Wandelen in de Alpen

Langs de Rijn: aan het water bij Rees (D) en door het bos bij Haldern

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.


12 april 2022

Wandelen langs de rivier en over land dat vroeger rivier was

Een leuke uitnodiging van Stef B., een vroegere bewoner van mijn appartementencomplex in Arnhem, leidde mij naar de stad Rees aan de rechteroever van de Rijn, vlak over de grens in Duitsland. Sinds enige tijd organiseert hij “Waldführungen” in het bosgebied net ten noordoosten van Rees, bij het dorpje Haldern. Ik meldde mij aan voor de rondleiding van zondagochtend 10 april, want ik was geïntrigeerd door zijn wijze van benadering van “bomen en bossen” – maar daarover later meer! Omdat de bijeenkomst al om 09.30 uur begon, besloot ik om de dag ervoor, zaterdag 9 april, naar Rees te gaan en er een soort mini-vakantie van te maken.

Ik had een aardig hotel geboekt dat echt áán de Rijn ligt: Hotel Rheinpark. Mijn kamer keek echter uit op het stadspark, het “Froschpark“, met een mooie vijver en de oude stadsmuur – en dat was zeker niet verkeerd! Ik arriveerde daar halverwege de middag en omdat het weliswaar koel, maar wel zonnig was – tussen de felle hagelbuien door… – besloot ik meteen te gaan wandelen in de stad. De “Verkehrs- und Verschönerungsverein” van Rees heeft een rondwandeling opgesteld die langs de belangrijkste historische gebouwen en plekken van de stad voert. De wandeling volgt voornamelijk de route langs en over de oude stadsmuur met verdedigingswerken, die zijn opgeworpen vooral tegen “de vijand”, maar ook tegen de Rijn (water en ijs!). Ik haakte aan bij deze wandeling op het punt waar de weg door de (voormalige) Rijnpoort uitkomt op de Rheinpromenade, vlak bij mijn hotel. Onderweg zou ik ook vele beelden en sculpturen zien als onderdeel van een andere wandeling door de stad, de Skulpturenrundgang von Rees.

20220409_174814 (2)
Rees: bord met het overzicht van de rondwandeling langs historische punten bij en op de stadsmuren die de “Verkehrs- und Verschönerungsverein” heeft opgesteld

De omgeving van de plek waar nu Rees ligt is al erg lang bewoond: uit bodemvondsten kan men afleiden dat er in de Middelsteentijd (na 10.500 voor Chr.) al mensen woonden en werkten in de buurt van Xanten ten zuiden van de Rijn. Die stad speelde ook een grote rol in de Romeinse tijd. Rees is altijd een economisch sterke plaats geweest vanwege de strategische ligging aan de Rijn. In 1227 werd haar stadsrechten verleend. Dit gaf haar het recht om versterkingen te bouwen. In de loop van de jaren en eeuwen hebben de legers van vreemde mogendheden de stad ingelijfd en er versterkingen gebouwd, maar haar ook weer verlaten: Spanjaarden (16e eeuw), Nederlanders (17e eeuw) en Fransen (18e eeuw). Bijna steeds werd de stad in armoede en in puin achtergelaten. Dit gold vooral in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog, toen vrijwel de gehele stad verwoest werd… Nu is er nog maar weinig te zien van de schade uit de Tweede Wereldoorlog, maar op informatiepanelen komt deze periode vaak terug. De foto’s die op de panelen staan spreken boekdelen.

Vanaf het punt waar ik aan de rondwandeling begon kwam ik twee bronzen beelden tegen. De eerste was een beeldengroep van twee meisjes – van brons – die losjes op de balustrade van de promenade zaten: “Zwiegespräch” (Dialoog). De Duitse kunstenaar Jürgen Ebert (*1954) heeft hiermee iets tijdloos willen tonen: de meisjes zitten te “kletsen”, zoals hun moeders of zelfs hun grootmoeders hadden kunnen doen. Bovendien neemt men in deze digitale wereld vaak niet meer de moeite om echt in gesprek te gaan. Een ander aardig tafereeltje in brons wordt gevormd door een jongen die een tegenstribbelende geit aan een touw probeert mee te trekken: “Ziege” van de in 1925 geboren Duitse kunstenaar Dieter von Levetzow uit het jaar 1989. Het is een verwijzing naar de nog tot na de Eerste Wereldoorlog bestaande traditie van het houden van geiten in de stad. Een overgeleverde kreet is “In Rääs, dor kiike de Tsekke dör de Glääs” (in officieel Duits “In Rees schauen die Ziegen durch die Fensterscheiben“, vertaald met “In Rees kijken de geiten door de ramen naar binnen”). Het beeld is wel naar het leven getekend…!

Aan de Rheinpromenade staan ook bouwsels die geen binding hebben met de stadsmuren uit de 13e eeuw. Er is een gemetselde ronde waterput waarvan het pompsysteem ongeveer een meter onder het maaiveld ligt. De put zelf zal wel oud zijn, maar men heeft ontdekt dat het pompsysteem en de leidingen mogelijk uit het begin van de 20e eeuw stammen. Ogenschijnlijk is de Pegelturm onderdeel van de oude stadsmuren, maar dat is niet het geval: het is een peilstation dat na de verwoestingen door de Tweede Wereldoorlog weer is opgebouwd. Hier wordt aan de scheepvaart de waterstand bij Rees doorgegeven – dit staat niet gelijk aan de diepte van de Rijn die hier 6 meter bedraagt. De waterstand in Rees is 2,70 meter. Het peilstation valt onder het Wasser- und Schifffahrtsamt Duisburg-Rhein.

Een van de oudste gedeelten van de stadsmuren is de Zollturm, die in 1310 gebouwd is. Vanuit deze “douanepost” werd de tolheffing voor de Rijnscheepvaart gecontroleerd. Aan de voet van de toren vallen de rijen met donkere basaltblokken op: deze dienden ter versteviging van het bouwwerk tegen de ijsgang. Zij werden gedolven in de steengroeven in het Zevengebergte die aan het aartsbisdom Keulen toebehoorden. Op oude afbeeldingen is de toren hoger dan nu en was toen ook voorzien van een wat afgestompt kegeldak. Op een nieuwer stuk van de muur duidt een klein rood plaatje aan tot welke hoogte het water had gestaan tijdens Kerstmis 1993…

20220409_174914 (2)
Rees: zicht op de Zollturm (“Toltoren”) die gelijktijdig met de stadsmuren aan de Rijnzijde werd gebouwd (rond 1310) – nu is hier de Rheinpromenade

