De cursiefgedrukte tekst is de vertaling van de tekst zoals deze op de website van de Via Alpina staat. De foto’s met onderschriften zijn echter mijn eigen keuze.

Verklaring van de tekens*) bij de zwaarte van de etappe:
  I        Wandelweg (breed zonder open stukken)
 II        Bergweg (deels smal en onbeschermd)
III       Alpiene weg (met kabels gezekerd of bijzonder onbeschermd liggend, grof mengsel van sneeuw en ijs, zeer grof bergpuin)

*) In de website van de Via Alpina zijn deze tekens één, twee of drie “bergschoenen” – deze zijn hier vervangen door Romeinse cijfers.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R90: Prato Sornico–Fontana (Val Bavona)

zwaarte:      II         wandeltijd:         6h50       afstand:   18,6 km          hoogteverschil: ↑ 1.698m   ↓ 1.816m

Men verlaat Prato Sornico in zuidelijke richting naar het plateau van Monti di Rima, van waaruit de eigenlijke klim (langs de Alpe Brünesc) naar Bocchetta Fiorasca begint. Na de pasovergang en het oversteken van de Alpe Fiorasco volgt een pittige afdaling naar het Val Bavona; vandaar gaat men verder naar Fontana, het eindpunt van de etappe.

Bavona Valley TI, Switzerland

Uitzicht over het Bavona dal
it.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R91: Fontana (Val Bavona)–Robiei

zwaarte:      II          wandeltijd:         7h10       afstand:   19,7 km          hoogteverschil: ↑ 1.448m   ↓ 182m

Men verlaat Fontana in noordwestelijke richting. Terwijl men de loop van het dal volgt, passeert men steeds weer hier en daar huizen. In San Carlo begint de klim naar Robiei, het eindpunt van deze etappe. 
Als alternatief kan men ook de kabelbaan van San Carlo naar Robiei nemen.

Robiei Reservoir TI, Switzerland

Het stuwmeer van Robiei
it.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R92: Robiei–Riale

zwaarte:      II          wandeltijd:         4h15       afstand:   13,4 km          hoogteverschil: ↑ 803m   ↓ 966m

Men verlaat Robiei in westelijke richting en loopt langzaam, langs het meer van Matörgn, omhoog tot aan de Bocchetta di Val Maggia. Hier steekt men de grens naar Italië over. De weg gaat steil bergaf naar de Boden meren. Nadat men de meren gepasseerd is, bereikt men de straatweg naar de San Giacomo Pas. Over deze weg komt men in Riale.

San Giacomo Pass TI, Switzerland

De San Giacomo Pas
de.wikipedia.org/wiki

Het eindpunt van deze Etappe is het beginpunt van de Blauwe Route, Etappe D1.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R93: Riale–Ulrichen

zwaarte:      II          wandeltijd:         6h50       afstand:   19,6 km          hoogteverschil: ↑ 802m   ↓ 1.188m

Vanaf Riale bereikt men het meer van Morasco en gaat verder door het Morasco dal, eerst op de verharde weg, daarna op de bergweg tot aan de Gries Pas, die toegang geeft tot Zwitserland. De Walser en de Romeinen maakten ook al gebruik van deze route. Als men het Meer van Gries gepasseerd is, daalt men steil af naar Ladstafel, van waar men het Ägene dal uitloopt tot aan Ulrichen, het eindpunt van deze etappe. Men kan voor dit laatste stuk ook de Autobus nemen.

Griessee Reservoir, Griespass VS, Switzerland

De Griesspas bij het stuwmeer van Griess
commons.wikimedia.org/wiki

Het beginpunt van deze Etappe is ook het beginpunt van de Blauwe Route, Etappe D1.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R94: Ulrichen–Fieschertal

zwaarte:      II          wandeltijd:         11h00       afstand:   28,8 km          hoogteverschil: ↑ 1.163m   ↓ 1.394m

Vanuit Ulrichen loopt men in westelijke richting ca. 200 meter omhoog. Vanaf hier neemt men de Höhenweg tot aan Bellwald. Hier leidt de weg over de bergkam naar Fiesch. Men gaat verder langs de westelijke flank van het Fiescher dal naar het gelijknamige eindpunt van de etappe: Fieschertal. Hiertoe kan men ook de Autobus nemen.

 

Uitgebreide beschrijving van de route
Langs de kerk van Ulrichen verlaat men het Obergommer dorpje Ulrichen met zijn donkerbruin verkleurde stallen en opslagschuren (“Spycher”, graanschuren op poten) en klimt naar Obergadmen. Vanaf hier bevindt men zich op de Gommer Höhenweg die in Fiesch begint en in Oberwald eindigt. Zonder ook maar één keer een (verharde) weg over te steken loopt de Höhenweg langs de zonkant van de berghelling van het Goms en toont het landschap van het Oberwallis in zijn complete schoonheid. Na het berkenbos bereikt men de stallen van Löüwenen, van waaruit men de hoofdplaats van het Obergoms, Münster, kan zien liggen. Hier buigt men voor de eerste keer in één van de drie diepe zijdalen af, die men op deze wandeling nog moet overwinnen: het Minstigertal dal. Terug op de berghelling van het hoofddal loopt men hoog boven Reckingen door bossen en over weiden naar het volgende zijdal. Na het oversteken van de bergbeek bij de Guferschmatt komt men op de bosweg, langs de open ruimte in het bos, Binne, bij een plek waar een grote aardverschuiving op de berghelling is geweest. Een blik naar beneden over de puinwaaier is de moeite waard omdat daar de Muttergotteskapelle in het Ritzinger-Feld staat. Daarna gaat men nogmaals een zijdal in, het Bieligertal dal. Verder verloopt de weg min of meer op gelijke hoogte langs de bergflank van het Obergoms – de regelmaat wordt slechts onderbroken door bergbeken. Vlak voor Bellwald bereikt men de kapel ter ere van de Heilige Apollinia. Het was vroeger een geliefde bestemming voor degenen die kiespijn hadden. Bij de eerste huizen van Bellwald aangekomen, gaat de route over de berggraat naar beneden naar het centrum van het dorp. Verder over de graat komt men in Fiesch aan, een drukke plaats met veel verkeer en kabelbanen. Van hieruit zijn er twee mogelijkheden: men neemt de Postauto of de Höhenweg op de westelijk dalzijde.
(Schweizer Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Het Goms
Staat men bij helder weer boven op de Furka Pas, dan ziet men in het westen, meteen onder het eerste dalkom rondom Gletsch, het vlakke dal van het Goms. Niet ver van de pas ontspringt bij de Rhônegletsjer de rivier de Rhône die bij de Duits-Walliser “Rotten” heet. Bij Oberwald begint de brede dalbodem die tot in de omgeving van Reckingen reikt. Aan beide zijden van de Rhône strekken zich langs de berghellingen lieflijke bossen en graslanden uit. Op de linkerzijde ziet men geen bebouwing, daarentegen liggen aan de rechteroever van de Rhône talrijke dorpen die naar hun aard bijzondere aandacht verdienen. Wij zien daar de traditionele oude Walliser bouwwijze, waarbij gebruik wordt gemaakt van hout dat op zeer schilderachtige wijze versierd wordt. Deze typische dorpen met hun verspreid staande, zonverbrande stallen en opslagschuren met opschriften gelden in de wijde omgeving als cultuurwaarden, zeker ook omdat de kerken een prominente plaats innemen. In deze machtige en indrukwekkende barokke gebouwen zijn vaak bezienswaardige en rijke altaren geplaatst, uit de tijd van de Barok of uit de daaraan voorafgaande periode van de gotiek. Schilderachtig zijn ook de vele kapellen die soms ingeklemd tussen de huizen of buiten op een weide staan. Degenen die geïnteresseerd zijn in kunst en geschiedenis kunnen ook de plaatselijke musea (“Heimatmuseen”) of de archieven bezoeken die getuigen van voorbije roerige tijden. Het Goms is ook het thuis van beroemde persoonlijkheden. In Mühlebach bij Ernen werd in 1456 de beroemde kardinaal Matthäus Schiner geboren aan wie het Wallis enige imposante kerken dankt. Bij de barokke altaarbouwers valt vooral Johann Ritz op. Denkt men aan hoteliers, dan moet men Caeser Ritz niet vergeten, die uit Niederwald komt en in 1918 gestorven is. Verkeerstechnisch is het Goms heden te dage goed ontsloten: het beschikt over de paswegen over de Grimsel, Furka en Nufenen, die echter in de winter gesloten zijn. De Furka-Basistunnel biedt evenwel een verbinding met Centraal-Zwitserland die het gehele jaar open is. In de laatste decennia kreeg het Goms als toeristisch gebied meer bekendheid, waardoor het zich goed heeft ontwikkeld.
(Schweizer Wanderwege)

