De cursiefgedrukte tekst is de vertaling van de tekst zoals deze op de website van de Via Alpina staat. De foto’s met onderschriften zijn echter mijn eigen keuze.

Verklaring van de tekens*) bij de zwaarte van de etappe:
  I        Wandelweg (breed zonder open stukken)
 II        Bergweg (deels smal en onbeschermd)
III       Alpiene weg (met kabels gezekerd of bijzonder onbeschermd liggend, grof mengsel van sneeuw en ijs, zeer grof bergpuin)

*) In de website van de Via Alpina zijn de tekens  één, twee of drie “bergschoenen” – deze zijn hier vervangen door Romeinse cijfers.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R150: Rifugio Carelli–Rifugio Mongioie

zwaarte:      II          wandeltijd:         5h40       afstand:   14,4 km          hoogteverschil: ↑ 912m   ↓ 1339m

Vanaf de Garelli Hut klimt men langs het meer van Rataira en over de puinhellingen van de Pas Pas (!) naar de Porta Sestrera in het hogere deel van het Ellero dal. Langs de Saracco Volante Hut en de karstlandschap van Piaggia Bella bereikt men de Mastrelle Pas. Men loopt door het Carnino dal naar beneden en komt, langs de Bossi Hut en de Carnino Pas, bij de Mongioie Hut.

Passo di Mastrelle Pass, Carnino, Italy

Het uitzicht vanaf de Passo di Mastrelle Pas
www.wikiloc.com

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R151: Refugio Mongioie–Ormea

zwaarte:      II          wandeltijd:         7h00       afstand:   23,45 km          hoogteverschil: ↑ 673m   ↓ 1433m

Vanaf de Mongioie Hut loopt men naar beneden naar Viozene en vervolgt dan halverwege de helling over smalle paden en rustige wegen door het hogergelegen gedeelte van het Tanaro dal. Nadat men om de Monte Baraccone heen gelopen is, gaat men verder halverwege de hellingen naar de plaats Quarzina. Dan gaat men verder over de puinvelden van de hellingen van de Monte Castello di Quarzina. Men bereikt Chioraira en uiteindelijk Chionea en loopt door bossen bergaf naar Ormea.
Deze etappe kan men ook met de mountainbike van Viozene naar Ormea afleggen.

Zicht op Quarzina
it.wikiloc.com

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R152: Ormea–Garessio

zwaarte:      II          wandeltijd:         6h55       afstand:   22,9 km          hoogteverschil: ↑ 791m   ↓ 957m

Vanaf Ormea klimt men aan de linker zijde van de Rio Armetta tussen loofbossen door omhoog. De weg is op sommige stukken niet goed herkenbaar en steekt meerdere malen een landweg over die naar hoger gelegen dorpjes gaat. Aan de bergkant van Isola Lungo daalt de weg steil af in de richting van het dorp, en nadat men de Tanaro rivier overgestoken is, verloopt hij een stuk parallel aan de nationale hoofdweg van Ormea naar Garessio.
Het is mogelijk om een alternatieve route te kiezen (die men ook met de mountainbike kan afleggen) van Ormea tot aan Caprauna, zonder over Garessio te gaan.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R153: Garessio–Caprauna

zwaarte:      II          wandeltijd:         5h25       afstand:   18,6 km          hoogteverschil: ↑ 1395m   ↓ 961m

Vanuit Garessio gaat men halverwege de berghelling omhoog tot aan de San Bernardo Pas. Vanaf de pas slaat men de weg naar de voet van de Monte Galero in en gaat dan verder over de bergkam die de waterscheiding tussen Piemonte en Ligurië vormt. Een laatste, steile afdaling door de bossen leidt naar Caprauna.
Het is mogelijk om een alternatieve route te kiezen (die men ook met de mountainbike kan afleggen) van Ormea tot aan Caprauna, zonder over Garessio te gaan.

Monte Galero mountain, San Bernardo Pass, Italy

De berg Monte Galero vanuit het westen; links is de San Bernardo Pas
it.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R154: Caprauna–Colla di Nava

zwaarte:      I          wandeltijd:         3h10       afstand:   10,8 km          hoogteverschil: ↑ 372m   ↓ 497m

Deze etappe is niet erg inspannend: afgezien van een klim in het begin van Caprauna naar het kapelletje voor de Madonna Guarneri loopt men over gemakkelijke wegen. In het begin ziet men een erg ruig landschap met opvallend scherpe kalksteenrotsen. Eenmaal over de Caprauna Pas wordt het landschap lieflijker, voornamelijk met weiden en graslanden. Langs de weg staan twee mooie, vrijstaande kapelletjes: de reeds genoemde Kapel van Madonna Guarneri en de Kapel van de Heilige Bernardo d’Armo.
Deze etappe kan men van Caprauna tot aan de Nava Pas ook met de mountainbike afleggen.

