Wandelen in de Alpen

Scuol – Sur En: winters wandelen, maar in de voorjaarszon

Für den Beitrag auf Deutsch bitte hier klicken!

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.


12 maart 2022

Langs de Inn en door het bos met de Skulpturen

Gisterochtend ben ik vanuit mijn Hotel Bären in Suhr bij Aarau verder gereisd naar mijn volgende bestemming: Scuol in het Unterengadin. Een stoptreintje bracht mij door een vriendelijk glooiend landschap opnieuw naar Zürich Hauptbahnhof; vandaar reed ik de mij zo bekende route langs het altijd weer boeiende Walensee meer, met aan de noordkant de steil oprijzende bergketen van de Churfirsten, waarvan de toppen bedekt waren met sneeuw. Na het overstappen in Landquart op “die kleine Rote“, de rode trein van de smalspoorlijn van de Rhätische Bahn voor mijn tocht naar het Engadin werd het uitzicht echt winters: in Prättigau, de regio waardoor de rivier de Lanquart stroomt, lag veel sneeuw; de bergen glansden wit in de zon. Vanuit de trein kon ik de zo karakteristieke en elegante Sunniberg brug tussen Küblis en Klosters zien liggen – het blijft een prachtig gezicht! Ook het uitzicht op het gebied rond het dorp Klosters was onverminderd mooi: dat had ik in de afgelopen tweeënhalf jaar niet meer gezien! Ik genoot er opnieuw van – nu zag ik het weer eens in de winter! Deze treinreis is altijd een feestje…

20220311_112003
Bij het Walenmeer: zicht over het blauwe water op de Churfirsten met sneeuw op de toppen
20220311_122702 (2)
Tussen Küblis en Klosters in het Prättigau: zicht op de Sunniberg brug met links op de achtergrond de Pischahorn (2.980m)
20220311_122810 (2)
Bij Klosters in Prättigau: zicht op het dorp en de bergen van de Silvretta-groep met de hoogste, scherpe bergtop van de Piz Linard (3.410m)

In Scuol checkte ik weer in bij Typically Swiss Hotel Altana, waar ik hartelijk werd ontvangen. Niet lang daarna liep ik even naar het dorp en had een mooi uitzicht op dat gedeelte dat lager ligt dan het station en op de bergen ten zuiden van Scuol. Het was geweldig om het mij zo bekende landschap weer te zien – ditmaal eens in de sneeuw en niet in de zomer. De “huisberg” Piz Lischana (3.105m) wordt geflankeerd door de driepuntige Piz San Jon (3.093m) aan de zuidwestelijke kant en de Piz Ajüz (met 2.788m wat lager). De protestante St. Georg-Kirche stond daar op de boven de Inn uitstekende rotsformatie mooi wit te zijn. Wat de naam betreft: entomologisch is de naam “Scuol” te herleiden tot scuogl (Latijns scopulus, steile rotspunt). Dat is hier zichtbaar! De rots is al sinds prehistorische tijden bewoond geweest. Men heeft daar in de jaren 1950 opgravingen gedaan in de buurt van de kerk en een potscherf gevonden: in de decennia daarna werden nog meer bewijzen gevonden van bewoning in de oertijd, zoals een verkoolde vloer en resten van een rijke oogst. De lagen waren wel drie meter dik. Bij latere opgravingen kwam men er achter dat er al sinds 1178 een (Karolingische) kerk had gestaan, die in 1258 afbrandde. Vervolgens is er een romaanse kerk gebouwd die ook in de loop der tijden in verval raakte. Een edelman uit het Valposciavo dal heeft de nieuwe kerk gesticht. Dit dal is een zijdal van het Ober-Engadin dat na het passeren van het dorp Pontresina en het treinstation Alp Grüm in duizelingwekkende vaart meer dan duizend meter bergafwaarts begint. Geheel terzijde: ik ben er in het verleden meerdere malen geweest met de Rhätische Bahn als onderdeel van de Bernina-Express – een belevenis die ik nog best een keer wil herhalen, want dit (trein)traject ligt deels ook op de route van de Via Alpina! Vanaf 1530 wordt Scuol protestants, zoals de rest van het Engadin – behalve het buurtschap Tarasp dat onder de heerschappij van de Habsburgers blijft (dus katholiek).

