Wandelen in de Alpen

Langs de Rijn: van Huissen via Loo en Westervoort naar Arnhem, John Frostbrug

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.


28 september 2021

In vrede wandelen en de oorlog herdenken

Op vrijdag 17 september, de dag waarop 77 jaar geleden, de Operation Market Garden begon die de bevrijding van Europa moest bespoedigen, ging ik op pad om van Huissen met het Looveer de Neder-Rijn over te steken naar het dorp Loo en vandaaruit langs de rechteroever van de rivier naar Westervoort te gaan, waar sinds 2010 groots is ingegrepen in het rivierlandschap om bij hoogwater de rivieren Rijn en IJssel meer ruimte te geven. In het begin van de ochtend was het licht wat diffuus vanwege het beetje mistige weer – wel stemmig en passend bij de historische context… De tweede keer dat ik ging was op zondag, 26 september, de dag waarop 77 jaar geleden de Slag om Arnhem tot een einde kwam en de Britse en Poolse geallieerden zich gewonnen moesten geven. Het weer was zonniger en het licht was helderder, maar het gevoel van herdenken was er voor mij nog steeds… Ik kwam niet alleen herinneringen aan de Slag om Arnhem tegen, maar ook van andere momenten van de Tweede Wereldoorlog en daarna. Een uit geschiedkundig oogpunt indrukwekkende wandeling dus.

Beide keren nam ik vanuit Arnhem de bus naar Huissen, zoals ik al eerder had gedaan om van Huissen via de linkeroever naar Arnhem, naar de John Frostbrug, te gaan (de laatste keer op 21 mei jl.), waar ik ditmaal niet in de richting van de na de Tweede Wereldoorlog herbouwde O.L. Vrouwe ter Hemelopneming kerk liep, maar nu op de rotonde met het zwierige vaandel naar het noorden, naar de rivier ging. Daar worden bij een groot grasveld delen van de fundamenten van de oude stadsmuur getoond: hier lag vanaf de 13e–14e eeuw de “Arnhemse Poort“, waarvan de fundamenten zijn opgegraven tijdens de aanleg van een fietstunnel onder de Stadswal en daarna geconserveerd. Ook heeft men nog vele andere artefacten gevonden uit de perioden vanaf de 14e eeuw, toen de poort voor het eerst in officiële documenten werd genoemd (in 1320). De stadspoort was aanvankelijk een eenvoudig, rechthoekig gebouw, dat in de 15e eeuw werd uitgebreid met vooruitgeschoven poortgebouw dat met twee weermuren verbonden was met de oude poort. Weer een eeuw later werd dit poortgebouw nog verder naar buiten verplaatst. Hierdoor vormde het een nog moeilijker te nemen barrière, terwijl men een beter zicht op de stadsmuren had. Ook versterkte men de buitenste poort met een rondeel om een nog betere bescherming te bieden tegen de groter wordende schietkracht van het geschut. Het rondeel is niet teruggevonden aan de Rijnzijde – men vermoedt dat de fundamenten zijn opgeruimd bij de dijkverzwaring van 1811. De “Arnhemse Poort” werd in 1825 gesloopt. Het poortgebouw werd omringd door een gracht die in de Strang uitmondde, een oude arm van de Rijn die er nog ligt. Op een informatiepaneel wordt dit allemaal uitgelegd – er staan ook een plattegrond en een gestileerde tekening van hoe het poortgebouw eruitgezien kan hebben. Op de plaats waar oorspronkelijk de poortdoorgang was staat een beeld van de poortwachter met zijn hond, gemaakt door het Nederlandse kunstenaarsechtpaar Henk (W.C.) Göbel en Marga Carlier uit 1992. “Man (met sleutelbos aan zijn riem en een pluim op de hoed) en Hond” zien er voor mij uit alsof ze zo uit de Middeleeuwen zijn gestapt…!

20210917_091034 (2)
Huissen: in het noorden van de stad zijn op de plek waar vanaf de 14 eeuw de “Arnhemse Poort” heeft gestaan de fundamenten blootgelegd en geconserveerd

Beide keren lag de “Strang“, de oude rivierarm, er verstild bij: in het mistige licht van 17 september staken de gele zonnebloemen in de akkerranden fel af tegen het al geploegde land. Negen dagen later scheen de zon in het water met de waterlelies. Vanaf het lage pad langs de Strang had ik een mooi uitzicht naar het noordwesten waar de heuvels van het Veluwemassief donker oprezen.

20210926_111259 (2)
Huissen: zicht naar het noorden over de oude rivierarm de Strang op de nog bloeiende akkerranden en links in de verte de Sacharowbrug en Arnhem

Toen ik de lange weg door de Huissense Waarden langs het Zwanenwater naar het Looveer had afgelegd kwam ik weer uit bij het monument ter nagedachtenis aan het bombardement van het buurtschap Looveer op 17 september 1944: daarbij kwamen toen 23 personen om het leven. Het monument bestaat uit een donker en roodbruin gevlamde en geaderde hardstenen plaat waarop de namen vermeld staan. Op 17 september lager er al mooie witte bloemen bij; aan de vlaggenmast hing de Nederlandse vlag halfstok…

