Lodewijk Napoleon Bonaparte (1808 – 1873), was president van Frankrijk van 1848 tot 1852, en als Napoleon III keizer van Frankrijk van 1852 tot 1870. Lodewijk Napoleon, zoals hij ook werd genoemd, was een neef (oomzegger) van Napoleon I. Zie voor meer informatie Wikipedia: in het Nederlands, het Duits en het Engels (uitgebreid).

(3) Veldmaarschalk Moltke, Helmuth Karl Bernhard (sinds 1870 Graf) von Moltke (1800 – 1891), was een Duitse generaal-veldmaarschalk en dertig jaar lang de stafchef van het Pruisische leger. Hij wordt algemeen gezien als een van de grootste strategen van de tweede helft van de 19e eeuw. Hij heeft een nieuwere, modernere methode ontwikkeld om legers in het veld aan te sturen. Zie voor meer informatie Wikipedia: in het Nederlands, het Duits en het Engels.

(4) Generaal Dufour, Guillaume-Henri Dufour (1787 – 1875), was een Zwitsers generaal en topograaf. Hij diende onder Napoleon I en leidde het Zwitserse leger naar de overwinning in de oorlog tegen de Sonderbund (een godsdienstburgeroorlog tussen de katholieke en protestante kantons in 1848). Hij was voorzitter van de Eerste Conventie van Genève waaruit het Internationale Rode Kruis is ontstaan. Zie voor meer informatie Wikipedia: in het Nederlands, het Duits en het Engels.

(5) Graaf von Zeppelin, Ferdinand Adolf Heinrich August Graf von Zeppelin (1838 – 1917), was een Duits uitvinder en luchtvaartpionier. Zie voor meer informatie Wikipedia in het Nederlands, het Duits en het Engels.

 

Zie over (een deel van) deze Etappe (van Elm naar Obererbs) ook het blog van 19 september 2017 en over Elm en omgeving de blogs van 18 september 2017 en 20 september 2017.

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C3b: Elm–Weisstannen

zwaarte:      II          wandeltijd:        7h40       afstand:   12,8 km          hoogteverschil: ↑ 1.297m   ↓ 1.287m

Men verlaat Elm in oostelijke richting aan de linkerkant van de Raminerbach en klimt steil omhoog naar de Foopas. Na de pasovergang leidt de weg steil naar beneden naar de Alp Foo, van waaruit men langzaam bergaf naar Weisstannen loopt.

 

De Glarner Overschuiving bij Elm GL gezien vanaf Segnesboden
en.wikipedia.org/wiki

 