20220311_145307 (2)
Scuol: zicht op het lager gelegen gedeelte van het dorp (bij de Inn) en de rots met de kerk tegen de achtergrond van de Piz Lischana (midden) en Piz Ajüz (links)

Er is in de loop van de jaren veel bijgebouwd in en om Scuol, maar er staan ook vele authentieke Engadiner huizen, zowel in het “bovendorp” dat ongeveer op gelijke hoogte ligt als het eindstation van de Rhätische Bahn als in het benedendorp rond de rots met de kerk. Het Engadiner huis is een bouwstijl die niet alleen in het Engadin voorkomt, maar ook in het Vinschgau, Zuid-Tirol, en in het bovenste gedeelte van het Inndal in Oostenrijk. Kenmerkend zijn de dikke muren, de diepliggende vensters, de opvallende erkers en de ronde ingangspoorten voor huis en stal. Dergelijke huizen hebben niet altijd dezelfde stijl: ze werden later wanneer dat nodig was uitgebreid in een andere bouwstijl. Ook modernere huizen worden vaak op deze wijze gebouwd, om deze bouwtechniek in stand te houden. Een ander opvallend kenmerk is de beschildering van de gevels met sgraffito, de stuuktechniek waarbij lijntekeningen in verse mortel worden gekrast. Daarna worden zij ingekleurd volgens de fresco-techniek: de verf wordt direct op de natte kalk wordt aangebracht en vormt na droging daarmee één geheel. Deze manier van stuken is heel duurzaam, maar men moet wel snel werken en een vaste hand hebben, want correcties zijn niet mogelijk! Ook hierin zijn er vele stijlen: van heel klassiek met fabeldieren en waternimfen tot geometrische vormen, van ton-sur-ton wit-grijs-beige tot bonte kleuren. Ook staan er vaak teksten in het Reto-Romaans op. De huizen in deze straten lagen er goed onderhouden bij – vele waren in de loop van de jaren liefdevol gerestaureerd. De oudere huizen zijn ook opgenomen op de monumentenlijst.

Vanuit het dorp koos ik de wandelroute aan de rechteroever van de Inn, omdat ik daar in de zon kon lopen. Bovendien kwam ik opnieuw langs een interessante plek: bij Scuol-Runa, ergens gewoon tegen de zuidhelling onder een boerderij met een open stal, waar de koeien ook lekker van de zon genoten, was de helling okerkleurig en kaal. Hier treedt mineraalwater uit de rots! De okerkleur wordt veroorzaakt door het kalktuf, een sedimentair gesteente dat verwant is aan kalksteen en dat hier ontstaan is door het bezinken van kalk uit langzaam stromend water. Nu er rondom sneeuw lag was dit duidelijker te zien dan in de zomer.

20220312_112442 (2)
Scuol: bij Runa komt het bronwater gewoon uit de berghelling die door het neergeslagen kalktuf oker kleurt

Ongeveer twintig minuten later kwam ik bij een natuurgebiedje langs de oevers van de Inn. Hier is het dal heel breed. In de eveneens brede bedding van de Inn is in de loop van de tijd een mooi ooibos ontstaan. Het pad erheen was nog bedekt met een dik pak sneeuw. Het dal met de hoge bergen aan de linkeroever van de Inn als decor oogde vredig.

20220312_114147 (2)
Tussen Scuol en Sur En: ten oosten van het buurtschap Pradella ligt in het brede dal een ooibos

Dit vredige beeld werd vervolgens wel wat verstoord door het grote complex van de waterkrachtcentrale Pradella. Deze elektriciteitscentrale maakt deel uit van het bedrijf Engadiner Kraftwerke (EKW), dat elektriciteit opwekt met water uit de Inn en de zijriviertjes en bergbeken uit het Engadin. “Pradella” staat op de tweede plaats in Zwitserland wat hoeveelheid uit waterkracht opgewekte energie betreft. De EWK betrekt het water uit de Inn vanaf S-chanf meer in het westen van het Engadin tot aan de grens met Oostenrijk in Martina. Ook het water dat uit de bergen rond het Meer van Livigno in dat stuwmeer stroomt wordt voor de opwekking van elektriciteit gebruikt. De rivier de Inn wordt ook op verschillende punten afgetapt en het water via grote tunnels en drukbuizen door de bergen (zelfs onder het Zwitserse Nationalpark door!) geleid en opgeslagen in reservoirs en stuwmeertjes. Er zijn drie fasen: de eerste loopt van het Meer van Livigno naar Ova Spin in het dal dat vanaf Zernez naar de Ofenpass loopt; de tweede fase beslaat het gebied vanaf Ova Spin naar Pradella (het water wordt aangevoerd via een drukleiding van 20 kilometer!) en de derde loopt vanaf daar naar Martina (grotendeels ondergronds). Naast de centrale zelf is een gigantisch groot schakel- en verdeelstation gebouwd, dat een knooppunt is voor de elektriciteitsvoorziening van een groot deel van Europa…