De rivier vormde niet alleen maar een gevaar, maar bracht zeker ook welvaart: goederen werden per schip aangevoerd en overgeslagen, passagiers werden met pontjes overgezet en er werd vis gevangen. Aan de Rheinpromenade staat sinds 2021 een beeldengroep als eerbetoon aan de sjouwers die de schepen belaadden en losten: de “Räässe Sackendräger“. Hoewel deze sjouwers onmisbaar waren bij het goederenvervoer, stonden zij niet hoog in aanzien. Na de Tweede Wereldoorlog werd het werk steeds meer gemechaniseerd, waardoor deze beroepsgroep verdween. Twee van deze sjouwers zijn door de Duitse kunstenares Christel Lechner (*1947) vereeuwigd. Het personenvervoer over de Rijn werd in de periode 1438 tot aan de opening van de verkeersbrug ten westen van Rees in eind 1967 verzorgd door ponten, die in Rees ook “Pönte” genoemd worden en niet Fähren. Het waren gierponten, uitgerust met zijzwaarden. De pont was oorspronkelijk met een lange staaldraad van 580 meter in het midden van de Rijn ten oosten van Rees verankerd. De ankerdraad was over 10 kabelbootjes gespannen – het laatste bootje was flexibel bevestigd aan een 365 meter lange kabel over de rivier. Door de druk van de stroming op de zijzwaarden werd de pont van de ene oever naar de andere geduwd. Aan de stadsmuur bij de Zollturm hangt naast een bordje met uitleg een replica van een zijzwaard dat herinnert aan de bijna 500-jarige traditie van de Reeser Pönte.

Een andere bron van inkomsten werd gevormd door de visvangst, o.a. op paling. De in Nederland gebouwde “Aalschokker Anita” die bij de Rheinpromenade voor anker ligt is daarvan een voorbeeld en dateert uit 1914. Met „schokker“ wordt een tot in de 19e eeuw gebruikt Nederlands type zeilschip bedoeld dat diende voor de visserij op de toenmalige Zuiderzee en de rivieren. Dit type ontleent zijn naam aan het eiland Schokland. In Duitsland worden dergelijke schepen nog wel voor de palingvangst ingezet: tot ver in 1960er jaren waren er wel 89 van deze tjalkboten actief in de visvangst. De meesten van dit type schepen zijn in de loop van de jaren omgebouwd tot woonboten, maar de Anita is dit lot bespaard gebleven: zij werd in 2002 door een echtpaar uit Rees gekocht en als museumschip op de rede van Rees afgemeerd. Ook werd zij gebruikt als schip voor onderzoek naar de visstand in de rivier door de Universiteit van Keulen. Vanwege dit onderzoek heeft de Anita enkele jaren later een andere ligplaats gekregen: bij Grieth, een plaatsje hemelsbreed 6 kilometer stroomafwaarts van Rees, aan de linkeroever van de Rijn. Daar was het visbestand beter. Toch is de schokker in 2012 weer teruggekeerd naar Rees, als een van de laatste stille getuigen van de vroegere visserij.

20220409_185909 (2)
Rees: in de Rijn aan de zuidwestzijde van de Rheinpromenade ligt een riviervissersboot (type schokker) “Anita” uit 1914 voor anker

Aan de oostelijke einde van de Rheinpromenade is er een weids uitzicht stroomopwaarts, over lage gebieden die oorspronkelijk oude stroombeddingen van de rivier waren. Er viel in het oosten nog een enkele hagelbui…

20220409_184604 (2)
Rees: zicht op de Rijn stroomopwaarts gezien vanaf de oostelijke zijde van de stad – de hagelbuien verdwijnen naar het noordoosten

Een volgend indrukwekkend gebouw langs de oostelijke vestingmuren is de Mühlenturm. Deze ronde toren is in 1470 uit bakstenen opgebouwd met – net als de Zollturm – een sokkel van basaltstenen. Deze waren afkomstig waren van het Landhuis Burg Aspel dat op 3 kilometer afstand ligt. De Mühlenturm heeft drie taken: als schorsmolen voor het vervaardigen van looistoffen, als verdedigingstoren, waarbij hij met klein geschut kon worden uitgerust en als bolwerk tegen zware ijsgang op de Rijn. Er bestaat een oude sage om de molen. “Er was eens…“ een molenaar die met zijn enige dochter in de molen woonde en die op zo’n grote voet leefde dat hij met de opbrengsten van de molen zijn schulden niet meer kon voldoen. Een rijke handelaar die een oogje op de dochter had, leende de molenaar steeds weer aanzienlijke bedragen zodat deze zijn schulden kon afbetalen. Als tegenprestatie eiste de handelaar dat de molenaarsdochter met hem zou trouwen. Dat weigerde zij omdat zij verliefd was op de molenaarsknecht. De knecht vroeg de molenaar om de hand van zijn dochter en beloofde de schulden met ijver en volharding af te betalen. Een molenaarsknecht als schoonzoon zag de molenaar niet zitten en er ontstond een heftige ruzie op het hoogste platform van de molen, die in een duel eindigde. De molenaar viel naar beneden en trok de knecht met zich mee…

20220409_180344 (2)
Rees: aan de oostelijke zijde van de stad staat de Mühlenturm uit 1470, die als molen en als wachttoren dienst deed

In de noordkant van de Molentoren is een grote witte steen ingemetseld, met daarop een tekst. De steen hangt erg hoog en daarom is de tekst niet helemaal goed te lezen. “IN FEBR Ao 1608 HET DE RHYN SYN ISS BIS UNDER DIESEM STEIN GEBRACHT […]“. De boodschap dat in februari 1608 het ijs in de Rijn tot onder het niveau van deze steen kwam, moest wel “TOT GEDACHTNYS SPREKEN“…! De Molentoren kan worden beklommen: binnen in de verder lege molen is een roestvrijstalen geraamte gemaakt met een brede wenteltrap. Vanaf het verder lege platte “dak” van de molen is het uitzicht in alle windstreken prachtig.