 

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R95: Fieschertal–Riederalp

zwaarte:      II          wandeltijd:         7h30       afstand:   20,5 km          hoogteverschil: ↑ 1.432m   ↓ 621m

Men verlaat Fieschertal in noordelijke richting en klimt via de Burghütte naar het meer van Märjele, waar men voor het eerst de Aletschgletsjer kan zien. Aan de zijmorene aan de zuidkant is een bijzonder, beschermd natuurgebied ontstaan: het Aletschbos. De hoogteweg loopt naar de Riederfurka en uiteindelijk naar Riederalp, eindpunt van deze etappe. 

Aletsch Glacier VS, Switzerland

De Grote Aletschgletsjer vanaf de berg Eggishorn
de.wikipedia.org/wiki

Uitgebreide beschrijving van de route
Men verlaat in noordelijke richting Fieschertal en loopt langs de Wysswasser beek. In Unnerberg komt men bij een splitsing: of men klimt over de berggraat naar de Burg Hut of men neem de bosweg langs de bergbeek de Glingulwasser. De eerste variant maakt een aanvullende blik op een gletsjer mogelijk, de Fieschergletsjer. Voor getrainde bergwandelaars leidt een alpiene weg vlak langs de gletsjerrand naar de bergweg naar de Märjelewang. Bij de tweede variant krijgt men alleen maar zicht op de Aletschgletsjer, maar deze is zo indrukwekkend, dat men gerust ook deze variant kan kiezen. Men gaat langs de Glingulwasser beek tot aan het einde van het dal. Een bergweg loopt langs de rotsen naar de Märjelewang, waar beide varianten samenkomen. Men vervolgt de weg langs de Vordersee, dan naar het kleine bergrestaurant “Zur Gletscherstube” en later naar de Märjelensee. Hier ziet men voor de eerste keer een goed zicht op de zo machtige Grote Aletschgletsjer. Samen met het Jungfrau-massief dat men op de achtergrond ziet, en de Breithorn, is deze regio sinds 2001 op de Lijst van het UNESCO-Werelderfgoed. Nadat men met de graat van de Eggihorn mee naar de bergflank van de Bettmerhorn is ingeslagen, bereikt men al snel de Roti Chumma en kan hier het ijspantser van dichtbij beleven. Aan de hand van de glad gepolijste rotsen kan men zich goed voorstellen, hoe overweldigend deze machtige gletsjer ooit is geweest. De weg voert verder naar de Alte Stafel. Hier duikt men langzaam het Aletschwald bos(1) in, een volgend eenmalig natuurmonument. Tussen de knoestige lariksen en dennen bereikt men de Riederfurka. Met een korte afdaling komt men dan in het eindpunt van deze etappe, Riederalp.
(Schweizer Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
UNESCO Werelderfgoed Jungfrau-Aletsch-Bietschhorn(2). De Grote Aletschgletsjer is de grootste gletsjer in het gehele Alpengebied. Op de Konkordiaplatz waar ijsdikten tot 900 meter gemeten werden, komen de drie gletsjers uit het Jungfrau Massief samen. Vanaf dat punt heet de gletsjerstroom dan de Grote Aletschgletsjer en strekt zich uit over 23 kilometer, bedekt een oppervlakte van tegen de 86 km² en stroomt met een snelheid van tegen de 180 meter per jaar in de richting van het Rhônedal. In duizenden jaren heeft de gletsjer een uniek landschap om zich heen geschapen. Onder de druk van het ijs – het is in totaal ongeveer 27 miljard ton aan gewicht dat op de ondergrond drukt – stroomt de gletsjer door het dal naar beneden en graaft zich zo steeds dieper in het alpiene landschap in. De gletsjer schuift ook enorm veel puin en stenen voor zich uit en vormt zo afgeronde steenformaties onder de gletsjer, de zgn. “Rundhöcker”(3) en laat ook zijmorenes achter. Met de ontwikkeling van plantengroei en de dynamiek van bebossing in het landschap rondom de gletsjer spelen zich spannende ecologische processen af: in enkele decennia veroveren mossen en de eerste zaadplanten, zoals de Gele Bergsteenbreek(4) of de Alpenleeuwenbek(5) het nieuw gewonnen terrein. Later krijgen ze gezelschap van meer kruidachtige planten totdat na ongeveer 25 jaar de eerste bomen en struiken beginnen te groeien.
Op 13 december 2001 werd door het besluit van de Commissie voor het Werelderfgoed het gebied van Jungfrau-Aletsch-Bietschhorn opgenomen in de Werelderfgoedlijst (UNESCO World Heritage List).
(Schweizer Wanderwege)

Aanvullende informatie over deze etappe

(1) Het Aletschbos is een bos langs de Aletschgletsjer waarin sinds het in 1933 beschermd gebied werd niet meer is ingegrepen, zodat het tot een soort oerbos is geworden. Sommige bomen zijn 900 jaar oud. Verdere informatie ook in Wikipedia (Duits).

(2) Het Werelderfgoed Jungfrau-Aletsch is in 2007 qua oppervlakte uitgebreid en van naam veranderd: het heette in de tijd tussen 2001 en 2007 Werelderfgoed Jungfrau-Aletsch-Bietschhorn.

(3) De Duitse aanduiding van dit geologische verschijnsel, Rundhöcker, betekent golvend gesteente dat door het schuren / polijsten van een gletsjer ontstaat. In het Nederlands wordt de Engelse term “bedrock” gebruikt, maar ook “moedergesteente” of “grondgesteente”.

(4) De Gele Bergsteenbreek (Saxifraga aizoides) is een typische plant van de kalkrijke Alpen en groeit tot op meer dan 3.000 meter hoogte.

