Wandelen in de bergen

Langs de Romeinse Limes: de Tuin in Arnhem-Zuid en de Tempels in Elst

Für den Reisebericht auf Deutsch bitte hier klicken!

Ter informatie: op de pagina De Rijn als noordelijke grens (“limes”) van het Romeinse Rijk staat een korte beschrijving van de omvang van het Romeinse Rijk rond het begin van onze jaartelling, de Rijn als noordelijke grens, de “Limes”, van dat Rijk en de toen aangelegde “Limesweg”. Ook wordt daar de langeafstandswandeling “Romeinse Limespad” beschreven, de basis voor dit reisverhaal. Deze wandelroute met een totale lengte van 275 kilometer voert langs de Romeinse Limesweg van Katwijk aan Zee naar Berg en Dal, dus langs de noordelijke grens van het Romeinse Rijk, die hier gevormd wordt door de Rijn, zoals deze rivier oorspronkelijk stroomde: de Neder-Rijn tot aan Wijk bij Duurstede, de Kromme Rijn tot aan Utrecht en de Oude Rijn naar Katwijk aan Zee.


13 november 2022

Hoe de Romeinen leefden in Meinerswijk en in Elst rond 100 na Chr.

Er waren twee aanleidingen om het laatste stuk van Etappe 14 en het eerste stuk van Etappe 15 van de langeafstandswandeling het Romeinse Limespad nog een keertje te lopen: er was in het kader van de Week van de Geschiedenis (en dus ook de Arnhemse Geschiedenis) op 16 oktober jl. een happening in de Romeinse Tuin (Hortus romanicus) in Arnhem-Zuid, en ook zouden er op 13 november, vandaag dus, rondleidingen zijn in de catacomben van de Werenfriduskerk in Elst (Gld): daar liggen de fundamenten van het grootse Romeinse tempelcomplex ten noorden van de Alpen! Op beide dagen was het weer prachtig – van het wandelen op beide dagen heb ik erg genoten.

De rondleidingen in de kerk in Elst waren helaas volgeboekt, maar toch ben ik vandaag op de bonnefooi de etappe gaan lopen: rond half tien stak ik met de Nelson Mandela Brug de Neder-Rijn over: de rivier die 2000 jaar geleden de grens van het Romeinse Rijk vormde! Het was rustig en windstil – de John Frostburg, de oorspronkelijke brug uit 1930 was duidelijk te zien. Hier ligt heel veel geschiedenis – de verwoestende Slag om Arnhem aan het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft de stad voorgoed een ander uiterlijk gegeven… Toch stroomt de rivier rustig en onaangedaan naar het Westen – de waterstand, die deze zomer dramatisch laag was, heeft zich redelijk hersteld.

20221113_094024 (2)
Arnhem: een mooi uitzicht vanaf de Nelson Mandelabrug stroomopwaarts over de Neder-Rijn

Ik ben in de afgelopen jaren meerdere malen door het Uiterwaardenpark Meinerswijk gewandeld, zoals ik dat beschreven heb: in het begin van 2021 tijdens mijn tocht langs de Romeinse Limes – van Arnhem naar Bemmel, en later dat jaar tijdens mijn tocht langs de Neder-Rijn – van Arnhem-Zuid naar de Spoorbrug Oosterbeek. In welk jaargetijde dan ook: het is een boeiend gebied, zowel wat betreft de geschiedenis (van de Romeinen tot aan de tijd na de Tweede Wereldoorlog) als zeker ook de natuur. Op de heldere zondag van vandaag lag de grote zuidelijke waterplas, ontstaan door kleiwinning, er bijzonder vredig en blauw bij! Er waren nog niet veel mensen, maar wel veel ganzen in het gras en zwanen op het water. De koppen van de zwanen zag je niet, want ze waren naar voedsel in het water aan het duiken. Het geluid van het wegverkeer was nauwelijks te horen.

20221113_095703 (2)
Arnhem-Zuid: zicht naar het westen op de zuidelijke waterplas in het uiterwaardenpark Meinerswijk

Niet lang nadat ik over het dijkje tussen de twee grote plassen was gegaan bereikte ik het Castellum. In mijn eerste reisverhaal over dit gedeelte van Etappe 14 schreef ik hierover:
“Aan het einde van de jaren 1970 heeft men archeologisch onderzoek gedaan naar eventuele Romeinse bebouwing. In 1979 hebben archeologen resten gevonden van wat men toen interpreteerde als het Castra Herculis, wat zoveel betekent als “fort of legerkamp (castrum) van Hercules”. Hercules Magusanus was de geromaniseerde versie van de oppergod van de Bataven. In het verleden zijn verschillende mogelijke locaties geopperd voor deze Castra Herculis, waaronder Nijmegen en Elst. Na opgravingen van het castellum bij Arnhem-Meinerswijk kwam men tot de conclusie dat die dus dat castrum moet zijn geweest. In hooggeleerde kringen is men het hierover tot op vandaag niet eens geworden… Hoe dan ook – het is een indrukwekkend kijkje in het verleden van twee millennia geleden!

Het is wel het enige Romeinse fort in Gelderland waarvan –tot nu toe! – het bestaan bewezen is.

Op een informatiebord staat een artist impression van het Castellum – er lagen nu een paar herfstbladeren (van een meidoorn) op…

20221016_140721 (2)

De uit schanskorven opgebouwde contouren van het Castellum lagen er strak bij tussen het ruige gras, waar normaalgesproken ook vele Konikpaarden rondstruinden. Vanochtend was een groot gedeelte van de kudde echter aan de rivierkant: sommigen stonden nog, terwijl andere in het gras lagen op te warmen in de zon.

Een andere groep van half-wilde grote grazers in Meinerswijk bestaat uit Galloway-runderen: ook zij waren dit keer aan de westzijde van de doorlaat van de IJssellinie aan de kant van de Drielsedijk. Ik zag er eentje vlakbij staan en hoorde hoe hij geconcentreerd knabbelde aan een heestertje. Zonder deze aan ruigte gewende beesten zou het landschap helemaal dichtgroeien. Zij trokken zich evenmin iets aan van de mensen om hen heen.

