Wandelen in de Alpen

Naar Wanaka (NZ): langs waterkrachtcentrales en over de Lindis Pass

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.

21 december 2019


Van de Stille Oceaan bij Timaru naar het Meer van Wanaka

Gisteren ben ik bijtijds uit Timaru vertrokken voor mijn tocht naar Wanaka in de aangrenzende regio Otago: een tocht van ongeveer 320 kilometer. Ook nu weer reed ik langs een vlechtende rivier, de Waitaki river, die vanuit de Zuidelijke Alpen, Mt. Cook/Aoraki in het noordwesten naar het zuidoosten vloeit, waar hij ten zuiden van Timaru in de Stille Oceaan vloeit. De rivier is ook bekend om zijn waterkrachtcentrales. Op 20 kilometer stroomafwaarts van de plaatsjes Hakatamarea en Kurow staat een historisch belangrijk huisje, “Paterson’s Cottage” uit 1872. Het huis is gebouwd van “cob“, een bouwmateriaal van gedroogde modder en stro, in dit geval het ruige tussock dat in grote hoeveelheden hier groeit. In de duurzaamheidsbeweging van Nieuw-Zeeland doet dit materiaal weer of nog steeds opgang! Het cottage had oorspronkelijk twee ruimtes met slaapplaatsen op de zolder; over de gehele lengte van het huis was een aanbouw – waarschijnlijk de keuken. Er was ook nog een stalgebouw vlakbij: hier konden reizigers van paard wisselen. In het veld zijn nog de resten van de fundamenten te zien: keien uit de rivier. In dit kleine huisje heeft in de laatste jaren van de 19e eeuw een  groot gezin gewoond… Nu is het beschermde monument mooi gerestaureerd. Het staat in een breed gedeelte van het dal waardoor de Waitaki rivier stroomt. Een boer was bezig gras te maaien in een weiland aan de overkant van de weg; op een aangrenzend weiland stond de beregening aan. Verder was het stil en rustig.

Bij de plaatsjes Hakatamarea aan de linkeroever van de Waitaki rivier en Kurow aan de rechteroever is de rivier heel breed met een groot eiland in het midden. Hier zijn twee indrukwekkende bruggen gebouwd, die op 4 april 2014 resp. op 7 juni 2014 zijn voltooid en met een grote ceremonie zijn geopend op 29  november 2014. Brug nr. 1 (aan de kant van Hakatamarea) en Brug nr. 2 (aan de kant van Kurow) zijn 206 meter resp. 80 meter lang en hebben als bijzonderheid dat de brugbalken en de reling van cortenstaal zijn gemaakt, waardoor ze weinig onderhoud nodig hebben en een verwachte levensduur van honderd jaar hebben. Ook zouden ze volgens de ontwerpers mooi verweren en daardoor goed in het landschap passen. Op het eiland was een grote parkeerplaats aangelegd en werd er veel informatie over de bouw van de nieuwe bruggen en de geschiedenis van de oude bruggen gegeven. Voordat men besloot om een brug te bouwen (de bouw van de eerste brug startte in 1878) voer er een pont over de rivier. Tijdens de bouw bleek het gevaar van overstromingen al: de nog niet voltooide brug werd deels vernield. In 1881 werd de brug geopend voor het wegverkeer, maar ook voor het spoorvervoer. Dat was te zien op oude foto’s. De houten bruggen waren in de loop van de tijd slecht geworden en erg duur in het onderhoud. Daarom is in 2011 besloten tot een grootschalige aanpak, resulterend in de indrukwekkende bruggen. Bij het parkeerterrein stond nog een fragment van de historische brug opgesteld, als eerbetoon aan de vroege settlers en hun pionierswerk. Een luchtfoto van de nieuwbouw gaf een goed beeld van de omvang van deze werkzaamheden. Men was toen net klaar met een ander groot project: de “revitalisering” van het 10 hectare grote Kurow eiland van 2004 tot 2010. Op een informatiebord werd uitleg gegeven. Tussen begin 1900 en 1996 was het centrale gedeelte van het eiland gebruikt als vuilstortplaats en daarna aan zijn lot overgelaten: dit betekende overwoekering met gaspeldoorn, brem en onkruid, illegaal dumpen en brandgevaar. Verschillende overheidsinstanties en vrijwilligers hebben samengewerkt om dit gebied te saneren (de vuilstortplaats werd zorgvuldig afgedekt) en ecologisch weer interessant te maken, met als visie “to create a recreational and ecological aera that will benefits people, wildlife and the environment“. Het zag er mooi uit. Ik ben even naar de rivier gelopen om Brug nr. 1 te bekijken. Na al de regenval van de afgelopen weken was het nog steeds hoogwater! De bloemen van een mountain flax staken nog net boven het voortsnellende water uit en een klein wilgenboompje hing ook een beetje scheef in de stroming…