De stadswal verloopt verder naar het noorden en lijkt op het oog erg hoog. Toch kwam de Rijn bij het extreme hoogwater van 1926 tot bijna 1½ meter onder de bovenkant van de stadsmuur… Op een informatiepaneel stond daarvan een foto. Ik had al eerder bij de Rheinpromenade een peilstok zien staan met daarbij de waterhoogten in de loop van de 150 jaar: 1926 spande daarbij de kroon, maar ook eerder (in 1883 en 1920) en later (in 1995, zoals velen van ons zich nog zullen herinneren) bereikte het water extreme hoogten. Zware ijsgang vormde niet alleen in 1608, zoals op de steen aan de Mühlenturm werd aangegeven, voor problemen – dat was ook te zien op een foto uit 1929: op de torenhoge berg ijs lijken de mensen maar erg klein…

Op de noordoostelijke punt van de stadsmuur op het Rondeel van de Beer („Rondell zum Bären“) staat een bronzen beeld, de “Spanischer Offizier” dat door de Duitse kunstenaar Dieter von Levetzow in 1989 is gemaakt. Ook hierbij hoort een droef verhaal, de Sage vom Bärenwall. In de oorlog tegen de Nederlanden hadden de Spanjaarden in 1598 ook de vesting van Rees bezet. Op de stadsmuren stonden dag en nacht Spaanse wachtposten. Een Spaanse hopman wilde de onverschrokkenheid van zijn manschappen testen. Daartoe hulde hij zich in een berenvel, waarbij de kop zijn hoofd en de voorpoten zijn armen bedekten. In de nacht liep hij rechtop en luid grommend over de stadsmuur. Toen de eerste soldaten dit zagen wierpen ze hun wapens weg en gingen er snel vandoor. Er was er maar één die moed toonde; hij legde aan, vuurde en de beer viel op de grond. Toen ze later kwamen kijken vonden ze hun dode hopman in het berenvel…

Rees verloor het grootste gedeelte van haar vestingwerken in 1945 bij de verwoestende bombardementen. Nu hebben ze monumentenstatus – daarmee is ook de belangstelling van de burgers gewekt. Toen men in het begin van dit millennium de Rijndijk naar het noorden ging verleggen ontdekte men bij toeval de fundamenten van de verdedigingsdam “Festung zum Bär”. Deze werd zorgvuldig opgeknapt. Het blootgelegde bouwwerk uit voorgaande eeuwen met de grasvlakken tussen de brokkelige muren lijkt goed te passen in de geometrische vormen van vele van de kunstwerken in het Skulpturenpark van nu!

20220409_182518 (2)
Rees: zicht op de overblijfselen van een verdedigingswerk uit de 17e eeuw dat zich vanaf de stadsmuur naar het noorden uitstrekte, zoals dat in 2002 is blootgelegd

Op een informatiebord is te zien hoe in verschillende tijdperken de kazematten van de “Festung am Bär” zijn uitgebouwd. De vroegste gedeelten die het dichtste bij de stadsmuur liggen dateren uit de late Middeleeuwen (14e–15e eeuw). In het begin van de 17e eeuw volgde de grootste uitbreiding met de sluis en het hoornwerk. In de 18e eeuw is een en ander versterkt. Deze verbindingsdam vormde de scheiding tussen de vestinggracht die vanuit de Rijn werd gevuld en de gracht aan de landzijde. Door een sluis met een schuifmechanisme was het mogelijk om de waterstand in de buitenste en binnenste vestinggracht te reguleren. Bovendien beschermde de met leem gevulde en door pijlers in de muur versterkte “Bär” de stad tegen hoogwater en ijsgang.

20220409_182719 (2)
Rees: op een informatiepaneel wordt een overzicht gegeven van het verdedigingswerk aan de noordelijke stadsmuur en de aanleg door de eeuwen heen

Ook hier bij de vestingdam staat een wachttoren, zoals er meerdere op de vestingwerken zijn gebouwd. Het is niet goed zichtbaar dat deze toren niet het origineel is: in de 19e eeuw heeft men de toren afgebroken, maar in 1983 waarheidsgetrouw weer opgebouwd! Op een andere plek bij de stadsmuren in Rees staat ook zo’n wachttorentje: dat is in 1480 bij de toenmalige uitbreiding van de vesting gebouwd, maar in 1945 zwaar beschadigd geraakt. Pas in 1992/1993 heeft men het weer opgebouwd naar voorbeeld van het origineel. Vanaf de wachttoren bij de vestingdam heeft men een weids uitzicht over het noordelijke achterland van Rees. Vlak bij de wachttoren ligt een enorme bronzen bol, die de Zon voorstelt. Hier begint de “Planetenweg“, die in 2004 tot stand is gekomen op initiatief van enkele burgers van Rees en met donaties is gefinancierd. De gehele weg is 6 kilometer lang en volgt de dijk naar het noordoosten, naar het plaatsje Mehr, waar de planeet Pluto te vinden is. Onderweg wordt informatie gegeven over de verschillende planeten – de panelen zijn op zwerfkeien gemonteerd die daardoor mooi in het landschap passen. Iets voor een volgende keer?

Aan de noordzijde van de stadsmuur ligt een beeldentuin, het Skulpturenpark. Dit park werd in juli 2003 in het kader van het eerste grensoverschrijdende project “Skulpturenpark Rees – Sint Anthonis” in Nederland geopend. Op een oppervlakte van 5.500 m2 worden zowel abstracte als concrete kunstwerken tentoongesteld van Duitse en internationale kunstenaars (m/v). Iedere drie jaar wisselt de collectie. Alleen de fontein met de ronddraaiende granieten bol die vanaf het begin in het midden van de beeldentuin staat, heeft daar een vaste plek gevonden.

20220409_182739 (2)
Rees: zicht naar het noorden op het in 2003 ingerichte Skulpturenpark (Beeldenpark) vanaf de stadswal

In het Skulpturenpark was een veelheid aan kunstuitingen te zien – de huidige collectie blijft daar nog tot 2023 staan. Niet alles sprak mij evenveel aan, maar er was toch genoeg moois en interessants te zien. Zo was de installatie “Sisyphus” van de uit Portugal afkomstige kunstenaar Ernesto Marques (*1975) vooral door haar ligging boeiend: tegen de helling van de oude stadsmuur waar de restanten van het oude verdedigingswerk daarop aansluiten, was een kleine persoon uit brons bezig om een grote bal van licht zandsteen tegen een plaat op de helling op te duwen. Zo te zien was hij bijna boven, maar we kennen allemaal de afloop van deze legende uit de Griekse mythologie: als de bal bijna boven is zal deze weer naar beneden rollen en Sisyphus kan weer opnieuw beginnen… Deze “sisyfusarbeid” krijgt extra dramatiek doordat boven aan de helling de grote bronzen bol te zien is: dit is “Zon” als uitgangspunt voor de “Planetenweg“… Een ander beeld is van de hand van de Nederlandse beeldhouwer Leo Horbach (*1951): hij werkt graag met marmer – dat wit is of lichtgrijs “gemarmerd” en gedolven wordt in het Noord-Italiaanse plaatsje Laas om precies te zijn. In dit Skulpturenpark wordt zijn beeld “Sirene” tentoongesteld, dat hij in 2016 heeft gemaakt. Hij zegt hieroverShe makes me weak, but challenges my strenght“. Verder zijn er twee kunstwerken uit staal en/of Cortenstaal die iets met gezichten hebben en die beide in 2020 aan de collectie zijn toegevoegd. De kunstenares Annemarie Schott-Reintjes heeft op een rechthoekig vlak twee gezichten in contrasterende kleuren weergegeven die elkaar aankijken. Samen vormen deze serieuze gezichten een vrolijk lachend derde gezicht. De titel “1+1=3” lijkt op zich een grappige verrekening, maar dat is het metaforisch niet! Het andere kunstwerk met gezichten is van de Duitse kunstenaar Reimund Kasper (*1947), die stelt dat “Miteinander” (Samen) voortkomt uit het observeren van mensen in hun leefomgeving. Juist door de toenemende arbeidsdruk en de sneller wordende communicatie ontstaat er een grote behoefte aan menselijke nabijheid. Door dit beeld van een concreet gezicht met daarin een uitgesneden, imaginair gezicht wordt deze behoefte benadrukt. Ook door de schaduwwerking wordt dit versterkt.

