Wandelen in de Alpen

Prosecco: Etappe B3 van de Gele Route – deel 2 – en de Grotta Gigante

Für den Beitrag auf Deutsch klicken Sie bitte hier!
For the blog in English please click here!

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.

De Nederlandse vertaling van de op de website van de Via Alpina weergegeven “Uitgebreide beschrijving van de route” en het “Natuurlijk en cultureel erfgoed” voor deze etappe staat onder deze link.


15 mei 2018

Hoog over de kustweg en diep in de grot

Gisteren heb ik weer een poging ondernomen om de overige 17½ kilometer van Etappe B3 af te leggen, van Prosecco naar Sistiana. Daartoe startte ik in Prosecco. Het weer was bewolkt en niet meer zo mooi als de afgelopen dagen.  Er was ook regen voorspeld – maar voorlopig kon ik nog in mijn wandelbloesje lopen. Ook in Prosecco stond weer een symbool van de Alpe Adria Trail – ditmaal een echte “wegwijzer”.

20180514_103247

Prosecco: hier staat weer een man van Cortenstaal

De weg ging opnieuw over paden door het bos langs grotten en over de Karstrug met zicht op de nu grijze Adriatische Zee. Het was op dat moment een beetje gaan motregenen.

Onderweg kwam ik geen vee tegen, maar wel een kunstmatige drinkpoel. Er was geknaagd aan de bomen rondom het water. De waterspiegel bewoog niet alleen door de regendruppels, maar ook door de kikkervisjes!

Nadat ik het centrum van S. Croce del Carso had bereikt, zo tegen 12.00 uur, kwam ik helaas op de verharde weg terecht zonder dat ik nog een verwijzing naar de toeristische route vond. Het begon nu jammer genoeg echt hard te regenen. De paraplu en trui waren niet meer voldoende: de jas moest aan en de hoes over de rugzak… Een klein cadeautje op deze regenachtige tocht was het vinden van een Hommelorchis (Ophrys holoserica) die fier in de berm stond vlak voordat ik Aurisana binnenkwam.

20180514_122204

Aurisana: een Hommelorchis (Ophrys holoserica) in de berm

Bij het binnenlopen van Aurisana was het inmiddels was het ook al tegen enen en het zag er niet naar uit, dat het weer snel zou verbeteren… Ook vandaag ging ik het eindpunt van de etappe, Sistiana, niet meer halen. Met nog 10 kilometer te gaan besloot ik om het dichtstbijzijnde treinstation op te zoeken om naar Triëst terug te gaan. Dit bleek Bivio d’Aurisana te zijn.

20180514_132147

Bivio d’Aurisana

Ik kwam langs de beroemde marmergroeve Cava Romana, die al in de Oudheid een rol van betekenis vervulde. Het terrein lag vol met opgestapelde grote blokken wit gesteente die oplichten in de druilerige regen. Bij aankomst in Triëst scheen de zon alweer een beetje. Zo zie je maar weer: de zon schijnt altijd, maar vandaag dreven er alleen wat regenwolken voor.

En vandaag was het weer veel beter! Op de dag dat ik uit Triëst zou vertrekken om op weg te gaan naar Gorizia, scheen de zon inderdaad en was het prettig warm. Omdat ik pas in de middag zou afreizen met de trein, had ik nog tijd genoeg om naar de Grotta Gigante te gaan die tussen Opicina en Prosecco ligt, iets meer naar het noorden toe, bij het kleine dorpje Borgo Grotta Gigante.