(5) De Alpenleeuwenbek (Linaria alpina) is een tweejarige kruipplant uit de weegbreefamilie met blauw-violette bloemen die op los puin groeit tot op zo’n 3.000 meter hoogte.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R96: Riederalp–Mund

zwaarte:      II          wandeltijd:         7h35       afstand:   20,1 km          hoogteverschil: ↑ 749m   ↓ 1.481m

Na een korte klim naar de Riederfurka loopt men  bergaf door het Aletschbos naar de Grünsee. Als men de 124 meter lange hangbrug over de Massa is overgegaan, klimt men weer langs de berghelling naar Hotel Belalp. Vanaf daar leidt een brede, vlakke hoogteweg naar Belalp en verder naar Nessel. Vanaf dit bergterras daalt men door het bos af naar het eindpunt van deze etappe, Mund, dat beroemd is door de saffraan die hier wordt verbouwd.

Het Aletsch Bos op een zijmorene van de Aletschgletsjer
commons.wikimedia.org/wiki

Uitgebreide beschrijving van de route
Vanuit het vakantieoord Riederalp bereikt men na enkele meters stijgen de Riederfurka. Daar begint de afdaling door het Aletschbos dat sinds 1933 niet meer voor de bosbouw wordt gebruikt en beschermd is. Het wandelpad loopt nu door een open gebied, langs de Grünsee, die vroeger een meertje aan de rand van de gletsjer was en nu langzaam verveent. Het oversteken van de rivier de Massa gaat via de in 2008 gebouwde hangbrug die 124 meter lang is. Dankzij de brug is de wandelweg weer bruikbaar: deze was vanwege het terugtrekken van de gletsjer niet steeds begaanbaar, omdat men vroeger op deze plek de gletsjer moest oversteken. Men gaat verder door open gebied, waar het schuren van de gletsjer langs de stenen en de rotsen goed zichtbaar is. Nu begint de klim over een smalle weg tegen de berghelling tot aan Hotel Belalp. Een brede weg loopt naar het bergstation van de kabelbaan die het plaatsje Belalp met de plaats Blatten verbindt. Van Belalp is het niet ver naar het Alpendorp Bäll, waar men een kijkje zou moeten nemen in de Dreifaltigkeitskirche (Kerk van de Drie-Eenheid). Aan het einde van het dorpje steekt men de Chelchebach beek over. Onderaan de Foggenhorn loopt men over een wijde grasvlakte tot met bij de Neejere Suone komt die door de Chelchebach beek gevoed wordt. Suonen(1) zijn kunstmatig aangelegde smalle waterlopen die plaatselijk ook in houten kanaaltjes langs steile bergwanden en in tunnels zijn aangelegd. Dra bereikt men de Alp Nessel die haar oorspronkelijke stijl heeft behouden en er nu nog net zo uitziet als 100 jaar geleden. De bosrand volgend gaat men al snel het Birgisch-Wald, het bos in. De bosweg gaat eerst nog over weilanden met veel bomen, maar kort daarna daalt men door het dichte bos naar de bosrand af en steekt daar twee Suonen over, voordat men in het gehucht Oberbirgsch aankomt. Vanaf hier loopt men langs de Suone Grossa tot aan Mundchi. Na het oversteken van de Mund beek volgt men aan de andere kant van het dal een andere Suone die uitkomt in het dorp Mund. Mund(2) is de enige plaats in Zwitserland waar beroepsmatig saffraan wordt verbouwd en geoogst. Behalve de saffraan heeft het bergdorp nog andere bezienswaardigheden te bieden: het bedevaartsoord Gstein(3) en het gehucht Warbflie.
(Schweizer Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Saffraan uit Mund. Op de zonnige, op 1.200 meter hoogte gelegen helling van de Lötschberg ligt het dorp Mund. Het wordt in de 13e eeuw in de Annalen genoemd onder de Latijnse naam Mons, dat “berg” betekent. Boven Mund staat dreigend een reusachtig rotsblok, de Mundstei. De Duivel zou eens deze steen uit woede over het dorp hebben willen laten rollen, omdat men daar met de bouw van een nieuwe kerk begon. Om hem de moed te ontnemen om met het kwaadaardige werk verder te gaan, hebben de inwoners van Mund een kruis op de steen neergezet.
Lange tijd moesten de “Munders” te voet naar het dal – toen is er een kabelbaan in gebruik genomen. Toen een weg werd aangelegd, is de kabelbaan buiten dienst gesteld.
Tegenwoordig is Mund in Zwitserland bekend als plek waar saffraan(4) verbouwd wordt. Saffraan als geliefde specerij voor rijst, kwam door de Arabieren naar Spanje. Later verspreidde de saffraanteelt zich in Zuidfrankrijk en vond de weg, vermoedelijk door huursoldaten, de weg langs de Rhône naar Mund. Saffraan werd op roggeakkers verbouwd. Tijdens de twee Wereldoorlogen zochten de inwoners van Mund werk in de omliggende dorpen, zodat de verbouw van saffraan vrijwel stil kwam te liggen. Op 4 mei 1979 werd in de “Burgerstube” van Mund het Saffraangilde(5) opgericht om de saffraanteelt niet te laten uitsterven. Naar aanleiding daarvan werden ongeveer 9.000 bollen uit Kasjmir geïmporteerd en geplant. In het begin kon na de bloei die tussen half oktober en begin november plaatsvindt, per jaar 200 gram saffraan geoogst worden; nu is dat tussen de 2 en 4 kg.
(Schweizer Wanderwege)

Aanvullende informatie over deze etappe

(1) Op meerdere plaatsen in de Alpen hebben mensen sinds mensenheugenis irrigatiesystemen aangelegd om het regen- en smeltwater dat in die veelal erg droge gebieden schaars is, naar de landbouwgebieden te leiden. In Wallis worden deze Suonen (in het Duits) of bisses (in het Frans) genoemd. In Süd Tirol heet zo’n irrigatiekanaal een “Waal“; zie ook het blog van 30 juli 2018 over de Bergwaal bij Glurns.

(2) Mund is een dorp met een rijke geschiedenis dat sinds 2013 deel uitmaakt van de Gemeente Naters bij Brig. Het is vooral bekend vanwege de saffraanteelt.

(3) Het bedevaartsoord Gstein op een halfuur gaans buiten het dorp Lalden; het wordt gevormd door een in de rots gebouwde kapel. In de herfst van 1857 zou de zieneres Anna Maria Albrecht een Mariaverschijning hebben gekregen, waarna op die plek eerst een gebedshuisje en niet lang daarna een kleine kapel is gebouwd. Hoewel vanuit de Rooms-Katholieke Kerk deze verschijning niet nader is onderzocht, worden hieraan toch vele wonderbaarlijke genezingen toegeschreven.

(4) Saffraan wordt gewonnen uit de Saffraankrokus. Saffraan uit Mund heeft sinds 2004 de belangrijke aanduiding AOP (Appellation d’origine protégée, Beschermde Oorsprongsbenaming).

(5) Het Saffraangilde (die Saffranzunft) ziet vooral toe op het behouden van de saffraanteelt en -cultuur in Mund. De uitgebreide (saffraankleurige) website geeft o.a. de geschiedenis van de saffraan en van het dorp weer.