Aan de westzijde van het oude stadsdeel van Rees ligt de “Bastei am Westring“, een ander verdedigingswerk, dat uit 1583 dateert en in de jaren 1920 werd herontdekt. Aan de buitenkant ziet het eruit als een aarden heuvel, maar de gemetselde kazematten liggen ondergronds. Nu is aan de westzijde een militair kerkhof aangelegd, waar Duitse soldaten liggen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Rees en omgeving zijn gevallen. Een groot houten kruis markeert deze plek.

20220410_154029 (2)
Rees: zicht op de “Bastei am Westring”, een bastion dat is ingericht als militair ereveld voor Duitse soldaten die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Rees en omgeving zijn gevallen
20220410_154134 (2)
Rees: zicht op de schietgaten van het “Bastei am Westring”, een bastion uit de 16e eeuw aan de westzijde van de oude stad – de kazematten kunnen worden bezichtigd

Een van de stadspoorten van vroeger is de Rhinwicker Tor Poort die tussen 1344 en 1350 was gebouwd als onderdeel van de westelijke vestingmuur aan de landzijde. Op deze manier werd de toegang tot de bandijk gecontroleerd. Van deze ronde poort is het fundament gerestaureerd: het is vrij toegankelijk. De buitenste omtrek bedraagt 11½ meter en de dikte van de muur is 2,3 meter. Door de toename van het verkeer in de 19e eeuw werd de poort afgebroken.

20220410_164854 (2)
Rees: aan de westzijde van de oude stad zijn de contouren van de 15e eeuwse Rhinwycker Tor poort in het straatbeeld zichtbaar gemaakt

Lopend in de richting van de Rijn kwam ik bij de zuidelijke stadsmuur, waar nu de ruïne van de Weisser Turm, Witte Toren, staat die op eigen risico beklommen kan worden. De treetjes van de trap zijn inderdaad wel een beetje smal en lopen schuin naar beneden… De uit 1410 stammende toren heette oorspronkelijk de Wyskirchenturm. In de 17e–18e eeuw diende het toen wit geschilderde en hoge gebouw als stadsgevangenis. Nu is het uitzicht op de Froschteich vijver mooi en vredig, maar op een informatiepaneel staat ook een foto van de aanzienlijke schade aan de stadsmuren door de oorlogshandelingen van 1945.

20220409_191030 (2)
Rees: bij de zuidelijke vestingmuren is ook de ruïne van de Weisser Turm uit 1410, die nu met een trap te beklimmen is
20220409_190654 (2)
Rees: op een informatiepanel bij de zuidelijke vestingmuren staat ook een foto uit 1945 waarop de oorlogsschade duidelijk zichtbaar is

Aan de zuidelijke kant van de stad ligt op de ± 8 meter brede stadsmuur bij de Weisser Turm toren een oude Joodse begraafplaats: rond 1700 verkocht de stad Rees hiertoe aan de Joodse Gemeenschap een stuk grond óp de stadsmuur om een begraafplaats te stichten die bestand was tegen hoogwater. De plek van deze oude begraafplaats is voor het Rheinland uniek. De toenmalige voorschriften van de lokale overheid hielden in dat Joden buiten de stadsmuren begraven moesten worden, maar dan zouden deze graven worden weggespoeld worden bij hoogwater. Begraven óp de stadsmuur bleek niet in strijd te zijn met de voorschriften… In 1786 werd de begraafplaats uitgebreid. Rond 1872 was de begraafplaats vol en werd een tweede Joodse begraafplaats aangelegd in het noordelijke gedeelte van de stad. Op een witte plaquette aan de stadsmuur wordt hier nog aan toegevoegd dat de graven erg te lijden hebben gehad door weersinvloeden, maar zeker ook door oorlogshandelingen in 1945. Bovendien werden vele graven vernield tijdens de Reichskristallnacht van 9 op 10 november 1938. Aan het slot van de plaquette staat dat hier Joodse inwoners van Rees rusten in het Huis van het Leven en de Eeuwigheid en dat de stad het haar plicht vindt om in het teken van haar verantwoordelijkheid voor deze plek te zorgen:
Hier ruhen Reeser jüdischen Glaubens im Haus des Lebens und der Ewigkeit. Wir betrachten es als unsere Pflicht, diese Stätte im Zeichen unserer Verantwortung zu hüten – Stadt Rees 2016 – 5777“.
Ik kon door de spijlen van de toegangspoort kijken en zag dat er op een grafsteen enkele witte stenen lagen – zij staken fel af tegen de lage begroeiing met struikjes. Een bijzondere plek…

Ten zuiden van de vestingmuur ligt een glooiend park met een grote vijver, de Froschteich“, de Kikkervijver. Het is bijna niet voor te stellen dat hier tot in de 1990er jaren een kaasfabriek heeft gestaan! Toen deze haar activiteiten staakte, wilde het stadsbestuur de vestingmuur weer in oude glorie herstellen. Samen met de enthousiaste “Verkehrs- und Verschönerungsverein”, die al zoveel verfraaid heeft in de stad, hebben ze het oude en in de oorlog zwaar beschadigde wachttorentje in oude staat gebracht en verder het park met de vijver aangelegd.

20220410_085440 (2)
Rees: zicht vanuit mijn hotel op de Froschteig, de stadsmuur en ook de “Froschkönig” in het vroege ochtendlicht

Ook hier zijn verschillende beelden. Aan de oostkant van de vijver staat op het gras een grote sculptuur uit 2004, getiteld “Schattentanz I” door Alfred Gockel (*1952). Hier worden ritme, dans en spanningsveld tussen twee mensen weergegeven. Door de hoek waaronder de twee figuren uit Cortenstaal staan krijgt het beeld in de loop van de dag een steeds andere uitstraling door de veranderende schaduwen.