Een plek waar de vlag gelukkig niet halfstok hing ligt meer naar de stad toe, vlakbij de rotonde van waar de Stadswal-Noord naar de fundamenten van de vroegere “Arnhemse Poort” leidt. Daar staat een vlaggenmast scheef op een gemetseld fundament: het is het “Vlaggenmastenproject” van de Actie-25% Huissen, Bemmel en Gendt. Met deze actie wordt gestreefd naar 25% minder verkeersslachtoffers in deze regio. De vlag is voor de eerste keer gehesen op 14 september 1996 door de toenmalige directeur van de ANWB. Iedere keer als er een verkeersongeval plaatsvindt met ernstig tot zeer ernstig letsel of met dodelijke afloop wordt de vlag halfstok gehangen om het passerende verkeer ervan bewust te maken dat het weer “scheef” gegaan is in het verkeer…

Het Looveer bestaat al heel lang: er wordt al melding van gemaakt in 1740. Vanaf 1802 werd een gierpont gebruikt, die voor de voortbeweging gebruik maakte van de stroming van de rivier. Toen in 1970 het stuw- en sluiscomplex in Driel werd in gebruik werd genomen, werd de gierpont vervangen door een motorpont: er was niet voldoende stroming meer in de rivier… Door de opening van de Andrej Sacharowbrug in 1983 leek het veer in zijn voortbestaan bedreigd, maar door de toename van vooral het recreatief fietsverkeer bleef het in de vaart. De huidige pont heet Sint Christoffel II. Een infobord op de rechter oever geeft aan dat Christoffel (eigenlijk “de drager van Christus”) de beschermheilige is van schippers, pelgrims en reizigers. De legende wil dat Christoffel een reus was die van een kluizenaar de raad kreeg om Jezus te dienen door mensen over een woeste rivier te zetten (dat kon hij met gemak doen, omdat hij zo groot was). Toen hij een keer een kind over het water moest dragen, bezweek hij bijna onder het gewicht: eenmaal aan de overkant bleek dat hij Christus met alle zonden van de wereld had overgezet… De veerpont Sint Christoffel bracht ook mij zonder moeite naar de andere kant, naar Loo.

Eenmaal aan de rechteroever liep ik over de wel heel lange Looveerweg naar de Loodijk, vanwaar ik op beide ochtenden een mooi uitzicht had stroomafwaarts en stroomopwaarts. Op 17 september volgde ik de dijk stroomopwaarts naar het kleine plaatsje Loo – op 26 september heb ik die omweg overgeslagen. De oorspronkelijke naam van het dorp is Angeroyen: voordat in de Middeleeuwen de loop van de rivier was verlegd, lag het dorp in de uiterwaarden aan de andere oever bij het dorp Angeren, ten zuiden van Huissen. Het achtervoegsel “-oyen” staat voor “-waard“.

Vanaf de hoge Loodijk leidde de Loostraat het dorp in langs oude, grote huizen en boerderijen waarvan er een aantal monumentenstatus heeft. Bij een van de zijstraten had ik zicht op een nieuwbouwwijk, waarvan de nieuwheid niet zo opviel vanwege de soort steen en de kleur ervan – een mooi voorbeeld van wat iets nieuws kan toevoegen aan iets bestaands. Ook is aan de tuinen en de oude bomen langs de weg goed te zien dat de bodem hier vruchtbaar is – ik passeerde ook enige kassencomplexen (in een ervan groeiden bij nader inzicht geen gewassen meer, maar stonden caravans in het gelid!). Een opvallend gebouw is de rooms-katholieke St. Antonius Abtkerk. De kerk is ontworpen en gebouwd door de kerkarchitect Alfred Tepe (1840–1920) in de jaren 1873–1875. Alfred Tepe wordt beschouwd als een van de grote architecten van de neogotiek naast P.J.H. Cuypers. De kerk in Loo is een van zijn vroegere werken. Op deze plek heeft waarschijnlijk vanaf de 15e eeuw een kapel gestaan die aan St. Antonius Abt was gewijd. Toen in de tweede helft van de 19e eeuw werd besloten tot nieuwbouw heeft Alfred Tepe een grotere kerk om de oude kapel heen gebouwd en de kapel afgebroken. Het is een driebeukige neogotische hallenkerk zonder toren, die heel wat vriendelijker oogt dan de imposante en hoog oprijzende O.L. Vrouwe Onbevlekt Ontvangen-Kerk in Lobith die hij in de jaren 1886–1887 heeft ontworpen en die het landschap rond Lobith domineert. Dat heb ik gezien toen ik daar op 19 juni jl. voor de tweede keer was…

20210917_102039 (2)
Loo: zicht op de zuidgevel van de St. Antonius Abt Kerk uit 1873-1875 naar ontwerp van Alfred Tepe (1840-1920)
20210917_102243 (2)
Loo: zicht vanaf de begraafplaats op de voorgevel van de St. Antonius Abt Kerk (zonder kerktoren) uit 1873-1875

Voor de ingang tot de begraafplaats en tevens toegang tot de St. Antonius Abt Kerk staat een bronzen beeld “De Dorpsomroeper“, dat een man met stropdas en gleufhoed voorstelt die een bericht voorleest. Het is gebaseerd op vader en zoon de Bont, die als dorpsomroepers tot aan de Tweede Wereldoorlog op zondag na de hoogmis het dorpse wel en wee verkondigden. Het beeld staat op dezelfde plaats als waar vader en zoon hebben gestaan en het hardstenen blok ervóór is authentiek. Het beeld is gemaakt door de Nederlandse beeldend kunstenaar Hans Kuyper (*1955) en is in 2004 geplaatst. Vanaf waar het beeld staat is er een goed zicht op het terras (dat ook al op de dijk werd aangekondigd!) van Zaal Berentsen, waar ik even later neerstreek voor een kopje lekkere koffie en een punt goede appeltaart (maar zonder slagroom…!)

