Via Alpina

Wandelen in de Alpen

Hokitika (NZ): een historische plaats met uitzicht over de Oceaan

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.


17 december 2019

Glow worms en goudkoorts

Gisteren ben ik vroeg uit Hanmer Springs vertrokken om verder te reizen naar de plaats Hokitika aan de westkust, een tocht van zo’n 3½ uur over 250 kilometer. Het weer was niet meer zo zonnig en aangenaam als de dagen ervoor: het regende een beetje en het was frisjes… Ik reed terug naar waar ik afgelopen zaterdag de State Highway 7 had verlaten en vervolgde de weg in de richting van de Lewis Pass. De weg volgt eerst weer de loop van de Waiau river en later de loop van diens zijrivier Boyle River. Na een uurtje bereikte ik de Lewis Pass, waar het zicht vanwege de mist erg slecht was. Wel viel mij op dat de dichte bossen met Europese beuken een prachtige lichtgroenig kleur hadden, want zij stonden nog maar net in het blad!

Door de mist kon ik verder weinig zien van het landschap dat heel ruig en indrukwekkend moet zijn. Er loopt door dit “scenic reserve” een meerdaagse wandelroute, de St. James Walkway met overnachtingsmogelijkheden in grotere en kleinere berghutten. Deze wandelroute maakt deel uit van de Te Araroa Trail, een langeafstandswandeling van de uiterste noordpunt van het Noordereiland naar het uiterste zuidpunt van het Zuidereiland over een afstand van 3.000 kilometer. Dat is nog eens een uitdaging: daar doe je tussen de drie en zes maanden over! Ter vergelijking: de gehele Via Alpina met al haar vijf Routes is 5.000 kilometer…

Vanaf de Lewis Pass was het weer ruim anderhalf uur rijden tot de volgende afslag in de richting van Greymouth aan de westkust. Hier waren vele punten van historisch belang, vooral wat landbouw en veelteelt, bosbouw en mijnbouw betrof. Bij het plaatsje Ikamatua in het Grey District stond een groot informatiebord over de eerste boerderij die in 1862 in deze regio, in Waipuna, door het Europese echtpaar Samuel en Elisabeth Mackley was opgezet. Het oorspronkelijke huis, een beschermd monument, staat nog hier in de buurt, maar schijnt inmiddels erg vervallen te zijn…  Hier is het dal van de Upper Grey River ook weer heel breed  met uitgestrekte weidegronden – en er waren nog steeds koeien die mij nieuwsgierig aankeken! De weg ligt naast een spoorlijn die van Westport aan de kust via Reefton naar Greymouth (met een aftakking naar de Arthur’s Pass en uiteindelijk Christchurch) en verder naar het zuiden naar Hokitika loopt. Hier is alleen maar goederenvervoer. Oorspronkelijk was het gehele gebied bedekt met dichte bossen van voornamelijk inheemse coniferen, zoals de Rimu (Dacrydium cupressinum) en de Kahikatea (Dacrycarpus dacrydioides). Dit bood grote mogelijkheden voor de houthandel. Na het omzagen van die kapitale bomen kon de veeteelt opbloeien: na het verwijderen van de stobben werden de open stukken ingezaaid met gras. Om die boomstammen te kunnen vervoeren naar de havens van Greymouth en Westport werd de spoorlijn aangelegd. Ergens langs de weg stond een grote, gerestaureerde locomotief, een van de laatste “bush locomotives” die bij de firma Donaldson in Hokitika gebouwd was tussen 1907 en 1928. Deze heeft nog dienst gedaan tot in de 1940er jaren. Daarna heeft de locomotief ergens staan wegroesten, totdat iemand het historische belang ervan inzag en het voor elkaar kreeg om de loc te (laten) restaureren. Nu is de Bush locomotive terug in het gebied waar zij destijds is gebruikt.