Rocca delle Penne mountain, Italy

De berg Rocca delle Penne, gezien vanaf de berg Rocca Tramontina
en.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R155: Colla di Nava–San Bernardo di Mendatica

zwaarte:      II          wandeltijd:         2h45       afstand:   9,5 km          hoogteverschil: ↑ 484m   ↓ 163m

Deze etappe loopt over de “Alta Via dei Monti Liguri”, langs de hoofdwaterscheiding tussen Arroscia en Tanaro en voert grotendeels over paden en landwegen door bossen van naaldbomen, onderbroken door open plekken die mooie vergezichten op vooral het Arroscia dal en de Middellandse Zee bieden. Men kan de gehele etappe ook over de provinciale weg afleggen: minder hoogteverschillen, maar wel eentoniger.
Men kan deze etappe vanaf de Nava Pas tot aan San Bernardo di Mendatica ook met de mountainbike afleggen.

San Bernardo di Mendatica, Italy

Het kerkje van San Bernardo di Mendatica
it.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R156: San Bernardo di Mendatica–Colla Melosa

zwaarte:      II          wandeltijd:         8h30       afstand:   24 km          hoogteverschil: ↑ 1262m   ↓ 978m

De klim leidt over weiden naar de bergrug van de Monte Saccarello, de hoogste bergtop van Ligurië, vanwaar men een prachtig uitzicht heeft. Daarna buigt de weg naar het zuiden af, richting Middellandse Zee en loopt over de bergkam die de grens vormt tussen Italië en Frankrijk, door prachtige bossen van naaldbomen. Het is een zeer lange etappe, die men echter kan opsplitsen, door de variant te kiezen die naar beneden naar Realdo leidt.
Het is ook mogelijk om de etappe van San Bernardo van Mendatica tot aan Colla Melosa met de mountainbike af te leggen.

Monte Saccarello mountain, Italy

De top van de berg Monte Saccarello
nl.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R157: Colla Melosa–Saorge

zwaarte:      II          wandeltijd:         6h40       afstand:   22,9 km          hoogteverschil: ↑ 565m   ↓ 1655m

Vanaf de Melosa Pas leidt de weg naar de Valetta Pas. Op de bergkam die op de grens tussen Italië en Frankrijk ligt, blijft men aan de Franse kant, afgezien van een kort ommetje door Italië bij de Mt Toraggio met zijn steile bergwanden die aan de Dolomieten doen denken. Op de monte toraggio ligurbuigt de Via Alpina definitief af naar Frankrijk. Vanaf de Muratone Pas loopt men door het bos de helling af tot aan het fraaie, hooggelegen dorp Saorge.

Zicht op de bergketen met de bergen Monte Toraggio en de Monte Grai
www.caibordighera.it

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R158: Saorge–Breil-sur-Roya

zwaarte:      II          wandeltijd:         1h45       afstand:   8,5 km          hoogteverschil: ↑ 317m   ↓ 528m

Deze etappe start in Saorge. De tocht gaat over de hoogteweg, die boven het Roya dal loopt, naar Breil-sur-Roya, een typisch dorp van het mediterrane achterland en tevens eindpunt van deze etappe.