20221113_102057 (2)
Arnhem-Zuid: in het Uiterwaardenpark Meinerswijk is ook een grote kudde Galloway runderen – zij houden het landschap open

Op 16 oktober, de Romeinse Middag in de Romeinse Tuin, werd op de Drielsedijk al aangegeven waar we moesten zijn: aan een rotanstok wapperde een banier met het wapen van het 10e Legioen, Gemina: een stier in goud op een veld van keel (rood). Was er eerder in Meinerswijk al een pijl geweest die naar het Castellum verwees, hier hingen twee tijdelijke bordjes aan de wegwijzer die met één arm naar het noorden, naar Meinerswijk, en met de andere naar het zuiden, naar Rome, wees. Te voet was het slechts 300 meter, 10 minuten, naar het Castellum, maar de weg naar Rome is 1.565 km lang. Romeinse soldaten zouden daar 63 dagen over doen: zij liepen met bepakking zo’n 25 kilometer per dag…

20210131_114951 (2)
Arnhem-Zuid: bij de Romeinse tuin staat een wegwijzer die naar Meinerswijk en naar Rome wijzen – 300 m resp. 1.565 km (foto van 31 januari 2021)

Het zicht vanaf de Drielsedijk was mooi: de boomgaard van de Steenen Camer – met hoogstamfruitbomen – lag aan de voet van de dijk in de zon, terwijl de banier van het Romeinse legioen wapperde in de wind. Een blik naar het zuiden, naar het parkeerterrein en de Tuin, leverde een wat anachronistisch beeld op: er liep een Romeinse soldaat in vol ornaat tussen de geparkeerde auto’s!

20221016_133339 (2)
Arnhem: zicht vanaf de Drielsedijk naar het zuidwesten over de boomgaard van de Steenen Camer met op de voorgrond de banier van het 10e Legioen Gemina

Vanaf het parkeerterrein liep ik naar de Romeinse Tuin. De Romeinse krijger die ik op het parkeerterrein had gezien stond nu bij een tent waar bezoekers het zwaardvechten konden leren. Er hingen tunieken in verschillende maten aan een rek. Enkele jonge kinderen stonden al in hun tuniekjes te wachten op de uitleg. Later zou ik ze al “vechtend” zien rondrennen – ook door de Romeinse Tuin zelf…

20221016_123028 (2)
Arnhem: bij de Romeinse Tuin was een tent opgezet voor bezoekers die wilden leren zwaardvechten – onder leiding van “echte” Romeinse krijgers

Het idee om hier een Romeinse Tuin aan te leggen ontstond naar aanleiding van de ontdekkingen over de Romeinse aanwezigheid in deze buurt, met name over het Castellum in Meinerswijk. In het begin van onze jaartelling had elk Romeins kamp zo’n groentetuin. Deze Romeinse Tuin is in 2015 gesticht door enthousiaste vrijwilligers die lid zijn van de Biologische Tuinbouwvereniging Elderveld waarvan de volkstuintjes aan de oostkant van het Hannesstraatje liggen. Zij kregen wel veel hulp van archeologen, want er moest gedegen onderzoek gedaan worden naar de gewassen die destijds in zo’n groentetuin hebben gestaan. Zo was er bijvoorbeeld voor aardappelen, tomaten etc. dus geen plaats – die kwamen pas met Christoffel Columbus mee! Op het welkomstbord staat een kleurige artist impression van de Tuin, die aardig overeenkomt met de huidige situatie.

20210131_115724 (2)
Arnhem-Zuid: schematische opzet van de Romeinse Tuin in de wijk Elderveld op het informatiebord bij de ingang

Tijdens de rondleiding door de Romeinse Tuin op 16 oktober viel het mij op dat er mede door het zachte najaar nog zoveel mooie gewassen stonden. De inzet van de vrijwilligers en de Betuwse klei hadden natuurlijk ook meegewerkt!

20221016_123353 (2)
Arnhem-Zuid: zicht naar het noorden over de Romeinse Tuin met publiek en nog vele gewassen

De afscheidingen rond de Romeinse Tuin zagen er op 16 oktober al mooi herfstig uit: de wingerd die langs de pergola bij de ingang groeide had dieppaarse bessen en het blad een goud-rode kleur. Dat was vandaag nog steeds het geval. De Tuin was al redelijk winterklaar!

20221113_103012 (2)
Arnhem-Zuid: enkele weken na de Romeinse Middag ligt de Romeinse Tuin er rustig bij in mooie herfstkleuren

Tijdens de Romeinse Middag was het druk in de Tuin: zowel in de kruidentuin rond de inmiddels lege fontein als in de groentetuin. Er liepen vrijwilligers rond, die gehuld in een Romeins tenue met groot enthousiasme vertelden over het ontstaan van de Tuin en wat er zoal groeide. En dat waren niet alleen groenten, maar ook bloemen, al dan niet geneeskrachtig. Er stond veel kool in alle soorten en kleuren – de Romeinen hielden daar erg van en hebben vele koolrassen mee naar het noorden genomen. Er stonden planten van boerenkool (ook de paarse variant!), van spruitkool en ook van een mij onbekende koolsoort: het Eeuwig moes (Brassica oleracea var. ramosa), een bladkool die in deze regionen niet tot bloei komt (daarvoor is het te koud), maar die zich vermeerdert door afleggers. Gewoon een stukje stengel afknippen, in de grond stoppen en na een paar weken heb je al blad! Dit gewas werd tot in de 20e eeuw gebruikt als veevoer en als eerste groente in het voorjaar. In de Tuin stond een wat onooglijk exemplaar van dat Eeuwig moes langs het pad, met allerlei littekens over de lengte van de stronk en een beetje scheefgezakt. Zo’n plant kan wel 40 jaar oud worden – zij doet haar naam dus wel eer aan. Een goede groeier was ook de Palmkool of ook Cavolo nero (Brassica oleracea var. palmifolia), die meters hoog kan worden en door het afsnijden van de onderste bladeren, terwijl de plant doorgroeit, de vorm krijgt van een palmboom. Later zou ik een bos van deze bladeren kopen bij een stalletje!

Er groeiden natuurlijk nog veel meer groenten, zoals de Artisjok (Cynara scolymus), die ergens in een hoekje stond. Ik had in de zomer de prachtige paarse bloemen gezien bloeien, maar nu waren die verdord tot grote bruine sterren, die donker afstaken tegen het nog lichte, gevederde blad. In hetzelfde akkertje was Wintergerst ingezaaid – braaf in rijen. De vrijwilliger vertelde dat ze eerst het graan gewoon uit de losse pols hadden uitgestrooid, maar dat het toen helemaal niet goed en gelijkmatig was opgekomen. Wel hadden ze de grote Alsemplant in een ander hoekje laten staan: de Absintalsem (Arthemisia absinthium) werd bij de Grieken en de Romeinen als geneeskrachtig kruid gebruikt en is in kleine hoeveelheden ontstekingsremmend. De bitterstoffen zijn de basis van vermout en de absint. De tuinuien (Allium cepa) die nu nog op het land stonden, waren in de zomer tot bloei gekomen. De indrukwekkende bolvormige bloeiwijzen stonden fier op hun hoge stengels – ze waren inmiddels ook bruin geworden, maar de structuur was nog steeds mooi. Sommigen waren door liefhebbende tuiniers met een stoeptegel gestut!