Ik reed over de State Highway nr. 7 verder in de richting van Greymouth. Ik liet nu het landbouwgebied wat meer achter mij en kwam in het mijnbouwgebied: hier waren vooral kolenmijnen. Rondom deze tak van industrie is een themapark ingericht: het “Dobson/Brunnerton Heritage Park“. Dit is geopend met de onthulling van een monument op 16 september 2018 ter gelegenheid van de 50e verjaardag van de sluiting van de mijn. Het monument werd onthuld door de burgemeester (met een Hollandse naam: Kokshoorn!) in aanwezigheid van de oudste nog levende mijnwerker. Er was een klein overzicht van oud materieel dat gebruikt was in de kolenmijnen, zoals smalspoor-kiepwagons voor het vervoer van de in de mijn uitgehakte kolen. Op informatieborden stonden foto’s en verhalen, o.a. over de ruige en wilde tijden in het begin van de mijnbouw en de explosies in de mijn van 1926 met negen doden en veel schade. Ook veel opschudding werd veroorzaakt door een misdadigerscollectief dat in 1866 in dit deel van het Zuidereiland actief was, dat o.a. de broer van Arthur Dobson (naar wie de Arthur’s Pass is vernoemd), George Dobson heeft vermoord, omdat zij hem voor iemand anders, een goudhandelaar, hadden gehouden. Het plaatsje Dobson is naar hem vernoemd…

20191216_120239

Dobson bij Greymouth: uitsnede uit een foto op het infopaneel bij het “Dobson/Brunnerton Heritage Park” met de situatie uit 1968 vlak voor de sluiting van de mijn

Na enige tijd kwam ik in een grijs Greymouth aan. De stad maakte een wat deprimerende indruk op mij en daarom koos ik er toch voor om door te rijden naar mijn eindbestemming Hokitika. Omdat ik daar toch nog te vroeg arriveerde om in te checken in het zo te zien leuke vakantiepark reed ik het korte stukje verder naar het stadje om nog wat boodschappen te doen. Ik liep daarna nog even rond, maar al snel begon het te regenen… Die regen ging de gehele avond en nacht door. Ik zat gezellig in mijn cosy log cabin en hoorde (en zag) de goederentrein van KiwiRail, de spoorwegonderneming van Nieuw-Zeeland langs komen. De avond viel in alle donkerte wel vroeg…

Vandaag heb ik, ondanks de zware regens van de afgelopen avond en nacht, een groot gedeelte van de dag door en om Hokitika gelopen – het weer werd steeds beter: aan het begin van de middag kon ik zonder vest rondlopen in een bloesje met korte mouwen, terwijl ik de ochtend was begonnen in een toegeknoopte regenjas! Toen ik rond 10 uur het bordje “Beach” volgde vanaf mijn log cabin was het droog, maar nog wel bedekt, fris en winderig. Toch was mijn eerste blik op de Tasman Sea zeker overweldigend!

20191217_101522

Hokitika: panoramisch zicht op het brede strand van de Tasman Sea bij eb

Ik heb een heel eind in noordelijke richting gelopen over het brede strand. Veel schelpen heb ik niet gevonden, wel kiezels, en vooral veel takken, boomwortels en ook hele boomstronken! Er was ook een stronk ver op het strand geworpen: ik zag frisgroen blad uit de stam komen! Om de zoveel meter liep er wel een zoetwaterstroompje over het strand naar de zee, die er grijs en dreigend uitzag, zeker met de donkere wolken erboven. Het was stil op het strand – in de verte zag ik nog iemand met een hond lopen.