Na een rondje door het dorp kwam ik weer op de dijk en liep terug naar het westen. Daar kwam ik langs een grote waterplas in het buitendijkse gebied, de Loowaard, en dat leverde een idyllisch plaatje op: een wat heiige horizon afgebakend door een groep hoge populieren die met de wortels in het water stonden. Vlak daarbij stonden enkele koeien tot ongeveer de buik in het water! Deze plas is de Waai van Boerboom en wordt ook wel de “Viswaai” genoemd. Deze waai, die elders ook wordt aangeduid met “kolk” of “wiel”, is ontstaan na een dijkdoorbraak in de 18e eeuw, ergens tussen 1723 (toen er op de landkaart nog geen waai was ingetekend, maar wel een huis!) en 1753. Toen is vanuit een oude rivierloop, een strang, door de grote watermassa een diep gat achter de dijk uitgesleten. De weggespoelde grond kwam aan de landzijde van de waai te liggen. Dit is vruchtbare grond, die bij uitstek geschikt is voor tuinbouw. Hier heeft men de nieuwe dijk achter de waai opgeworpen – hierdoor is de waai “buitengedijkt”. Op een informatiebord werd uitgelegd dat bij het dijkherstel een gedeelte van het oude cultuurland buitendijks was komen te liggen. Dit wordt ook aangeduid met “oudhoevig land”. Door de aanleg van de dijk was dat land te drassig geworden om te bewerken. Daarom heeft men greppeltjes gegraven en met de vrijkomende grond zogenaamde rabatten opgeworpen, die met wilgen beplant werden. Op het bord staat ook een foto van het gebiedje ten westen van de Waai van Boerboom, waarop de rabatten zijn ingetekend. Ik kon dat in het echt niet goed zien…

20210917_110445 (2)
Loo: zicht naar het zuiden vanaf de Loodijk op de Waai van Boerboom met koeien in het water
20210917_110650 (2)
Loo: overzichtskaart op een informatiepaneel aan de Loodijk over de Waai van Boerboom en het ontstaan van het omliggende land

Weer terug op het punt van de dijk waar de weg naar het Looveer aftakte vervolgde ik op beide dagen de Loodijk in de richting van Westervoort. De vergezichten naar het noordwesten waren zeker op 26 september erg weids en mooi.

20210926_114550 (2)
Tussen Loo en Westervoort: zicht naar het westen vanaf de Loodijk over de uiterwaarden in de richting van Arnhem

Ook dichterbij kon ik genieten: bijvoorbeeld van een Dagpauwoog (Aglais io) die rustig op een bloem van de nog uitbundig bloeiende Rode klaver (Trifolium pratense) zat of van een groepje Echte Lampionplanten (Physalis alkekengi), waarvan bij sommige “lampionnetjes” alleen nog maar een geraamte van nerfjes te zien was. Langs de dijk was de berm nog steeds wel kleurrijk: niet alleen het helderblauw van de Wilde cichorei (Cichorium intybus) een plant die door de Romeinen in de 1e en 2e eeuw na Chr. naar onze streken is gebracht, maar ook het rood van Grote Klaprozen (Papaver rhoeas), die als echte “Remembrance poppies” de stemming van deze Airborne-periode versterkten. Deze “Poppies” staan symbool voor herdenken en het hoopvol blijven. Het symbool is ontleend aan het inmiddels beroemde gedicht van de Canadese arts Luitenant-kolonel John McCrae (1872–1918), die in de Eerste Wereldoorlog diende en vocht in de Slag om Ieper. De eerste twee dichtregels luiden “In Flanders fields the poppies blow – Between the crosses, row by row…” Dat klaprozen zo vaak op slagvelden groeien heeft niets te maken met het vloeien van bloed, maar wel daarmee, dat de zaden pas ontkiemen als er licht bij komt – en dat gebeurt in grond die wordt omgewoeld…

Aan de zuidoostkant van Westervoort zag ik onder aan de dijk een fraai vormgegeven bord uit cortenstaal staan met de vermelding “Fort Geldersoord“. Het bord wees de weg naar een cultuurhistorisch landschapspark dat in 2014 is geopend. Het gebied is in 1966 in het (rijks)monumentenregister opgenomen en kent behalve de resten van een fort uit 1741 ter verdediging van een inlaatsluis voor het inunderen van het achterland van Westervoort (langs de IJssel tot aan Doesburg), ook nog resten van oudere bebouwingen, zoals een boerderij die moest wijken voor de bouw van het fort.