De Romeinen dronken ook bier: daartoe verbouwden ze gerst en ook Hop (Humulus lupulus). Deze klimplant groeide tegen de pergola en had uitbundig gebloeid: alleen de (vrouwelijke) “hopbellen” zijn bruikbaar. Niet alle bloemen waren geoogst. Dat gold wel voor de druiven die eveneens tegen de pergola omhoog rankten. Het was dit jaar een goed oogstjaar geweest!

Niet alleen eetbare planten werden verbouwd in een Romeinse tuin: er was ook grote behoefte aan Vlas (Linum usitatissimum) voor het maken van kleding. In deze Romeinse Tuin was een flink stuk grond gereserveerd voor Blauw vlas, maar er groeide ook Rood vlas met opvallende bloemen. Het was destijds waarschijnlijk alleen om de vezels te doen en niet om de mooie bloemkleuren… De zaden van het vlas, het lijnzaad, kwamen natuurlijk ook goed van pas, ook voor de olie.

Er werd eveneens een goed beeld gegeven van gereedschappen die in de Romeinse tijd werden gebruikt om de grond te bewerken voor de (utiliteits)bouw, maar ook voor de landbouw: op een van de tafels bij de Tuin lagen ze uitgestald. Het zijn in Engeland gemaakte replica’s van originele gereedschappen die bij het Kops Plateau, net ten oosten van Nijmegen, zijn gevonden: daar was vanaf ongeveer 12 na Chr. een groot Romeins commandocentrum en later een kampdorp gevestigd. Men gaat ervanuit dat het Castellum van Meinerswijk ook met dergelijke gereedschappen is gebouwd. Er lagen een pikhouweel (in het Latijn een Dolabra), een hak (een Ligo) en een spade (een Pala).

20221016_123759 (2)
Arnhem-Zuid: bij de Romeinse Tuin liggen replica’s van Romeinse gereedschappen voor grondbewerking uitgestald

Het was gezellig druk bij de stalletjes en in de Tuin en iedereen liep te genieten van het mooie weer. Dat was een prettige bijkomstigheid: het had in de dagen voorafgaande aan deze Romeinse Middag hard geregend. Een van de organisatoren zat helemaal in zijn rol als Romein. Hij vertelde glunderend dat hij “de hele week had geofferd aan de Weergoden” en ziet: dat was niet tevergeefs geweest!

Bij een van de stalletjes voor geneeskrachtige kruiden was niemand: de vrijwilligster stond in de kruidenafdeling van de Romeinse Tuin en gaf daar enthousiast tekst en uitleg over het gebruik en de geneeskracht van de verschillende planten die netjes verzorgd in het perk stonden. Ze gaf aan dat er (gelukkig) geen echte gifplanten groeiden…!

20221016_123720 (2)
Arnhem-Zuid: in de Romeinse Tuin staat tijdens de Romeinse Middag een mooi ingericht stalletje met geneeskrachtige kruiden

Natuurlijk waren er lekkere dingen om te eten: bij een kraampje lagen in een tenen mand ronde broden uitgestald, met grote takken laurier ertussen. Vanuit een grote pan werd soep in bekertjes geschept: voor € 2,00 kon je Romeinse kippen-groentesoep krijgen. Daarin zaten ook groenten uit de Romeinse Tuin, zoals uien, kool, knoflook en kruiden. De soep was lekker en het stuk brood erbij ook: dat smaakte naar laurier of was het toch rozemarijn? Op een kaartje stond dat het de Romeinen waren geweest die kippen hadden geïntroduceerd in onze streken. Voor die tijd zullen de mensen hier hebben geleefd van wilde watervogels. Ook hier was er weer sprake van een duidelijk anachronisme: er stond niet alleen een zout-en-peperstelletje bij, maar ook een flesje Maggi! De Romeinen kenden wel een soortgelijke smaakmaker, die zij maakten van gefermenteerde vis, de garum!

In het stalletje ernaast lagen verschillende groenten uitgestald, waaronder kleine paarsachtige bolletjes knoflook: Romeinse soldaten hadden altijd een paar bolletjes bij zich, vanwege de genezende en versterkende werking. Pas veel later zouden de verhalen rond de “knof” in omloop komen dat het de duivel, heksen en vampiers zou verjagen… Op een papier stond vermeld welke tuinkruiden de Romeinen (en eerder al de Grieken) vooral gebruikten in het eten – dat zijn de tuinkruiden waarvan wij de meesten als typisch mediterraan aanduiden: basilicum, bonenkruid, marjoraan, kervel, peterselie, komijn, venkel, dille, laurier. Rozemarijn en salie dienden vooral als medicijn. Mosterdzaad fijngestampt en vermengd met zout zou bij het kauwen helpen tegen kiespijn… De Romeinen waren dol op scherp eten: daarom was in de Tuin ook de Zwarte Rammenas gezaaid – dit koolachtige gewas met de scherp-smakende wortelknol had het dit jaar erg goed gedaan! In een emmer voor het stalletje stonden prachtige bladeren van Palmkool en meerkleurige Snijbiet. Ik zwichtte voor een bundeltje palmkool!

Vandaag lag de Tuin er rustig bij in het mooie ochtendlicht. Alleen de picknicktafels stonden er nog bij de boomgaard langs het Hannesstraatje. Aan de zuidkant van de Tuin had ik zicht op de composthoop: dat die hoop vruchtbaar was bleek wel uit de enorm grote kool die daar uitbundig groeide, met bladeren die over de rand van de bak hingen! Het moderne felblauwe kunststof net dat over de ingezaaide gerst was gespannen vloekte een beetje bij het groen van de gewassen die ernaast stonden…

20221113_103545 (2)
Arnhem-Zuid: zicht naar het westen op de Romeinse Tuin met uitnodigende picknickbanken bij de boomgaard
20221113_103711 (2)
Arnhem-Zuid: zicht op de zuidkant van de Romeinse Tuin met de composthoop waarop van alles groeit!