Saorge, France

Zicht op Saorge vanaf het Franciscaner Klooster
fr.wikipedia.org/wiki

Uitgebreide omschrijving van de route:
Vanuit de Rue Perrissol komend loopt men niet tot aan het postkantoor in een doodlopende weg, maar neemt de straat die naar rechts bergop gaat. Na ca. 50 meter ligt de Rue Victor Hugo aan de rechterhand. Hier slaat men links af en komt op een plein. Weer gaat men naar links, de Rue Virgile Barel in, die men na een paar meter verlaat om de Rue “Caréra de l’Incisa” (met geel aangegeven) in te gaan in de richting van de Saorge kloven. Men volgt deze weg tot aan de Rue “Caréra Soutana”. Aan het einde van de betonweg gaat men op de weg rechtsaf.. Deze leidt naar een straat, die men naar links bergop gaat. Na een meter of tien ziet men rechts een weg die naar beneden loopt naar de Nationale Weg/Route Nationale 204. Ongeveer 100 meter verder volgt men de weg naar links (naar het zuiden). Voor de brug verlaat men de weg en daalt over de weg naar de rivier af. Men waadt door de Dandola voorde (let op: bij vochtig of nat weer zijn de stenen glibberig!). Hier bereikt men een mooie weg die men naar links enkele meters volgt tot deze overgaat in een pad die boven de Roya rivier in een bos leidt en samenkomt met de Grande Randonnée® nr. 52A. Men neemt de rechter weg, die hoger ligt en met rood-witte markering naar Breil-sur-Roya gaat. Nadat men  het kleine Caïne dal doorgelopen is, buigt iets verderop een weg op gelijke hoogte af en de langeafstandswandeling slingert de berg op. Men verlaat de weg op het punt waar men een grote zwarte PVC buis ziet en loopt over de Grande Randonnée naar links bergop door het bos tot men een pas bereikt. Daar liggen oude gebouwen. De weg gaat op gelijke hoogte verder en na ongeveer 10 minuten komt men bij een tweesprong. Hier verlaat men de Grande Randonnée en volgt de gele markering. Vanaf Roya blijft men in westelijke richting lopen en let niet op de verschillende wegen links en rechts. De weg gaat over in een voetspoor, waarlangs men de berg afloopt. Na een duidelijke bocht buigt het spoor naar het noorden af. Men houdt links aan, zodat men een honderd meter verder niet de weg mist die terug naar het zuiden tot aan Breil-sur-Roya leidt.

(Paul Guglielmi, Comité Départemental  de la Randonnée Pédestre des Alpes Maritimes)

Natuurlijk en cultureel erfgoed:
Meteen na het verlaten van Saorge leidt de Via Alpina naar de Soarge Kloven, die de Roya over meer dan 500 meter inklemmen. Op de andere zijde van de kloven kan men de ruïnes van het Slot Malmort en de Paspus Kapel, boven Lagouna, zien liggen. De weg door het dal (sentier valléen) die men over de berg volgt, loopt in bochten door de kloven en stijgt iets op naar een kruis en verder naar een hoog punt, voordat hij naar Breil en in de  bocht in de Roya verdwijnt. Het dorp Breil-sur-Roya ligt aan de voet van een rotsige bergtop en aan de over van een rivierbocht te midden van een vruchtbare olijvengaard, die vroeger negen oliemolens voorzag, waarvan er eentje ook voor meel diende en waarin nu een museum is gevestigd. In het hart van  het “oliebomenland” creëren de op door mensenhanden aangelegde terrassen aangeplante bomen een mediterrane sfeer. De olijfolie werd vroeger zeer gewaardeerd en werd tot aan het Russische Tsarenhof en naar de Scandinavische landen geëxporteerd. Tegenwoordig wordt de helft van de oogst verwerkt tot olie, terwijl de rest de bekende “Olives de Nice” vormt. Als men Breil bereikt, leidt een kleine omweg naar de Cruella Toren, een oude toren die in de 11de eeuw door de Graaf van Ventimiglia als heerser over het dal werd gebouwd en die nu het symbool van de plaats is. Vanaf dit punt heeft men een mooi uitzicht. In het station van Breil heeft het “Ecomusée du Haut-Pays et des Transports” een tentoonstelling over de spoorwegtechnieken die de betekenis van de verbindingsassen, zoals Roya, duidelijk maken. De oude gemeenschappelijke bakoven werd ook verplaatst naar het Museum. In het dorp dwaalt men door schaduwrijke, kronkelende straatjes langs de overblijfselen van oude vestingmuren en de bekende Porte de Gêne (de Genua Poort), waar een oud karrespoor doorheen loopt. De huizen met hun gestuukte façades met trompe-l’oeils en de pleinen met arcades doen denken aan het Ligurië van de 17de en 18de eeuw. Maar Breil is niet alleen maar een juweeltje van Ligurische architectuur, maar is ook nog rijk aan religieus cultureel erfgoed, zoals de Kapellen van de Boetedoeners die zo groot als kerken zijn, of de Parochiekerk Sancta Maria in Albis, in de stijl van de Barok met roze façades en oorspronkelijk gebouwd in de vorm van een Grieks kruis. In deze kerk die als beschermd monument is geregistreerd en aan de “Route du Baroque Nisso-Ligure” (de Route van de Barok rondom Nice en Ligurië) ligt, is een museum voor religieuze kunst gevestigd. Met een middeleeuwse re-enactment, “A Stacada”, dat iedere vier jaar plaatsvindt, wordt de afschaffing in Breil van het “droit de cuissage” (het feodale recht op de eerste huwelijksnacht) herdacht. De Benedictijnse kerk St Antoine de Padoue (de Heilige Antonius van Padua) is ook interessant.