Lees a.u.b. de blogs over deze etappe van 16 september 2018 (gedeelte tussen Belalp en Mund) en 30 september 2019 (gedeelte tussen Riederalp en Belalp/Blatten), over Brig en omgeving de blogs van 14 september 2018 en 28 september 2019 en over Blatten en omgeving het blog van 15 september 2018 .

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R97: Mund–Gampel/Steg

zwaarte:      II          wandeltijd:         9h55       afstand:   26,9 km          hoogteverschil: ↑ 645m   ↓ 1.200m

Vanaf Mund loopt men langzaam in de richting van het dal naar Eggerberg. Hier gaat men kort omhoog om dan de Gorperi Suone (open waterleiding) te volgen. Bij haar bron in het Baltschieder dal gaat men naar de Niwärch Suone en loopt daarlangs tot aan Niwärch. Vanaf Aussenberg neemt men de hoogteweg en loopt men langs de spoorlijn van de Lötschbergbahn (men passeert Hohtenn) naar Gampel/Steg, het eindpunt van de etappe.
Er is een gemakkelijkere variant: als alternatief voor de Niwärch Suone kan men ook de tunnel gebruiken. Dan heeft men wel een zaklamp nodig!

Mund VS, Baltschieder Suone irrigation canal, Switzerland

De Baltschieder Suone tussen Mund en Ausserberg
commons.wikimedia.org/wiki

Uitgebreide beschrijving van de route
Men verlaat Mund in westelijke richting. Langs het gehucht Färchu met een kleine kapel, gaat men over de weg verder naar Ober Brich. Vlak daarvoor vindt men één van de talrijke kruidentuinen die langs de route van deze etappe liggen. Hier laat men de weiden en graslanden achter zich en daalt door het bos af naar het gehucht Brand en verder naar Eggen. De weg loopt langs de Gorperi Suone het Baltschiederdal in, waar vele Suonen aangelegd zijn. Aan de andere kant van het dal loopt de weg langs de Niwärch-Suone, waarbij vanwege de duizelingwekkende afgronden extra oplettendheid vereist is en waarbij men ook zowel ontzag als ook bewondering voor dit stoutmoedige staaltje van Suonenwerk voelt. Degenen die niet zonder hoogtevrees zijn, hebben een zaklamp nodig. Het alternatief bestaat namelijk uit een 1,6 kilometer lange onverlichte tunnel, waarbij men ongeveer 20 minuten nodig heeft om die te passeren. Als men de duizelingwekkende afgronden of de tunnel achter de rug heeft, volgt men hoog boven het Walliser dal slingerend de Niwärch Suone in de richting van Niwärch, van waaruit men naar Ausserberg afdaalt. Vanaf dit punt gaat men verder over de hoogteweg van het zuidelijke spoorhelling(1) van de Lötschbergbahn(2), de spoorlijn van Spiez naar Brig. Dit is een populaire wandelroute, want de weg leidt langs bruisende bergbeken die in de diep uitgesleten zijdalen stromen en langs imposante viaducten van de Lötschbergbahn spoorlijn die van een stukje spoorgeschiedenis getuigen. Maar ook de vele bijzondere steppengrassen en andere droogte-minnende planten nodigen vele mensen uit om door dit unieke zonnige deel van het Rhônedal te wandelen. Vanaf het station Hohtenn gaat men naar beneden, naar het dorp Hohtenn en vervolgens naar Gampel/Steg, dat op de bodem van het Rhônedal ligt.
(Schweizer Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Suonen. Al sinds 1000 jaren hebben de bewoners van Wallis het smelt- en regenwater dat vanuit de bergen in de beken stroomt via houten bekistingen (van uitgeholde boomstammen) en smalle waterkanalen, de zogenaamde Suonen, afgetakt en naar weilanden en akkers geleid, omdat de mensen in Wallis altijd onder de droogte geleden hebben. Vele Suonen langs de steile berghellingen zijn gestabiliseerd met een “Tretschbord”, een metselwerk van platte stenen en graszoden, en met begroeide randen. In de steile rotswanden verankerde men echter eerst grote haken uit hout, waarin “Chänla”, uit boomstammen gesneden goten, werden gelegd. Deze werkzaamheden waren erg risicovol, zodat hierdoor vele jonge mannen hun leven verloren. Het kostbare water was niet zomaar beschikbaar: de aanspraken op en de hoeveelheid van het water moesten precies verdeeld worden en in officiële documenten worden vastgelegd. Zulke documenten gaan terug tot ver in de 14e eeuw. Er was een inkerfsysteem, een houten plankje waarop deze aanspraken werden gekrast, de zogenaamde Tassel/Tessel. De tijdsduur van de zo’n wateraanspraak was twee tot drie weken. Tegenwoordig is in Wallis het water voor de bevloeiing van de bergweiden nog steeds begeerd, hoewel de mensen betrouwbaardere middelen en manieren hebben gevonden om het water op te vangen en te transporteren. Vele Suonen stromen thans in buizen en zelfs door tunnels, zoals de Niwärch-Suone van Ausserberg, die op bijzonder gevaarlijke stukken door een 1.680 meter lange begaanbare tunnel loopt. Op vele plaatsen is de bevloeiing door beregeningsinstallaties vervangen.
(Schweizer Wanderwege)

Aanvullende informatie over deze etappe

(1) De wandelroute langs de “Lötschberg-Südrampe” loopt van Hohtenn naar Naters/Brig (vlak) langs de spoorlijn van de Lötschbergbahn. Tot 2013 ging zij vanaf Lalden over de verharde weg naar Brig. Sindsdien leidt dit deel van de route over niet-verharde wegen langs de berghellingen langs enkele Suonen en door bossen. De Zwitserse koepel van wandelverenigingen, de Schweizer Wanderwege, heeft deze wandeling bij haar jaarlijkse prijsuitreiking (“Prix Rando“) in 2014 beloond met een speciale prijs voor wandelingen die niet over de verharde weg gaan.
(2) De Lötschbergbahn is de 74 km lange bergspoorlijn tussen Spiez in het Kanton Bern en Brig in het Kanton Wallis; zij wordt ook wel Lötschberglinie genoemd. Zij is aangelegd tussen 1906 en 1913 en wordt  geëxploiteerd door de “Berner Alpenbahngesellschaft BLS“. BLS staat voor “Bern-Lötschberg-Simplon“. De lijn is vanaf het begin geëlektrificeerd en tussen 1976 en 1992 dubbelsporig gemaakt. De Lötschberg Basistunnel tussen Spiez en Raron, die in 2007 is geopend, heeft veel van het doorgaande personenverkeer en goederenvervoer overgenomen. Toch wordt het oude traject nog intensief gebruikt.