Toen ik aan een heel brede waterstroom kwam die te diep was om doorheen te gaan, ben ik langs een vervallen sportveldje teruggelopen naar de doorgaande weg. Ik wilde bij daglicht de Glow-worm dell wel eens zien: de plek waar ’s avonds de glimwormen licht geven. Tegenover het bungalowpark “The Shining Star” waar ik mijn log cabin had liep een verharde weg nogal steil naar boven door een groene, halfdonkere jungle. Er was een vrijwel verticale rotswand met een klein watervalletje die bijna geheel begroeid was met mossen en varens. Het was er erg vochtig – precies wat de glimwormen graag willen! Beneden bij de weg had een groot bord gestaan met informatie. Er stonden ook waarschuwingen op: niet te veel lawaai maken en zo weinig mogelijk licht gebruiken, daar houden de glimwormen niet van! Deze New Zealand glow-worms zijn niet verwant met onze vuurvliegen – zij zijn larven van een muggensoort (Macroceridae) die het oplichten van hun achterlijf gebruiken om hun prooi, kleine insectjes, te vangen: deze komen op het blauwgroenige licht af en blijven plakken in de kleverige parelachtige snoeren, die de larve maakt van zijde en speeksel. De larve voelt de “vislijn” bewegen, haalt de lijn op en eet zijn prooi op. Het schijnt dat het licht sterker schijnt naarmate de larve meer honger heeft… Nu was er nog niets te zien. Ergens was een zijpad van de route, die verder tegen de helling op ging. Nieuwsgierig volgde ik het erg dichtgegroeide pad. Bij een open plek had ik een mooi uitzicht over het vakantiepark en de achterliggende oceaan. Het zicht werd al wat beter.

Vanuit mijn keukenraam had ik op die hoge kant een donkergrijze watertoren en een langgerekt wittig huis met een roestkleurig dak zien liggen. Het pad bleek daarnaartoe te leiden. Ik kwam op een groot terrein uit met hier en daar nog een vervallen huis. Bij sommige waren de deuren dichtgemaakt met golfplaten. Het zag eruit als een set voor een film, waarvan je al van tevoren weet dat het niet goed afloopt… De watertoren was van dichtbij nog grauwer. Een man stond te sleutelen aan een oude auto. Er stond flink wat wind en af en toe hoorde ik een geluid uit de huizen komen, maar ik kon niet zien of het door de wind of door de bewoners werd veroorzaakt. Toch moesten er nog wel mensen wonen, want bij een van de treurige huizen stond een naaldboompje met één kobaltblauwe en zilveren kerstslinger… Er was ook nog een kerkgebouwtje met het opschrift “Chapel of the Holy Spirit“. Ik heb daar rondgelopen in de hoop dat ik nog zou kunnen uitvinden wat dit voor een troosteloze bedoening was. Net toen ik dacht dat ik dan maar weer via dezelfde weg terug moest gaan, kwam ik bij het receptiegebouw van het vakantiepark “Seaview” – er werd aangegeven dat er nog “vacancies” waren… Er stond ook een gedenksteen met een plaquette: ter herinnering van het honderdjarige bestaan van het psychiatrische ziekenhuis dat hier in Seaview had gestaan: van 1872 tot 1972. Ook staat er een vuurtoren van witgeschilderde houten planken: dit is niet meer de originele uitvoering uit 1879, want die was verrot toen de erfgoedorganisatie van Hokitika in 1999 aan de restauratie wilde beginnen. De oorspronkelijke vuurtoren was gebouwd door de in Nieuw-Zeeland bekende ingenieur en vuurtorenontwerper John Blackett (1818–1893). Het licht was zichtbaar tot 26 kilometer uit de kust. In 1924 werd zij ontmanteld. Het licht werd gedemonteerd en overgebracht naar Wellington. De  toren werd overgedragen aan het psychiatrisch ziekenhuis, dat hem vervolgens als observatietoren gebruikte. In 2002 is er een replicalicht in de toren geplaatst. Er stond ook nog een wit en lichtblauw gebouwtje dat er uitzag als een theekoepel. Alles maakte een wat desolate indruk.