Gedetailleerde beschrijving van de route
Vanaf Weisstannen loopt men over de smalle rijweg verder het dal in. Een bizar gevormd hooggebergte met diepe kloven en watervallen maakt veel goed voor de lengte van de route voordat men aan de eerste klim begint. Over de puinvelden van een naar beneden gekomen berghelling wentelt de weg zich linksom bocht na bocht over een met struiken begroeide helling omhoog, met mooie blikken achterom in het dal van de rivier Seez, en leidt uiteindelijk het woeste ravijn van de Foo beek in. Daarachter komt men over de rechts in de bergwand aangelegde en gezekerde weg naar de Alp Foo.
Zachtglooiende groene berghellingen leiden vervolgens naar de schaapsweiden van het Heiteli. Duidelijk te zien is de strook in het gesteente van de Foostock, een zichtbaar teken van de Glarner-overschuiving (1). Over een licht stijgend terrein loopt men omhoog naar de Foo Pas. De manier waarop met de laatste meters de Glarner Alpen plotseling aan de andere kant van de horizon opduiken hoort tot de meest bijzondere momenten van deze etappe. Indrukwekkend beheersen de bergen Vorab, Hausstock en Kärpf het panorama.
Daarna daalt men steil af naar de kant van Elm, maar dankzij de goed aangelegde weg gaat dit niet ten koste van de knieën. Bij de Raminer Matt begint een landweggetje dat over meerdere houten bruggen naar het dal loopt. Imposante watervallen en lichte esdoornbossen maken dit deel van de route interessant. Vanaf Stäfellegg kan men een verkorte route volgen via een pad over trappen en weilanden naar het kabelbaanstation Niderenalp. Langs de zagerij komt men uiteindelijk Elm binnen.
(Glarner Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Elm: Het fraaie dorp Elm ligt in de brede kom achterin het Sernf dal, te midden van grazig-groene weiden en omringd door mooie esdoorn- en sparrenbossen. Het dorp dankt zijn tegen wind beschutte ligging aan de steil oprijzende toppen van de Piz Sardona, de Vorab, de Hausstock en de Kärpf. De kerk is laatgotisch, gebouwd in de 15e eeuw. Op het uit 1615 stammende kansel, voorzien van houtsnijwerk is een plaquette aangebracht ter herinnering aan de 114 mensen die bij de bergverschuiving van 11 september 1881 om het leven zijn gekomen. De fraaie en goed onderhouden dorpskern is met de volgende gebouwen opgenomen in de Zwitserse Lijst van Beschermde Dorpsgezichten: het “Grosshaus”, gebouwd in 1585/86 en opgetrokken in hout, gebouwd op een gemetselde sokkel, behoorde aan het einde van de 16e eeuw toe aan de Landvoogd en “Bannerherr” (2) Hans Eimer, het “Zentnerhaus”, eenvoudiger gebouwd, maar door zijn omvang des te indrukwekkender, het “Suworowhaus”, dat vermoedelijk in 1671 is gebouwd door “Landammann” (3) J.C. Eimer. In dit huis woonde ook de laatste Landvoogd van Glarus, J.H. Freitag (1798). Begin oktober 1799 diende dit huis Generaal Suworow (4) als kwartier voor zijn tocht over de Panixer Pas.
Martinsloch: Op 12 en 13 maart om 8.55 uur en op 30 september en 1 oktober om 8.34 uur werpt de zon zijn stralen door het Martinsloch (een groot gat in de bergwand van de Tschingelhorn bergen) op de dorpskerk.
Minerale bronnen: In het begin van de 20e eeuw ontwikkelde Elm zich tot een luchtkuuroord met een minerale bron en een Kurhaus. Sinds 1927 wordt daar het mineraalwater “Elmer Citro” gebotteld.
(Schweizer Wanderwege)

 

Nadere informatie over deze etappe:

(1) Deze Glarner-overschuiving is een geologisch fenomeen, waarbij oudere gesteentelagen over jongere gesteentelagen zijn geschoven onder invloed van de tektonische krachten in de aardbodem die zijn vrijgekomen bij het tegen elkaar stoten van de Afrikaanse en Europese aardplaten . Dergelijke fenomenen komen overal ter wereld voor, maar in dit deel van Zwitserland is dit duidelijk aan de oppervlakte te zien. Zie verder Wikipedia (Nederlands, Duits of Engels). Zie ook de website van het UNESCO Werelderfgoed Sardona voor nog meer informatie in het Duits of in het Engels.

(2) Een “Bannerherr” is het hoofd van administratie van een stad in een district, in Nederland ook wel Baanderheer genoemd.

(3) Een “Landammann” is de president van de kantonnale regering van sommige Zwitserse kantons.

(4) Generaal Alexander Wassiljewitsch Suworow was een belangrijke Russische legerbevelhebber (1730–1800), die als een van de grootste strategen van de moderne tijd wordt beschouwd. Tijdens de zgn. Tweede Coalitie-oorlog (1798-1801) voerde hij het bevel over de Oostenrijks-Russische strijdkrachten die samen met Groot-Brittannië tegen het Frankrijk van Napoleon vochten. Hij veroverde de Gotthard Pas op de Fransen, maar moest vervolgens zijn troepen dwars door de inmiddels met sneeuw bedekte Centrale en Bündner Alpen (o.a. de Panixer Pas) leiden om Oostenrijk weer te bereiken. Hoewel de uitgehongerde Russische troepen het Zwitserse platteland hebben geplunderd, zijn de Zwitsers nog steeds vol lof over Generaal Suworow. Hij heeft door zijn handelen bijgedragen aan het einde van de door de Fransen ingestelde vazalstaat, de Helvetische Republiek. Daarom zijn er op vele plaatsen in Zwitserland waar hij is geweest, plaquettes en monumenten te zijner ere te vinden – zo ook in Elm. Zie voor meer informatie over Generaal Suworow en zijn strategieën Wikipedia: in het Nederlands (leven), in het Duits (leven en Tweede Coalitie-oorlog) en in het Engels (leven, Tweede Coalitie-oorlog en Zwitserse expeditie).