Verder naar het zuiden, wanneer men afdaalt in het Italiaanse deel van het Roya dal, komt men in de dorpjes Piène en Libre, die nog niet zo lang Frans zijn: zij zijn pas in 1947 bij Breil gevoegd, net zoals de gemeenten Tende en La Brigue in Hoog-Roya.
(Nicolas Aubertin, Gilles Chappaz, Grande Traversée des Alpes)

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R159: Breil-sur-Roya–Sospel

zwaarte:      II          wandeltijd:         4h20       afstand:   13 km          hoogteverschil: ↑ 824m   ↓ 773m

Na vertrek uit Breil-sur-Roya voert de weg over Roya naar de Brouis Pas. Vervolgens gaat het bergafwaarts door het Bos van Agaisen tot aan het typische dorp Sospel, dat aan de oever van de bergbeek Bévéra is gebouwd, het eindpunt van deze etappe.
Deze etappe is de verbindingsetappe met de Blauwe Route die uit het westen komt.

Sospel, Bévéra river, France

Zicht op Sospel met de oude brug over de rivier de Bévéra
en.wikipedia.org/wiki

Uitgebreide omschrijving van de route:
Men verlaat Breil-sur-Roya over het meer via de brug in het midden, komt langs het tracé van de spoorlijn en kiest dan de straatweg in zuidelijke richting naar de Kapel van de Madona des Grâces (Madonna van de Genade). Men blijft de wit-rode markering volgen. De straat gaat over in een weg die naar het zuidoosten gaat en door het bos tot aan de Brouis Pas (879m) omhoogloopt. Ongeveer 100 meter verder loopt men over de departementale weg D2204 in zuidoostelijke richting en slaat dan op de smalle straat bij merkpunt 124 rechtsaf. Deze is geel gemarkeerd en loopt aan de zuidkant om de ruïnes van een oude kazerne langs. Na de laatste ruïnes (met merkpunt 125) loopt de weg door het kleine Brouis dal (de toegang tot het centrale deel van het Nationale Park Mercantour) en dan zuidelijk door het bos bij de Laagte van Levens (1.088m). Over een nogal steil bergpad gaat men naar het zuiden bergaf, over een voetspoor en daarna verder op de linker oever van het kleine dal van de Laagte van Levens. Vlak na de ruïnes van Uerbi steekt men op ongeveer 700 meter hoogte het kleine Callecastagne dal en wandelt over een zachte glooiing op de rechteroever van  het kleine Figuetta dal bergop naar de Laagte van de Agaisen, Verder oostelijk komt men op de Grande Randonnée® nr. 52A. Men neemt de hoger gelegen weg naar links; deze is wit-rood gemarkeerd, Eerst loopt men naar het noorden om de Mont Agaisen heen en dan snel bergaf naar Sospel.
(Paul Guglielmi, Comité Départemental  de la Randonnée Pédestre des Alpes Maritimes)