20191217_151046

Hokitika: vanaf mijn log cabin is de watertoren en het verwaarloosde gebouw bij Seaview duidelijk te zien…

Op een verder keurig gemaaid gazon stond ook een herdenkingsmonument van grijs beton: op een ronde voet stond een vierkante sokkel met een plaquette aan iedere zijde en daarop twee mannenkoppen met de achterhoofden tegen elkaar als een Januskop – de ene keek naar het noorden, naar de zee, en de andere keek naar het zuiden, naar de nu niet zichtbare bergen. Er sprak een eindeloze droefheid uit. Het is het monument uit 2015 ter herdenking van de Māori die in de 19e eeuw in de gevangenis van Hokitika zijn opgesloten, vaak zonder enige vorm van proces. De arrestaties gebeurden tijdens en na de Nieuw-Zeelandse Oorlogen (1845 tot 1872). Deze oorlogen vormen nog altijd een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het land. Bij het Verdrag van Waitangi uit 1840 was o.a. bepaald dat land van de Māori alleen maar door de overheid gekocht mocht worden en dat de Māori het ongestoorde recht op land, wateren en bossen werd gegarandeerd. De kolonisten namen het uiteindelijk niet zo nauw met de naleving van deze bepalingen en daardoor ontstonden er steeds meer geschillen over de reikwijdte en de uitvoering van het verdrag. Het leidde ook tot gevechten – de ergste daarvan in de plaats Taranaki op het Noordereiland, toen een Māori stam een in hun ogen ongeldige transactie van land aan de overheid niet erkende en de Britse nederzetting in brand stak. Daarop greep de overheid hard en met geweld in – de meeste Māori stammen kozen partij tegen de Kolonisten, waardoor het conflict grote proporties kreeg. Er zijn vele Britten en Māori gesneuveld.

20191217_114129 (2)

Hokitika: een indrukwekkend monument bij Seaview ter herinnering aan het gevangenhouden van Maori in de 19e eeuw met plaquettes aan vier zijden en twee mannenkoppen naar het zuiden (de bergen) en het noorden (de zee) kijkend

Op de plaquettes staan teksten in het Māori en in het Engels. De koppen zijn van twee Māori leiders uit de 19e eeuw. De ene is Te Whiti o Rongomai (1830–1907), een spiritueel leider die een vreedzame benadering van het landconflict voorstond en stichter van de plaats Parihaka op het Noordereiland. De andere is Tohu Kakahi (1828–1907) die aanvankelijk een veel oorlogszuchtige houding had naar de kolonisten, maar later terugkeerde naar Parihaka. Toen in 1879 het land werd opgemeten hebben Māori de piketpaaltjes en de hekwerken steeds weggehaald. Ze werden gearresteerd en afgevoerd. Anderen namen hun plaats in. Het land werd vervolgens door Māori geploegd – ook deze ploegers werden gearresteerd en gevangen gezet. Zo zijn er vele zogenaamde “fencers” en “ploughmen” in gevangenissen op het Zuidereiland opgesloten, dus ook in Hokitika. Beide leiders werden door de kolonisten in 1881 opgepakt wegens “wickedly, maliciously, and seditiously contriving and intending to disturb the peace” en tot gevangenisstraffen veroordeeld.

Op de plaquette aan de noordkant van het monument staat o.a. The Pathway to Peace en een verhaal over een spirituele mand die gevuld is met dingen die van belang zijn – dus ook de tranen en het verdriet van degenen die ten onrechte in de gevangenis zijn gezet – en die de stammen blijven verenigen. Op de oostzijde staat op de plaquette dat door het achterlaten van het verdriet over wat gebeurd is en over wat eens aan de Māori toebehoorde, er nu ruimte is voor een nieuw begin: “We step into a new dawn – arohanui“. Dat laatste betekent zoveel als “grote liefde”. Op de zuidkant staat het eigenlijke verhaal van het monument. Dit monument is opgericht en opgedragen aan de twee leiders en aan de leden van de verschillende Māori stammen die gevangen zijn gezet onder vreselijke omstandigheden, die harde arbeid hebben moeten verrichten en die veelal in anonieme graven liggen. De kop van Te Whiti o Rongomai kijkt naar het oosten om de opkomende zon te verwelkomen en de kop van Tohu Kakahi kijkt naar het westen om afscheid van de zon te nemen. Zij hebben in hun spiritualiteit geweten dat de kolonisten Taranaki wilden vernietigen en dat ze daarom de niet-gewelddadige weg gekozen hebben. Bij de nabestaanden van de gevangenen van destijds heeft nog lang, zelfs na bijna 140 jaar, veel onvrede en woede over de behandeling van hun voorouders geleefd. De “Crown” heeft officieel haar verontschuldigingen aangeboden voor hetgeen gebeurd is en dat heeft de nabestaanden de mogelijkheid gegeven om dit hoofdstuk af te sluiten. Op 27 maart 2015 is het monument plechtig onthuld.