20220410_152850 (2)
Rees: in het park rond de Froschteig staat het grote beeld uit cortenstaal “Schattentanz I” van de Duitse kunstenaar Alfred Gockel (*1952)

Bij de inrichting van het nieuwe park kreeg de kunstenaar Dieter von Levetzow de opdracht om een beeld te ontwerpen – het werd de “Froschkönig, de Kikkerkoning, naar het beroemde sprookje van de Gebroeders Grimm. Daar ligt dan, vlak bij de vijver, in brons gegoten een oversized kikker zelfvoldaan en trots languit – hij steunt z’n kop op de ene voorpoot, terwijl hij de andere voorpoot losjes in zijn zij laat rusten. Hij is erg tevreden want hij heeft de gouden bal die de prinses bij het spelen in de put had laten vallen, voor haar op het droge gehaald. Als voorschotje op zijn toekomstige rol heeft hij al een kroontje op de kop: als de boze betovering verbroken wordt, zal hij met de prinses trouwen.

20220409_190542 (2)
Rees: in het park ten zuiden van de vestingmuur ligt bij de vijver het bronzen beeld “Froschkönig” van de Duitse kunstenaar Dieter von Levetzow uit 1993 naar het gelijknamige sprookje van de Gebroeders Grimm

Na mijn wandeling op zaterdagavond was het zicht op de Rijn sfeervol met een mooie zonsondergang. De hagelbuien waren weggetrokken.

20220409_185700 (2)
Rees: zicht vanaf de Rijnpromenade stroomafwaarts op de Rijn, de schokker “Anita” en de Rijnbrug in de avond

De volgende ochtend waren ook de wolken verdwenen en glinsterde de Rijn in vele kleuren blauw in de zon. Het was frisjes, maar het beloofde een mooie dag te worden. Ideaal voor een wandeling door het bos, de “Waldführung“!

20220410_085657 (2)
Rees: zicht vanaf de Rijnpromenade stroomafwaarts op de Rijn en de Rijnbrug in de vroege ochtend

Na een uitgebreide ontbijt in de eetzaal met vol uitzicht op de Rijn ging ik op pad voor de “Waldführung” in het naburige dorp Haldern op 6 kilometer van het hotel: ik nam de auto, omdat het te ver was om te voet te gaan. We werden om 09.30 uur verwacht aan de “Turmallee“, een weggetje in een bosgebied ten oosten van het dorp Haldern. Op het kleine parkeerterrein hadden zich al enkele belangstellenden verzameld, zowel Nederlanders als Duitsers. Het parkeerterrein behoorde eigenlijk bij het Duitse oorlogskerkhof van Haldern: het “Ehrenfriedhof Haldern“. Ik ging even een kijkje nemen. Bij de ingang tot dit ereveld stond een groot informatiebord, dat vermeldde dat hier 871 gesneuvelde Duitse militairen uit de Tweede Wereldoorlog liggen, waarvan er tot op heden 347 niet zijn geïdentificeerd. Het zijn voornamelijk soldaten die in de septemberdagen van 1944 bij de gevechten na de Geallieerde luchtlandingen rond Nijmegen waren gevallen, maar ook bij het grote offensief in februari 1945 en de oversteek van de Rijn een maand later. De doden werden eerst in provisorische graven gelegd op een bestaande begraafplaatsen en later op de sportvelden…. In 1946 werd een stuk land door een burger van het dorp kosteloos ter beschikking gesteld waar de doden konden worden herbegraven. O.a. de Afdeling Nordrhein-Westfalen van de organisatie voor Duitse oorlogsgraven, de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge, heeft vanaf maart 1946 de uitbreiding van het kerkhof op zich genomen. In 1948 waren de uiteindelijke plannen klaar. Veldgraven uit de omliggende plaatsen werden geruimd en de Duitse soldaten overgebracht naar Haldern. De gesneuvelden aan Geallieerde zijde die daar ook gelegen hadden, werden overgebracht naar Geallieerde begraafplaatsen elders. Om deze ruimingen mogelijk te maken hadden de Duitse autoriteiten in de herfst van 1946 een inzameling gehouden onder de plaatselijke bevolking die veel geld opleverde. Dit vormde een overtuigend bewijs dat de bevolking van het gebied dat door de oorlog en de gevolgen daarvan zwaar getroffen was, toch bereid was hun doden een waardige laatste rustplaats te geven. Op 29 oktober 1950 werd het oorlogskerkhof plechtig geopend. In 1961/1962 zijn de houten kruizen die aanvankelijk bij de graven hadden gestaan, vervangen door weersbestendige stenen kruizen. Het kerkhof heeft nu een monumentenstatus. Het vroege ochtendlicht viel op de brede grasstroken met de in rijen staande kleine grafstenen. Er heerste een stilte die wel tot nadenken stemt…

20220410_091916 (2)
Haldern: op het Duitse oorlogskerkhof uit de Tweede Wereldoorlog valt het ochtendlicht op de stenen kruizen met op de achtergrond beukenbomen in voorjaarsblad

Een meer dan levensgrote “Pieta” van brons staat op een stenen plateau aan de oostzijde van de grote begraafplaats. Het beeld is gemaakt door de Duitse beeldhouwer Lorenz Zilken (1901–1991). Het informatiebord bij de ingang vermeldt over dit kunstwerk, dat het een bijzondere verbeelding van dodenverering is: op het scherpe gezicht van de vrouw is de pijn af te lezen en haar lichaam is gebogen in rouw. Met haar armen probeert ze het lichaam van de gesneuvelde vast te houden, maar hij dreigt aan haar greep te ontglippen. Met een onbeschrijflijk teder gebaar houdt zij het hoofd van de dode vast. De pijn die hier uitgebeeld wordt is een roep en een waarschuwing om nooit meer zulk leed te laten gebeuren en om zich met alle kracht in te zetten voor een vreedzamer samenleven van mensen. Zoals het beeld daar stond, tegen de achtergrond van machtige beuken die al zachtgroene blaadjes hadden en waardoorheen de ochtendzon scheen, was die oproep tot vrede werkelijk tastbaar…

20220410_092219 (2)
Haldern: op het Duitse oorlogskerkhof uit de Tweede Wereldoorlog staat een indrukwekkende “Pieta” uit brons van de Duitse beeldhouwer Lorenz Zilken (1901-1991)

Ik keerde terug naar het parkeerterrein waar zich inmiddels een nog grotere groep mensen had verzameld. De Nederlanders vonden het helemaal oké dat Stef zijn “Waldführung” in het Duits zou houden. Stef gaf ons aanschouwelijk onderwijs met een soort “tableau vivant” over de verschillende groeistadia van de beuk (Fagus sylvatica): de jonge opslag met de frisgroene blaadjes en de net ontkiemende nootjes pasten het beste bij dit jaargetijde en niet de lege doppen van de beukennootjes en de dorre bladeren aan de takken! We gingen op pad, eerst over de verharde weg. Hoewel het nog vroeg in het voorjaar was en het tot nu behoorlijk koud was geweest, bloeiden er in de berm toch al wel wat planten: ik zag geel speenkruid en een lage, kruipende bessenstruik – dat zal wel het resultaat zijn geweest van bessen-snoepende vogels! – met vaalgroen bloeiende trosbloemen. Ook stonden er Judaspenningen (Lunaria annua) met een wolk van fel-paarse bloemetjes. Niets aan deze kleurstelling deed vermoeden dat in het najaar de typische maanvormige en doorschijnende zilverkleurige tussenschotjes van de zaaddozen zullen overblijven – hieraan ontleent de plant haar naam!