Op de diverse informatieborden staat veel wetenswaardigs. De opdracht tot de bouw van deze fortificatie werd in 1739 gegeven door de Staten-Generaal van de Verenigde Republiek der Nederlanden aan Bernhard Jacob de Roy (1716–1782), ingenieur in Statendienst, kolonel van de Genie en “directeur der fortificatiën”. Dat er hier een extra verdedigingswerk nodig was kwam door de ligging van Westervoort: deze plaats behoorde tot de Verenigde Republiek, terwijl de omliggende plaatsen als Duiven, Zevenaar en Huissen onder het gezag van het Pruisische Rijk vielen. Hierdoor kwam Westervoort aan de oostgrens van de Republiek te liggen van waaruit voortdurend gevaar dreigde. De rivieren Neder-Rijn en IJssel vormden weliswaar natuurlijk barrières, maar de monding van de IJssel was helemaal verzand. Daar konden de vijandelijke legers van de Pruisen, maar ook van de Fransen eenvoudig de rivier oversteken en de Republiek der Verenigde Nederlanden binnenvallen. De Roy bedacht een effectieve en efficiënte oplossing: een inlaat maken aan de kant van de Rijn, afgesloten met een sluis, die in geval van een aanval open wordt gezet om met het water uit de Rijn een gebied tot bij Doesburg onder water te zetten. Om deze inlaat en sluis te bewaken was één fort voldoende. In de opdracht werd de opzet duidelijk omschreven: “het leeveren van materialen nodig tot twee nieuwe capitale rontom bemuurde Lunetten formerende saamen een Tenaille met haare Contrascharps muuren, bedeckte weg en glacis, welcke Lunette geplaats sullen werden d’eene binnen en d’andren buiten den Rhijn bandijck een uur buiten het Dorp Westervoort bij het so te noemene Gelders Oort“. Het werk werd gegund voor 150.000 gulden aan een aannemer uit Arnhem die 600 arbeiders liet werken. Het informatiebord vermeldt laconiek dat de aanbesteding keurig werd gepubliceerd in een Amsterdamse krant en dat daardoor “de vijand” van het plan wist! In 1742 was het Fort Geldersoord klaar en staat van paraatheid. Toch is de inlaatsluis nooit geopend. Het fort werd in 1821 voor de sloop verkocht: er was geen militaire noodzaak meer…

20210917_113408 (2)
Westervoort: op een informatiepaneel bij het landschapspark Fort Geldersoord staat een kopie van een authentieke plattegrond uit de 18e eeuw

Nu is het fort op een landschappelijk mooie manier weer zichtbaar gemaakt: de contouren van het voormalige fort worden weergegeven met aarden wallen, afgescheiden met muurtjes van baksteen waar grintpaden doorheen lopen. Wel jammer dat de uitkijktoren was afgesloten: nu was het wat lastig om een goed overzicht over het gehele terrein te krijgen.

20210926_115321 (2)
Westervoort: in het landschapspark Fort Geldersoord worden de contouren van het verdedigingswerk met bakstenen muren en grasvlakten aangegeven

Op het gedeelte van het fort dat het ravelijn wordt genoemd staat een picknicktafel die ook dienst doet als informatietafel. Een aardige aanvulling is de “audiobom” met het opschrift “Fort Geldersoord – bomvol verhalen – Slingeren maar“: door (lang) aan een zwengel te draaien weerklinkt er een hoorspel dat begint en eindigt met een kanonschot. In vier minuten wordt het ontwikkelen van het fort uitgelegd.

20210917_114605 (2)
Westervoort: in het Fort Geldersoord zijn de contouren van het ravelijn zichtbaar gemaakt – op de picknicktafel wordt nadere informatie gegeven
20210926_115522 (2)
Westervoort: zicht naar het westen vanaf het ravelijn (met picknick- en informatiebank en “audiobom”) in het landschapspark Fort Geldersoord

Het landschapspark is niet alleen van belang uit cultuurhistorisch perspectief, maar ook in ecologische zin: het biedt ook een onderkomen aan bijzondere flora en fauna. Dat was al het geval voordat men het park als zodanig inrichtte, maar nu is nog meer aandacht besteed aan deze biotoop. Vanaf een houten bruggetje aan de westzijde van het landschapspark heeft men zicht op de oorspronkelijke inlaat voor de inundatie uit 1740, maar daarvoor is wel wat fantasie gevraagd: er is alleen maar een dichte rietkraag te zien.