Op het informatiebord bij de begraafplaats staat uitgebreid de geschiedenis vermeld van de begraafplaats, de gevangenis en het psychiatrisch ziekenhuis. In 1864 werd in de Hokitika rivier goud gevonden. Dit ontketende een goudkoorts: de plaats Hokitika werd in snel tempo ontwikkeld. Met de grote toestroom van goudzoekers kwam ook de misdaad (gevechten, diefstal en dronkenschap). Eerst sloot de politie de gevangenen op in houten hokken, maar toen de publieke opinie vond dat “zelfs de gevangenen” moesten worden behandeld als menselijke wezens, werd besloten tot de bouw van een “ruim opgezette” gevangenis. Deze werd in 1866 ontworpen en naast de begraafplaats op de steile kustrand van Seaview gebouwd. Vanaf 1880 ging de goudkoorts voorbij en daarmee daalde ook het aantal misdadigers. In 1904 bleek dat de Hokitika jail de op één na duurste gevangenis van het land was. In 1909 sloot de overheid de gevangenis en gingen de gebouwen over op het psychiatrische ziekenhuis: zij werden gebruikt voor de huisvesting van patiënten tot hun afbraak in 1921.

20191217_114818

Hokitika: op een infobord staat vermeld wat het rantsoen van een gevangene was in 1868 en hoe het ontwerp van de Hokitika gevangenis eruit zag (1866)

Vlak bij de begraafplaats staat een gedenknaald voor drie overheidsfunctionarissen die in de jaren 1863 verongelukt zijn in hun functie en voor George Dobson die in 1866 is vermoord. Het is een eerbetoon aan wat zij hebben betekend voor de ontwikkeling van de regio Westland. Deze naald was in 1868 eerst beneden in de stad geplaatst op de kruising van de Sewell Street en de Weld Street. In 1880 is de naald bij de begraafplaats opgesteld. Nadat ik weer was afgedaald naar het stadje kwam ik op de plek waar de gedenknaald heeft gestaan. Daar staat nu sinds 1903 de Tower Clock, die officieel de “Westland South African War and Coronation Memorial Clock Tower” heet. De oorlog die bedoeld wordt is de Tweede Zuid-Afrikaanse Boerenoorlog van 1899 tot 1902. De klok is ook bedoeld als herinnering aan de kroning van de Engelse Koning Edward VII. Er zijn vele hardstenen plaquettes aangebracht. Een stratenblok meer naar de zee staat op de rotonde van de Tancred Street en de Weld Street een ander monument: “The Pioneers of Westland“. Dit is in 1914 ingehuldigd als herinnering aan het begin van de goudkoorts in Hokitika in 1864, dus 50 jaar daarvoor. Het bestaat uit een mannenfiguur van wit marmer op een hoge hardstenen sokkel, met daarop vele inscripties als eerbetoon aan de harde arbeid die hier verricht is. De man is gekleed in werkkleding, draagt een grote breedgerande hoed en wijst met zijn rechterarm in de richting van de voormalige goudvelden. Hij houdt een moker in zijn linkerhand, waarvan de kop op de grond achter hem rust, naast een brok steen. Ten tijde van de onthulling stond het beeld nog op bij de doorgaande autoweg, de Fitzherbert Street. In de loop van de jaren was het beschadigd geraakt, o.a. dor vandalisme: er was een arm af en het gezicht was duidelijk met steentjes bekogeld. Met het oog op de viering van het 150 jarig gestaan van Hokitika in 2014 is het beeld gerestaureerd en op een andere plaats teruggezet. Dit leidde bij de burgerij tot nogal wat ophef: niet alleen over de andere plek, maar ook het feit dat de Pioneer nu in een andere richting wees…

