Für den Beitrag auf Deutsch bitte hier klicken!
For this blog in English please click here!
 

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.


12 augustus 2019

“Koning Ortler”, het dorp en de indrukwekkende natuur

Gisterochtend was mijn laatste ontbijt in Hotel Margun; daarna heb ik hartelijk afscheid genomen van Familie Waldner en gezegd dat ik zeker een volgende keer terug zal komen. Mevrouw Waldner heeft mij, half als grapje, half als ernst, nogmaals op het hart gedrukt: “Schön auf dem Weg bleiben, gell…!!“, verwijzend naar mijn tocht over de Glurnser Köpfl. Dat heb ik beloofd!

Ik zou vanuit Mals naar mijn volgende bestemming gaan: Sulden am Ortler, een dorp dat in een zuidelijk zijdal van het Vinschgau ligt. De reis naar dit dorp aan de voet van het Ortlermassief duurt ongeveer anderhalf uur. De doorgaande bus van Mals naar Sulden reed niet vanwege de werkzaamheden aan het spoor: daarom stapte ik met vele, vele anderen in de bus die ons naar het station van Spondinig bracht. Vandaaruit vertrok de bus naar Sulden, via Prad am Stilfserjoch waar het dal vanuit Sulden èn Stilfserjoch uitkomt in het Vinschgau. Tot aan Stilfs steeg de weg langzaam. Vorig jaar moest ik daar overstappen op de bus naar het Stilfserjoch, een mooie tocht die ik toen op 30 juli 2018 heb gemaakt. Vanaf Stilfs keerde de bus terug naar de doorgaande weg en nam bij het plaatsje Gomagoi de kronkelde weg het dal in naar Sulden, nog 11 kilometer te gaan. Ik was nu op weg naar het dorp aan de voet van de Ortler, de berg waar ik al de gehele week naar heb kunnen kijken: vanaf mijn balkon van het hotel in Mals, maar ook vanaf alle hoogten tijdens mijn laatste tocht over de Via Alpina, Etappe 69. Soms had de bus zelfs moeite om in één keer de scherpe bochten te nemen! Het is in het begin een smal dal met veel bossen en soms ook mooie vergezichten op Stilfs. Meer in de richting van Sulden waren er op sommige plaatsen indrukwekkende puinhellingen te zien, die grauwe banen hadden getrokken in de groene begroeiing. De Suldenbach stroomde door een brede, stenige bedding. Het uitzicht op de ruige omgeving met de witte wolken rond de bergtoppen was mooi.

En na nog een paar buurtschappen en bochten doemde opeens het dorp Sulden op. Ik zag ook het hotel waar ik zijn moest, Hotel Nives. Snel pakte ik mijn rugzakken en stapte uit de bus. Er waren veel mensen in het dorp, maar toch maakt het een rustige indruk. Daar was ik wel blij om, want ik had een beetje verwacht en gevreesd dat het net zo’n drukke bedoening zou zijn op het Stilfserjoch – dat had ik toen meegemaakt en niet zo prettig gevonden: fietsers, motorrijders, veel geschreeuw en gedoe…. Eenmaal ingecheckt en uitgepakt in Hotel Nives kon ik vanuit mijn kamer een blik op de Ortler werpen, waarvan de top achter witte wolken schuilging. De berg ligt hier ten westen van het dorp. Vanuit Mals leek hij in het zuiden te liggen, maar dat komt omdat het Suldendal duidelijk naar het zuidoosten is gericht. Wat een rust in mijn hotelkamer. Vanaf het balkon hoorde ik alleen maar de Suldenbach luid ruisen. Ik besloot om voordat ik het dorp en de omgeving zou gaan bekijken, eerst een kopje koffie te gaan drinken op het terras met het mooie uitzicht op de Königspitze en de andere bergtoppen die het dal in het zuiden begrenzen. Een stuk taart (een opgerolde cake met maanzaad- en notenvulling…) smaakte daar ook goed bij!

20190811_132605

Sulden am Ortler: uitzicht vanaf het terras van Hotel Nives op de Königspitze met de gletsjers in het zuiden

Dierbare vrienden hadden mij al meerdere malen aangeraden om ook eens naar Sulden am Ortler te gaan, omdat het in de zomer een echt wandelparadijs is – zelf hadden zij daar inmiddels zoveel mooie wintersportvakanties doorgebracht. Ik had van hen dan ook vele tips gekregen van waar ik echt eens moest gaan eten of waar ik als korte wandeling heen zou kunnen gaan. Daarvan heb ik dankbaar gebruik gemaakt!