 

Zie over Elm en omgeving ook de blogs van 18 september 2017 en 20 september 2017.

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C3a: Weisstannen–Sargans

zwaarte:      II          wandeltijd:         4h00       afstand:   12,4 km          hoogteverschil: ↑ 230m   ↓ 727m

Langs de linkerkant van het dal bereikt men Mels en vervolgens het eindpunt van deze etappe, Sargans. Het traject Weisstannen–Sargans kan ook met de bus worden afgelegd.

 

De Kerk van Mels SG
en.wikipedia.org/wiki

 

Uitgebreide omschrijving van de route
Vanaf het station Sargans loopt men in westelijke richting tot aan het Hotel Zum Ritterhof en verder langs de spoorlijn tot aan de onderdoorgang van de spoorlijn en de snelweg. Daar slaat men links af naar het dorp Mels. De weg leidt over de Seez brug tot aan het dorpje St. Martin met het kasteeltje Nidberg. Men volgt een tijdje de verharde weg en slaat bij de grote bocht, vlakbij het begin van het bos, links af, de oude Vermolerweg in. Deze weg loopt veelal op een afstand van de verharde weg omhoog tot aan Hintervermol. Af en toe een blik achterom naar het Sarganserland en het Vorstendom Liechtenstein is altijd weer de moeite waard. De tocht gaat verder op dezelfde hoogte over alpenweiden, door bossen en langs meerdere stalgebouwen tot aan Mülli, waar men weer op de verharde weg naar het Weisstannen dal komt. Na ongeveer 200 meter laat men deze weg weer achter zich en gaat rechtsaf omhoog. Vanaf daar volgt men de gevarieerde hoogteweg naar Weisstannen.
(Glarner Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Mels: De gemeente Mels is met 140km² de grootste gemeente van het Kanton St. Gallen. Sinds de 14e eeuw tot 1966 werd uit de berg Gonzen op verschillende momenten in de geschiedenis ijzererts gedolven. Mels was destijds opslagplaats voor het erts; er stond al in 1412 een ijzersmederij. Het grote dorpsplein dat door mooie gebouwen wordt omzoomd diende van 1831 tot 1861 ook als “Landsgemeindeplatz” (1). De proosdijkerk St. Peter en Paul, gebouwd in 1727–1732, met een neobarok ombouw uit 1922–1923. De pastorie met een drie verdiepingen hoog gebouw met puntdak uit 1748. Het Klooster van de Kapucijnen, gebouwd in 1651 –1654. Het gemeentehuis, het voormalige Haus Good is in classicistische stijl gebouwd in 1842. De groep gebouwen Haus Lendi tot aan het David-Nagler Haus zijn gebouwen uit hout, kenmerkend voor de 17e eeuw.
Weisstannen: Het aardige bergdorpje Weisstannen is helemaal achter in het gelijknamige dal  gelegen. De dorp zou zijn naam, zo wil een sage, danken aan een machtige zilverspar die ooit stond op de plek waar nu de kleine in 1665 gebouwde kerkje voor Johannes de Doper staat. In officiële documenten wordt de plaats al in 1398 genoemd.
In 1772 werd het voormalige administratiegebouw voor het Alpendistrict van het Klooster Schanis gebouwd; het is het enige gebouw uit steen dat in het dal is blijven bestaan. De eerste verharde weg door het wild-romantische dal werd in 1874 aangelegd. Op het dorpsplein staan machtige lindebomen die meerdere eeuwen oud zijn.
(Schweizer Wanderwege)

Nadere informatie over deze etappe:

(1) Een groot plein in een dorp of stad waar volksvergaderingen worden gehouden.

 

Zie ook de blogs over deze etappe (in omgekeerde richting) en Weisstannen en omgeving: 22 juli 2017 en 17 september 2017.