We gingen op weg en het werd niet zozeer een wandeling waarbij we stevig doorstapten, maar eerder een “happening” waarbij we bij iedere boom en op iedere splitsing van paden bleven staan om Stef’s interessante verhalen te beluisteren. Het ging niet alleen over bomen, maar ook over het ontstaan van dit gebied, dat nu redelijk stabiel was, met de Rijn ten zuiden van Haldern en de bodem vastgelegd onder gras, bos en ook veel huizen. Toch was er in het landschap nog veel te zien over hoe het er heel vroeger uitgezien had. Aan de hand van grote gesealde vellen die hij uit zijn rugzak haalde schetste hij een beeld van de situatie vanaf de Romeinse tijd en van de zich steeds verplaatsende rivier. Ten noordwesten van Haldern zijn de oude rivierlopen nog steeds te zien als verlagingen in het landschap en aan de begroeiing op zulke plekken. Ook zijn er stuifduinen ontstaan in de tijd dat het zand dat door de rivier was meegevoerd vrijelijk door de wind kon worden weggeblazen. Deze stuifduinen zouden we later zien.

20220410_092539 (2)
Haldern: ten westen van het bosgebied van de Turmallee ligt een weidelandschap waar de oude lopen van de Rijn nog zichtbaar zijn

Vervolgens gingen we het bos in. In de aankondiging van deze Wald-Spaziergang was al een tipje van de sluier opgelicht over de insteek van onze tocht: bomen en mensen hebben meer dan 25% van hun genetisch materiaal gemeen en dat zou van grote betekenis zijn voor wat wij weten over bomen en hun omgeving. Bovendien communiceren bomen via het “Wood-Wide-Web“, een soort internet onder de grond, waarmee zij niet alleen boodschappen kunnen overbrengen, maar ook voedings- en afweerstoffen doorsturen om elkaar te helpen. Toen Stef dat zei, reageerden we allemaal wat lacherig – we dachten ongetwijfeld zoiets als “Geef je even de suiker door, alsjeblieft?“… Maar dat lacherige is niet nodig en zelfs niet terecht. Het bestaan van dit Wood-Wide-Web is wetenschappelijk bewezen. Op ons eigen internet is hierover best wat te vinden, zoals een interessante video uit 2016! Bomen blijken met elkaar te kunnen “communiceren” via de oneindig lange draden van kleine schimmels die in beginsel bomen (en andere planten) over de gehele wereld met elkaar verbinden. Het principe berust hierbij op wederkerigheid tussen de bomen onderling, maar ook naar de schimmel toe: deze vraagt wel een “provisie” in de vorm van voeding voor zichzelf…. Dat alles met elkaar samenhangt in de grote wereld weten we wel, maar op dit punt geeft het ook wel stof tot nadenken! In het klein konden we die communicatie ook wel zien in dat kleine stukje bos bij het kleine plaatsje Haldern. We keken naar boven, naar de nu nog kale, maar machtige kronen van de beuken en dan weer naar de bodem waar kleine zaailingen opgekomen waren en waar al wat grotere boompjes stonden. Het was eigenlijk niet goed mogelijk dat dit kleine grut zich zelfstandig zou kunnen handhaven tegen de concurrentie van de grote bomen. De verklaring was dat hier niet zozeer een beukenbos stond, maar feitelijk een grote beukenfamilie, bestaande uit vele generaties. Die machtige bomen beschermen wat eronder staat en voorzien de kleinere boompjes van voedingsstoffen, totdat de tijd gekomen is dat deze machtige bomen omvallen en de volgende generatie de kans krijgt om hun plaats in de familie in te nemen en op hun beurt weer voor de jongere en kwetsbare familieleden te zorgen… De “circle of life” heeft dus vele gezichten! Zoals Stef al had gezegd: zo gaan we toch op een andere manier naar het bos kijken.

20220410_103714 (2)
Haldern: zicht naar boven tijdens de “Waldführung”, waar de kronen van de machtige bomen in het beukenbos afsteken tegen de blauwe voorjaarshemel

Verderop in het bos bleek weer waarom de rugzak van Stef zo zwaar was: er kwam een dik stuk beukenhout uit, in de vorm van een “wedge“, om ons de jaarringen te laten zien. Daarnaast haalde hij er ook nog voor iedere deelnemer een kort stukje van een berkenstammetje uit. Toen we allemaal zo’n kort houtje hadden gekregen, moesten we erop blazen. Er gebeurde niet veel… Vervolgens liep Stef rond met een zeeppompje (ook uit zijn rugzak!) en spoot hij een beetje afwasmiddel op het uiteinde van het houtje. We bliezen nogmaals op het houtje en toen ontstond er een grotere of kleinere massa piepkleine zeepbelletjes! Doel van deze actie was om te laten zien hoe de opstijging van water met voedingsstoffen in een boom werkt: namelijk door de kleine “buisjes” in het hout. We voelden ons weer even als kleine kinderen: wat is het bos toch vol avontuur!

Na een tocht van ongeveer anderhalf uur waren we weer terug bij het parkeerterrein, waar we werden opgewacht door Edith met thermoskannen “Waldtee“, die verwarmend was en ook verrassend kruidig en zoet smaakte door o.a. bramenblad en sparrennaalden. Na het geven van een financiële bijdrage voor de gids “als dank voor het aangenaam verpozen” vertrokken de meeste mensen van de groep weer. Ik werd echter uitgenodigd om mee te gaan lunchen. Daartoe reden we binnendoor achter Stef aan en kwamen uit bij een grote boerderij. Daar wilde Stef ons nog een goed voorbeeld van stuifduinen laten zien. Dergelijke duinen waren we tijdens de wandeling ook wel tegengekomen: deze zandruggen zijn lang geleden ontstaan door de inwerking van de wind op het kale landschap met het door de rivier achtergelaten zand. Het zicht op de duinenrij bij de boerderij was wel indrukwekkend, zelfs nu zij begroeid waren met grote, dikke beuken. Ik dacht onbewust terug aan de ondergrondse communicatie tussen die bomen… Omdat de bomen nog niet in het blad zaten, waren de contouren van de duinen erg goed te zien! Er was een strakke overgang van de beboste helling naar het groene weiland.