Natuurlijk en cultureel erfgoed:
De weg loopt vanuit Breil naar de zonnige hoogten van het Lavina dal in de buurt van de kerk Notre-Dame du Mont, die wellicht de eerste parochiekerk van het dorp was en van de klokkentoren St. Jean (13de eeuw), de oudste klokkentoren in romaanse bouwstijl in het Graafschap van Nice. Als men zich omdraait kan men de “crotté” zien, oude droogruimten voor vijgen die op de plaats van de oude burcht loodrecht boven Breil zijn gebouwd. Daar niet ver vandaan loopt de weg langs een andere kapel, de Notre-Dame des Grâces, die door bomen omringd is. In dit dal en bij de klim naar de Brouis Pas kan men de bergtoppen van de Bosc (1.124m), de Bonella (1.839m) en de Mangiabo (de “Stiereneter”, 1.821m) zien liggen. Op de pashoogte zelf liggen de ruïnes van een oude, geweldig grote kazerne; het panorama over het komdal is schitterend. Het dorp Breil komt onder de bergtop van de Arpette tevoorschijn, terwijl de weg tot aan de Laagte van Levens (1.088m) leidt en daarbij onderlangs de Mont-Gros (1.272m) het centrale gedeelte van het Nationale Park Mercantour doorkruist. De klim naar deze top biedt een interessant uitzicht over de hoogvlakte van Sospel die men via het Baisse de Levens dal bereikt. Men loopt om de Mont Agaisen (751m) heen en vanuit het Figuetta dal naar Sospel. Hier komen de Rode Route en de laatste etappe van de Blauwe Route van de Via Alpina samen, en ook nog drie andere langeafstandswandelingen: de Grandes Randonnées® nrs. 52, 52A en 10. Sospel is een dorp van historisch belang en ligt op de Zoutroute: aan de kant van de traditionele huizen met hun bonte façades trokken duizenden muilezels over de tolbrug over de Bévéra, de Pont Vieux uit de 13de eeuw , vanuit Nice naar Cuneo. Uit de tijd van Maginot linie in de Alpen zijn nu nog het St Roch Fort behouden gebleven met twee musea evenals de versterkingswerken van de Barbonnet Berg. In het Roya- en het Bévéra dal is de barokkunst overal vertegenwoordigd en ontvouwt haar gehele pracht in de Kathedraal St-Michel in Sospel, die de grootste in de Alpes-Maritimes is en een buitengewoon fraaie retabel bezit. Tijdens het Barokfestival (“le Festival des Baroquiales”) met orgelconcerten, processies, etc. komen mede dankzij de vele ambachtslieden uit het dorp de hoogtijdagen van de Barok in Zuid-Frankrijk weer tot leven. De Kapel van de Witte Boetedoeners (La Chapelle des Pénitents Blancs) uit de 16de eeuw maakt dit rijke culturele erfgoed compleet. In het station van Sospel kunnen bovendien vier wagons van de Oriënt Express worden bewonderd. Op de weg naar Bévéra in de richting van Italië is een educatieve botanische route aangelegd die natuuronderzoekers naar Olivetta aan de grens brengt. 
(Nicolas Aubertin, Gilles Chappaz, Grande Traversée des Alpes)

Sospel ligt op de kruising van de Rode Route met de Blauwe Route (etappe D61), die vanuit het westen komt.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R160: Sospel–Peillon

zwaarte:      I          wandeltijd:         5h45       afstand:   19,1 km          hoogteverschil: ↑ 1191m   ↓ 1164m

In deze lange etappe door laaggelegen gebied verlaat de wandelaar Sospel in de richting van de Farquet Pas. Daarna de weg omhoog door een zeer mediterraan aandoend landschap naar het beschermde dorp Peille. Het eindpunt van deze etappe is het plaatsje Peillon.

Peille, France

Zicht op Peille
nl.wikipedia.org/wiki

Uitgebreide omschrijving van de route:
In het dorp steekt men de brug voer de Bévéra over, blijft op de rechteroever van de rivier (in westelijke richting) en slaat bij de laatste brug af naar de Rue Vincent Comiti, daarna naar de Rue Auda, die uitkomt op een straat, die bergop naar de departementale weg, de D 2204, leidt. Over de spoorbrug, langs de begraafplaats en na ongeveer 150 meter ontdekt men aan de rechterkant de wit-rode markeringen van de Grande Randonnée® nr. 510. Over een  serie haarspeldbochten komt men bij een straat, die naar de afgelegen weiden van het kleine Rocca dal leidt. Men bereikt de St. Jean Pas en steekt de D 2204 over, neemt een klein bergpad aan de linkerkant, steekt nogmaals de weg over, volgt die ongeveer 300 meter en slaat dan links af een zeer steile weg in, die gelukkig in de schaduw ligt, naar de bergschouder van de Baisse du Pape. Men gaat naar links, het geel gemarkeerde spoor in zuidelijke richting naar de Farquet Pas. Bij de wegsplitsing gaat men naar rechts in noordelijke richting. Na een paar meter slaat men af naar het linker pad, in zuidelijke richting het dal in. Deze weg steekt een beek over en na een kilometer nogmaals een weg, tot aan het dorpje St Siméon. Men blijft de gele markering volgen. De weg slingert zich nu in zuidelijke richting tot aan het dorpje Pas d’Ongrand. In het dorp loopt men verder over de straat tot aan een kruising met een andere weg die men naar rechts verderloopt. Na een paar honderd meter neemt men de weg naar links die naar de Collet de Christo Pas naar beneden loopt. Daar komt men weer op de weg, blijft die enkele meters aan de linkerkant volgen en slaat dan rechts af op een weg die eerst naar het noorden en later naar het zuiden loopt en overgaat in een steil bergpad naar de St. Benard Pas. Nu volgt men de asfaltweg (Chemin du Barn) in zuidelijke richting naar het dorp Peille. Over de Chemin du Barri loopt men door het dorp, steekt de straat over en daalt af over de smalle trappen van de Rue du Castelet en dan verder door de Rue du Pous. Men loopt verder bergaf en gaat verder in de richting van de fontein (“la Fontaine”). Dan komt men op de departementale weg D53 (links aanhouden). Ongeveer 50 meter na de bocht slaat men rechtsaf naar het geel gemarkeerde bergpad dat zich naar beneden kronkelt in het smalle Farquin dal en ook in een bocht vlak langs de straatweg loopt. De weg gaat toch verder bergaf over de Fraquin beek en dan gedurende 3 kilometer weer langzaam bergop, voordat men naar het dorp Peillon naar beneden loopt. Dan volgt men de borden in de richting van het dorp Peillon.