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C2: Sargans–Vaduz

zwaarte:      I          wandeltijd:         4h50       afstand:   17,7 km          hoogteverschil: ↑ 383m   ↓ 407m

Aan de voet van de Berg Gonzen verlaat men Sargans in noordoostelijke richting. Langs Vild, Azmoos en Fontnas bereikt men Gretschins. Vanaf hier gaat men langzaam bergaf door het bos naar Sevelen, waar men de Rijnvlakte en de landgrens met Liechtenstein oversteekt. Het is nu niet meer ver naar het eindpunt van deze etappe, Vaduz.

 

Het Kasteel van Sargans met de berg Gonzen
de.wikipedia.org/wiki

 

Uitgebreide beschrijving van de route
Men verlaat met de Groene Route het Vorstendom Liechtenstein en loopt in Zwitserland naar Sevelen in het Kanton St. Gallen. De Route volgt de Rheinauen Wandelroute in noordwestelijke richting van het stadje naar het natuur- en recreatiegebied Haberfeld, gaat dan over de Binnendamm in zuidelijke richting langs het voetbalstadion en steekt op de onder monumentenzorg staande houten brug de Rijn en de grens over. Over de Hoofdstraat steekt men de spoorlijn bij Station Sevelen over tot men de dorpskern van Sevelen bereikt. Van hieruit gaat de weg door een klein dal omhoog naar de Vlakte van Oberschan. De weg voert langs rotsen, wouden en moerassige gebieden naar Gretschins. Over een verhoging in het landschap bereikt men Fontnas, waar men tot aan de rand van de Rijnvlakte afdaalt en de uitlopers van de Alviers-massief  volgt tot aan Azmoos. Vanaf hier stijgt de weg weer een beetje en loopt door het bos naar Vild, waar een klein kapelletje is. Op de voorgrond ziet men al het Kasteel van Sargans, dat de weg wijst door wijngaarden en over weilanden. Onderlangs het Kasteel gaande bereikt men dan door de Hoofdstraat het station van Sargans.
(Schweizer Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Ruïne Wartau: de kasteelheuvel ligt ten oosten van Gretschins en is onderdeel van het heuvellandschap Wartau, een uit landschappelijk oogpunt aantrekkelijk en ecologisch veelzijdig gebied. Vlakke gronden vormen in combinatie met het warme föhnklimaat een ideaal uitgangspunt voor het voorkomen van talrijke warmte minnende dieren- en plantensoorten (zoals de zeldzame Gladde Slang, Coronella austriaca). Het struikgewas is sinds de 1950er jaren zo gaan woekeren, dat de Ruïne Wartau dat gezien wordt als symbool van de gemeente onder een bladerdak dreigde te verdwijnen. Sinds 2001 is een project gaande om de Kasteelheuvel landschappelijk en ecologisch op te waarderen.
Artillerie Fort Magletsch: dit Fort, bijgenaamd “Der Hammer” (de hamer) werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gebouwd en vormt de noordelijkste steunpunt van de Vesting Sargans. Ten gevolge van de reorganisatie van het Zwitserse leger tussen 1995 en 2003 (Armeereform 95) wordt het grote artillerieterrein niet langer gebruikt. De bovenste verdieping van het bouwwerk kan als voor publiek toegankelijke inrichting van nationale betekenis in groepen onder begeleiding worden bezocht. Het gebouw werd nog tot in de negentiger jaren gebruikt als trainingskamp.
Sargans: Het in een laag gebied in het Rijndal gelegen Sargans wordt voor het eerst genoemd in 756. Omdat toen al de oude doorgaande handelsweg van Zürich naar Graubünden en verder naar Italië en Oostenrijk door Sargans liep, speelde de plaats al vroeg een verkeerspolitiek belangrijke rol. In de 13de eeuw namen de Graven van Werdenberg-Sargans hun intrek in het Kasteel, van waaruit men het gehele dal kan overzien. In 1337 verkreeg Sargans stadsrechten. In 1405 werd het stadje verwoest door de Appenzellers en in 1445 door de “Eidgenossen” (de Zwitserse bondgenoten). Ieder van de tegenstanders heeft tegelijkertijd pogingen ondernomen om het fier op een rotsuitloper van de berg Gonzen tronende Kasteel te veroveren, maar had geen succes. In 1801 werd Sargans het slachtoffer van een grote brand. Tot aan de tijd van de Zwitserse Republiek, d.w.z. tot aan 1798, diende het Kasteel als ambtswoning van de Landvoogden. In 1899 verkreeg de gemeente Sargans het gehele bezit voor rond de 80.000 Zwitserse Franken. Onverwijld werd begonnen met de dringend noodzakelijke restauratiewerkzaamheden. Tegenwoordig is er in het Kasteel een restaurant gevestigd en in middeleeuwse verdedigingstoren het Museum Sarganserland (plaatselijke geschiedenis en bodemvondsten uit de vroege geschiedenis). In de na 1811 gebouwde binnenstad tussen het Obertor en het Untertor staan het in classicistische stijl gebouwde Gallatihaus (thans Stadshuis), en het Broderhaus, een eenvoudige stadsvilla met bijbehorende boerderij, als ook de aan St. Oswald en Cassian gewijde Proosdijkerk die in het midden van de 9de eeuw voor het eerst werd genoemd en in 1709 werd herbouwd. Het onderste gedeelte wordt gevormd door een gotisch gebouw dat er eerder stond, het werd in 1892 verhoogd en in 1934 van een zadeldak voorzien. Binnen in de kerk ziet men plafondschilderingen uit 1710 en barokaltaars en een barokkansel gemaakt van zwart marmer.
(Schweizer Wanderwege)