Lees a.u.b. de blogs over deze Etappe van 17 september 2018 en 19 september 2018, en over het deel tussen Brigerbad en Naters van de “Lötschberg-Südrampe” het blog van 16 september 2018.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R98: Gampel/Steg–Leukerbad

zwaarte:      II          wandeltijd:         7h10       afstand:   18,6 km          hoogteverschil: ↑ 1.281m   ↓ 526m

Vanaf Gampel/Steg op de bodem van het Rhône dal klimt men naar Bratsch. Op dezelfde hoogte blijvend bereikt men de dorpen Erschmatt, Feschel, Guttet en Albinen.  Over de houten ladders bij Albinen komt men aan in het eindpunt van deze etappe, Leukerbad, waar vele wellness-badgelegenheden uitnodigen om ervan te genieten.
Er is een gemakkelijkere variant voor de tocht langs de houten ladders: langs de autoweg lopen (geen trottoirs!) of de Postauto nemen.

Leukerbad VS, Switzerland

Leukerbad met de Gemmipas
nl.wikipedia.org/wiki

Uitgebreide beschrijving van de route
Men verlaat Gampel/Steg in noordelijke richting en buigt al snel af naar de noordelijke dalflank van het Rhône-dal. Kort daarna komt men langs een kapel. De weg loopt verder door bossen en langs rotsen omhoog naar Bratsch. Vanaf hier leidt de weg op gelijke hoogte blijvend naar Erschmatt, een dorp met vele vakantiewoningen. Achter de scherpe bergrand in het oosten gaat de weg diep een zijdal in, waar men Feschel bereikt. Over weiden en graslanden gaat men naar het volgende dorp met de typerende vakantiehuizen. Vanaf Guttet loopt men door het bos tot aan Albinen. De plaats Albinen vindt men terug in de “Inventar der schützenswerten Ortsbilder von nationaler Bedeutung”, een lijst van beschermde stads- en dorpsgezichten in Zwitserland(1). Het compacte komdorp(2) bekoort door zijn indrukwekkende ligging op een steile berghelling hoog boven de Dala-kloof. In het midden van het afgesloten dorp troont de machtige, ovale kerk. Zij valt op door de prachtige kerkramen en de waardevolle muurschilderingen. Op de landweg loopt men verder het Dala dal in. Vanaf deze weg kan men het gehucht Dorbu met zijn kleine kapel zien liggen. Vanaf hier is het niet ver meer naar de Albinen-ladders. Via in totaal 8 ladders wordt hier een rotswand van ongeveer 100 meter overbrugd. Vroeger was dit de kortste verbinding tussen Albinen en Leukerbad. Tegenwoordig is dit stuk in het wandelwegennet geïntegreerd – maar alleen voor mensen zonder hoogtevrees. Wie dat wel heeft, neemt vanaf Flaschen de Postauto naar Leukerbad. Na de ladders loopt men door het bos verder naar Leukerbad, dat onder de steil oprijzende rotswand van de Gemmi ligt. In Leukerbad is een bezoek aan een van openbare badgelegenheden die worden gevoed met thermaal water van 51°C, de moeite waard. Maar ook een bezoek aan een van de vele andere wellness-aanbieders in Leukerbad is een weldaad voor vermoeide wandelvoeten.

(Schweizer Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Leukerbad: De oudste oorkonde van Leukerbad dateert uit het jaar 1315. Toch duiden talrijke historische vondsten, zoals kistgraven(3), keramiek en munten, er op , dat Leukerbad ook al tijdens de Romeinse tijd bewoond was. In de 15e en 16e eeuw kende Leukerbad als badkuuroord voor de eerste keer een bloeitijd. In de winter van 1518 stortte een enorme lawine vanaf de oostelijke berghellingen op het onbeschermde dorp, verwoestte alle gebouwen tot aan de kerk en doodde 61 mensen. Na een paar decennia zonder lawines werd Leukerbad in de 16e en 17e eeuw regelmatig door lawinecatastrofen getroffen. In 1839 werden boven het dorp op de hellingen van de Torrenthorn meerdere dammen aangelegd. Dorp en baden zijn sindsdien gespaard gebleven. Daarna kwam een nieuwe opleving op gang. De private onderneming “Hotel- und Bädergesellschaft” bouwde vanaf 1896 verscheidene grote hotels en badhuizen, die later door de Gemeente Leukerbad overgenomen werden. De Gemeente ging daarom in 2000 failliet. In 1915 kreeg Leukerbad een spoorverbinding met het SBB-station Susten/Leuk in het Rhône-dal, die echter op 27 mei 1967 opgeheven werd en vervangen door een busverbinding. In ongeveer 20 bronnen komt het water met een temperatuur van 48‒51°C aan de oppervlakte, dagelijks zo’n 3 miljoen liter water. Onderweg naar het aardoppervlak worden verschillende minerale stoffen opgelost en met het water meegevoerd. Vanwege het hoge gehalte aan calcium- en sulfaationen schijnt het water een bijzonder helende werking te hebben. De bronnen voeden o.a. het Thermal-Badezenter, dat met zijn grote binnenbad en buitenbaden met verschillende warmwater- en bubbelbaden als een magneet werkt. Al 14 maanden na de opening kon de 500.000ste bezoeker worden verwelkomt. Leukerbad is nu met meerdere thermaalbaden (binnen- en buitenbaden) en een goed opgezette infrastructuur een kuur- en vakantieoord dat aan hoge eisen voldoet.
(Schweizer Wanderwege)

Aanvullende informatie over deze etappe:

(1) De ISOS staat voor “Inventar der schützenswerten Ortsbilder von nationaler Bedeutung”, te vergelijken met het beschermde stads- of dorpsgezicht in Nederland. Deze inventarislijst wordt door de afdeling Cultuur van de Zwitserse Federatie opgesteld volgens objectieve criteria om te zorgen dat authentieke plaatsen behouden blijven.

(2) Volgens de Nederlandse omschrijving is een kom- of kruisdorp is opgezet rond een kruising van wegen. Het Duitse woord “Haufendorf” duidt op een besloten dorp met percelen van ongelijke grootte en vaak omgeven door een afrastering.

(3) Een steenkist is een grafvorm die vanaf het late neolithicum en kopertijd tot aan de midden-bronstijd in Noord- en Noordwest-Europa door meerdere culturen gebouwd werd. Zie verder Wikipedia.

Lees a.u.b. het blog over deze Etappe van 29 juni 2018 en de blogs over Leukerbad en omgeving van 26 juni 2018 en 27 juni 2018.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R99: Leukerbad–Schwarenbach

zwaarte:      II          wandeltijd:         3h40       afstand:    8,5 km          hoogteverschil: ↑ 934m   ↓ 284m

Men verlaat Leukerbad in noordelijke richting en maakt de steile klim naar de Gemmi Pas. Men kan ook de kabelbaan nemen. Langs de rechteroever van de Daubensee bereikt men Schwarenbach, het eindpunt van de etappe.