20220312_114902 (2)
Tussen Scuol en Sur En: zicht naar het westen op het wateropvangbekken van de waterkrachtcentrale Pradella, deel van de Engadiner Kraftwerke, met de bergwereld als achtergrond
20220312_115139 (2)
Tussen Scuol en Sur En: zicht op het schakel- en verdeelstation van de waterkrachtcentrale Pradella, deel van de Engadiner Kraftwerke

Bij de waterkrachtcentrale gaat de weg met een brug over de Inn naar de bedrijfsgebouwen. De wandelroute loopt verder aan de linkeroever. Na het passeren van het schakel- en verdeelstation keert de natuur weer terug. Hier delen in het winterseizoen wandelaars en langlaufers de geprepareerde met sneeuw bedekte weg: wandelaars over een smalle strook van harde sneeuw – langlaufers kunnen in een spoor gaan, of over een breder vlakgemaakt stuk (voor het “schaatsen”). Het was die zaterdag niet druk met wandelaars, maar wel met langlaufers, die helemaal in hun eigen wereld waren en niet leken te genieten van de omgeving. Hier is de natuur nog wat ongerept en stroomt de Inn rustig door het hier nog met sneeuw bedekte landschap. Ondanks de sneeuw waren twee waterspreeuwen (Cinclus cinclus) al in voorjaarsstemming: ik hoorde ze eerder dan dat ik hen zag. Ze fladderden van het ene rotsblok op het andere, luid kwetterend. Ze hadden bijna dezelfde kleur als de stenen: hun witte bef viel weg tegen de sneeuw op de rotsblokken! Deze fascinerende beestjes zijn vooral te vinden bij en in snelstromend water, zoals hier in de bergen. Ze gebruiken hun vleugels om te zwemmen en kunnen onder water over de bodem lopen, waar ze jagen op de larven van kleine ongewervelde diertjes zoals eendagsvliegen. Dit mannetje had nog niet helemaal het succes waarop hij hoopte: het vrouwtje verdween…

20220312_115721 (2)
Tussen Scuol en Sur En: ten oosten van de waterkrachtcentrale bij Pradella stroomt de Inn weer rustig door een winters landschap
20220312_120003 (2)
Tussen Scuol en Sur En: op een rotsblok in de Inn is een waterspreeuw (Cinclus cinclus) bezig indruk te maken op een vrouwtje

Vanaf de waterkrachtcentrale is het toch nog bijna driekwartier lopen naar het buurtschap Sur En. Tot mijn teleurstelling was mijn vaste rustpunt, het Landgasthof Val d’Uina, definitief gesloten, dus moest ik verder lopen naar het restaurant dat bij de camping hoort, “Sper la Punt“. Daar streek ik neer en at bij mijn kopje koffie een heerlijke Engadiner Nusstorte, die eigenlijk een heel dessert was en erg lekker smaakte. Deze taart met walnoten, die ook wel Bündner Nusstorte genoemd wordt, is één van de belangrijkste culinaire specialiteiten van het Kanton Graubünden. In de tweede helft van de 19e eeuw zijn vele bakkers uit het kanton weggetrokken om economische redenen. De meesten van hen gingen naar Italië, maar sommigen gingen ook naar Frankrijk. De bakker die zich in Toulouse, Zuidwest Frankrijk, vestigde raakte geïnspireerd door de taarten met walnoten, zoals die daar werden gemaakt en daaraan dankt de Engadiner Nusstorte haar ontstaan. Het deeg is een korstdeeg en de vulling bestaat uit walnoten met gekarameliseerde suiker, room en soms honing. Al met al een energierijk hapje!