De monding van de Hokitika rivier in de Tasman Sea ligt net iets ten zuiden van de naar de rivier vernoemde stad. Het is bijna een zeearm, zo breed is het water. Het water wordt overspannen met een grote verkeersbrug. Er is ook een voetpad over de brug. De Alpen in het zuidoosten waren door de laaghangende bewolking helaas niet te zien, maar het zicht in de richting van de zee was ook interessant. Halverwege in de rivier is een brede zandbank, waar het water nu rustig omheenstroomt, maar aan de dikke boomstammen te zien die op het zand liggen, is dat niet altijd het geval! Er is een lange wandelboulevard langs de rechteroever van de rivier: Hokitika is van oudsher vooral aan deze oever gebouwd. Er zijn vele borden langs het water geplaatst met goede informatie over de roerige geschiedenis van Hokitika en de zeevaart. Enkele jaren geleden is men begonnen deze boulevard, de Gibson Quai opnieuw in te richten. Hier en daar waren nog zandhopen te zien. Deze wandelroute loopt helemaal tot het einde van de riviermonding en vandaar kan men ook nog verder over het strand (bij eb) of over een wandelpad (bij vloed). Dan komt men ook bij het Shipwreck Memorial: een betonnen replica van de schoener Tambo die in 1866 verging op een zandbank in de monding van de Hokitika rivier, die destijds als haven voor Hokitika diende. Het monument staat daar opgesteld als herinnering aan de 42 schepen die zijn vergaan bij het binnenvaren van de haven…

Langs de Gibson Quai staat een laan van al oude New Zealand Christmas Trees (in Māori Pohutukawa tree met als Latijnse naam Metrosideros excelsa). Ze bloeiden nog net niet: je zag de bloemknoppen als grijzige wattenbollen in de boomkruinen zitten. Van dichtbij zien de bloemen er heel mooi uit met lange dieprode meeldraden in wijde bundeltjes. De meeldraden hebben felgele punten. Het is ook boom die gekweekt wordt: er zijn vele cultivars, waaronder ook eentje met felgele bloemen. Zelf vind ik de rode variëteit het mooist!

20191217_132908 (2)

Hokitika: langs de Gibson Quai staan Nieuw-Zeelandse Christmas trees in een rij, nog net niet bloeiend

Behalve de Christmas Tree (en hier en daar ook een echte kerstboom!) heb ik op mijn wandeling ook veel andere, veelal inheemse planten gezien. Sommigen heb ik kunnen determineren, zoals de Kangaroo apple, of zoals de Māori naam luidt, Poroporo (Solanum aviculare). Deze plant heb ik zien staan toen ik vanochtend vanaf het strand naar de hoge kant bij Seaview liep. Deze plant uit de Nachtschadefamilie bloeit met grote helder-paarse bloemen en een gele stamper. De bladeren waren niet zoals bij een tomaat of aardappel geveerd, maar lancetvormig. Verderop zag ik de onrijpe, nog groene wat pruimvormige vruchten hangen, die op tomaatjes leken. Als ze rijp zijn, worden ze geel-oranje en zijn ze eetbaar. Onrijpe vruchten zijn giftig, net als onrijpe tomaten.