Daubensee Lake VS, Gemmi Pass, Switzerland

Het Daubensee meer vanaf de Gemmipas
en.wikipedia.org/wiki

Uitgebreide beschrijving van de route
Bij het zien vanuit de badplaats Leukerbad van de verticaal opgaande rotsen van de Gemmi vraagt men zich af waar de bergweg überhaupt zou lopen. Maar de twijfel verdwijnt aldra, de weg is erg goed aangelegd. Hij is weliswaar steil en vergt inspanning, maar op de Gemmi Pas wacht een prachtig uitzicht op de omringende bergtoppen van de Walliser Alpen. Wie zich niet wil wagen aan de Gemmi-weg, kan daartoe ook de gondelbaan nemen. De Gemmi Pas is een oude pasovergang tussen het Berner Oberland en het Wallis en verbindt de plaatsen Kandersteg en Leukerbad. In de zomer wordt deze wandeling tot de klassieke paswandelingen van Zwitserland gerekend. Vanaf de Gemmi Pas gaat men over de onverharde weg langzaam naar beneden naar de oevers van de Daubensee. Aan het einde van het meer komt de onverharde weg uit op een brede bergweg; die loopt door een klein rotsig dal naar het eindpunt van deze etappe Schwarenbach.
(Schweizer Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Gemmi Pas: De naam Gemmi stond voor het eerst in 1495 op een Zwitserse kaart. Daarbij wordt de naam Gemmi afgeleid van het Latijnse woord gemitus, dat zuchten, steunen betekent – wat zeker bij de aanblik van de steile bergwand hier en daar ook bij een wandelaar wordt opgeroepen. De Gemmi Pas (2.314m), tussen de Daubenhorn en de beide Plattenhornen gelegen, is sinds eeuwen een bekende overgang van Leukerbad naar Kandersteg. Hij vormt tevens de waterscheiding tussen de Rhône en de Rijn, maar niet de politieke grens tussen Kanton Bern en Kanton Wallis. De Daubensee, die door een breed aanvoergebied uit de omgeving van de Lämmeren gevoed wordt, heeft geen zichtbare waterafvoer. Het water verdwijnt door kloven in het kalkrijke gebergte en voedt een grote bron bij de Rhône boven Salgesch. Het Kanton Wallis, en daarmee ook het grondgebied van de Gemeente Leukerbad, strekt zich ver naar het noorden uit. De regio van de Gemmi heeft zich tot een geliefd plek voor uitstapjes ontwikkeld. In de zomer zijn de wandelroutes naar Kandersteg en naar Adelboden open; het gebied is van praktisch alle kanten met kabelbanen en stoeltjesliften ontsloten.
(Schweizer Wanderwege)

Nadere informatie over deze Etappe

Lees a.u.b. ook het blog over deze Etappe van 24 juni 2018.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R100: Schwarenbach–Adelboden

zwaarte:      II          wandeltijd:         7h10       afstand:   15,6 km          hoogteverschil: ↑ 1.244m   ↓ 1.079m

Langs de spoorlijn verlaat men in zuidelijke richting Kandersteg en loopt omhoog langs de Alpbach naar Usser Üschine. Vanaf hier gaat het bergpad steil omhoog naar de Bunder Chrinde. Door de bergkloof achter de pashoogte is het een steile afdaling naar de Bunderalp, van waaruit de tocht verder gaat naar het eindpunt van deze etappe, Adelboden.

Adelboden BE, Engstligen waterfalls, Switzerland

De Engstligen watervallen vanuit Adelboden gezien
nl.wikipedia.org/wiki

Uitgebreide omschrijving van de etappe
Vanaf het Berghotel Schwarenbach loopt men in zuidelijke richting onder de oostelijke helling van de Felsenhorn langs over ongeveer 1½ km licht omhoog. Dan slaat men af naar de smalle doorgang van de Rote Chumme en klimt naar de pasovergang tussen de Roter Totz en Felsenhorn. Voor korte tijd daalt men over rotsblokken en puin via de bergweg af tot aan de rand van de Tälli gletsjer. Deze is dik met steenpuin overdekt. Op z’n gemak loopt men nu naar de pashoogte van de Engstligengrat, de Chindbetti Pas. Vanaf hier daalt men nu steil af naar het 300 meter lager gelegen meertje, het Tossenseeli en bereikt over verdere steil naar beneden lopende alpenweiden de rand van de indrukwekkende hoogvlakte. Over de brede graslanden van de Engstligenalp komt men bij de bergwoningen. Wie bij de afdaling vanaf de Engstligenalp de voorkeur geeft aan de moeiteloze afdaling met de kabelbaan, wordt met een eenmalig natuurschouwspel beloond: de Engstligen watervallen. Bij de pensions buigt men naar het westen af. Na het oversteken van de Enstlige beek bereikt men over de Chumi meteen de Bovenste Engstligen waterval. Over een veilig pad gaat men over de beek en voelt daarbij de fijne waternevel van de donderende waterval. De Engstligen watervallen die 600 meter naar beneden storten, zijn een adembenemend natuurschouwspel. De watervallen die de op één na hoogste watervallen van Zwitserland zijn, zijn al sinds 1948 beschermd. Bij het dalstation van de kabelbaan loopt de weg langs de Engstlige beek door de ver uit elkaar liggende boerderijen (“Streusiedlungen”) rondom Adelboden, met de voor het Berner Oberland kenmerkende vakantiechalets in het dorpscentrum. Daar staat de kerk uit 1433 met een oudere gemetselde kerktoren; zij heeft fresco’s die de moeite waard zijn en ook glas-in-loodramen.
(Schweizer Wanderwege)

Natuurlijk en cultureel erfgoed
Adelboden: De naam Adelboden wordt pas in 1409 in een oorkonde genoemd en zou doelen op een edelman die hier gronden bezeten heeft. IN een sage wordt in ieder geval vermeld dat de naam zou zijn ontstaan, omdat een herdersjongen zijn uit Frutigen weggelopen geiten na lang zoeken helemaal achterin het dal op een veld (Boden) vol met Adelgras(1) had teruggevonden. Oorspronkelijk alleen in gebruik als zomerbewoning werd Adelboden pas laat door families uit Frutingen het gehele jaar bewoond. Vanwege de dichte bossen in het dal werden zij “de bosmensen” genoemd. In de 14e eeuw behoorde Adelboden samen met Frutigen toe aan de Heren van Thun. Vanwege financiële moeilijkheden verkochten deze hun bezit in 1400 aan Bern. In 1873 kwam het toerisme op en in 1901 verschenen de eerste wintergasten. Van 1875 tot 1884 werd de huidige weg door het dal aangelegd De in 1433 gebouwde St. Anton kerk heeft o.a. moderne koorvensters van Augusto Giacometti(2) uit 1936 en bij de ingang een groot wandfresco (1471) met de voorstelling van het Laatste Oordeel. In 1971 werd de kerk gerestaureerd en onder monumentenbescherming van de Zwitserse federale overheid gebracht.
(Schweizer Wanderwege)

Aanvullende informatie over deze etappe:

(1) “Adelgras” is de Alpen-weegbree (Plantago alpina), die door de lange smalle bladeren erg op gras lijkt, maar totaal geen familie is.

(2) Augusto Giacometti (16 augustus 1877 ‒ 9 juni 1947) was een Zwitserse kunstschilder en glas-in-lood kunstenaar. Hij was de neef van de beroemde Giovanni Giacometti en dus een neef van Alberto, Diego en Bruno Giacometti.

Deze etappe is grotendeels gelijk aan Etappe C13 van de Groene Route.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R101: Adelboden–Lenk

zwaarte:      II          wandeltijd:         4h20       afstand:   13,2 km          hoogteverschil: ↑ 629m   ↓ 906m

Men verlaat Adelboden in zuidwestelijke richting, eerst langs de Allebach en dan langs de Gilsbach. Om de klim van Geilsbüel tot aan de Hahnemoos Pas te maken moet men een kort stuk langs de autoweg lopen. Vanaf de pashoogte gaat de tocht langzaam naar beneden naar Büelberg en vervolgens naar het eindpunt van deze etappe, Lenk.