20191220_103049

Kurow (NZ): Panoramisch zicht op de nieuwe verkeersbrug (Brug nr. 1 aan de kant van Hakataramea) uit 2014 over de Waitaki-rivier bij hoog water

20191220_103140

Kurow (NZ): aan deze eenzame wilgenboompje is te zien hoe hoog het water in de Waitaki rivier staat

Hoewel de naam “Kurow” erg Oost-Europees aandoet, is het een verengelsing van de naam die de Māori hebben gegeven aan een berg in de buurt: de “Te Kohurau“. Het koffietentje aan de noordzijde van het plaatsje oogde gezellig, maar mijn weg naar Wanaka was nog lang…!

Was de Waitaki rivier stroomafwaarts nog vrij om te “vlechten”, ten noorden van Kurow was dit zeker niet meer het geval: ik zou drie grote stuwmeren passeren, verbonden met smalle kanalen. Deze maken onderdeel uit van het “Waitaki hydro scheme“, bestaande uit acht waterkrachtcentrales tussen de Zuidelijke Alpen, bij Mt. Cook/Aoraki, en Kurow. De centrales, de stuwmeren en de dammen zijn ontstaan tussen 1928 en 1968. Het meest zuidelijke stuwmeer is Lake Waitaki; het is ook het oudste en het kleinste van de drie stuwmeren die ik op mijn route tegenkwam. Mount Cook/Aoraki is heilig voor de Māori, maar ook de Waitaki rivier en het water uit dat stroomgebied is van het grootste belang voor hen. Daarom heeft men bij het aanleggen van dit meer de loop van de Waitaki rivier niet veranderd. Een andere bijzonderheid is dat het meer vrijwel geheel met de hand is uitgegraven: als werkverschaffingsproject tijdens de Depressie van 1929! Het hoofdgebouw was mooi vormgegeven. Ook hier was te zien dat het hoogwater was: de dam van 36 meter hoog heeft geen noodoverlaat: het teveel aan water stroomt gewoon over de rand van de damwand heen. Dit was een indrukwekkend gezicht! In de loop van de jaren is de capaciteit van de centrale sterk uitgebreid. De laatste renovatie was net afgerond.

Een paar kilometer meer naar het noorden ligt het volgende stuwmeer: Lake Aviemore. De moderne Māori naam voor dit meer is Mahi Tikumu, als verwijzing naar het gebruik van vroeger om hier Mountain daisies (Celmisia semicordata) te verzamelen: de wit behaarde onderkant van de brede bladeren werd losgemaakt en op een ondergrond genaaid tot regencapes. Het meer is behalve als reservoir voor het water ook een paradijs voor vissen en vissers: verschillende soorten zalm en forel komen er in grote hoeveelheden voor. De waterkrachtcentrale en het stuwmeer zijn in 1968 in gebruik genomen. Hiermee kwam een grote verstoring voor de forellen: die waren gewend om vanuit het Lake Waitaki stroomopwaarts naar de paaigronden in een zijrivier van de Waitaki te zwemmen, maar kon dat niet meer omdat de dam de rivier afsneed. Verschillende natuur- en overheidsorganisaties hebben toen een “paaikanaal” aangelegd: nu kunnen de forellen hun eitjes leggen in het grind van dat kunstmatige paaigebied en blijft de visstand op peil. De Aviemore Dam is de grootste dam in Nieuw-Zeeland en bovendien geheel gemaakt van klei en beton. Ook heeft men voor de pijpleidingen voorgespannen beton gebruikt, in 1968 iets nieuws: het is een type gewapend beton, waarbij het wapeningsijzer onder spanning staat, waardoor de druk beter verdeeld wordt. In 1958 was begonnen met de aanleg van het derde stuwmeer: Lake Benmore, het grootste stuwmeer in Nieuw-Zeeland. Daartoe is speciaal een nederzetting, Otematata, gesticht, dat daarna ook gebruikt kon worden om de werklieden voor de bouw van de Aviemore Dam te huisvesten. Er is door de aanleg van dit stuwmeer erg veel veranderd. Zo is een oud dorpje dat in 1860 al flink groot was onder water verdwenen. Ook zijn traditionele plekken waar de Māori hun voedsel verzamelden niet meer toegankelijk. Er is een kaart behouden gebleven van het gebied die in 1896 door een Māori chief is opgesteld op verzoek van een grootgrondbezitter uit de buurt, waarop de verschillende waterstromen en hun namen zijn ingetekend. De grondeigenaar wilde op deze manier de Māori namen in de omgeving van zijn farm voor het nageslacht bewaren – een waardevol gebaar!