20220312_124714 (2)
Sur En: koffie met echte Engadiner Nusstorte bij het restaurant “Sper la Punt”

Die energie zou ik wel nodig hebben, want ik begon daarna aan de rondwandeling over de Skulpturenweg Scuol, die vanaf de camping begon. Het eerste stuk van de weg was goed te doen. Er lag geen sneeuw of ijs meer en er bloeide zelfs een eenzaam Klein Hoefblad (Tussilago farfara). De gele stralenkrans van dat bloemetje gaf aan de bruinige ondergrond een mooie zonnige kleur. Niet lang daarna steeg de weg sterk – op zich geen probleem, maar hij was geheel bedekt met een ijslaag… Gelukkig had ik mijn spikes meegenomen en steunend op mijn wandelstok klauterde ik met moeite naar boven! Even later stak ik de officiële Eisweg over, een route door het bos die in de winter als ijsbaan wordt geprepareerd. Het verschil met de Skulpturenweg was niet te zien! De gehele kunstroute zou verder een ijsbaan blijven…

In het beeldenbos, dat officieel Skulpturenweg Scuol heet, staan in totaal 150 kunstwerken opgesteld langs een rondweg van zo’n 5 kilometer lang. Langs deze route die in 1999 geopend is, zijn sindsdien ongeveer 300 kunstwerken van meer dan 200 kunstenaars geëxposeerd. Sommige van deze kunstwerken zijn in de loop van de tijd weggerot of door vallende bomen beschadigd… Eind 2010 heeft de vereniging Art-Engiadina het onderhoud van de route op zich genomen. Vanaf 1994 wordt er ieder jaar in het begin van juni een Beeldhouwerssymposium van een week georganiseerd, waaraan beeldhouwers uit binnen- en buitenland deelnemen. De beelden die niet tijdens de afsluitende vernissage worden verkocht, vinden een plaatsje langs de Skulpturenweg. In mijn eerste wandeljaar over de Via Alpina, was ik in juni 2017 al eens langs de deelnemers aan de beeldhouwsymposium gekomen op mijn tocht naar Sur En en kon toen de kunstenaars aan het werk zien. In juli 2018 heb ik een groot gedeelte van deze Skulpturenweg al gelopen, maar omdat er ieder jaar nieuwe kunstwerken bij komen, wilde ik de route nog eens bezoeken. En inderdaad was er veel nieuws te zien. Er staat officieel anderhalf uur voor, maar door het voorzichtig lopen met de spikes deed ik er wel twee uur over. Maar dat speelde geen rol in de beleving. De kunstenaars werken met verschillende materialen, marmer en ander gesteente, hout en combinaties hiervan. Vele spraken mij wel aan, sommige (helemaal) niet.

Er waren vele marmeren beelden, die soms niet en soms juist wel opvielen in het besneeuwde bos. Een interessant beeld vond ik de “Lichtharfe” uit 2014: aan een kabel in een boom hangt een stuk wit marmer in ovalen vorm met verticale spleten waar het licht doorheen valt en daarmee een schaduw creëert. De kunstenaar René Phillipe zegt hierover dat “licht” het speelkameraadje van de “schaduw” en dat dit spel in een lichaam moet worden gevangen. Door de spleten dringt licht in het binnenste en roept daar een licht-schaduwspel op. Een ander beeld dat tot de verbeelding spreekt vond ik “Paradox” uit 2019: een veer uit marmer op een kolom van hout, door de Mexicaanse kunstenares Sabrina Coco. Zij geeft aan dat er tegenstellingen zijn in het leven en in de kunst, dat het stuk hout doet alsof het heel solide is en een steen doet alsof hij heel licht is en dat iets zwaks iets sterks ondersteunt… Een andere kunstenares, Monika Majer uit Duitsland heeft in 2020 een beeld uit marmer gemaakt, “ohne Weiteres (trägt der Stein)“, waarin zij het thema van dat jaar, “im fluss” (in beweging, of in de flow) verwerkt. De tegenstelling van zachtheid en knuffelbaarheid aan de ene kant en druk en kracht van de steen aan de andere kant komt tot uitdrukking in de vorm van een soort “lovers’ seat” bankje. In een video legt ze uit hoe dit beeld tot stand is gekomen. Nu staat het in het bos langs de Skulpturenweg met een dot sneeuw erop: hierdoor is het niet bereikbaar, maar dat versterkte wel het beeld van zachtheid! Een beeld, eveneens van marmer met de titel “Doppelhelix“, staat weliswaar roerloos in de witte sneeuw, maar heeft toch heel veel beweging in zich: de Duitse kunstenaar Norbert Jäger omschrijft het als een beekje dat tot machtige, meesleurende rivier wordt.