Zicht vanuit Lenk op de bergen
de.wikipedia.org/wiki

Etappe R101 is gelijk aan de Etappe C14 van de Groene Route. Lenk is het eindpunt van de Groene Route.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R102: Lenk–Lauenen

zwaarte:      II          wandeltijd:         5h10       afstand:   13,9 km          hoogteverschil: ↑ 972m   ↓ 796m

In westelijke richting verlaat men Lenk en loopt over de kam van de Wallegg naar de Wallbachgraben. Aan de andere kant van het dal bereikt men over Lochberg de Trütlisberg Pas, vanaf waar men door bossen en langs ruisende beken naar het eindpunt van deze etappe, Lauenen, loopt.

Lauenen Valley BE, Lauenen Lake, Switzerland

Het Lauenendal met het meer en de berg Wildhorn op de achtergrond
en.wikipedia.org/wiki

Lenk, het beginpunt van Etappe R102 is het eindpunt van Etappe C14 van de Groene Route.

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R103: Lauenen–Gsteig

zwaarte:      II          wandeltijd:         2h40       afstand:   7,3 km          hoogteverschil: ↑ 427m   ↓ 484m

Langs de hoofdstraat verlaat men Lauenen naar het zuiden en slaat niet lang daarna af in zuidwestelijke richting naar de Chrine Pas. Na de pashoogte loopt de weg door de Saaligraben naar beneden naar het eindpunt van deze etappe, Gsteig.

Gsteig bei Gstaad BE, Switzerland

Beschermd monument (Hotel Bären) in Gsteig
commons.wikimedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R104: Gsteig–Godey

zwaarte:      III         wandeltijd:         7h30       afstand:   19,7 km          hoogteverschil: ↑ 1.288m   ↓ 1.104m

Over de dorpsstraat verlaat men Gsteig in zuidelijke richting. Aan het einde van de straat begint de steile klim door de Rote Graben naar de Auberge du Sanetsch of men neemt daartoe de kabelbaan. De linkeroever van het Lac du Sanetsch langslopend komt men bij de Col du Sanetsch. Vervolgens gaat men verder langs de Sex Rouge naar Mié. Van hieruit leidt de weg steil naar beneden naar het eindpunt van deze etappe Godey.

Sanetsch Pass VS, Sanetsch Lake, Switzerland

De Sanetsch pas (Col de Sanetsch, linksvoor) en het meer van Sanetsch
de.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R105: Godey–Anzeindaz

zwaarte:      I          wandeltijd:         3h00       afstand:   8 km          hoogteverschil: ↑ 732m   ↓ 215m

Men verlaat Godey in westelijke richting door het oerbos van Derborence. In de plaats met dezelfde naam begint de klim naar de Pas de Cheville. Men loopt langs de voet van Les Diablerets en bereikt Anzeindaz, het eindpunt van deze etappe.

Diablerets mountain range VS, Switzerland

De noordzijde van de berggroep Les Diablerets (3.210m)
en.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R106: Anzeindaz–Col du Demècre

zwaarte:      II          wandeltijd:         10h15       afstand:   25,3 km          hoogteverschil: ↑ 1.903m   ↓ 1.433m

Over de Pas des Essets verlaat men Anzeindaz in zuidelijke richting. De pasweg loopt verder naar beneden naar Pont de Nant. Vanaf hier gaat men het Vallon de Nant in en klimt over de Col des Perris Blancs naar de Alpe la Tourche. Op de hoogteweg gaat men naar Alp Rionda, en vandaar verder langs de zuidelijke bergflank van de Dent de Morcles naar de Col du Demècre, het eindpunt van de etappe.

Dent de Morcles mountain VS, Switzerland

De berg Dent de Morcles (de “Tand van Morcles”) met de overgeschoven oudere steenlagen
de.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R107: Col du Demècre–Vernayaz

zwaarte:      II          wandeltijd:         5h30       afstand:   14,2 km          hoogteverschil: ↑ 164m   ↓ 2.063m

Men verlaat de Col du Demècre in zuidelijke richting en loopt naar Portail de Fully. Vanaf hier leidt de weg over de bergkam, waardoor men uitzicht heeft over zowel Unter- als Oberwallis. Vanaf Sex Carro daalt men steil af naar Champex en Doréaz . Voor dit deel kan men ook de kabelbaan nemen. Men steekt de brede Rhônevallei over en aldra bereikt men het eindpunt van de etappe, Pissavache/Venayaz.

Martigny VS, Portail de Fully Arch, Switzerland

Zicht op Martigny vanaf de natuurlijke rotsboog de “Portail de Fully
www.archmillennium.net

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R108: Vernayaz–Cabane de Susanfe

zwaarte:      II          wandeltijd:         8h15       afstand:   19,8 km          hoogteverschil: ↑ 2.039m   ↓ 391m

Waarschuwing: De route van Vernayaz tot aan de Waterval van Pissevache en verder naar Van d’en haut bestaat niet meer! In plaats daarvan neemt men de bergweg van Vernayaz naar Salvan, om vanaf daar over “Les Granges” Van d’en haut te bereiken. Dan gaat men verder bergop tot aan het meer van Salanfe. Over de linkeroever van het meer buigt men al snel naar rechts af en begint aan de laatste klim naar de Salanfe Pas. Vanaf de pasovergang bereikt men na korte tijd de Sasanfe Hut, eindpunt van de etappe.

Salanfe Lake VS, Dents du Midi mountain, Switzerland

Het Meer van Salanfe met de bergketen Dents du Midi (“de Tanden van de Middag“)
commons.wikimedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R109: Cabane de Susanfe–Refuge Tornay-Bostan

zwaarte:      II          wandeltijd:         7h40       afstand:   18,9 km          hoogteverschil: ↑ 1.058m   ↓ 1.394m

Over de Pas d’Encel verlaat men de Susanfe Hut en loopt kort daarna naar de noordelijke bergflank van de Dent de Bonavau. Langs Bonavau bereikt men Barme, van waaruit men over Croix d’Incrène naar de Col de Cou gaat. Men steekt nu de Franse grens over en loopt over de Grande Randonnée® nr. 5 over alpenweiden naar de Col de la Golèse, voordat men naar de Tornay-Bostan Hut klimt.

Dent de Bonavau VS, Mountain, Switzerland

De berg Dent de Bonavau op de noordoostflank gezien
www.camptocamp.org/waypoints

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R110: Refuge Tornay-Bostan–Salvagny

zwaarte:      I          wandeltijd:         4h20       afstand:   15,2 km          hoogteverschil: ↑ 115m   ↓ 1.100m

Deze etappe gaat vanaf de Tornay-Bostan Hut naar beneden en komt bij het dorpje Allamands uit op de Grande Randonnée® nr. 5. Na een kort stuk over de bochtige verharde weg loopt men door het bos tot aan Samoëns. Dan gaat men langs de bergbeek Giffre, steekt de kloven van Tines over en komt uiteindelijk aan op het Plateau van Sixt-Fer-à-Cheval, waarover men verder loopt naar Salvagny, het eindpunt van de etappe.