Eerst ben ik gewoon maar eens door het dorp en het omliggende gebied geslenterd – het viel me op dat ik in het begin wat moeite had met de hoogte (Sulden ligt op 1.861 meter!), hoewel ik toch al een week in de bergen was: ik was zelfs een beetje kortademig…! Het dorp zelf is overzichtelijk en niet erg groot – er zijn wel veel hotels en eetgelegenheden. De Suldenbach stroomt door het dorp; ten zuiden van de St. Gertraud parochiekerk die tussen 1896 en 1902 is gebouwd ligt een verstild meertje, de Suldensee, waar vele vissen in het heldere water rondzwommen. Deze kerk verving de oude parochiekerk uit de 14e tot 16e eeuw: deze ligt iets meer bergopwaarts.

Toen ik aan de oostelijke zijde van het dal was aangekomen ontvouwde zich een indrukwekkend panorama op de westelijke kant van het dal, op de Ortler, waarvan de top nog steeds achter wolken schuilging, de beboste hellingen van de daarvóór liggende, lagere berg Langenstein en het dorp Sulden. De grote ronde hooibalen leken nietig in vergelijking met het grote bergmassief van de Ortler die met 3.905 meter de hoogste bergtop van Südtirol is.

20190811_144235

Sulden am Ortler: panoramisch uitzicht op de Kaserbach, de berg Langenstein met daarachter het Ortlermassief en het dorp

Een van de goede tips die de vrienden mij gegeven hadden was om een glas witte wijn te gaan drinken op het terras van Hotel Marlet, het hotel waar zij altijd verblijven. Dat heb ik gedaan: de witte wijn, een Weissburgunder, en de pikante knabbeltjes waren inderdaad een traktatie! Het hotel ligt hoger op de oostelijke berghellingen van Sulden en heeft daardoor een fantastisch uitzicht over de bergen die het Suldendal in het zuiden begrenzen, zoals de Suldenspitze (3.376m) en de Königspitze (3.851m). De grote gletsjers, zoals de Suldenferner en de Königswandferner waren ook goed zichtbaar. Het buurtschap Innersulden ligt aan het begin van het dal – daar is het dalstation van de gondelbaan die in twee etappen naar 2.500 meter gaat. Van daaruit zijn vele wandelingen te maken, o.a. naar de onderste punt van de Suldenferner waar één van de bergbeken begint die uiteindelijk de Suldenbach vormen. Die tocht staat ook op mijn programma!

20190811_151043

Sulden am Ortler: zicht op de Königspitze (3.851 m) vanaf het terras van Hotel Marlet

Het is hier mooi landelijk en in de bermen van de wegen en in andere ruigten staan vele bloemen, ook bijzondere, zoals de Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe), die zich vooral op natte weidegronden thuis voelt. Hiervan stonden er meerdere groepen in het hoge gras bij het sportcentrum, vlak aan de Suldenbach. Aan de weg naar Innersulden was een houtverwerkingsbedrijfje waar van alles van hout te koop was, ook een mooi rond insectenhotel. Zo wordt een mooie cyclus van bloem, insect, bestuiving in standgehouden…

Een tweede tip van de vrienden was: ga naar het Parkhotel,waarvan het restaurant Hartmann’s Weinstube heet en eet daar hun vissoep. Die wordt op vrijdag gemaakt en als ik geluk had zou er ook op zondag nog soep over zijn! Toen ik er tegen vijven aankwam, had ik helaas geen geluk… Ik koos naast een gemengde salade van het buffet, ook iets authentieks uit Südtirol, Schlutzkrapfen: halvemaantjes gemaakt van deeg van rogge- en tarwemeel met ei en olie, gevuld met spinazie en kwark, in zout water gekookt en overgoten met bruine boter. Het is op zich al een machtig gerecht en de portie was ultra-royaal te noemen, maar ik vond het erg lekker en heb het allemaal opgegeten!

Na dit copieuze maal ben ik teruggegaan naar Hotel Nives, waar ik vanaf mijn balkon nogmaals hardnekkige wolken rond de Ortler zag hangen. Vanochtend vroeg werd de top beschenen door de zon – een mooi schouwspel van licht en donker.