Van de beelden in hout vond ik sommige ontroerend en aangrijpend. Andere vond ik grappig of gewoon mooi. Een beeld uit hout met de titel “Bewegte Erde” uit 2012 bestaat uit geplooide, mooi vloeiende planken. De Zwitserse kunstenaar Peter Gredig geeft aan, dat dit beeld tektonische platen voorstelt en opgedragen is aan alle mensen die in dat jaar door aardbevingen, oorlogen of ander noodlot getroffen zijn. Over het beeld heen kijkend zag ik aan de overkant van het dal het dorpje Vnà vredig in de zon liggen… Verder stond de Bosgodin Sylvana, in 2016 gemaakt door de Duitse kunstenares Stefanie Fuentes Schreiber rustig in zichzelf gekeerd te zijn, ook al schijnt ze volgens de kunstenares naar de toekomst te kijken – zij is inmiddels al meer verweerd dan de vorige keer dat ik haar zag, zodat ze bijna in de achtergrond opgaat. Het is wel een van mijn lievelingsbeelden hier!

Er zijn ook geestige creaties bij: zoals Nüsse/Nuschs van de uit Ftan, een paar dorpen stroomopwaarts van de Inn, afkomstige kunstenaar Peter Horber uit 2021. Hier liggen grote opengebroken walnoten van hout in de sneeuw met in één ervan een klein mansfiguur. De kunstenaar heeft hiermee tot uitdrukking willen brengen dat walnoten enerzijds zaden zijn die nieuw leven brengen, maar anderzijds ook symbool staan voor het kraken van harde noten, het oplossen van problemen. Er zijn ook kunstenaars die nieuwe vormen geven aan oude spullen die ze vinden. Zo’n kunstenaar is de uit Bern afkomstige GAMelle, die een oude slijpsteen verwerkte in zijn kunstwerk “Augenschärfer (letterlijk “ogenslijper”). De slijpsteen is nog steeds goed herkenbaar. Het kunstwerk staat tegen de achtergrond van het door de bomen wat afgedekte uitzicht op Sur En in de diepte en het dal van het Unterengadin.

Het houten kunstwerk “Mäander” van de Oostenrijkse kunstenaar Andreas Rendl uit 2020 is een roep om verbinding: enerzijds ziet het eruit als een flakkerende vlam, anderzijds als een waterstroom, die een verbinding aangeeft tussen landen. De (ver)binding tussen het Engadin en Tirol ontstaat hier door de rivier de Inn. Tegenstellingen zijn het thema van het kunstwerk “(dis)similarity” van de Poolse kunstenares Maria Krasnodebska uit 2019. Door het materiaalgebruik (hout en marmer) lijken de abstracte popachtige figuren tegenover elkaar te staan, maar omdat zij identiek van vorm zijn, zit daarin toch een verbinding in. Dit is een vorm van biomorfologische kunst, waarbij op levende organismen lijkende vormen uit de natuur worden omgevormd tot abstracte vormen.

Ook het kunstwerk “Verhüllt” van de Zwitserse kunstenaars Florian Fuchs en Joannes Wetzel valt op. Zij omschrijven hun in wit marmer en nu nog mooi licht larikshout uitgevoerde project als volgt. Het gaat om de toekomst: ons zichtveld wordt door de ondoordringbare sluier van de tijd afgedekt, soms als een geschubd pantser en dan weer als een zachte deken. In marmer is de geplooide deken weergegeven met de techniek van het beeldhouwen en in het larikshout de organische bekleding met shingles uit de houtverwerking. Het hout en het marmer hoe verschillend ook versterken elkaar in dit object. De kleine houten dakpannetjes lijken inderdaad op een lichtgewicht deken! De middagzon scheen mooi op een langgerekt beeld van een vrouw die op een één wiel staat: “RadlerIn” (De Fiets(t)er) van de Zwitserse kunstenaar Helmut Tschiderer uit 2021. Hier wordt de balanceer-act gesymboliseerd tussen de handel en de milieubescherming. Het thema van dat jaar was “Toekomst”. Bij het beeldhouwerssymposium waren ook schoolkinderen van 10, 11 jaar uit het naburige dorp Ramosch uitgenodigd – hen werd gevraagd wat zij zich voor de toekomst wensten : minder CO2-uitstoot, minder plasticafval, minder racisme, meer bescherming van bedreigde diersoorten… We zullen het gaan zien!

Ik stuitte ergens op een boom die er uit de verte net echt uitzag als een boom in verval met witte en rode plakken schimmel erop en die de naam had meegekregen “Käferfest” (2016). Bij nadere inspectie bleken de witte schimmels stukken aluminium te zijn die om de dode takken waren gedrapeerd en de rode schimmels kroondoppen van Coca-Cola flesjes (“Made in Switzerland“)! De Zwitserse kunstenaar Rudolf Tschudin experimenteert graag met speelse ideeën en grappige uitwerkingen. Dat vond ik hier wel geslaagd!