Het was een spectaculaire happening: vanuit het ontvangstgebouw boven de Grotta Gigante met een klein, informatief bezoekerscentrum, gingen we om 10.00 uur onder leiding van een gids 500 traptreden naar beneden  – en daarna ook weer naar boven. Hij overlaadde ons in vloeiend Engels (met een aandoenlijk Italiaans accent) met informatie over de grot, hoe zij ontdekt was en op welke bijzonderheden we moesten letten. Hij vertelde dat in 1840 een ingenieur op zoek ging naar extra waterbronnen voor de steeds groeiende stad Triëst en daarbij op deze grot stuitte: die is zo’n 110 meter diep en zoals de naam al zegt “gigantisch”. De gids wees op een kleine opening heel hoog in de koepel van de grot, waardoor de eerste onderzoekers waren afgedaald in de grot en grapte: “dat is niet voor publiek toegankelijk!”. Pas in het begin van de 20e eeuw is er verder wetenschappelijk onderzoek gedaan. In 1922 is de grot geopend voor het publiek. Vanaf het eerste moment is het gehele traject elektrisch verlicht. Het is een droge grot, die ontstaan is doordat de rivier de Timavo in de loop van miljoenen jaren het kalksteen heeft uitgehold. Zo’n proces verloopt ultra-langzaam: 1 mm in de 10 à 15 jaar… Zij is nu ook een fossiele grot – de afzettingen groeien nog wel, maar dan door het doorsijpelende regenwater. Dat zag je ook hier en daar: een natte glazuurlaag boven op een stalagmiet. Er zijn kleine scherpe stalactieten die vanaf het plafond hangen, stalagmieten die eruitzien als een hoge, soms wat scheve stapel borden, steenmassa’s met bloemmotieven – een veelheid aan vormen en kleuren. De kleuren zijn erg divers: grijs-wit duidt op zuiver calciumcarbonaat, bruin op met het (regen)water meegevoerd ijzer dat afkomstig is uit de vruchtbare rode aarde (“terra rossa“, waarop de wijnstokken zo goed groeien!). Omdat er geen daglicht in de grot komt, zou je denken dat er niets groeit. Dat blijkt niet waar te zijn: bij de elektrische verlichtingspunten zie je groen mos, kleine varens e.d., waarvan de sporen zijn meegevoerd in de kleding van de bezoekers! De grot is niet alleen geopend voor het “Oh en Ah” roepende publiek, maar dient ook als wetenschapscentrum voor de Universiteit van Triëst, die het aardoppervlak op bewegingen scant: de “aardgetijden”, vergelijkbaar met de getijden van de zee (die wat gemakkelijker zijn waar te nemen), maar die beide worden veroorzaakt door de zwaartekracht van zon en maan. Daartoe zijn in 1957 twee grote pendels geïnstalleerd die ongeveer 100 meter lang zijn en aan de bovenzijde van de grot zijn bevestigd.  De aardbewegingen brengen trillingen teweeg die onderaan deze pendels tot 40.000 maal worden versterkt. De gegevens gaan via een modern glasvezelnet naar de computers van de Universiteit. De twee pendels storen niet in de grot: het lijken net lange witte linten die vanaf het dak van de grot naar beneden hangen. Niet alleen aardbevingen, maar ook de tektonische bewegingen van de Afrikaanse en Europese aardplaten worden geregistreerd. In de grot is de luchtvochtigheid erg hoog en de temperatuur altijd 11°, in het begin wat kil, maar door al dat traplopen merk je dat op zeker moment niet meer! Iedereen was weliswaar onder de indruk, maar ook uitgebreid aan het fotograferen – ik ook. Hieronder een impressie:

20180515_100141

Grotta Gigante: je bent gewaarschuwd…

Toen ik eenmaal weer boven de grond was en het zweet van het voorhoofd geveegd had, was het tijd om terug te gaan naar Triëst. Dus ik stapte bij dezelfde halte waar ik was uitgestapt, weer in de bus. Ook deze lijn 42 deed een “rondje over de dorpen” van het achterland van Triëst, vlak langs de grens met Slovenië. Voordat ik in de gaten had, dat ik eigenlijk in Opicina had moeten overstappen op de befaamde Lijn 2, reden we weer dezelfde route terug naar de Grotta Gigante en vandaar terug naar de stad. Een toer van een uur: het was boeiend om dit gedeelte van de grensstreek te zien met al zijn rijke groen en de rust (althans in deze tijden).

Ik dronk nog snel een kopje espresso op het station en nam toen de trein van 13.27 uur naar Gorizia. Bij Bivio d’Aurisana kon ik vanuit de trein goed zien hoe groot de steengroeve van de Cava Romana was! Ook vanuit de trein zag ik enkele bijzonderheden die ik al lopend over Etappe B3 van dichtbij had kunnen zien. Geldt dit ook als “Etappe volbracht“? Ik denk het niet: het geeft mij dus een extra reden om weer terug te gaan naar Triëst!

Na een reis van 45 minuten door een steeds veranderend landschap – met rivieren! – kwam ik aan op het station van Gorizia. Mijn hotel heeft de welluidende naam “Grand’ Hotel Entourage” en is gevestigd in het “Palazzo Strassoldo” uit 1440. Het gebouw kent een rijke geschiedenis, maar het is sinds 2004 een hotel. Ik nam mijn intrek in een ruime, lichte kamer op de tweede verdieping met een mooi uitzicht over de bergen in het zuiden.

‘s Avonds ging ik nog even naar de Enoteca die bij het hotel hoort. Hier bleek ik niet verder te kunnen met Engels. Ik bestelde dus met enige moeite “uno vino bianco regionale ed uno sandwich con prosciutto crudo, per favore” en kreeg een glaasje Friulano (nou, eindelijk twee!) en lekker brood belegd met rauwe ham. Ik was een tevreden mens.

20180515_200613

Een glas Friulano met brood en prosciutto crudo

4 reacties

  1. Gijs Bikker

    Weer bedankt voor je verslag. Mooie afsluiting van de dag.

  2. Cootje

    Dat trail-mannetje liep nu de andere kant op.
    Verder schreef ik nog meer, maar dat verdween ineens weer.
    Welterusten in je nieuwe hotel.

  3. Paul Steijvers

    Mooi om weer te lezen over je belevenissen! Goed om je tocht zo gedetailleerd vast te leggen. Geeft je later veel plezier als je herinneringen aan de Via Alpina ophaalt.

  4. Janny&John

    Vanonder de Zuid-Franse zon volgen wij met plezier de uitgebreide beschrijving van je wandeltocht. Onze bewondering krijg je hierbij toegezonden. Een lange wandeldag en daarna nog aan het werk voor je blog. Wel hebben we met genoegen opgemerkt dat je de nodige glaasjes wijn niet vergeet. Doen wij ook niet onder genoemde zon.
    Veel plezier en hartelijke groet. We zullen er tzt nog over napraten,
    Janny&John

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 Via Alpina

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