20220410_115340 (2)
Tussen Haldern en Sonsfeld: ten zuidoosten van het wandelbos bij de Turmallee zijn de, nu met dikke beuken begroeide, stuifduinen goed zichtbaar

Bij deze boerderij stonden de koeien op stal – zij keken ons nieuwsgierig aan, terwijl ze rustig lagen te herkauwen. Er was ook jongvee: deze jonge dieren zagen er vertederend uit. Volgens mij waren het Limousin-koeien. Er waren aardappelen te koop en ook honing: geld zou in een bakje (de “Kasse des Vertrauens“) moeten worden achtergelaten – dat bakje zagen we niet, dus werd het geld maar op de werkbank gelegd…! Stef vertelde dat er op het land van deze boer verschillende grondsoorten voorkomen: een natter, kleiachtig gedeelte en een zanderig gedeelte dat uitermate geschikt is voor de aspergeteelt. De hoogstamboomgaard met o.a. perenbomen stond in bloei. Even een oase van rust!

20220410_115312 (2)
Tussen Haldern en Sonsfeld: bij een grote boerderij staan de Limousin-koeien tevreden op stal

Na een kort tochtje over de doorgaande weg kwamen we uit bij een camping met een restaurant, “Strandhaus Sonsfeld“, waar we zouden lunchen. Dat was niet alleen gezellig, maar ook nog lekker: op de kaart stonden vele aspergegerechten! De asperges waren afkomstig van… de boerderij waar wij onze tussenstop hadden gemaakt. Verser kon dus eigenlijk niet. Ik koos voor een avontuurlijke salade: asperges, walnoten, feta en aardbeien! Heel fris en bijzonder.

20220410_125521 (2)
Sonsfeld bij Haldern: een bijzondere aspergesalade met aardbeien en walnoten bij restaurant Strandhaus Sonsfeld

Het strand waaraan de naam van het restaurant refereerde was gelegen aan een oude Rijnarm, de “Haffensche Landwehr” of ook het “Hagener Meer“. De meeste oude rivierarmen in de omgeving waren in de loop van de tijd verland en dichtgegroeid, maar deze bij Sonsfeld niet. De huidige loop van de Rijn verder naar het zuiden toe was niet te zien, wel staken héél in de verte twee kleine puntjes boven de horizon uit: dat waren de kerktorens van de Dom van Xanten, hemelsbreed zo’n 30 km naar het zuidoosten. Aan de strak-wapperende vlaggen was te zien dat er een felle wind stond – het uitzicht was mooi.

20220410_140454 (2)
Sonsfeld bij Haldern: zicht vanaf het terras van Restaurant Strandhaus Sonsfeld naar het zuidoosten, in de richting van Xanten

Weer terug in de stad liep ik nog wat verder door de stad. In de binnenstad van Rees staat de Rooms-Katholieke St. Mariä Himmelfahrtkirche kerk. Op deze plek hebben al heel lang kerken gestaan. De eerste kerk was van hout en werd rond het jaar 700 na Chr. gebouwd. Van 1021 tot 1040 bouwde men aan een kerk uit steen. Toen deze kerk in 1245 afbrandde werd deze herbouwd met gotische elementen. In de loop van de eeuwen heeft men wel het een en ander aangepast, maar toch was zij zo bouwvallig geworden dat zij in 1817 instortte. Toen kwam daarvoor een nieuwe kerk in de plaats die niet langer op een as van oost-west lag, maar op een as van noord naar zuid. Zij kreeg ook het classicistische uiterlijk dat zij nu nog heeft. Op 14 en 16 februari 1945 werd de kerk grotendeels verwoest door zware bombardementen van de Geallieerden. Bij de wederopbouw die van 1956 tot 1970 duurde, hield men vast aan de classicistische vorm. De toegangspoort met de deur van brons werd in 1970 toegevoegd. In de 28 vakken zijn gebeurtenissen in het leven van Jezus afgebeeld vanaf Zijn geboorte tot aan Zijn lijden en sterven met Zijn wederopstanding als afsluiting. De deuren zijn van de hand van de Duitse ontwerper van sacrale kunst Ulrich Henn (1925–2014). De kerk was nu blijkbaar weer aan restauratie toe, want er stonden bouwhekken omheen. Wel was het monument voor de inmiddels zaligverklaarde priester Karl Leisner (1915–1945) toegankelijk dat aan de oostkant van de toegang tot de kerk staat. Zijn buste uit brons staat tegen een rechthoekige bronzen plaat. De Duitse kunstenaar Jürgen Ebert (*1954) heeft ook dit beeld gemaakt. De in Rees geboren Pater Leisner heeft zich in zijn korte leven sterk verzet tegen het Hitler-regime en heeft dat uiteindelijk met de dood moeten bekopen: hij is in verschillende concentratiekampen, waaronder Dachau, gevangengezet, waar hij vele ontberingen heeft geleden die uiteindelijk tot zijn dood hebben geleid vlak na de bevrijding. Hij wordt beschouwd als martelaar en is in die hoedanigheid in 1996 zalig verklaard.

Rees heeft in het centrum ook een protestante kerk, de eerste als zodanig gebouwde kerk aan de rechteroever van de Rijn, in tegenstelling tot vele andere kerken die eerst katholiek waren en bij de Reformatie protestant zijn geworden. Toen de Hollandse troepen rond Rees gelegerd waren werd deze kerk in 1623–1624 gebouwd naar voorbeeld van een kerk in Deventer. Aanvankelijk lag de kerk verscholen achter de huizen aan de Markt, omdat men vanaf de weg de kerk niet mocht zien. Pas toen een van die huizen opgekocht kon worden en afgebroken werd, was de kerk vanaf de Markt bereikbaar. Vandaar dat er nog steeds een verstild “hofje” voor de kerk ligt. Na de bezetting door de katholieke troepen van de Franse Koning Lodewijk XIV kregen de protestanten het moeilijk: in 1817 fuseerden de lutherse en de protestante kerkgemeente om het voortbestaan veilig te stellen. De Tweede Wereldoorlog is niet ongemerkt aan de kerk voorbijgegaan. Pas in 1949 begon men met de restauratie, die tot oktober 1954 duurde. Nu ziet de kerk er mooi uit met witgepleisterde muren en een toegangspoort die imposant is door de strakke houten deuren met daarboven een ronde omlijsting die voorzien is van reliëfs van o.a. doodskoppen met gekruiste beenderen…

Onderweg kreeg ik ook nog een beeld van de watervoorziening voordat er een openbaar waterleidingnet was aangelegd – voor 1929. In de waterbehoefte werd voordien voorzien door waterpompen en -putten. Een voorbeeld was de waterput bij de Rheinpromenade. Na 1929 zijn de meeste waterpompen afgebroken. Toch staan er nog een paar: o.a. een fraai met rode baksteen gemetselde pomp op het westelijke gedeelte van de Markt (de Marktbrunnen) en ook nog een in de Dellstrasse die vanaf de Markt naar het noorden loopt. Toen men in 1986 deze straat opnieuw ging inrichten vond men de oude bronkamer terug. De “Verkehrs- und Verschönerungsverein” van Rees heeft toen met bijdragen uit de burgerbevolking de pomp weer in oude staat laten terugbrengen.