Ik kwam onderweg ook “kunstwerken” van hout tegen die niet door mensen waren gemaakt: ergens had de laatste storm vat gekregen op een grote naaldboom, die daardoor getordeerd was: de vrijwel holle stam stond nog overeind met houtrafels aan de top… De stammen van twee dennen vormden een mooi frame voor het prachtige uitzicht naar de hoger gelegen berghellingen boven Scuol in het noordwesten. Ook daar speelde hout een grote rol!

Op 4 juli 2018 had ik ook al een gedeelte van deze Skulpturenweg gelopen en daar het wat verdrietig-makende kunstwerk “Die armen Seelen” gezien. Deze beeldengroep die in 2005 door de Zwitserse kunstenaar Urs Martin Traber zijn gemaakt hebben de naam “Die armen Seelen” gekregen. Het is een grote verzameling mensachtige figuren, met hoofden die uit spoorbiels zijn gezaagd met twee boorgaten als ogen en één boorgat als mond, gemonteerd op allerlei afgedankte metaalfragmenten. De achterliggende gedachte is het uitbeelden van de angst en onzekerheid die de overgang naar het nieuwe millennium met zich zou brengen. Tegen de achtergrond van de sneeuw in dit zonlicht en ook met de grote stroom ontheemden van onze tijd, eigenlijk zo dicht bij onze streken, kon ik mij voorstellen dat angst en onzekerheid nog scherper zichtbaar werden…

20220312_151256 (2)
Sur En: langs de Skulpturenweg staat de beeldengroep “Die armen Seelen” van de Zwitserse kunstenaar Urs Martin Traber uit 2005, gemaakt uit steen en metaalafval

Na ongeveer twee uur te hebben gelopen en geglibberd – ondanks de spikes – over de Skulpturenweg kwam ik na een steile afdaling weer in Sur En aan, bij de eindhalte van de postbus. Ik besloot alvast naar de halte bij de camping te lopen. Daar heb ik de houten overdekte brug over de Inn nog eens goed bekeken. Deze brug uit 1868 is 60 meter lang en daarmee de langste houten brug in Graubünden waarover nog gereden kan worden. Borden geven aan dat de maximale belasting 16 ton is en de maximale hoogte 3,3 meter. De brug, die een beschermd monument is, wordt af en toe gerepareerd: recentelijk waren er een paar dwarslatten vervangen – het lichte hout stak duidelijk af tegen het al verweerde hout! De brug is ook erg smal: de postauto moet met millimeterwerk manoeuvreren bij het oprijden van de brug! De bus waarop ik niet lang had hoeven wachten, bereikte na de nodige haarspeldbochten de doorgaande weg in de richting van Scuol en had ik vanuit de hoogte nog een prachtig uitzicht op de brug en ook op het ruige zijdal het Val d’Uina, waardoorheen een zware, maar volgens de kenners geweldig mooie, wandelroute loopt die haar eindpunt in het Vinschgau heeft, ten westen van Mals. Maar dat is mogelijk iets voor later…

4 reacties

  1. Hans Goemans

    Hye Pauline ,
    Je verslag maakte weer een hele hoop herinneringen los. Het is inmiddels al 12 jaar geleden dat ik samen met mijn marine maten deze streek voor 10 dagen onveilig maakte. Wij liepen ook de beelden route in september in de werkelijk stromende regen. Met heel veel plezier jouw verslaat gelezen waar ik veel in heb herkend. Ik wens je verder nog veel wandelplezier. Hou ons op de hoogte. Veel groeten
    Hans

  2. Marie-Noëlle Maas

    Prachtig Pauline! De lente is hier volop maar het is iedere keer een groot plezier om je foto’s te bewonderen. Je moet echt ooit een boek van maken…
    Hartelijke groeten en geniet van dit mooie land

  3. driekusannemaria@gmail.com

    Zoals altijd een goed verhaal. Dat mijn Marine jaargenoten daar ook hebben gezworven zonder schade aan te richten is bijzonder.
    Zal ik 4 september a.s. eens met hen overspreken.
    MVG Driekus

  4. Inma

    Wat fijn dat je zulke mooie foto’s kon maken en nu ons laat genieten van al die prachtige landschappen!. Dank je wel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2022 Via Alpina

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