Vandaag keerde ik niet terug naar huis, maar liep ik verder over de route van Etappe 15, naar Elst. Daartoe kwam ik langs de noordzijde van de wijk Elderveld: in de rust van deze zondagochtend viel het mij op hoe ruim de groene band tussen de Drielsedijk en de bebouwing was opgezet: er was ook een heel breed water met bruggetjes erover. Sommige huizen hadden kleine aanlegsteigers in de achtertuin, waar roeibootjes afgemeerd lagen! Van de gevreesde “stenigheid” waarmee nieuwbouwwijken worden geassocieerd merk je hier niet veel.

20221113_104050 (2)
Arnhem-Zuid: tussen de Drielsedijk in het noorden en de stadswijk Elderveld ligt een brede groenstrook met veel water

De route was mij nog van de vorige keer bekend: zij gaat langs sportvelden (er klonk geestdriftig van alle kanten een veelstemmig geroep – maar voor (w)elke partij?), langs de waterzuiveringsinstallatie en langs de spoordijk van de verbinding Arnhem-Nijmegen. Er is een fiets- en voetgangerstunnel onder het spoor door die in 2013 is aangelegd. De muren van de tunnel waren bekleed met tegels (waarschijnlijk ter voorkoming van graffiti, wat redelijk gelukt scheen). De vorige keer had ik de “tegeltableaus” boven de tunnel niet gezien, maar het waren grappige voorstellingen: de ene van een draak en de andere van een rare rups die op fietsjes reden als gabbertjes!

De route van Etappe 15 van het Romeinse Limespad verliep vanaf de spoorlijn naar het westen, langs de noordgrens van de wijk Schuytgraaf, waar in vergelijking met de vorige keer, begin 2021, weer veel bijgebouwd was. In de afgelopen jaren zijn tijdens de voorbereidende grondwerken al vele voorwerpen uit de Romeinse tijd gevonden, zoals een wedsteen (uit de 1e–2e eeuw na Chr.), die duidelijk gebruikssporen vertoont, en een bronzen vingerring met een ingelegd en gegraveerd stuk blauw glas (uit de 2e–3e eeuw na Chr.). Fascinerend dat deze voorwerpen daar zoveel jaren in de grond gelegen hebben en daar nu zo ongeschonden weer uit tevoorschijn komen!

De akkers tussen de rustige Achterstraat en de Drielsedijk lagen er strak geploegd bij en het uitzicht op de stuwwal was mooi. De bomen hadden al een duidelijke herfstkleur – de naaldbomen hoger op de helling staken er erg donkergroen tegen af. Ik kon aan een markant wit huis onderaan de helling zien dat ik ter hoogte van Oosterbeek liep!

20221113_111756 (2)
Arnhem-Zuid: zicht naar het noorden op de stuwwal bij Oosterbeek vanaf de noordgrens van de wijk Schuytgraaf

Na een wandeling van ongeveer een half uur op de grens tussen de bebouwing van de Schuytgraaf en het landelijk gebied kwam ik opnieuw bij een punt waar het Romeinse verleden weer zichtbaar is gemaakt: een kunstwerk van Cortenstaal staat aan de Grote Molenstraat tussen Driel en Elst (Gld): de “Via Fluviale“, ontworpen door de uit de streek afkomstige landschapsarchitect Harry Derks. Hierover schreef ik ook de vorige keer:
Daar stonden als tableaux vivants twee ossen voor een kar en twee soldaten met helm, speer en schild in een diep-roestig Cortenstaal uitgewerkt. Er was een gracht (fossa) uitgewerkt rond deze figuren. Dit kunstwerk geeft aan dat hier de verbindingsweg tussen de castella naar het zuiden afboog, naar Elst. In 2005 is het tracé ontdekt: bij archeologische boringen werd een grindlaag in de kleigrond gevonden in een ongebruikelijk, lijnvormig patroon. Toen men verder ging graven kwam er een wegdek tevoorschijn met een breedte van maximaal 12 meter en een dikte tot 60 centimeter. Tussen het grind werden scherven van Romeins aardewerk en kledingspelden gevonden, en ook munten, wellicht verloren door soldaten, handelaren of lokale Bataafse bewoners, vandaar dat men wist dat het om een Romeinse weg ging. Bovendien legden de Romeinse wegenbouwers een tracé altijd zo strak mogelijk aan, op een wat hoger in het landschap gelegen rivierafzetting. Ernaast slingerde aan de oostzijde een bevaarbaar waterloopje. Vandaar dat als onderdeel van het kunstwerk er ook een aanlegplaats voor een sloep is toegevoegd.
Vandaag keek ik naar de uitbeelding rondom de oude Romeinse handelsweg met zijn gebruikers en de ossenkar tegen de achtergrond van de moderne asfaltweg met langs zoevende (elektrische) auto’s… De sloep zag er vanaf het oosten bekeken wel wat plat uit.

20221113_115251 (2)
Tussen Driel en Elst (Gld): zicht op een ossenwagen, soldaten en een sloep in het kunstwerk “Via Fluviale” door Harry Derks ter herinnering aan de Romeinse “snelweg” uit de 1e eeuw na Chr. die hier heeft gelegen

Op de informatiezuil stond ook een geschilderde verbeelding van een gelijksoortig tafereel: de koetsier van de ossenwagen, waarvan alleen de zijkant en één wiel te zien is maakt een praatje met een soldaat met speer en wapenschild, terwijl een visser korven binnenhaalt vanaf de vlonder aan de oever van een rivier met zicht op een grazig-groen vlak landschap. In de verte staat een wachttoren. Op het bord wordt ook vermeld dat de Romeinen bekend stonden om hun wegenbouw: de Via Appia uit 312 voor Chr. was de eerste weg – deze liep van Rome naar het huidige Brindisi aan de Adriatische kust. Uiteindelijk lag er na 700 jaar een wegennet van ongeveer 120.000 km, waarvan de weg waarop ik uitkeek een onderdeel was!

20221113_115454 (2)
Tussen Driel en Elst (Gld.): op een informatiepaneel bij het kunstwerk “Via Fluviale” over de ontdekte Romeinse snelweg staat een grafische weergave van het gebruik van zo’n weg

Ik had steeds om de nieuwbouwwijk Schuytgraaf heen gelopen, maar plotseling werd ik vanaf de doorgaande weg de wijk ingeleid. Voordat ik in de bebouwing aankwam passeerde ik nog een grote waterpartij met een bosrand en veel riet. Toen ik bijna twee jaar geleden ook hierlangs kwam stond er nog een informatiebord met uitleg over het “Oerbos” dat hier aan het ontstaan was. In de tien jaren dat dit gebied niet meer gebruikt werd voor de winning van zand voor de wijk is hier spontaan een nieuw natuurgebied ontstaan: in de pioniersfase van dit oerbos groeien er alleen maar wilgen en elzen. In de eindfase zal het bos bestaan uit zomereiken, iepen en essen, maar dat kan wel 100 tot 200 jaar duren. Op het bord wordt enthousiast vermeld: “Mocht je nu al een eik, een es of een iep zien groeien tussen de wilgen, dan ben je getuige van een belangrijke stap in een proces dat honderden jaren zal duren!”. Het bord was inmiddels weg, maar het bos lag er mooi bij in herfstige kleuren. Drie meerkoeten zwommen in formatie naar de rietkragen toe.

20221113_115826 (2)
Arnhem-Zuid: zicht op de waterplas met oerbos in de nieuwbouwwijk Schuytgraaf, ontstaan na zandwinning

De vorige keer was het moderne en hippe restaurant FortVier aan de zuidoever van de waterplas dicht geweest vanwege de Corona-lockdown, maar nu ging ik aan het raam zitten en trakteerde ik mij op koffie en een punt cheesecake met vruchten. Daardoor werd het uitzicht op het “oerbos” nog beter!

Vanaf hier bereikte ik in een kwartiertje Park Lingezegen. Ik gaf de vorige keer aan:
Park Lingezegen: dit is een landschapspark van ongeveer 1.700 hectares dat zich als een groene long tussen de steden Arnhem en Nijmegen uitstrekt. De naam houdt verband met de rivier die van oost naar west, iets ten noorden van Elst door het land stroomt – het gedeelte met “-zegen” slaat op “zeeg”, het Betuwse woord voor gegraven watergang. Het gaat hier om de grotere sloten die uitkomen op de rivier de Linge. Ik zou er later op mijn tocht enkele tegenkomen. Al in het begin van de jaren 1990 is men gaan nadenken over het creëren van dit landschapspark. De “Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra” (Vinex) van de overheid hield in dat er compact gebouwd moest worden en dat er gezorgd moest worden voor een uitloopgebied buiten de wijk en de stad. Het duurde nog tot 2008 voordat dit tot ideeën leidde voor de ontwikkeling van deze groene zone tussen Arnhem en Nijmegen: er werd een Masterplan opgezet voor het ruimtelijke ontwerp en een bestuursovereenkomst getekend door de gemeente Lingewaard, gemeente Overbetuwe, Stadsregio Arnhem-Nijmegen, Staatsbosbeheer, Waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland. Gemeente Arnhem tekende iets later, de Gemeente Nijmegen zegde geld toe, maar deed nog niet mee. In 2010 is een “openbaar lichaam” opgericht om het park tot stand te brengen. Na jaren van hard werken is het Park zoals op de website wordt gesteld “klaar maar nooit af”. Op de website staat ook een video waarin je in vogelvlucht wordt meegenomen over het gebied.
In totaal zijn er zes deelgebieden: ik ben nu door het meest noordwestelijke gedeelte gelopen – De Park. De naam verwijst naar een oud landgoed, waarvan het landhuis niet meer bestaat. In 2016 zijn er aan de westkant van het park grenzend aan de golfclub Welderen voedselbossen aangeplant, die er twee jaar geleden nogal spichtig bijlagen. Nu vond ik de bossen wel wat forser geworden: nu zat er natuurlijk ook nog blad aan de (fruit)bomen! Het begrip “voedselbos” staat voor “een door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige en/of houtige plantensoorten, waarvan delen (vruchten, zaden, bladeren, stengels, wortels, ed.) voor de mens als voedsel dienen, met aanwezigheid van een kruinlaag van hoge bomen, minimaal 3 andere vegetatielagen van resp. lage bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen, een niche van klimplanten en een rijk bosbodemleven.” Zo’n voedselbos moet een “robuuste omvang” hebben: de oppervlakte moet minimaal een halve hectare zijn als de omgeving ecologisch rijk is, maar minimaal 20 hectare indien de omgeving ernstig verarmd is. In 2017 is een “Green Deal Voedselbossen” gesloten tussen een coalitie van overheden, Ngo’s, hoger onderwijs, onderzoeksinstellingen en koplopers uit de praktijk, waarin uitwerking aan “groene groei” wordt gegeven: natuur en landbouw moeten elkaar versterken in plaats van tegenover elkaar staan. Op een wat groezelig informatiebord bij een ander voedselbos in Park Lingezegen wordt met een schets de opbouw van zo’n stuk “nieuwe landbouw” aangegeven: van de schaduwzijde naar de zonzijde is zo’n perceel opgebouwd uit een struiklaag, een tussenlaag, een kruidige laag, een “kruinlaag” met hoge bomen, waarin klimplanten kunnen groeien, in het midden, dan weer uit een tussenlaag, een struiklaag en een kruidige laag.

20221113_130706 (2)
Tussen Arnhem-Zuid en Elst (Gld.): op een infobord staat een schematische opbouw van een “voedselbos”, een ecologisch verantwoorde manier van landbouw

Wat de vorige keer ook al indruk op mij maakte was de inrichting van Park Lingezegen: er lopen brede met betonplaten belegde dijken in een grote rechthoek door dit gedeelte van Park Lingezegen, met de naam het Romeinse Lint (Oost en West), aansluitend bij de geschiedenis van deze streek. De hoge ligging gaf echt een gevoel van ruimtelijkheid – en er was ook plek voor iedereen: niet alleen voor de vele wandelaars en rondrennende honden en kinderen, maar ook voor zwanen die majestueus in het water naast de dijk zwommen tegen de achtergrond van een rietkraag, een gedeelte van de boomgaard en heel in de verte een paar puntdaken van de nieuwe huizen, en voor twee zwartbonte blaarkopkoeien die gemoedelijk naast elkaar lagen te herkauwen te midden van een groep Grauwe ganzen waarvan sommigen in het grasland stonden en anderen in het water dreven. Hier was in de verte niet alleen de bebouwing van Arnhem-Zuid, maar ook de donker beboste stuwwal in het noorden te zien. Ruimte, licht en uitzicht!

20221113_124335 (2)
Tussen Arnhem-Zuid en Elst (Gld): een zwaan zwemt in het water langs de wandelroute door het landschapspark ten zuiden van Arnhem, Park Lingezegen
20221113_125113 (2)
Tussen Arnhem-Zuid en Elst (Gld): twee blaarkopkoeien liggen te herkauwen tussen de Grauwe ganzen in het landschapspark ten zuiden van Arnhem, Park Lingezegen

Aan de zuidkant van Park Lingezegen ligt naast het wandelpad aan de westkant van een sloot weer een Voedselbos, de Santackergaard. Dit bloemrijk voedselbos wordt beheerd door een stichting die als doelstelling heeft om de Santackergaard te beheren als “een bloemen-, bijen- en voedselbos in Park Lingezegen, deelgebied De Park“. Deze tuin bestaat uit gronden met zowel agrarische als een natuurbestemming, waarbij “de wisselwerking tussen natuur, mens en samenleving wordt bevorderd“. Hierbij ligt de nadruk op de bevordering van de natuurlijke diversiteit. In dit Voedselbos werd de eerste heg tijdens de Nationale Boomplantdag van 2017 geplant. Daarna is ook een boomgaard aangelegd met hoogstambomen van het oude Betuwse pruimenras “Eldense blauwe“. Die zag ik staan, best wel groot geworden, maar nu al kaal. Volgens het bord bij de ingang groeien er o.a. druiven en frambozen. Ook is er een bijenstal voor honingbijen en een insectenhotel voor wilde bijen. Het geheel zag er verstild uit alsof de winterslaap al begonnen was.

20221113_130740 (2)
Tussen Arnhem-Zuid en Elst (Gld.): zicht op het bloemrijk Voedselbos de Santackergaard met vooraan de hoogstamboomgaard met Eldense blauwe pruimen

Inmiddels was de kerktoren van Elst al in zicht gekomen: aan de zuidrand van Park Lingezegen gaat de weg met een brug over de rivier de Linge. Deze rivier waarvan de naam in het (Middeleeuwse) Oudnederlands “het lange water” betekent, heeft ter hoogte van het Park diervriendelijke oevers gekregen. Deze deels kunstmatige (want uitgegraven) rivier stroomt door de Betuwe van Doornenburg bij de Neder-Rijn tot Gorinchem waar hij in de Beneden-Merwede uitmondt. Het water stroomde hier langzaam en vredig naar het westen. De akkers aan de zuidoever lagen er strak geploegd bij in de najaarszon, ook klaar voor de komende winter.

20221113_130341 (2)
Tussen Arnhem-Zuid en Elst (Gld.): zicht naar het westen, stroomafwaarts, op de hier slingerende rivier de Linge

De vorige keer dat ik over het Romeinse Limespad in Elst kwam had ik niet geweten dat hier in het begin van onze jaartelling een belangrijk religieus centrum van de Romeinen was geweest met grote tempels – de grootste ten noorden van de Alpen! Het Kerkplein met de Grote Kerk ligt op een verhoogde plek. Ik schreef er toen over:
Waar nu de kerk staat was in prehistorische tijden al een heiligdom van de Bataven. In de Romeinse tijd werd rond 50 na Chr. een Gallo-Romeinse tempel gebouwd met een grondplan van 11½ bij 8½ meter. Deze tempel werd waarschijnlijk tijdens de Bataafse Opstand in 69 na Chr. verwoest. Op de fundamenten bouwden de Romeinen rond 100 na Chr. een veel grotere tempel, die 31 bij 23 meter was en 15 meter hoog. Voor de bouw zijn Romeinse legionairs van het Tiende Legioen uit Nijmegen ingezet. Hij was gewijd aan Hercules Magusanus, de oppergod van de Bataven, die verwant was aan de Germaanse god Donar. De Romeinen waren in religieus opzicht erg tolerant: zij lieten toe dat twee culturen konden versmelten – zolang de Romeinse keizer werd vereerd, mochten de Bataven hun eigen tradities voortzetten.

In de vierde eeuw na Chr., na het vertrek van de Romeinen, raakte de tempel in verval. Op een informatiepaneel bij de kerk staat dat het eerste Romaanse kerkje in de 8e eeuw op de fundamenten van de grote tempel werd gebouwd. Het werd aan Sint Maarten gewijd. In de 10de eeuw werd dit eenvoudige zaalkerkje uitgebreid met een groter schip en een crypte, waarin de relieken van de stichter van de eerste kerk, Werenfridus, werden bewaard. In de 15e eeuw werd het kerkje afgebroken en vervangen door de huidige gotische kerk. Het enige dat van het Romaanse kerkje uit de 10e eeuw resteert is een gedeelte van de koormuur in de noordelijke zijmuur van het huidige koor. Op het bord is ook te zien hoe de plattegronden van de twee tempels en de drie kerken er uitzien.

20210131_143216 (2)
Elst (Gld): op het informatiebord bij de Grote of Werenfriduskerk staat een plattegrond van de verschillende Gallo-Romeinse tempels en Christelijke kerken die op deze plaats hebben gestaan vanaf 50 tot 1484 na Chr.

Tot na de Tweede Wereldoorlog had men eigenlijk niet geweten dat er onder de kerk nog de fundamenten lagen van de eerdere kerken. In het najaar van 1944 heeft Elst in de vuurlinie gelegen tijdens de Operation Market Garden, met grote verwoestingen tot gevolg. Ook de kerk werd zwaar beschadigd. Toen men aan de wederopbouw begon zijn er in 1947 archeologische onderzoeken naar de kerkjes uit de 8e en 10e eeuw. Daarbij stuitte men bij toeval ook op de fundamenten van de tempels uit de Romeinse tijd.

De kerk is weer opgebouwd en van de oorlogsschade is niets meer te zien. Aan de zuidwestzijde staat een indrukwekkende Japanse Notenboom (Ginkgo biloba), waarvan het blad nu goudgeel verkleurd was en straalde in de zon…

In de Grote Kerk is ook het Tempelmuseum gevestigd, dat al sinds 1955 bestaat. De kerk was de vorige keer dicht, maar nu niet in verband met de rondleidingen. Hoewel ik daaraan niet meer kon deelnemen, ging ik wel de kerk in en heb even een beetje meegeluisterd met sommige gidsen. De catacomben mocht ik helaas niet in, maar er was meer dan genoeg te zien in de vitrines die langs de noordmuur van het schip stonden opgesteld. Er was ook een grote en gedetailleerde maquette van de Tweede Tempel uit 100 na Chr. Dat gaf wel een goed beeld van de omvang van dit gebouw!

20221113_133619 (2)
Elst (Gld.): in de Grote of Werenfriduskerk staat een maquette van de tweede Romeinse Tempel uit de 1e eeuw na Chr.

Op een groot paneel was te zien hoe de ontwikkeling was geweest van de eerste, kleine en eenvoudige Gallo-Romeinse Tempel uit 50 na Chr. naar de tweede, veel grotere Tempel uit 100 na Chr. en vele eeuwen later van de kerken uit de 8e en 10e eeuw naar de kerk in de 15e eeuw, waarvan de vorm nog grotendeels overeenkomt met de huidige kerk. Bijzonder hoe deze plek zo’n lange geschiedenis heeft als “cultusplaats”!

20221113_134051 (2)
Elst (Gld.): in de Grote of Werenfriduskerk hangt een overzicht met de ontwikkelingen door de eeuwen heen van de Romeinse tempels tot aan de huidige kerk

In de vitrines waren vele vondsten uitgestald. Erg in het oog springend was een (fragment van een) dakpan uit de Romeinse tijd met duidelijke pootafdrukken van een hond! Deze dakpan is gemaakt in de Romeinse steenbakkerij van De Holdeurn bij Berg en Dal. In deze enorm grote steenbakkerij zijn honderdduizenden dakpannen en verschillende soorten tegels gebakken. In de gehele provincie Germania Inferior, van Bonn tot aan de Noordzee, zijn dakpannen gevonden met stempels uit De Holdeurn. Dit oranjekleurige aardewerk wordt ook Holdeurns of Nijmeegs-Holdeurns aardewerk genoemd. Het was vaak gestempeld met “Legio X Gemina”: daarom vermoedt men dat de productie georganiseerd werd vanuit de legerplaatsen bij Ulpia Noviomagus Batavorum (Nijmegen). Ik heb de plek van deze steenbakkerij gezien, toen ik in het voorjaar van 2021 de laatste etappe van het Romeinse Limespad heb gelopen: van Nijmegen naar Berg en Dal. Sinds 1972 is deze archeologische plek een rijksmonument: het is nu een grote, met bramen overwoekerde kuil, die op het eerste gezicht niet in verband kon worden gebracht met een van de grootste ovencomplexen in het noorden van het Romeinse Rijk – gelukkig stond er een informatiebord bij… Het is een gekke gedachte dat er bijna 2000 jaar geleden een hond doodleuk over die nog niet gebakken dakpan is gelopen – en dat die pootafdrukken daarmee “eeuwigheidswaarde” hebben gekregen!

20221113_134233 (2)
Elst (Gld.): in de Grote of Werenfriduskerk wordt een dakpan getoond die in de Romeinse Steenbakkerij bij Nijmegen gemaakt is – er staan pootafdrukken van een hond op!

In de vitrines van het Tempelmuseum in de Grote Kerk van Elst liggen ook brokstukken van een muur van de cella van de Tweede Tempel. Een cella is de ruimte voor het godenbeeld binnen de tempel. De contrasterende kleuren van de verf zijn goed behouden gebleven! De stukken zijn op verschillende tijdstippen opgegraven, maar horen wel bij elkaar: sommigen zijn in 1947 gevonden bij de eerste archeologische onderzoeken en anderen weer veel later, in 2001 of 2002 bij graafwerkzaamheden rond de kerk.

20221113_133228 (2)
Elst (Gld.): in de Grote of Werenfriduskerk zijn brokstukken van een beschilderde muur van een “cella”, het centrale gedeelte van de tweede Romeinse Tempel

Er wordt ook veel vermeld over de fundering van de tempels. Er stonden drie palen opgesteld. In een vitrine werd met een tekening het principe van een dergelijke fundering uitgelegd. De buitenmuren stonden op scherp aangepunte palen van eikenhout van 1,15 tot 1,35 meter hoogte. De onderzijde van de stenen fundering is ongelijkmatig: het grondwaterpeil kon immers wisselen. De houten palen gingen niet rotten, want er kwam geen zuurstof bij. Waar de stenen in zicht kwamen, werd het muurwerk regelmatig. Naast de tekening was een doorsnede van een funderingspaal te zien. In 2002 is onderzoek gedaan bij de kerk: men heeft toen een platte schijf uit de funderingspaal gezaagd om die dendrochronologisch te onderzoeken. Er zijn 64 jaarringen geteld en daarmee is het hout gedateerd (met een foutmarge) tussen 58 voor Chr. (het planten) en 6 na Chr. (het kappen). Men weet niet of deze paal is hergebruikt of dat de muur die daarop steunde er eerder stond dan de Eerste Tempel. Er wordt ook een overzichtje gegeven van belangrijke gebeurtenissen, gerelateerd aan de jaarringen van de boom:

  • 58 voor Chr.: de boom wordt geplant
  • 44 voor Chr.: Julius Ceasar wordt vermoord
  • 27 voor Chr.: Augustus wordt de eerste keizer van het Romeinse Rijk
  • 12 voor Chr.: de eerste Romeinse legionairs bereiken de benedenloop van de Rijn
  • Jezus wordt geboren
  • 6 na Chr.: de boom wordt gekapt

In een andere vitrine zijn verschillende gebruiksvoorwerpen uit de Romeinse tijd (200–250 na Chr.) uitgestald, waaronder enkele wrijfschalen en olielampen. Er was een fragment van een achtvormig lampje gemaakt van olijfzwart-bruingeel aardewerk met een opstaande rand. Het lampje was als zodanig niet meer goed te herkennen, maar de kleuren waren nog wel duidelijk zichtbaar – ook nadat het zoveel jaren onder de grond had gelegen! Daarnaast stond een bruingeel lampje met een tuit, die bijna gaaf was. Deze voorwerpen zijn al in 1947 opgegraven bij de kerk.

20221113_133831 (2)
Elst (Gld.): in de Grote of Werenfriduskerk liggen een gedeelte van een achtvormig lampje met standring en een bijna gave lamp met tuit, opgegraven in 1947 bij de kerk

In weer een andere vitrine liggen de scherven van een amfoor uit het midden van de 2e eeuw na Chr. Deze zijn gevonden tijdens het bouwrijp maken van de grond voor de nieuwbouwwijk Westeraam, aan de oostzijde van Elst. Deze amfoor is geïmporteerd uit het noordwesten van Frankrijk het toenmalige Gallië en zou volgens deskundigen 40 cm hoog zijn. De scherven vormen een gedeelte van de hals van de kruik. Wat erin gezeten heeft is niet meer te achterhalen, maar men vermoedt dat het hier gezien de vindplaats – aan de zuidelijke palissade greppel van de tempel – om een bouwoffer zou kunnen gaan. De moeilijkheidsgraad van deze puzzel wordt geaccentueerd door het tape en het tubetje Bisonkit…! Op het bordje met uitleg staat een afbeelding van de amfoor – in terracottakleur wordt aangegeven wat er aan scherven gevonden is en op welke plekken van de amfoor deze stukken hebben gezeten.

20221113_133850 (2)
Elst (Gld.): in de Grote of Werenfridus Kerk liggen terracotta scherven van een amfoor uit de 2e eeuw na Chr., gevonden in de nieuwbouwwijk Westeraam, waar destijds een tempel gestaan heeft

In de bodem van Westeraam zijn ook vele fibulae gevonden in vele vormen en maten, materialen en perioden: dit zijn spelden om mantels en andere gewaden te sluiten. Deze fibulae zijn kennelijk verloren tijdens het bezoek aan de tempel. Zij werden gedragen door mannen, en ook militairen, en vrouwen, in de periode van het begin van de 1e eeuw tot het midden van de 2e eeuw na Chr. Er worden 14 types van fibulae aangegeven op een lijst, waarbij ook afbeeldingen staan. De oudste is een La Tène fibula uit de eerste helft van de eerste eeuw: een grote speld van 9,2 cm die toch wel erg veel op een veiligheidsspeld lijkt… Een opvallende fibula was de dolkfibula uit de 2e eeuw met kleurige geëmailleerde modern-aandoende details die nog duidelijk zichtbaar zijn. Andere mantelspelden waren duidelijk wat meer aangetast door het lange verblijf in de grond.

Op weg naar Elst was ik ook nu weer langs een nogal onbeduidend stukje land gekomen, waarop wat struiken in herfstkleuren en riet stonden. Er had een informatiebordje bij gestaan: hier hadden amateurarcheologen een graf uit de Vroege Middeleeuwen (5e tot 10e eeuw) ontdekt, waarin drie personen lagen. Daarbij vond men bijzondere grafgaven, waaronder 36 kralen van glas, faience (aardewerk met een laag glazuur), brons en barnsteen. Een bijzondere item was een grote groene kraal van faience met ribbels (een zgn. “meloenkraal”) die uit de Romeinse tijd stamde – men vermoedt dat deze als erfstuk in de familie werd doorgegeven! Er stond ook een foto bij van de kralen zoals ze uit de grond gekomen waren: getoond op handen die nog onder de klei zaten. In het Tempelmuseum lagen negen echte kralen op een mooi zijden doek in een houten kistje – de “meloenkraal” op de voorgrond. De kralen zien er prachtig uit: ze zouden in onze tijd gewoon gedragen kunnen worden!

20221113_133453 (2)
Elst (Gld.): in de Grote of Werenfriduskerk worden 9 van de 36 kralen getoond die als gift in een graf uit de Vroege Middeleeuwen lagen en die in 2015 in het zuidelijke gedeelte van Park Lingezegen zijn opgegraven

Na dit interessante bezoek aan de plek waar de Eerste en de Tweede Tempel in het centrum van Elst hadden gestaan liep ik ook nog verder naar de plek in de nieuwbouwwijk Westeraam, waar een volgend Tempelcomplex had gestaan. Hier zijn dus in 2002 tijdens de voorbereidende grondwerken zoveel interessante ontdekkingen gedaan. De vorige keer was het kil en nogal mistig geweest. Nu scheen de najaarszon uitbundig. Toen schreef ik erover:
Er had ook daar een grote Gallo-Romeinse tempel gestaan, die mogelijk eveneens gewijd was aan de Bataafse oppergod Hercules Magusanus. Midden in deze wijk was een groot vierkant grasveld gecreëerd met iets verhoogde randen. In de zuidoosthoek stond een uit hout gesneden buste van een Romeins heerser op een sokkel – hij keek een beetje weemoedig uit over de vlakte. Vlakbij was ook een replica van een munt met een paard en een lauwerkrans en bovenaan het Romeinse cijfer XII op een houten paal gemonteerd. Het enige dat een beetje kleur aan de omgeving gaf was een hemelsblauw kunstwerk, “Framework“, van de Nederlandse beeldhouwer en landschapskunstenaar Pjotr Müller (* 1949), uit 2008 waarin naar het tempelgebied werd verwezen: binnenin de beklimbare metalen structuur worden op drie etages een plattegrond, delen van de fundament en een maquette van de tempel getoond.
Nu leek de Romeinse heerser toch wel wat vrolijker te kijken – wat een beetje zon kan doen!

Vanaf het beklimbare kunstwerk van Pjotr Müller, “Framework“, had ik een mooi uitzicht over het terrein waar rond 100 na Chr. het tempelcomplex was geweest. Dit leverde wel een contrast op met vroeger toen de omgeving om de grote tempel leeg was geweest!

20221113_141042 (2)
Elst (Gld): zicht vanaf het kunstwerk van Pjotr Müller over het nu open en groene gebied waar rond 100 na Chr. de Gallo-Romeinse Tempel van Westeraam stond

Ook het zicht naar westen was mooi: over het groen van het gras, het oranjegeel van de herfstbladeren en de moderne huizen zag ik in de verte de kerktoren. Het was wel een wonderlijke gedachte dat hier in de Romeinse tijd twee grote tempels hadden gestaan en dat Elst daarmee tot de belangrijkste Romeinse cultusplaatsen ten noorden van de Alpen behoorde!

20221113_141046 (2)
Elst (Gld): zicht vanaf het kunstwerk van Pjotr Müller naar het westen op de kerktoren – daar had rond 100 na Chr. de andere Gallo-Romeinse tempel gestaan!

Daarna ging ik terug naar het station. Dat ik even moest wachten op mijn stoptrein was niet erg: de zon scheen warm in mijn gezicht, terwijl ik nog kon nagenieten van deze mooie wandeling die zoveel verdieping had gebracht. Eenmaal in de trein herkende ik weer vele punten waar ik te voet langsgekomen was. Een heerlijke dag!

6 reacties

  1. AM Heij

    Goed verhaal , mooie fotos

  2. Inma B

    de uitzichten op sommige foto’s komen me bekend voor, andere helemaal niet. Wat fijn om weer een stukje Nederland te ontdekken!.
    Dank je wel.

  3. Marie-Noëlle

    Quelle région magnifique où nous avons la chance de vivre!
    Photos et découvertes historiques comme actuelles belles et intéressantes.
    Quel travail Pauline !!! Bravo

  4. eline

    Leuk verhaal, Pauline! Erg informatief ook je uitleg over al die gewassen! Dank!

  5. Paul Steijvers

    Weer een verhaal vol herkenning! Helaas nooit in de romeinse tuin geweest. Misschien nog eens in de toekomst,

  6. Marike verhage

    Dank voor het mooie verhaal en die enorm mooie foto’s!
    Het geeft het nieuwe jaar zin om er op uit te trekken en de geschiedenis en het heden te ervaren die je zo mooi verbeeld hebt in de foto’s en het verhaal.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2023 Via Alpina

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