 

Zie ook de blogs over deze etappe (in omgekeerde richting) en Sargans en omgeving: 20 juli 2017 en 22 juli 2017.

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe C1: Vaduz–Sücka

zwaarte:      II          wandeltijd:         4h20       afstand:   12,568 km          hoogteverschil: ↑ 1.216m   ↓ 286m

De hoofdstad Vaduz heeft veel te bieden:  het Kasteel Vaduz, regeringsgebouwen, de Pfarrkirche, het Kunstmuseum en andere bezienswaardigheden. Door het oude dorpsgedeelte van Vaduz, met het Rode Huis, begint men aan de nogal steile klim naar Gaflei. Vanaf Gaflei gaat de weg langzaam omlaag, met een prachtig uitzicht over het Rijndal, over Silum naar het eindpunt van deze etappe, Sücka.

 

Zicht op het Kasteel van Vaduz
de.wikipedia.org/wiki

 

Uitgebreide beschrijving van de route
In het begin van deze etappe loopt men een stuk over de Rode Route van de Via Alpina vanaf het restaurant Sücka tot aan Gaflei. Boven Gaflei, voordat men in de richting van de Fürstensteig gaat, buigt de Groene Route af naar het dal; deze is als bergweg aangeduid en met rood-wit-rood gemarkeerd. Gaflei (1.483m), gelegen op een beboste hoogte aan de westhelling van de zuidelijke bergketen de “Drei Schwestern” (“de Drie Gezusters”)  biedt een geweldig uitzicht over de bergen en dalen van Oostelijk Zwitserland. Vooral de blik in de diepte vanaf de dichtbij zijnde uitzichttoren op het zilveren lint van de Rijn en de aantrekkelijke dorpen in het dal als ook de blik achterom naar de ruwe rotswanden en de door erosie verweerde kloven zijn een aanrader. Op een prettige weg door de beschaduwde bossen daalt men in bochten af door het Profatscheng Bos, laat de grazige weidelanden van het vroegere Walser dorp Profatscheng links liggen en bereikt de gerestaureerde Kasteelruïne Wildschloss (947m). Daar is ook een vuurstookplaats. Vanaf hier loopt men over de bosweg door een prachtig beukenbos in de richting van het Kasteel van Vaduz, de residentie van de Vorst. Een bezichtiging van het kasteel is niet mogelijk. Via het voetpad naar het kasteel, door de villawijk en oud-Vaduz met het markante Rode Huis bereikt men het centrum van Vaduz, dat veelzijdige mogelijkheden biedt.
(Johann Oehry / Ewald Oehry, AWNL) 