Na het terugkeren op de Schans zoals de Loodijk inmiddels is gaan heten, valt een betonnen bouwwerk in de dijk op: dit is een “moderne” inlaat die daar is gebouwd in het kader van de IJssellinie ten tijde van de Koude Oorlog, ook met het oogmerk om het stroomgebied van de IJssel te inunderen. De historische achtergrond is deze: na de Tweede Wereldoorlog voelde Nederland de steeds groter wordende dreiging vanuit het oosten van de legers van de Sovjet-Unie, terwijl de westelijke geallieerden, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, hun legers sterk hadden ingekrompen. Bovendien wilden de VS afwachten hoe agressief de Sovjet-Unie zou worden. Daarbij was de overweging dat bij een aanval van “de Russen” zij hun troepenmacht zouden terugtrekken tot aan de Rijn en op dat moment zouden beslissen of ze de vijand konden stoppen of dat zij zich verder naar Engeland zouden terugtrekken. De Amerikanen wilden een landoorlog met de Sovjet-Unie voorkomen en gaven de voorkeur aan het aanvallen van steden en industrieën in de Sovjet-Unie. Vanaf 1951 werd op verzoek van de NAVO de IJssellinie aangelegd met als doel de opmars van de Russen te vertragen. De linie hield in dat gebieden in het stroomgebied van de Neder-Rijn, de Waal en de IJssel geïnundeerd zouden worden bij een dreigende invasie vanuit het oosten. Het waterpeil moest zorgvuldig gereguleerd worden: het moest te hoog zijn om er met voertuigen doorheen te rijden en te laag om er met bootjes over te varen. Om dit water op te stuwen in de IJssel werden aan de rivieren voorzieningen gebouwd waardoor de Neder-Rijn ter hoogte van Arnhem, bij Meinerswijk op de zuidoever en de Waal ter hoogte van Bemmel afgedamd konden worden. Bij mijn wandelingen door het landschapspark Meinerswijk heb ik onderdelen hiervan gezien. De gehele IJssellinie is in het diepste geheim ontworpen en gebouwd – zo ook deze inlaat bij Westervoort. Dit inlaatwerk bestaat uit zeven compartimenten voorzien van afsluitbare schotbalken. Elk compartiment heeft een doorstroombreedte van vijf meter. Bij dreiging uit het oosten kon het waterniveau in de rivier verhoogd worden, waarna de balken konden worden weggehaald. Het rivierwater stroomde dan door het inundatiekanaal het achterland in.

Staande op het voetpad naast de weg over de dijk en dus op de inlaat had ik een goed zicht op het nu met riet dichtgegroeid inundatiekanaal. In de verte lag ook het Fort Geldersoord achter een hoge boomsingel. Beide defensiekunstwerken liggen in afstand maar een paar honderd meter van elkaar en in tijd zo’n 200 jaar. Toch hadden ze beide dezelfde insteek: gebruik maken van water als verdedigingsmethode!

20210926_120821 (2)
Westervoort: zicht vanaf de dijk over het inlaatwerk uit de jaren 1950 van de IJssellinie met rechts in de verte de locatie van Fort Geldersoord uit de 18e eeuw
20210917_121628 (2)
Westervoort: zicht vanaf de dijk op het waterreservoir van het inlaatwerk uit de jaren 1950 van de IJssellinie
20210917_122029 (2)
Westervoort: zicht op de compartimenten van het inlaatwerk uit de jaren 1950 van de IJssellinie

Nadat in de jaren 1960 de IJssellinie niet meer nodig was, omdat de dreiging “uit het oosten” afgenomen was, heeft men de inlaatsluis onder de grond weggewerkt als onderdeel van de waterkering. Toen in 1995 de dijk werd verbeterd was men aanvankelijk van plan om de inlaatsluis te slopen. Nadat het geheel weer was opgegraven ontstond het idee de sluis toch te handhaven als historisch object. Hoewel de afsluitmiddelen (zoals de schuiven) niet meer aanwezig waren, heeft het Waterschap Rijn en IJssel het geheel in 1995 zo goed mogelijk hersteld. In 1998 is deze inlaatsluis een gemeentelijk monument geworden. Bij dit defensiekunstwerk staat een informatiebord met o.a. tekeningen waarop de verschillen tussen de oorspronkelijke en de huidige opzet worden weergegeven.

20210917_121805 (2)
Westervoort: op een informatiepaneel bij het inlaatwerk in de rivierdijk dat in de jaren 1950 in het kader van de IJssellinie is gebouwd staat de situatie van toen en van nu

Niet ver van de inlaat van de naoorlogse IJssellinie maakt de dijk een bocht en kwam ik in een gebied met een ander waterbouwkundig werk: het regelwerk op de Hondsbroeksche Pleij. Dit bouwwerk moet juist een niet-bedoelde inundatie voorkomen: overstromingen door hoogwater! In het kader van het project “Ruimte voor de Rivier” is hier grondig ingegrepen in de uiterwaarden van Westervoort. Men heeft een hoogwatergeul gecreëerd door het aanleggen van een nieuwe dijk, zo’n 150 tot 250 meter meer landinwaarts van de oude dijk. De Hondsbroeksche Pleij was van oorsprong een uiterwaarde, maar is nu veranderd in een polder.

20210926_121337 (2)
Bij Westervoort: zicht op de Hondsbroeksche Pleij die in 2012 van uiterwaarde is omgevormd tot polder met rechts de nieuwe Pleijdijk

Tussen de oude en de nieuwe dijk is een zogenaamd regelwerk gebouwd: een 150 meter lange betonnen constructie die met betonnen schuiven is afgesloten. Door bij hoogwater deze schuiven met een kraan te verwijderen kan men de hoeveelheid water die naar de IJssel stroomt naar believen groter maken. In de 18e eeuw zijn al afspraken gemaakt over de verdeling van de waterhoeveelheden in de Rijn als de rivier in Nederland binnenkomt: bij de splitsing van de Rijn en de Waal bij Pannerden vloeit twee-derde van het water naar de Waal en één-derde van het water naar de Neder-Rijn/het Pannerdensch Kanaal. Bij Westervoort splitst de IJssel zich af: ook nu weer vloeit twee-derde van het water verder door de Neder-Rijn en één-derde door de IJssel. Zonder deze extra maatregelen kon deze verdeling bij hoogwater niet meer gegarandeerd worden, en bestond het risico dat ofwel de Neder-Rijn ofwel de IJssel te veel water te verwerken zou krijgen. Het in januari 2012 opgeleverde betonnen gevaarte was toen nog beton-blank, maar is nu erg “kleurrijk” geworden door de vele graffiti…

20210926_122700 (2)
Bij Westervoort: zicht op het in 2012 opgeleverde regelwerk in de Hondsbroeksche Pleij in de nevengeul van de IJssel

Na het passeren van het regelwerk kwam ik nu dan toch bij het punt waar de IJssel zich van de Neder-Rijn afsplitst: de IJsselkop! In september was het weer heel wat aangenamer dan op 21 mei jl. toen ik aan de zuidoever bij Huissen het punt wilde bereiken om die IJsselkop te zien: toen kwam ik niet alleen in een stortbui terecht, maar liep mijzelf ook nog vast bij een hekwerk aan het einde van de Badweg… Alleen de lichtopstand op de zuidoever had ik toen vagelijk kunnen zien tussen de neerkletterende regen. Was het zicht op 17 september nog een beetje troebel – op 26 september maakte alleen het tegenlicht de overkant wat donker.

20210926_123652 (2)
Bij Westervoort: zicht vanaf de noordoever van de Neder-Rijn op de Huissense Waarden en de toren van de O.L. Vrouwe ter Hemelopnemingskerk
20210926_124216 (2)
Bij Westervoort: zicht vanaf de Hondsbroeksche Pleij op het punt waar de IJssel zich van de Neder-Rijn afsplitst – de IJsselkop

Op het punt waar ik zicht had op de IJsselkop staan twee monumentjes. Het ene is een bouwwerk van bakstenen die verspringend zijn gestapeld. Het is gemaakt naar aanleiding van het 300 jarige bestaan van het Pannerdensch Kanaal: 1707–2007. Het ligt in de beschutting van een aantal bomen die in een kring zijn geplant. Het andere monument is een betonnen constructie, getiteld “Land molding” en is in 1992 gemaakt door de Amerikaanse kunstenaar James Donahue die daarmee uitdrukking heeft willen geven aan zijn bewondering voor het Hollandse landschap waar dijken zo belangrijk zijn: “sterk en massief, maar mensenwerk” (volgens het bordje bij het kunstwerk). Het zicht op deze betonnen vorm tegen de achtergrond van het eveneens betonnen regelwerk in de verte geeft wel kracht aan het kunstwerk en de omgeving!

20210926_124146 (2)
Bij Westervoort: zicht op het betonnen kunstwerk uit 1992, “Land molding”, van de Amerikaanse kunstenaar James Donahue tegen de achtergrond van het regelwerk in de Hondsbroeksche Pleij

Na ongeveer een kwartier over de stille oude dijk gelopen te hebben kwam ik bij een luistersteen van de Liberation Route, de internationale herdenkingsroute van Normandië naar Berlijn, langs de route die de Geallieerden vanaf de landing op D-Day, 6 juni 1944, tot aan het moment van de overwinning op Nazi-Duitsland in mei 1945. Op dit punt aan de Westervoortse oever van de IJssel staat de grote zwerfkei op een betonnen cirkel met afdrukken van laarzen en rupsbanden: hier wordt aandacht besteed aan de Operation (Quick) Anger, ook wel de “Tweede Slag om Arnhem” genoemd. Tijdens deze militaire operatie in de laatste fases van de Tweede Wereldoorlog wilden geallieerde troepen de stad Arnhem innemen. Op 12 april 1945 werd de aanval ingezet door het Canadese First Army en het 49th British Infantry Division, de “Polar Bears”, gesteund door de pantservoertuigen van de 5th Canadian Armoured Division. Na uren van zware artilleriebeschietingen op Fort Westervoort (waarover later meer!) en op het industriegebied Kleefse Waard aan de Arnhemse kant van de IJssel staken de geallieerde troepen met bootjes de rivier over en trokken verder naar de verlaten en geplunderde stad, die tijdens en na de Eerste Slag om Arnhem in september 1944 in een absolute ruïne was veranderd…. Na Arnhem volgde vanaf 12 april 1945 de bevrijding van vele plaatsen op de Veluwe en de rest van Nederland. Ter vervanging van de in het voorjaar van 1945 door de Duitsers opgeblazen brug over de IJssel bouwden de Canadezen een pontonbrug.

20210926_130059 (2)
Bij Westervoort: op de plek waar de Geallieerden op 12 april 1945 de IJssel overgestoken zijn om Arnhem te bevrijden ligt nu een luistersteen van de Liberation Route

Op 17 september ben ik niet naar het dorp Westervoort gegaan, maar op 26 september wel. Het dorp is al erg oud: het wordt voor het eerst genoemd in een perkament uit 726. In die tijd predikte de later heiligverklaarde Ierse missionaris Werefridus in deze streek en in de Betuwe het christendom. In de Dorpsstraat die vanaf de IJsseldijk naar het noordoosten loopt staan een paar oudere herenhuizen. Vooral de Werefriduskerk is een monumentaal gebouw. De toren van de kerk dateert uit de 13e eeuw – de kerk zelf is in 1850 rigoureus verbouwd. Toen ik er die zondag langsliep zaten de kerkgangers na de eredienst lekker buiten in het zonnetje en dronken een kopje koffie in de luwte van de kosterswoning, het Paalmanhuis uit 1841, een stijlvol gebouw, dat sinds 1966 een rijksmonument is.

20210926_132221 (2)
Westervoort: zicht op de zuidzijde van de hervormde Werefriduskerk, die oorspronkelijk uit de 8e eeuw stamt, maar die in 1850 ingrijpend verbouwd werd
20210926_132320 (2)
Westervoort: zicht op het Paalmanhuis, de kosterswoning, uit 1841 dat bij de hervormde Werefriduskerk hoort

Om terug te keren naar Arnhem liep ik beide keren over de IJsselbrug, de ene keer rechtstreeks vanaf de dijk naar de brug, de andere keer via het dorp. Hoewel de IJssel hier bij normale waterstand niet erg breed is heeft het lang geduurd voordat er een (vaste) brug gebouwd werd. Eerst moesten de mensen door het water waden – in 1295 werd gesproken over een veer, dat in 1795 in Arnhemse handen kwam. Later kwam er een schipbrug: een belangrijk verkeerspunt in de handelsweg tussen West-Nederland en het Rijnland. De eerste vaste brug was een spoorbrug: toen de spoorlijn vanuit Amsterdam naar Arnhem werd geopend in 1845, wilde men graag de lijn doortrekken naar Keulen. In 1856 werd het traject Arnhem-Emmerich geopend, met een spoorbrug over de IJssel van 260 meter lengte en 10 meter breed. Dit betekende voor Nederland een primeur: hier had men nog geen ervaring met de bouw van zulke lange bruggen. Daarom werden Engelse ingenieurs en (niet onbelangrijk) financiers aangetrokken. De brug met een draaibaar middenstuk was dubbelspoor. De scheepvaart was er minder blij mee: de schepen moesten door de nauwe doorgang manoeuvreren. Bovendien was er in de winter en het voorjaar veel hinder van ijsschotsen. Daarom kwam er een roep om een vaste oeververbinding die ook voor het wegverkeer en voetgangers geschikt was. Deze brug kwam in 1901 tot stand. Om ervoor te zorgen dat de scheepvaart en het treinverkeer geen last van elkaar hadden werd besloten tot de aanleg van een spoordijk. Hierdoor werd het dorp Westervoort in tweeën gedeeld…

Toen kwam de Tweede Wereldoorlog: op 10 mei 1940 in alle vroegte heeft het Nederlandse leger vanuit het Fort Westervoort op de Arnhemse oever de brug opgeblazen toen er een Duitse pantsertrein overheen reed. De Duitsers hebben de brug hersteld: in november 1940 kon de brug weer gebruikt worden. Aan het einde van de oorlog waren het de Duitsers die de brug opbliezen – ditmaal erg grondig: herstel bleek onmogelijk. Op zwart-wit foto’s uit 1946 is dat duidelijk te zien. Na de oorlog heeft er een tijdelijke brug gelegen: in januari 1946 werd een tijdelijke brug aangelegd, een afgedankte, naar Nederland overgebrachte, Engelse enkelsporige brug. De verkeersbrug had maar één rijstrook. Pas in 1971 werd de verkeersbrug vervangen en in 1980 de spoorbrug (nog steeds enkelsporig). Na twee ernstige treinongelukken (in 1964 en in 1978) met meerdere doden en vele gewonden werd er in 1984 een tweede spoorbrug naast gelegd. De huidige “Brug bij Westervoort” bestaat in feite uit vier losse bruggen (twee spoorbruggen, een verkeersbrug en een fietsbrug) die naast elkaar zijn gebouwd. Het geheel heeft een markante uitstraling, met name omdat de fietsbrug een andere, driehoekige, vorm heeft. Door de witte kleur valt de brug erg op in het landschap. Aan de Arnhemse kant zijn nog een paar pijlers van de oude brug uit 1855 te zien – nogal een contrast tussen het metselwerk met grote stenen en de betonnen pijlers en de metalen spijlen!

20210917_133632 (2)
Westervoort: zicht vanaf de IJsseldijk op de huidige IJsselbruggen – met een dieseltrein in de richting van Winterwijk

Toen ik op 17 september over de Westervoortsebrug liep en de Arnhemse oever van de IJssel bereikte viel mijn oog op een marmeren plaquette ver onder mij. Deze was gewijd aan “hen die vielen” in de periode van 10 tot 14 mei 1940 bij de verdediging van de Westervoortseburg. Het was mij nooit zo opgevallen, dat hier ook een fort was: Fort Westervoort… De restanten liggen nu een beetje verscholen tussen de autoweg A325, de Pleijroute, de spoorbrug op de lijn van Arnhem naar de Achterhoek en Duitsland, en de parallel lopende provinciale weg. Ik besloot om deze plek nader te onderzoeken. Daartoe ging ik eerst langs het fietspad naar beneden en probeerde via de daar heel brede berm van de snelweg de plek te bereiken. Toen ik naar het langsrazende verkeer keek, leek het mij bij nader inzien niet verstandig om door te lopen – en dat zou vast ook niet naar de zin van Rijkswaterstaat zijn… Omdat ik bij het monumentje loopsporen in het gras had gezien, bedacht ik dat er dus een andere weg zou moeten zijn. Dat bleek inderdaad het geval te zijn: na een paar omwegen kon ik via de andere kant toch bij de gedenksteen komen. Vanaf de Schaapsdijk aan de oostkant van de bruggen liep ik eerst over de werkweg van ProRail in de richting van de spoorlijn en daarna via een betonnen trap met leuning naar een redelijk overgroeid pad dat mij via een donker en laag tunneltje leidde naar een wat verwilderd pleintje met de plaquette.

Hier lag dan het Fort Westervoort, of wat er nu nog van over was. Dit sperfort was in 1865 gebouwd om de spoorbrug te kunnen verdedigen. Het is in de jaren 1930 voorzien van betonnen kazematten. Bij dit fort hebben de eerste oorlogshandelingen van de Tweede Wereldoorlog op Nederlands grondgebied plaatsgevonden: in de vroege ochtenduren van 10 mei 1940 hebben Nederlandse militairen gepoogd om door het opblazen van de spoorbrug de Duitse invasie tegen te houden. Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie heeft over deze oorlogshandelingen en over het fort een zeer verhelderende video gemaakt.

Bij de aanleg van de Pleijroute in de jaren 80 van de vorige eeuw is de omgeving van het fort sterk veranderd. Toch heeft men het fort zo veel mogelijk intact gehouden. De Pleijroute loopt vlak langs het fort – om een eventuele schrikreactie bij automobilisten te voorkomen, heeft kunstenaar Wim Korvinus (*1948) het fort in 1983 voorzien van hoge bijmuren, waarop een lichtblauwe lijn is geschilderd.

20210917_135813 (2)
Arnhem: zicht op de restanten van het Fort Westervoort uit 1865 vanuit de berm van de autoweg

Op 17 september ben ik vanaf het punt bij IJsseloord waar ik het Fort Westervoort had verkend en het steeds uitbreidende industrieterrein IJsseloord via het Park Presikhaaf (waarover een andere keer meer) naar huis gegaan, maar op 26 september koos ik voor de route langs de Neder-Rijn: ik ben eerst een stukje over de oprit van de Andrej Sacharowbrug gegaan. Daar had ik vanuit de hoogte een mooi uitzicht over het gebied van de Nieuwe Haven en de skyline van Arnhem. Een fietspad leidt naar beneden tot aan de Nieuwe Havenweg, waar dicht tegen het bruggenhoofd van de Sacharowbrug een windturbinepark wordt gebouwd: de onderste delen van de vier torens waren al aangevoerd en waren tijdelijk neergezet binnen een met bouwhekken afgescheiden gebied…. De Nieuwe Haven ligt aan de zuidkant (de rivierkant) en een wat vervallen industrieterrein met veel scheepsbouw ligt aan de noordkant. De weg komt daar uit op de Westervoortsedijk. Daar had ik ook weer een mooi overzicht over de Nieuwe Haven en de Sacharowbrug in de verte.

20210806_120454 (2)
Arnhem: zicht naar het westen vanaf de noordelijke oprit van de Andrej Sacharowbrug over de Nieuwe Haven en omgeving in de zomer
20210926_140403 (2)
Arnhem: op de kade van de Nieuwe Haven staat een sloep met daarop een reclame voor een van de scheepsreparatiebedrijven
20210926_143555 (2)
Arnhem: zicht naar het oosten vanaf de Westervoortsedijk over de Nieuwe Haven met de Sacharowbrug in de verte

Na een wandelingetje van een kwartier langs de haven en de Neder-Rijn bereikte ik de John Frostbrug – de brug die symbool geworden is voor de Slag om Arnhem uit september 1944 en voor de moedige inzet van de Geallieerden. Ook deze brug is tweemaal verwoest: in 1940 door de Nederlanders en in 1944 door Amerikaanse bombardementen. Bruggen zijn bedoeld om te verbinden, maar die verbinding kan dus ook heel gemakkelijk worden verbroken…

20210926_145847 (2)
Arnhem: zicht vanaf de laaggelegen Rijnkade op de John Frostbrug en de Stadsblokken op de linker oever van de Neder-Rijn

Toen ik op 26 september thuiskwam heb ik de “Airborne-vlag” met de held Bellerophon gezeten op het gevleugelde mythische paard Pegasus, gestreken: het was de dag waarop 77 jaar geleden de Slag om Arnhem tot een einde was gekomen.

Tot op de dag van vandaag hebben wij in onze contreien het geluk dat wij nog altijd in vrede leven. Hiervoor moeten wij dankbaar zijn. Laten we ook steeds onthouden dat de zon altijd schijnt, ook achter de wolken – of, zoals ik aan het einde van de middag zelf had gezien, er nét langsheen!

20210926_143720 (2)
Arnhem: ter hoogte van de Nieuwe Haven schijnt de zon op indrukwekkende wijze nét door de wolken

2 reacties

  1. Gijs Bikker

    Mooi stukje Nederland met een interessante geschiedenis. Met je uitvoerige beschrijving, de foto’s en de satellietbeelden i.p.v. de kaart loop je a.h.w. met je mee langs de route. Dank.

  2. Driekus

    Wederom een goed verhaal. Je zult wel aan nieuwe schoenen toe zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2022 Via Alpina

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