Samoens, France

Zicht op Samoëns
de.wikipedia.org/wiki

De Grande Randonnée® nr. 5 is een onderdeel van het netwerk van langeafstandswandelingen door Frankrijk – zie de website

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R111: Salvagny–Refuge de Moëde-Anterne

zwaarte:      II          wandeltijd:         6h10       afstand:   15,2 km          hoogteverschil: ↑ 1.581m   ↓ 346m

Deze etappe vol contrasten begint op de vlakte. Over de Collet d’Anterne bereikt men het Anternegebergte  dat uit geologisch oogpunt interessant is (kristallijn moedergesteente) en dat als beschermd natuurgebied is geregistreerd. Het eindpunt van de etappe is de Moëde-Anterne Hut, die vlak onder de Anterne Pas ligt en een prachtig uitzicht biedt op het bergmassief van de Mont-Blanc.

Mont Blanc mountain, Anterne Pass, France

Zicht op het Mont Blanc massief vanaf de Col d’Anterne Pas
fr.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R112: Refuge de Moëde-Anterne–La Flégère

zwaarte:      II          wandeltijd:         4h20       afstand:   13,9 km          hoogteverschil: ↑ 841m   ↓ 954m

Deze etappe der Via Alpina volgt voor het grootste deel de Langeafstandswandeling “Tour de Pays du Mont-Blanc”. Men doorkruist het beschermde natuurgebied Aiguilles Rouges (de Rode Naalden) en klimt naar de Brévent Pas. Daarna wandelt men bergaf langs de berghelling van Chamonix naar de Hutten van Planpraz en verder over de hoogteweg aan de overkant van het Mont-Blancmassief tot aan de hooggelegen Flégère Hut, het eindpunt van de etappe.

Aiguilles Rouges mountains, Brevent mountain, France

Zicht op de bergketen van de Aiguilles Rouges (“de Rode Naalden”) vanaf de berg Brevent
nl.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R113: La Flégère–Trient

zwaarte:      II          wandeltijd:         8h00       afstand:   18,5 km          hoogteverschil: ↑ 1.046m   ↓ 1.545m

Men volgt de Langeafstandswandeling® “Tour du Mont-Blanc” over de hoogteweg tegenover de scherpe rotstoppen van Chamonix en de Mont-Blanc tot aan de Montets Pas. Daarna wandelt men naar beneden naar het dorpje Buet, klimt naar de Posettes Pas en de Balme Pas en steekt de grens met Zwitserland over. Na deze oversteek loopt men aan de rechterflank van het dal naar beneden naar Trient, het eindpunt van de etappe.

Aiguillette des Posettes mountain, France

De berg L’Aiguillette des Posettes (2.201m)
commons.wikimedia.org/wiki

Langeafstandswandeling TMB® (“Tour du Mont-Blanc”)

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R114: Trient–Champex

zwaarte:      II          wandeltijd:         5h30       afstand:   15,1 km          hoogteverschil: ↑ 912m   ↓ 770m

Over de La Forclaz Pas verlaat men Trient en loopt langzaam stijgend in oostelijke richting naar de Alp Bovine. Van hieruit gaat men langzaam weer naar beneden naar de hoogvlakte van Champex. Zodra men bij het meer van Champex is aangekomen, is het niet ver meer naar Champex, het eindpunt van deze etappe.

Champex Lake VS, Switzerland

Het Meer van Champex
commons.wikimedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R115: Champex–Bourg-St-Pierre

zwaarte:      I          wandeltijd:         5h40       afstand:   16,1 km          hoogteverschil: ↑ 821m   ↓ 662m

Men verlaat Champex langzaam naar beneden lopend in noordoostelijke richting naar Chez les Reuse, van waaruit men verder afdaalt naar Orsières. Aan de voet van de rechterflank van het Val d’Entremont loopt men over de oude Pasweg langzaam naar boven naar Van d’en Haut, langs Forny en Liddes, naar Bourg-St-Pierre, het eindpunt van deze etappe.

Entremont Valley VS, Switzerland

Zicht op het Val d’Entremont dal
de.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R116: Bourg-St-Pierre–Col du Grand- Saint-Bernard

zwaarte:      II          wandeltijd:         4h30       afstand:   12,5 km          hoogteverschil: ↑ 940m   ↓ 85m

Vanaf Bourg-St-Pierre loopt men langzaam het dal omhoog. Over de rechteroever van het meer van Toules bereikt men over de oude bergweg de Pas van de Grosse St. Bernhard, met zijn unieke hondenfokstation. Dit is het eindpunt van deze etappe.

Col du Grand Saint Bernard Pass, Italy

De Col du Grand Saint Bernard Pas vanaf de Italiaanse kant gezien
commons.wikimedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R117: Col du Grand -Saint-Bernard–Célleraz

zwaarte:      II          wandeltijd:         9h50       afstand:   26,855 km          hoogteverschil: ↑ 612m   ↓ 1.562m

De Via Alpina loopt over de Pas van de Grosse St. Bernhard naar Italië en gaat over uitgestrekte graslanden en door diepe bossen, langs meerdere bergboerderijen naar de Citrin Pas aan de tegenoverliggende helling van het Grosse St. Bernhard dal. De klim gaat door een kenmerkend alpienelandschap het Jovençan dal in. Dan bereikt men de Joux Pas, van waaruit men  de Emilius, de Gran Paradiso en de Rutor kan bewonderen.

Jovencan, Aosta Valley, Italy

Jovençan in het Aosta dal
nl.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R118: Célleraz–Valgrisenche

zwaarte:      II          wandeltijd:         6h00       afstand:   19,013 km          hoogteverschil: ↑ 807m   ↓ 334m

De Route leidt steil naar beneden naar Célleraz en gaat langs de flank van het centrale Aosta dal, door meerdere dorpen en over de rivier Dora Baltea. Dan gaat men door het dal van Valgrisenche, over weiden, door uitgestrekte bossen, door dorpen en door het beschermde natuurgebied van Lac Lolair. Aan het einde van het dal kan men de indrukwekkende muren van de stuwdam van Beauregard ontwaren.

Lolair Lake, Aosta Valley, Italy

Het meer van Lolair in het Aosta dal
www.camptocamp.org/images

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒

Etappe R119: Valgrisenche–Refuge de l’Archeboc

zwaarte:      II          wandeltijd:         7h45       afstand:   17,6 km          hoogteverschil: ↑ 1.601m   ↓ 1.239m

Door naaldbossen, over graslanden en puinhellingen loopt men langs het meer van San Grato met uitzicht op de Grande Rousse, La Becca du Lac en de Testa del Rutor. Over de “Col du Mont” Pas komt men op een oude verbindingsweg tussen het Aosta dal en de Tarentaise op Frans grondgebied. Daar leidt de Via Alpina naar de Archeboc Hut, het eindpunt van deze etappe.

Testa del Rutor mountain, Aosta Valley, Italy

Zicht op de berg Testa del Rutor met de gletsjer vanaf het noordwesten
nl.wikipedia.org/wiki

‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒‒