Für die Seite auf Deutsch bitte hier klicken!

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.

 


8 december 2019

Over woestijnen en wereldzeeën naar de Garden City

Op vrijdagochtend 6 december jl. stapte ik om 06.00 uur op Station Arnhem in de Intercity in de richting van Schiphol voor mijn eerste grote vliegreis ever: die paar kleine vliegreisjes van Rotterdam Airport naar Londen resp. Parijs in de 1980er jaren tellen natuurlijk niet mee… Maar nu ging ik op weg naar Nieuw-Zeeland om daar de Alpen op het Zuidereiland te gaan bezoeken – ja, daar zijn ook Alpen en het is daar nu zomer! Beide punten waren van belang. Afgelopen januari kwam ik tot mijn verbazing wat teleurgesteld terug van mijn jaarlijkse wintervakantie in mijn favoriete Alpenoord Scuol in Zwitserland. Het voelde een beetje alsof ik in de wintertijd niet op mijn plek was in mijn zo geliefde bergen: zij waren in sneeuw en ijs gehuld en het leek wel alsof zij zich van mij hadden afgekeerd. Het had iets van een gebroken hart (“oohh… de bergen houden niet meer van mij…!”), dus om dat te helen bedacht ik dat ik dan maar “naar de zon” moest gaan, maar een wit strand met wuivende palmbomen was ook bepaald niet mijn ideale reisbestemming! In februari kwam op de een of andere manier het toch wel sensationele plan bij mij bovendrijven om naar de Nieuw-Zeelandse Alpen te gaan.

Na driekwart jaar van voorbereiding afgewisseld met een houding van “we zien wel wat past in het beeld wat ik heb van Alpen” was het dan zo ver… Dus na een overstap in Utrecht (waar werd omgeroepen dat de internationale trein naar Frankfurt op spoor “zoveel”  zou vertrekken, wat mij vervulde met iets van melancholie!) stond ik om tegen half acht op Schiphol, bepakt met een koffer (max. 23 kilo), rugzak en volgens mij al het benodigde papierwerk, incl. het sinds 1 oktober benodigde ETA (Electronical Travel Authority for New-Zealand). Na een gezellig kopje koffie met een vriendin, Inma, die op doorreis was naar Spanje, vervoegde ik mij bij de incheckbalie van Cathay Pacific. Hier bleek toch wel een groot probleem te ontstaan. Ik had dit ETA-document op tijd aangevraagd – het zou digitaal op mijn paspoort gezet worden. Om half tien stond ik als een van de eersten bij de incheckbalie van Cathay Pacific, maar daar bleek dat ik bij mijn aanvraag van de ETA een letter vergeten te zijn in de opgave van mijn paspoortnummer…: geen ETA – geen vertrek! Ik bedacht mij wat paniekerig dat ik mijn 1e klas vrij-reizen-dag van de NS ook zou moeten gebruiken om gewoon terug te gaan naar Arnhem en daar bij mijn kerstbomen te gaan zitten en dus kiwi no go… De enige mogelijkheid was de ETA opnieuw aan te vragen – via de officiële weg bleek dat “wegens grote drukte” het 10 dagen zou duren, terwijl ik maar twee uur had – toen ik het aanvroeg was natuurlijk ook het eind van de avond ter plaatse…!. Ik kreeg intussen WhatsApp berichten van vrienden om mij goede reis te wensen en ik zat gevangen in een soort paniek tussen de grote drukte op de luchthaven… Toch was het na een paar momenten van tranen en flitsbeelden van een Kerst van waar ik op dat moment niet wilde zijn, dat ik toch maar even wat ging googlen en daar was de website van e-visum.nl! Als een drenkeling greep ik die kans en tegen mijn gewoonte om dan maar via mijn mobiel mijn creditcard te gebruiken had ik, na invulling van het formulier en een telefoontje naar een vriendelijke meneer van de organisatie, mijn ETA als download op mijn mobiel! Vanaf dat moment had ik het gevoel dat alles op mijn weg op rolletjes zou lopen, zelfs toen de baliemevrouw meende dat de 0 een kleine o was en dat het nog niet goed was. Gelukkig was het inchecksysteem tevreden. Daarna verlangde ik nog een paar keer terug naar het ongecompliceerd treinreizen vanwege de eindeloze procedures van bagage inchecken, x-raying  (mijn hoge wandelschoenen moesten zelfs uit!) etc., maar uiteindelijk was het dan boarding time. Op Schiphol was het grauw, regende het en was het 5°. In de Economyclass had ik een plekje aan het gangpad en kon ik mij vermaken met het entertainmentcentrum op de stoelleuning voor mij. We bleken de route te nemen over Groningen, Noord-Duitsland, tussen St. Petersburg en Moscow door – na 11 uur kwam Hongkong in zicht. Het leuke van het entertainmentcentrum is niet alleen de mogelijkheden om films te zien, maar ook de vliegroute te checken. Bij het binnenvliegen van Mongolië gingen er allerlei toeters en bellen af: seat belts vast, want er was turbulentie tussen de Taklamakanwoestijn (wat letterlijk betekent: je kunt binnengaan, maar je komt er niet levend uit – de zee van de dood) en de Gobiwoestijn (net zo dodelijk als de woestijn aan de westelijke kant). Ik kon niet nalaten om even te kijken waar Scuol lag! Verder was alles rustig in dit grote, volle vliegtuig…

Om 7 uur in de morgen lokale tijd landden we in Hongkong – de zon kwam net op. Toen begon het lange wachten, want ik had een stop-over van 8 uur… Wat een enorme luchthaven is Hongkong! Hiervoor is een groot kunstmatig eiland in de zee vlakbij de stad aangelegd. Alles ziet er meer dan groot uit – ook de kerstversiering, die hier een beetje out-of-place lijkt. Nadat ik mijn ogen uitgekeken had in de vele shopping malls, ben ik rustig gaan zitten op één van de vele zitbanken en heb de wereld aan mij voorbij zien trekken. Af en toe ben ik zeker ook ingedommeld terwijl ik lekker in het zonnetje achter de grote ramen zat… Er was wel een rustpunt in deze hectiek: een multireligieuze “Prayer room“. Op een bord bij de ingang tot deze lichte en vooral stille ruimte stond o.a. dat sinds 1978 de “Airport Chaplaincy” van het “Hong Kong Six Religious Leaders Colloquium“, bestaande uit katholieken, moslims, taoïsten, protestanten, confucianen en boeddhisten, deze gebedsruimte 24/7 openstelt om de religieuze harmonie en dialoog in Hongkong te bevorderen. Toen ik binnenging zat er een jonge man onder het opschrift “KIBLA” met een pijl op het plafond: de richting van Mekka voor het gebed. Ik zat even op een stoel aan de muur en voelde de rust van de ruimte – dat voelde goed… Een andere man kwam binnen en ging in de lotushouding zitten. Ook daarvan ging rust uit.

Tegen drie uur ‘s middag konden we in grote groepen boarding voor de vlucht van Hongkong naar Auckland. In de namiddagzon was de grote brug die Hongkong met Zhuhai en Macau verbindt goed te zien. Eenmaal in het vliegtuig keek ik nog maar een keer uit het raampje en zag ook een kabelbaan naar een bergtop gaan: de kabelbaan naar wat ik later ontdekte Ngong Ping Village. Ik was blij dat we weer verder konden reizen.

Het grootste gedeelte van de reis van Hongkong naar Auckland heb ik lekker geslapen – er was toch niet veel te zien, behalve wolken en daaronder zee en nog meer zee! Maar ik heb ook de nieuwste versie van The Lion King (2019) bekeken – wel een voorbereiding voor deze ongetwijfeld spirituele reis naar Nieuw-Zeeland! Toen we om half acht – weer in de vroege ochtend! – landden in Auckland was ik goed uitgerust. Nieuw-Zeeland is terecht heel precies op wat reizigers het land inbrengen aan zaken die schadelijk zouden kunnen zijn voor de natuur en zeker voor de landbouw- en veeteelt: in het vliegtuig moest iedereen een formulier invullen met vragen als wat we in Nieuw-Zeeland gingen doen, waar we naar toe zouden gaan, en vooral of we vlees, kaas, fruit e.d. bij ons hadden, of zelfs kampeerspullen die “kiemen” in zich konden dragen. Op overtreding van het verbod om zulke zaken mee te brengen staat een boete van NZ$ 400 (ongeveer €240). In de gangen naar de transithal en de bagagebanden stonden grote afvalbakken waarin passagiers de ongewenste waar moesten dumpen. Mijn laatste boterham en de honing van het ontbijt heb ik weggegooid… Gelukkig kwam mijn koffer snel via de lopende band langs en kon ik door naar de volgende fase, zonder dat de dienstdoende bagagehond er aandacht aan besteedde. Bij het uitchecken had een andere hond grote belangstelling voor mijn handtas, maar bij controle zat er niets verkeerds in. Wel moest ik voordat ik de luchthaven mocht verlaten de onderkant van mijn wandelschoenen laten zien: er zat geen grond in het profiel. Na al deze formaliteiten kwam ik eindelijk in de frisse ochtendlucht de internationale luchthaven uit en liep naar de nationale luchthaven. Het voelde een beetje als voorjaar in Zuid-Frankrijk. Ook hier keek ik weer mijn ogen uit, want ik zag bekende bomen en planten, maar ook heel veel waarvan ik de naam absoluut niet kende! Merels waren aan het zingen, zoals bij ons in het voorjaar. Geweldig. Ergens bloeide nog één prachtige iris: een Afrikaanse iris (Dietes vegeta). In de vertrekhal van Air New Zealand stond de tijd op zondagochtend half negen! Tijdreizen is dus mogelijk…  Ik nam een lekkere kop koffie – een “long black“, een dubbele espresso met één shot water – en nog een smakelijk taartje erbij.

Omdat ik ruim de tijd had genomen voor de overstap op het vliegtuig van Auckland naar Christchurch kon ik alvast wennen aan de relaxte manier van de Nieuw-Zeelanders. Hier was weinig te merken van de hectiek van Schiphol en Hongkong! Om 13.00 uur konden we aan boord van het veel kleinere toestel – ik zat helemaal achterin, aan het raam. In de iets minder dan anderhalf uur dat de tocht duurde hadden we veel last van de harde wind, zeker boven de (door de wolken onzichtbare) zeestraat tussen het Noorder- en het Zuidereiland (de Strait Cook). De captain had ons al gewaarschuwd dat we “a few bumps” zouden tegenkomen – we werden inderdaad stevig heen en weer geschud… Maar in de buurt van Christchurch werd het zicht beter en kon ik de brede stroombedding van de Waimakariki rivier onder me zien, die in de Māoritaal “rivier van het koude snelstromende water” heet. Het is een zogenaamde vlechtende rivier, zoals er zovelen zijn in Nieuw-Zeeland: vele kleinere en grotere waterstromen die rond tijdelijke eilanden van sediment meanderen, te vergelijken met een rivierdelta, maar dan over de gehele lengte van de waterloop. Het had hier de afgelopen dagen zwaar geregend, dus het water zag bruin van het slib… Ik kon ook zien dat het achterland van Christchurch, de regio Canterbury, heel agrarisch is: vele weilanden, die afgescheiden zijn met hoge donkere hagen. Niet alle percelen zijn rechthoekig; ik zag er ook die ovaal of rond waren, en dan ingedeeld als taartpunten! Vanuit de hoogte waren witte en donkere vlekjes te zien: dit waren schapen!

20191208_132402

Boven Auckland: leuk om aan het raampje te zitten en de stad en de wijde omgeving onder mij te zien!

Nadat ik ook hier mijn koffer snel had gevonden, belde ik volgens de instructies van mijn reisorganisatie Riksja Travel een gratis telefoonnummer om een taxi te bestellen die mij naar mijn eerste logeeradres zou brengen. Ik was blij dat ik niet meteen zelf hoefde te rijden! De taxi kwam na een tijdje en zette mij af bij een Italiaans aandoend motel met kamers rond een binnenplaats (Towers on the Park), dat vlakbij het grootste park van Christchurch  ligt, bij Hagley Park. Daar ben ik, nadat ik maar eens lekker luchtige kleren had aangetrokken (de zon en de warmte waren wel een luxe!), meteen naar toegelopen – ik hoefde alleen maar even de weg over te steken! Het groene park van bijna 165 hectares dat in 1855 tot stand is gebracht en voor iedereen is opengesteld is een oase van rust. Het was groot, groen en schitterend onderhouden. Het bestaat ook uit sportvelden. Er groeien niet alleen Europese bomen, zoals enorme Europese eiken (die net uitgebloeid waren en al beginnende eikels hadden) en een paardenkastanje met mooie witte toortsen, maar ook vele inlandse boomsoorten, zoals de Nieuw-Zeelandse Christmas Tree (Metrosideros excelsa), in het Māori Pohutukawa, een groenblijvende boom met uitbundig rode bloemen die in de Kersttijd bloeit, vandaar de naam, en de Cabbage Tree (Koolpalm, Cordyline australis). Onder een grote eik stond een herdenkingszuil: deze was op 16 december 1908 geplaatst door de Canterbury Old Colonists Association om de plek te markeren waar in 1851 de eerste Settlers hun hutten hadden gebouwd… Voor mij was dit een eerste teken dat het nog maar kort geleden is dat de geschiedenis van de Europeanen in dit land is begonnen!

De Botanische Tuin van 30 hectare ligt in een bocht van de rivier de Avon en grenst aan het Hagley Park. Deze Tuin is in 1863 gesticht en is een feest van bomen en planten in vele kleuren, van verschillende thematuinen en van waterpartijen. Het was een weldaad om er rond te zwerven en de combinatie van de flora uit de Oude en de Nieuwe Wereld te zien. Ook hier groeide en bloeide alles uitbundig! Opvallend waren de grote pollen met Mountain Flax (Phormium colensoi) of Wharariki in het Māori, waarvan sommigen grote gele bloemen op een lange stengel hadden en anderen grote rode bloemen. Verder bloeiden er prachtige paarse baardirissen en flink uit de kluiten gewassen exemplaren van Mammoetblad (Gunnera), zoals die ook in Europa voorkomen. Smalle kronkelpaadjes leidden hier en daar over stenen boogbruggetjes – met het late namiddaglicht een mooi sfeerplaatje!

Er was ook veel aandacht voor kunstvormen van de Māori: een fraai gestileerd varenblad van lichtgroen metaal dat zich ontvouwt – een symbool van nieuw leven voor de Māori en een met spirituele motieven versierde stenen zuil bij een bron die voor de Māori een gewijde plek is: de “Te Puna Ora“, “the spring of life“. Er bloeiden mooie witte Rengarenga (Arthropodium cirratum) bij, een inheemse leliesoort, die een belangrijke rol speelt voor de Māori. Een andere inheemse boomvaren is de Gouden boomvaren (Dicksonia fibrosa), waarvan er ergens op een opvallende plek een heel groot exemplaar stond. Het was heerlijk om daar rond te lopen in de vroeg-zomer en in de vijvers de gewone Europese eenden met jongen te zien rondzwemmen en op het gras rondscharrelen.

Hoewel zij oorspronkelijk uit Australië afkomstig zijn, doen de Eucalyptus bomen het hier ook erg goed. Er groeien een paar héél hoge bomen in de Tuin, die er duidelijk al heel lang staan!

20191208_182112_new

Christchurch: panoramische opname van een gigantische Eucalyptusboom in de Botanische Tuin

Sinds 1901 heeft in de Botanische Tuin een klein onderzoekscentrum gestaan voor onderzoek naar het magnetisme van de aarde: het Magnetic Oberservatory. In november van dat jaar hebben leden van de Discovery Antartic Expedition onder leiding van Captain Robert F. Scott en Ernest Shackleton in dit centrum hun instrumenten gekalibreerd. In de meer dan honderd jaar nadien hebben ook andere Zuidpoolonderzoekers gebruik gemaakt van dit gebouw, dat vroeger deel uitmaakte van een groter complex. In 1970 verviel de grond terug aan de City Council en bleef alleen de werkplaats nog staan. Er zijn plannen om in dit Zwitsers aandoende chalet een expositie in te richten om daarmee de band tussen Christchurch en de Antarctica te benadrukken. Ze zoeken daar sponsors voor. Om de historische link te behouden heeft de staf van de Botanische Tuinen vlak bij het observatorium een weerstation ingericht, dat dagelijks informatie over lucht-, gras- en grondtemperaturen, windrichting en -kracht, zicht en verdamping doorzendt naar het National Institute of Water and Atmospheric Research (NIWA) in Wellington.

20191208_184816

Christchurch: in de Botanische Tuin staat een klein gebouwtje (de werkplaats van het Magnetic Observatory) dat vanaf 1901 is gebruikt om instrumenten te kalibreren voor de tochten naar Antarctica

Een andere bijzonderheid is het paviljoen van de World Peace Bell. De geschiedenis is dat in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog een burgemeester van een Japanse stad een gebaar van vrede wilde maken naar de net opgerichte Verenigde Naties. Hij riep daartoe de leden van de VN op om munten te doneren, die als grondstof van de klok zouden dienen. Hij wilde hiermee het belang van vrede benadrukken en de wereld bewust te maken van het feit dat er nooit meer een atoomaanval zou moeten zijn zoals op Hiroshima en Nagasaki in 1945. In juni 1954 werd de klok aangeboden aan de VN en in de centrale hal van het VN-hoofdkwartier in New York opgehangen. In 1982 is er een World Peace Bell Association opgericht met als doel om de wereld vrij te houden van het kwaad van een nucleaire oorlog en ook in andere landen een Wereldvredeklok in installeren. In Nieuw-Zeeland is dit gebeurd in 2006: in de Botanische Tuin is deze bronzen klok van een meter lengte en iets meer dan 60 centimeter wijd, met een gewicht van 365 kg, opgehangen. De klok is geïnspireerd op de klokken die in Japanse tempels hangen. Onder de klok is een cirkel ingelegd met Māori jade, de beroemde greenstone of Pounamu, die voor Māori’s grote spirituele betekenis heeft. De Association heeft Christchurch hiervoor aangemerkt omdat het sinds 1982 de eerste stad is die zichzelf als atoomvrij heeft verklaard en sinds 2002 een Vredestad is.  Het geheel maakte door de zware klok in een luchtige en lichte constructie grote indruk: het belang van het nastreven van vrede is een buitengewoon groot… Daarna stak ik met een elegant bruggetje de Avon over, die rustig en vredig stroomde in het gouden avondlicht. Dat sloot goed aan bij de gedachte van de vredesklok!

Vervolgens zag ik een herinneringsmonument in de vorm van een ronde tempel of muziektent, de “Bandsmen Memorial Rotunda“: een eerbetoon aan de uit de regio Canterbury afkomstige leden van de militaire muziekkorpsen die in de Eerste Wereldoorlog zijn gesneuveld. Zij waren vooral betrokken bij de veldslagen in Gallipoli en in het Belgische Passendaele. Ik vond het een trieste gedachte dat ik toch helemaal naar de andere kant van de wereld ben gereisd om ook daar te ontdekken wat de impact is geweest van de Eerste Wereldoorlog – een echte wereldoorlog – en dat in totaal meer dan 100.000 Nieuw-Zeelandse soldaten in 1914–1918 in Europa hebben gevochten… Op een paneel stond een ontroerend verhaal van een veteraan over de morele steun die de “bandsmen” voor hen als strijders hebben gehad. Het monument is in 1926 onthuld.

Het was natuurlijk nog lang licht, maar toch zocht ik maar snel mijn bedje op. Ik voelde weliswaar geen jetlag, maar voor een eerste dag had ik meer dan genoeg mooie indrukken opgedaan. Wat een geweldige start van deze reis!

 


Reacties

Gerard Maas:
leuke beschrijving van je eerste “verre” reis, ik ben benieuwd naar de volgende verhalen. groeten en een gelukkig nieuwjaar gewenst.
31 december 2019 om 11:22 uur

Leen:
Da’s nog eens een idee… in de winter naar de andere kant van de wereld trekken🙂 Benieuwd naar die Nieuw-Zeelandse Alpen!
9 januari 2020 om 19.37 uur