(Paul Guglielmi, Comité Départemental  de la Randonnée Pédestre des Alpes Maritimes)

Natuurlijk en cultureel erfgoed:
Deze voorlaatste etappe van de Via Alpina nodigt uit om de hooggelegen dorpen die kenmerkend zijn voor de beschaving rond de Middellandse Zee en die zich hebben aangepast aan de steile hellingen. Zo zijn de plaatsen Peille en Peillon voorbeelden van de smalle bouwwijze met krappe en bochtige steegjes aan de rand van indrukwekkende kliffen. Vanaf Sospel gaat de Via Alpina tussen de forten van St. Roch en Mont Barbonnet (beide van het type Séré de Rivières”) omhoog naar de St. Jean Pas op 642 meter hoogte in de gelijknamige rotskloof. De klim wordt tot aan de Baisse du Pape voortgezet, vanwaar men verder kan gaan naar de top van de Lavina (op 1.117m)heeft men een interessant uitzicht over Sospel), voordat men naar de Farguet Pas onder de gelijknamige top (1.186m) wandelt. Daarna daalt men af naar het dorpje St. Siméon en gaat men verder over een oude muildierweg naar Pas d’Ongrand. Vanaf dit punt kan men aan de linkerhand de Mont Ours (de Berenberg, 1.239m) bewonderen. De weg stijgt opnieuw onder de rots Pied de Jacques (Jacobs voet) tot aan de St-Bernard Pas. Men komt aan in het hooggelegen dorp Peille, dat overheerst wordt door de Pic de Baudon (1.264 m), Berg Rastel (802 m) en de Mont Agel (1.148 m) en te midden van bossen en olijfgaarden ligt. Deze oude middeleeuwse plaats met zijn typische straatjes heeft een rechtbank voor lagere en hogere rechtspraak, omdat het vroeger een consulaire stad was. De bezoekers kunnen het Palais de Lascaris uit de 17de eeuw op de rand van de klif bewonderen. De parochiekerk is echter ook interessant, vooral haar piramidevormige, in de 12de eeuw gebouwde klokkentoren, opgetrokken uit steen uit lokale steengroeven. Andere interessante bezienswaardigheden zijn de ruïnes van de oude burcht en de uitkijkposten, de oude kapellen Miséricorde (Barmhartigheid), St Sébastien (de Heilige Sebastiaan) en de moderne St-Martin-de-Peille, het Musée du Terroir (het streekmuseum) en de gotische fontein uit de 16de eeuw waarnaar Léo Ferré in een van zijn gedichten verwijst. Maar Peille is ook bekend om haar feesten: le blé et la lavande (graan en lavendel), l’Assomption (Hemelvaart), les Baguettes, la Pomme Fleurie (appelbloesem) of ook nog la Ste-Anne à La Grave-de-Peille… De tocht gaat verder vanuit Peille en na een duizelingwekkende afdaling in het Farquin dal loopt zij verder over een oude weg van de Romeinen naar Peillon, een volgend hooggelegen dorp dat als een adelaarsnest tegen de berg lijkt gekleefd en overschaduwd wordt door de Pointe de Lourqière (678m). Het oude dorp Peillon is op grond van zijn bijzondere architectuur en zijn kronkelende straatjes als geheel tot beschermd monument verklaard. In de Chapelle des Pénitents Blancs (de Kapel van de Witte Boetedoeners) zijn bovendien fresco’s uit de 15de eeuw van de reizende schilder Canavesio te zien. Maar Peillon bezit ook een kerk die gewijd is aan de Transfiguratie, meerdere olie- en graanmolens en een atelier voor bronzen beelden.
(Nicolas Aubertin, Gilles Chappaz, Grande Traversée des Alpes)

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R161: Peillon–Monaco, Place du Palais

zwaarte:      I          wandeltijd:         2h50       afstand:   13,55 km          hoogteverschil: ↑ 371m   ↓ 692m

Vanaf Peillon gaat de weg over de Grande Randonnée® nr. 51B door het dorp La Turbie met de Triomfboog van Keizer Augustus. Hoe dichter bij de Middellandse Zee des te zouter wordt de lucht, totdat men uiteindelijk het Vorstendom Monaco bereikt, dat men doorkruist tot aan het Paleis. Hier eindigt de Rode Route.