Na mijn uitstapje naar de zee kwam ik langs een groot stenen gebouw, het Carnegie building uit 1908, waarvan de bouw in 1906 startte. Oorspronkelijk was het gebouw bestemd als bibliotheek, zoals zovele van dergelijke gebouwen die in het begin van de 20e eeuw over de gehele wereld zijn opgericht met financiële hulp vanuit de door de Amerikaanse staalmagnaat Andrew Carnegie opgerichte stichting. In 1953 was één ruimte in het gebouw ingericht als museum van de geschiedenis van de regio Westland. Vanaf 1998 is het gehele gebouw als museum ingericht. Na de grote aardbeving van 2016 kwam bij inspectie naar de aardbevingsbestendigheid van het gebouw naar voren, dat het absoluut onveilig was. Het museum werd daarop gesloten en de staf naar een veiliger gebouw in de buurt overgebracht. in het Carnegie building was nog wel een ruimte met informatie over de totstandkoming van het gebouw. Bij de ingang was een groot bord geplaatst met de mededeling dat toegang geheel voor eigen risico was… Dat risico heb ik maar genomen! Buiten stond nog een  marmeren standbeeld van een vrouw, “Summer“, ter herinnering aan de “British and Intercolonial Exhibition“, die in 1923–1924 in Hokitika werd gehouden. Op de plaquette stond vermeld dat met deze “Exhibition” vooral de opening van de Oost-West spoorverbinding (over Arthur’s Pass en door de Otira tunnel) en het diamanten jubileum van Westland Province (1864–1924) werd gevierd. Vlakbij was ook een merkwaardig apparaat opgesteld: het bleek een “sluicing nozzle” te zijn, een soort hogedrukspuit om goud uit gesteente te spoelen – een andere herinnering aan het tijdperk van de goudzoekers…

Aan de muur van het gebouw waar dit spuitapparaat staat is een vergrote replica van een foto uit 1867 opgehangen waarop de overvolle kade van Hokitika te zien is met een woud van scheepsmasten: er lagen toen 41 schepen afgemeerd!

20191217_140235

Hokitika: een reproductie van een foto uit 1867, toen een record aantal schepen (41) de haven van Hokitika aandeed

Met de goudkoorts kwamen ook de gebedshuizen van vele gezindten: de St. Andrew Church van de Methodist-Presbytarian Church uit 1866 is één van de eerste kerken in Hokitika geweest: het uit donkere bakstenen opgetrokken gebouw ziet er indrukwekkend uit met de strakke kerktoren zonder spits en de onderverdeelde halfronde vensters. Er stond een kleine, kleurrijke kerststal bij, met het Kindeke Jezus in een kribbe met wel héél erg geel stro. Het tafereel was ontroerend door de eenvoud dat het uitstraalde… De veel grotere Katholieke Kerk, St. Mary’s, uit 1904 had een veel klassiekere architectuur: de grotere omvang schijnt te maken te hebben met de komst van grote aantallen Ierse goudzoekers!

Vanuit het centrum van Hokitika kan men ook weer het strand op. De toegang wordt gemarkeerd met wat inmiddels een icoon van de stad geworden is: een poort met daarop de stadsnaam, gevormd door letters van aan elkaar vastgemaakt drijfhout. Het oogt wel heel luchtig, zeker tegen de inmiddels wat blauwere lucht met kleine wolkjes.

20191217_141058

Hokitika: op weg naar het strand is de naam van het stadje uit drijfhout gemaakt

Toen ik weer bijna terug was bij mijn log cabin, ben ik nog even naar de zee gelopen: daar zag ik dat het inmiddels vloed geworden was. Grote golven braken schuimend op de kust. Het was een indrukwekkend gezicht naar alle kanten! Eenmaal weer thuis kon ik terugkijken op een bijzonder “dagje-aan-zee”!

Vanavond, toen het rond 21.00 uur helemaal donker was, ben ik nogmaals de grote weg overgestoken om – met vele anderen! – naar de “Glow worm Dell” te gaan. We liepen allemaal een beetje op de tast en fluisterend naar de bemoste rotswand die ik vanochtend al had gezien. Het was een fascinerend gezicht om overal aan de rots heldere twinkellichtjes te zien als sterretjes tegen een nachthemel en te weten dat daaronder vrijwel onzichtbaar lange strengen met kleverige en dodelijke “parels”  hangen. In de verte ruiste de oceaan – het geheel had iets feeërieks! Een mooie afsluiting van deze tussenstop in dit historisch interessante plaatsje.

1 reactie

  1. Er is een te kort aan leerkrachten.
    Jij kunt je wel melden als Aardrijkskunde/Biologie/Geschiedenis Juf.
    Voor de omgang met pubers nog even een cursusje volgen.
    Succes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 Via Alpina

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