Op mijn tochten door de oude kern van het stadje kwam ik nog meer bronzen beelden tegen, waardoor de openbare ruimte erg werd opgefleurd. Drie waren van de hand van de Duitse kunstenaar Jürgen Ebert (*1954). Een speels tafereel werd gevormd door twee jongens van brons die elkaar helpen om over een muurtje te klimmen: degene die al op de muur zit trekt met beide handen degene die tegen de muur op probeert te komen. De titel is “Freundschaft verbindet” (zoiets als Samen staan we sterk). Hij heeft het kwajongensachtige van de situatie treffend weergegeven! Een ander bronzen beeld staat sinds 2012 aan de westelijke kant van de Rheinpromenade: daar zit een jong meisje lekker een boekje te lezen op een bankje (“Die Lesende“), maar toch lijkt ze de omgeving in de gaten te houden. Dit geldt zeker ook voor de krantenlezer (“Sich Zeit nehmen“, of ook “Zeitungleser“), die sinds 2006 verderop ook op een bankje zit, maar niet eens doet alsof hij leest: hij kijkt vorsend om zich heen om te zien of iemand een praatje met hem wil aanknopen. Naast hem is er immers nog plek op het bankje! Een al wat ouder bronzen beeld is in 1987 gemaakt door de Duitse kunstenaar Dieter von Levetzow (*1925): het is de “Rhinkieker“. Hier ziet men een wat brutaal mannetje in werkkleding met een pet op voorover gebogen op een straathoek staan en het straatje in de richting van de Rijn kijken. Hij heeft een wat scheve glimlach op het gezicht. Dit beeld is opgedragen aan de inwoners van Rees die dagelijks op de wal staande het gebeuren op de rivier gadeslaan en het leven in de stad kritisch bespreken…

Vele (oude) gebouwen zijn opgetrokken in baksteen. Toch staan er op twee plekken in Rees natuurstenen opgesteld: een aan de Rheinpromenade en een ander op de Markt bij het stadhuis. De ene is een grote zwerfkei van Tertiair-kwartsiet, een samengeperst zandsteen uit de periode van ver voor de ijstijden. Op een bordje wordt vermeld dat deze zwerfkei vermoedelijk afkomstig is uit het gebied rond Keulen en Düsseldorf en dat deze kei tijdens de IJstijd door de gletsjers in een dikke ijslaag is meegevoerd naar Rees. Op de Markt in Rees is in 1991 door de Duitse kunstenaar Christoph Wilmsen-Wiegmann (*1956) een kunstwerk gecreëerd, waarbij hij van een blok graniet een fontein heeft gemaakt met negen openingen: één voor elke woonkern rond Rees. Het water stroomt vervolgens in een kronkelende goot, die de Rijn verbeeldt. Hij noemde het kunstwerk de “Erdkruste Rees“. Daartoe is het bewerkte rotsblok van 21 ton, dat 3,6 bij 2,6 meter groot en 1,1 meter hoog is, helemaal vanuit Sardinië naar Rees overgebracht. Het onderbreekt de grote ruimte van het marktplein wel mooi, vooral doordat het afwijkend van kleur en hoog is!

Ik had al eerder een grote rondvaartboot aan de kade zien liggen, vlak bij het hotel. De dienstregeling gaf aan dat er op zondag behalve een korte rondvaart langs Rees ook een retourtje naar Emmerich en terug werd aangeboden: de afvaart zou dan om 16.30 uur zijn – op voorwaarde dat er minstens 30 personen zouden meevaren. Ik stond daarom geduldig te wachten tot MS “Germania” terug zou komen van het rondje Rees. Helaas waren er uiteindelijk te weinig passagiers en ging de tocht niet door… Ik heb wel even binnen gekeken en op het bovendek.

20220410_155636 (2)
Rees: zicht op MS “Germania” die vanuit het Westen stroomopwaarts vaart naar de aanlegsteiger bij de Rheinpromenade

Vanaf het schip dat dus niet van de wal kwam had ik een mooi zicht op het Hotel Rheinpark waar ik het goed naar de zin had gehad en ook op het kleurrijke kunstwerk “Wind-Spiel” uit 2003 met de bloemblaadjes (of zijn het gestileerde handen?) van de Duitse kunstenares rosalie (pseudoniem voor Gudrun Müller, 1953-2017). Dat komt hier goed tot zijn recht: de kleurige vlakken die alleen door windkracht worden bewogen, vormen een welkomstgroet aan voorbijvarende schepen en aan zowel gasten als inwoners op de wal. De kunstenares heeft hiermee „Poesie, Farbe, gute Laune und konstruktive Motivation“ willen meegeven aan de toeschouwers. Dat alles straalt deze stad ook wel naar mij uit, dus ik ben zeker van plan om hier weer eens terug te komen op mijn tochten langs de Rijn!

20220410_161327 (2)
Rees: zicht vanaf de Rijn op de Rheinpromenade, Hotel Rheinpark en het kunstwerk “Wind-Spiel” van de Duitse kunstenares rosalie (1953-2017)

3 reacties

  1. Gijs Bikker

    Weer een prettig leesbaar en gedetailleerd verhaal. Hartelijke groet. Gijs

  2. Erik

    Hallo Pauline, zo`n uitnodiging van Stef leidt weer tot een mooi verhaal met prachtige foto´s. Vooral een aantal van de bronzen beelden vind ik prachtig. Bovendien ook nog eens leerzaam, ik heb weer wat geleerd over bomen en het contact dat zij met elkaar hebben. Leuk om te lezen! Groet, Erik

  3. inma

    Dank je wel Pauline, met je verslag kan ik een nieuw stukje van Duitsland te kunnen ontdekken!.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2022 Via Alpina

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