NB. Stop even bij de Exotische Tuin, om het Gastenboek van de Via Alpina te ondertekenen. Bij het loket vragen (dagelijks van 9.00 tot 19.00 uur (van februari tot april en in oktober tot 18.00 uur; 9.00 tot 17.00 uur van november tot januari). Daar vindt men ook een officiële Via Alpina stempel.

Zicht op Monte Carlo
de.wikipedia.org/wiki

Uitgebreide omschrijving van de route:
Men klimt een stuk de berghelling op en komt weer op de Via Alpina; men volgt de weg naar rechts in noordelijke richting (St. Martin-de-Peille – La Turbie). De weg gaat naar beneden naar de Calambert beek, daarna westelijk om de bergtop van de Lourquière en bovenlangs de St-Martin kloof tot men een weg bereikt met privéterreinen aan een smalle weg. Een wegwijzer van het Conseil Général des Alpes Maritimes (Algemeen Bestuur van het departement Alpes-Maritimes) geeft aan dat men naar rechts moet gaan in de richting  van “St-Martin-de-Peille–Kapel St-Martin–La Gorra”. Men neemt de Bonella weg en komt weer op de rood-wit gemarkeerde Grande Randonnée® nr. 51. Men loopt over deze weg naar beneden naar La Gorra en komt aan de linkerkant langs een mooie smeedijzeren toegangspoort die de weg afsluit voor autoverkeer. Verder bergaf komt men bij een kruising, waar men enkele meters naar links gaat. Na een transformatorhuisje van de Franse elektriciteitsmaatschappij EDF neemt men de weg naar beneden die naar de Gayan beek  gaat en steekt deze beek over. Na ca. 600 meter bereikt men een weg die men in zuidelijke richting volgt tot aan de Guerre Pas. Dan gaat men door de autotunnel en daalt dan naar het zuiden af tot aan het dorp La Turbie, waar men doorheen loopt tot aan de “Trofee van de Alpen”. Hier gaat men verder aan de westkant onder de Tête du Chien (de Hondenkop) langs. Over trappen komt men aan in het Vorstendom Monaco. 
(Paul Guglielmi, Comité Départemental  de la Randonnée Pédestre des Alpes Maritimes)

De Révoires-weg leidt naar de Moyenne Corniche (de nationale weg/Route Nationale 7), die men oversteekt en een beetje naar het westen afbuigt. Eerst gaat het over steile trappen, dan over brede trappen tussen de villa’s door naar de Avenue Hector Otto, voordat men aankomt bij het trimparcours Vita. Men loopt langs de steunmuur (de grens met Cap d’Ail) de trappen af die naar de zuidwestelijke hoek van de Place du Jardin Exotique (het Plein van de Exotische Tuin) uitkomen. Aan de andere kant van het plein gaat men over het trottoir langs het Princes Antoinette Park tot aan de eerste Révoire trappen, die men afdaalt en daarbij drie straten oversteekt. Uiteindelijk komt men aan op de Boulevard Rainier III die men bij de stoplichten oversteekt. Men loopt links op het trottoir en dan door de voetgangerspassage over brede trappen. Men gaat naar rechts naar de Avenue Prince Pierre. Verder bergaf bereikt men over de Rue de la Colle de Place d’Armes. Bij de verkeerslichten steekt men het plein over en blijft aan de kant van de Rots waarop het Vorstenpaleis staat tot aan het einde van de Avenue de la Porte Neuve. Over het trottoir wandelt men tot waar de weg een ruime bocht maakt. Hier slaat men naar links (naar het zuiden) af naar de lanen van een Openbare Tuin en komt uit bij het Oceanografische Museum, dat door Prince Albert I is opgericht. Vervolgens loopt men door de Saint Martin Tuinen en over de brede lanen boven de zee (de Kathedraal) tot aan het Sainte Barbe straatje en komt dan uit op de Place du Palais (het Plein van het Paleis), waar de herinneringsplaquette van de inwijding van de Via Alpina is aangebracht.
(Wilfrid Deri, Gouvernement monégasque)