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Gaflei: Al in het jaar 1875 was er sprake van een “Kaaswei- en Luchtkuurinrichting Alp Gaflei”, gelegen op dit vlakke gebied aan de berghelling. In 1898 bouwde Ing. Carl Schädler tegelijk met de bergroute Fürstensteig het durkbezochte hoogte-kuurhuis Gaflei, dat in 1961 moest wijken voor nieuwbouw. Meer naar het dal toe worden de alpenweiden afgewisseld door lichte bossen. Het verlaten dorpje Profatscheng ligt op gronden die als gletsjerpuin zijn aangevoerd (Moränenboden), het Profatscheng Bos ligt op grover puin wat van de hellingen is gekomen (Gehängeschutt). Langs de weg ziet men in het gesteente stroken van Muschelkalk(1).
Kasteelruïne Schalun: deze ruïne, in de volksmond “Wildschloss” genoemd, staat op een markante rotspunt met uitzicht rondom; het gesteente bestaat uit een soort kalksteen dat op Nagelfluh(2) lijkt en gelaagde mergel- en kalkrotsen uit het zogenaamde “Vaduzer Flysch”(3). De burcht stamt uit de vroege Middeleeuwen, maar al rond 1200 stortte de noordelijke toren in, verdere instortingen door erosie staan vermeld in de Embser Chronik van 1616. De ruïne die tegen instorting is beveiligd,  is nu een geliefde plek voor uitstapjes. Door het Vaduzer Bos met zijn multifunctionele betekenis als beschermings-, recreatie- en gebruiksbos komt men in het kasteelbos van de Vorst. Dit bos wordt voor een groot gedeelte als natuurlijk bos zonder veel menselijke bemoeienis beheerd.
Kasteel Vaduz: Deze bergvesting met een panoramisch uitzicht over het dal staat op een bergterras met steil naar beneden vallende berghellingen. De oudste gedeelten van de burcht dateren uit het begin van de 14de eeuw. Dit zijn de versterkte verdedigingstoren, de Heidenturm genoemd, een hoger en een lager kasteelplein, het paleis, een kapel en de westelijke vestingmuur. Tijdens de Schwabenkrieg(4) van 1499 werd de burcht in de as gelegd. In de daaropvolgende jaren ontstonden onder leiding van de Graven van Sulz de imposante verdedigingsrondelen. Sinds 1938 woont de Vorstenfamilie in het in 1905 gerestaureerde kasteel. Langs het voetpad naar het kasteel staan panelen met informatie over geschiedenis, land en bewoners.
Vaduz: Dit verstedelijkte dorp en eigenlijk geen stad, omgeven door wijngaarden, bossen, velden en de Rijn nodigt uit tot verpozen in een omgeving waar de natuur niet ver weg is en in het voetgangersgebied. Mensen met belangstelling voor geschiedenis gaan naar het Landesmuseum en zij met belangstelling voor kunst bezoeken de kunstverzamelingen van de Vorst en de wisseltentoonstellingen in het Kunstmuseum; ook het Postzegelmuseum en het Skimuseum zijn een bezoekje waard. De neogotische Kathedraal werd in 1873 door de Dombaumeister Schmidt gebouwd en de representatieve neo-barokke regeringsgebouwen door de architect Gustav von Neumann. Het Stadhuis, de bankgebouwen en de aantrekkelijke winkels maken het beeld compleet.
(Johann Oehry / Ewald Oehry, AWNL)

 

Nadere informatie over de etappe Sücka–Vaduz:

(1) Muschelkalk wordt gevormd door sedimenten met fossielen uit de Laat-Trias, meer dan 200 miljoen jaar geleden. Zie de nadere informatie terzake Wikipedia.

(2) Nagelfluh is een vorm van natuurlijk beton (in het Duits “Herrgottbeton” genoemd). Het bestaat uit afgerond puin in sediment (conglomeraat) samengeperst, dat vooral het Zwitserse Mittelland voorkomt. Zie de nadere informatie terzake Wikipedia.

(3) Vaduzer Flysch is een opeenvolging van sedimentair gesteentelagen. Zie voor meer informatie terzake Wikipedia.

(4) De Schwabenkrieg duurde van januari tot september 1499. Hij wordt ook wel de “Schweizer Krieg”of de “Engadiner Krieg” genoemd. Dit was een oorlog tussen het Zwitserse Bondgenootschap en het Habsburgse Oostenrijkse Huis met zijn bondgenoot het Schwäbische Verbond, die door de Zwitsers werd gewonnen. Zie voor meer informatie terzake Wikipedia.

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