20191220_110358

Ten noorden van Kurow: een oude kaart uit 1896 van de Waitaki vallei waarop een Maori chief (inzet) alle zijrivieren heeft getekend met hun namen

Om de derde waterkrachtcentrale wat meer van dichtbij te bekijken moest ik van de hoofdweg af en een smal weggetje inrijden dat door een wat verwaarloosd gebiedje naar het water leidde. Als ik dat weggetje helemaal had gevolgd, dan zou ik uiteindelijk via een brug over de daar niet zo brede rivier en langs de andere oever van het Lake Aviemore weer zijn uitgekomen bij de waterkrachtcentrale aan de zuidelijke punt van Lake Aviemore. De Benmore waterkrachtcentrale is een enorm complex – hier heeft de dam wel een noodoverlaat, waar het water wit-schuimend vanaf donderde.

20191220_112420

Ten noorden van Kurow (NZ): panoramisch zicht op de wateroverlaat van de Benmore Waterkrachtcentrale

Eenmaal weer terug op de hoofdweg reed ik later langs de kleinste “arm” van Lake Benmore en werd het landschap minder dramatisch. Drie kwartier later bereikte ik de Lindis Pass, die niet echt tot de alpiene passen wordt gerekend, omdat er geen hoge bergen in de buurt zijn: de pas zelf is op 971 meter hoogte. Er was een groot parkeerterrein, waar ik ook even stopte. In ganzenpas liep ik met vele anderen naar een uitkijkpost wat hoger tegen de berghelling. Vlak bij het uitkijkpunt stond een grote steen met een plaquette waarop een waanzinnig verhaal te lezen was…: begin 1871 zijn op last van de “11th earl of Dalhousie of Brechin” in Schotland zeven herten gevangen, in een schip geladen, naar Port Chalmers bij Dunedin in Nieuw-Zeeland verscheept, daarna per raderboot naar Oamaru ten zuiden van Timaru vervoerd, vervolgens per ossenkar naar de Lindis Pass gebracht en daar vrijgelaten! De plaquette was in maart 1971 geplaatst ter gelegenheid van het feit dat deze vrijlating honderd jaar geleden had plaatsgevonden. De wereldberoemde “Otago South Westland red deer herd” stamt af van deze zeven herten. Die herten waren niet de enige wilde hoefdieren die door de Europeanen zijn geïmporteerd: in 1907 heeft Keizer Franz Josef als dank voor het naar hem vernoemen van een gletsjer een aantal gemzen (waarschijnlijk afkomstig uit Opper-Oostenrijk) aan Nieuw-Zeeland geschonken; het vervoer ging per oorlogsschip! Er is inmiddels een grote gemzenpopulatie in de berggebieden van het Zuidereiland. Ook de Himalaya-thargeit, waarvan de bokken een fraaie manenkrans, als een bontkraag om de hals hebben, is in dezelfde periode geïntroduceerd en gedijt goed in de hogere bergen op het Zuidereiland.

Het zicht was op dat moment niet fameus, maar toch was de kronkelende weg vanuit het zuiden goed te zien. De weg verdween in noordelijke richting uit het zicht achter bruinige hellingen van tussock.

Het enige “lichtpuntje” in dit wat sombere  weer was het geel van de “Māori onion” (Bulbinella angustifolia)! Deze  plant hoort tot een grote familie van bolgewassen die voornamelijk in Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland voorkomen, en dan vooral op het Zuidereiland . De stervormige bloempjes staan in grote trossen op in dit geval roodachtige stengels. Ze worden ook wel “Golden star lilies” genoemd. Ik had geluk dat ik ze vond in hun bloeitijd: november tot december.

Vanaf de Lindis Pass was het nog een kilometer of 50 naar Wanaka. Daar scheen de zon wel. Ik vond al snel mijn onderkomen voor de komende twee dagen en na een kop thee met Suzanne, de gezellige eigenaresse van het B&B, ben ik, helling af, naar het dorp gelopen. Na niet al te lange tijd had ik een mooi uitzicht op het meer en de omringende bergen. Het plaatsje Wanaka zelf is erg toeristisch met in de zomer veel nadruk op watersport en bergsport. In de winter is er ook van alles te doen: er is een groot wintersportgebied vlakbij. De weg langs de waterkant is omzoomd met eet- en drinkgelegenheden, de ene wat luidruchtiger dan de andere. Het valt op dat de meeste restaurants wel inzetten op duurzaamheid: herbruikbare koffiebekers, veel biologische producten. De eerste Europese bewoners kwamen in 1850. Zij troffen een leeg gebied aan: in 1832 waren de Māori na een inval van een stam uit het Noordereiland uit deze streek verdreven. Oorspronkelijk heette het dorp Pembroke, maar het is in 1940 op verzoek van de inwoners omgedoopt in Wanaka: deze naam zou afgeleid zijn van het Māori woord “wānanga“. Het zou “geheiligd weten” of “plaats van leren” betekenen. De naam van een groot, goed onderhouden recreatiegebied grenzend aan het meer herinnert nog wel aan de oude naam: Pembroke Park. Ook nu nog was te zien dat er eerder deze maand wateroverlast was geweest: de waterspiegel was weer min of meer normaal geworden, maar de oevers lagen vol met aangespoelde stukken hout, afgerukte takken en bladeren van de mountain flax. Hier zag ik ook “That Wanaka Tree“, een van de meest gefotografeerde bomen in Nieuw-Zeeland. Er staan nog wel meer wilgen langs de waterkant, maar op de een of andere manier is juist deze boom uitgegroeid tot icoon: honderd jaar geleden heeft een boer een afrastering gemaakt om zijn vee binnen veilige grenzen te houden en heeft hij daarvoor stukken wilgenhout gebruikt, die allemaal zijn uitgelopen en die inmiddels zijn uitgegroeid tot flinke bomen! Deze boom is echt een blikvanger.

20191220_163353

Wanaka (NZ): panoramisch overzicht over het Meer van Wanaka in noordelijke richting

Dit gaat ongetwijfeld weer een mooie tijd worden – morgen ga ik met een boot mee naar een eiland waar nog de zeldzame loopvogel Buff Weka (Gallirallus australis hectori), een soort niet-vliegende meerkoet, voorkomt. Het mooie van deze trip is ook dat er een inheemse boom op dat eiland wordt geplant: daarmee wordt ook in dat opzicht de duurzaamheid bevorderd! En voor overmorgen verzin ik weer iets anders…

1 reactie

  1. Joop Schaffers

    Dag Pauline,

    Ik heb weer eens een verslag gelezen. Leuk verhaal. Als natuurliefhebber vond ik de Maori oinion (Bulbinella angustifolia) een hoogtepunt. Merkwaardig dat ik met googelen geen uitleg tegenkwam van de bijnaam. Letterlijk Maori-ui. Kennelijk eten de Maori’s de knollen van de plant. Of ze ook naar uien smaken…..?
    Bij de Paterson’s Cottage staat in de tekst uit 1872 en onder de foto 1882. Misschien iets om te verbeteren.
    Waar op de wereld bevind jij je op dit moment?
    Hartelijke groet,
    Joop

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 Via Alpina

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