Natuurlijk en cultureel erfgoed:
Vanaf Peillon gaat de Via Alpina omhoog naar St Martin-de-Peille voordat zij de Guerre Pas bereikt. Hier heeft men weer uitzicht over de in Trieste achter zich gelaten “Mare Nostrum”, de Middellandse Zee. Als men de zee ziet die zich aan de voet van de bergen uitstrekt, kan men het verschijnsel van de alpiene bergvorming (orogenese) beter begrijpen: de Afrikaanse Plaat verschoof op grond van tektonische bewegingen vanuit het zuidoosten in noordwestelijke richting en stootte op de Euro-Aziatische Plaat. Op deze wijze ontstonden de vorm van de Alpenboog en de bruuske verheffing van deze uit de zee oprijzende bergketen. Over de Grande Randonnée® nr. 51B volgt men de variant van de “Balcons de la Côte d’Azur” (de hoogtewegen van de Côte d’Azur) en daalt af naar La Turbie, weer zo’n mooi dorp met geplaveide straatjes en schaduwrijke pleintjes, uitkijkend over de zee. In La Turbie kan men nog altijd enkele sporen zien van zijn middeleeuwse verleden (het dorpscentrum, galerijen, poorten van de stadsmuur, daterend uit de 13de eeuw), maar het is vooral bekend vanwege zijn Romeinse verleden. Hier bevindt zich de “Trofee van Keizer Augustus” (een van de weinige Romeinse triomfbogen wereldwijd), een geweldige en unieke toren, 35 meter hoog, die uit het jaar 6 voor Christus stamt. Tegenwoordig is in het geregistreerde culturele monument een museum gevestigd. Dit monument, dat ook als “Trophée des Alpes” (Trofee van de Alpen) bekend is, werd gebouwd om de Romeinse vrede in de regio te bezegelen, maar is tegelijkertijd het symbool van de overwinning van de Romeinen over de 45 overwonnen en onderworpen volken uit de Alpen. De St Michel Kerk ( aan de Heilige Michael gewijd) uit het jaar 1777 is eveneens een beschermd monument. Nadat men La Turbie verlaten heeft, moet men zeker verder lopen naar het uitzichtpunt van de Tête du Chien (de Hondenkop, 550m), die precies loodrecht boven Cap d’Ail en de zee ligt. Vanaf hier heeft men een fantastisch uitzicht over de Baai van Ventimiglia, op Cap Martin en Cap Ferrat evenals op de Cap de Nice, op Antibes en Estérel. De weg loopt langs de oostflank van de Tête du Chien bergaf naar het Vorstendom Monaco.
(Nicolas Aubertin, Gilles Chappaz, Grande Traversée des Alpes)

De wegen die de grote steden in de Provence, in Ligurië en de Piemonte met elkaar verbonden, liepen ook door het aan de voet van de Alpen gelegen gebied van Monaco, zoals bijvoorbeeld de Zoutroute in de 16de eeuw. Maar de geschiedenis van de Rots en zijn bewoners reikt nog verder terug tot in de Antieke tijd, toen Monaco de Hercules Haven was die zowel door de Romeinen als door de Grieken werd gebruikt. In het Museum voor Prehistorische Antropologie (le Musée d’Anthropologie Préhistorique) zijn overblijfselen van de vroegere nederzettingen te zien die in het Vorstendom en de naaste omgeving zijn opgegraven. Niet ver van het Museum groeien in de Exotische Tuin (le Jardin Exotique) aan de hellingen van de rotswanden verschillende plantensoorten, zoals de ongeveer meer dan honderd jaar oude vetplanten, die hier net zo groot worden als in hun landen van oorsprong. Ondergronds gaat in de Grot van het Observatorium (la Grotte de l’Observatoire) een wereld open vol stenen vormen, druipsteenwanden, stalactieten en stalagmieten, die het gevoel van vervreemding versterken. Het oude stadscentrum op de Rots en de Hercules Haven vormen het historische stadsdeel van Monaco. Bijna 700 jaar geleden vestigde zich hier de Grimaldi-dynastie: François Grimaldi, Malizia genaamd, eigende zich met een list de burcht toe door verkleed als Franciscaner monnik binnen te dringen. Het Vorstenpaleis dat in de plaats van de burcht werd gebouwd, is al sinds de tijden van de Welfen en de Ghibellijnen (Guelfes en Gibelines, 11de eeuw) tot aan de Napoleontische tijd een reisdoel. In de romaans-byzantijnse Kathedraal, tegenover het Paleis van Justitie, liggen de graftomben van de Vorsten van Monaco. Het Oceanische Museum, een van de vele initiatieven van Prins Albert I, heeft een opmerkelijk reuzenaquarium.
(Wilfrid Deri, Gouvernement monégasque)

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