Tip nr. 3 van de vrienden was een wandeling vanuit Sulden naar Gasthof Waldruhe, een tocht van ongeveer 1½ uur over een gemakkelijke, niet erg stijgende en dalende weg. Dit is niet alleen in de winter een aangename wandeling als je eens niet wilt of vanwege het weer niet kunt skiën, maar zeker ook in de zomer met de mooie bloemen en de vergezichten op de Ortler. Er groeiden overal prachtige witte bloemen met fijne groenige lijntjes op hun bloemblaadjes: het waren Parnassia’s (Parnassia palustris), die nu nog in volle bloei stonden. Ik zag een groepje, waarvan alle stadia van bloei zichtbaar waren, van knop tot bijna uitgebloeid. Zij gaven wat licht aan de verder sombere omgeving. De zon die vanochtend nog op de top van de Ortler had geschenen liet zich de rest van de ochtend niet meer zien. Het was droog en niet koud. Het uitzicht op “Koning Ortler” was jammer genoeg niet optimaal, maar de puinhellingen en de grijze wolken kleurden goed bij elkaar. Het verschil tussen de rotsen en de Julius Payerhut op meer dan 3.000m was alleen met een verrekijker te zien!

De keuken van het Gasthof ging om half 12 open en ik had – ondanks het uitgebreide ontbijtbuffet bij Hotel Nives (met een groot assortiment aan gezonde en smakelijk lekkernijen voor in de yoghurt!) – toch wel zin gekregen in iets, maar niet in koffie. Voor wijn vond ik het nog wat vroeg, dus koos ik voor een … glas bier! Het werd bier van Forst, dat in het plaatsje met dezelfde naam, in de buurt van Meran, in het zuiden van het Vinschgau wordt gebrouwen. In Mals was ik meerdere malen langs één van hun restaurants, Gasthof Forsterbräu gekomen. Het smaakte best lekker, met wat “groene appel” en een prettige hopsmaak. Mijn oog viel ook op een andere specialiteit van Südtirol: “Topfenknödel“, kwarkknoedels met abrikozenvulling. Dat werd prachtig geserveerd op een rechthoekige leisteen en smaakte geweldig! Er zaten verse abrikozen in.

20190812_120012

Sulden am Ortler: bij Restaurant Waldruhe een kwarkknoedel met abrikozenvulling en … een glaasje Forst-bier uit Mals

Gesterkt door drank en spijs liep ik weer terug naar Sulden om daar aan te haken op de Kultur- und Geschichtenweg, een rondwandeling door en om Sulden van zo’n acht kilometer met onderweg 12 panelen met informatie over interessante bouwwerken en personen die voor Sulden iets betekend hebben. Bij alle punten zijn duidelijke metalen borden met informatie en een overzicht van de wandelroute aangebracht.

20190812_135113 (2)

Sulden am Ortler: overzicht van de Kultur und Geschichtenweg van Sulden met aandachtspunten

Ik begon deze route, die ik gisteren ook al had gezien, bij het Messner Mountain Museum Ortles, één van de locaties waar de bekende Südtiroler bergbeklimmer en extreemsporter Reinhold Messner (*1944) de wereld van gletsjers en het eeuwige ijs, de Noordpool, de Zuidpool en de “Oostpool”, de Himalaya, laat zien. Een bezoek aan dit museum, dat van buiten niet echt zichtbaar is (het is grotendeels in de berg gebouwd!) heb ik uitgesteld tot een andere keer. Een klein chaletje in het dorp, dat vroeger een overnachtingsplek voor bergbeklimmers was, is door Messner ingericht als de Alpine curiosa: hij toont daar een persoonlijke keuze uit onderwerpen van het alpinisme, o.a. over de Duitse poolreiziger en cartograaf Julius Payer (1841–1915), naar wie de berghut bij de Ortler is vernoemd. Vanaf daar passeerde ik weer Hotel Marlet en liep verder over een breed pad langs de berghelling het dal in. Ik stak de Zaytalbach beek over, waar grote graafmachines stonden. Gisteren had ik al langs de verharde weg in het dal een groot bord zien staan met uitleg over de werkzaamheden. De bedding van deze beek wordt gestabiliseerd en gekanaliseerd met betonnen “overstorten” om te voorkomen dat de beek bij een grote aanvoer van water vanaf de bergen buiten zijn oevers treedt. Op het bord stond een foto met arcering van het gebied tegen de berghelling dat zonder de ingrepen zou kunnen overstromen en ook een foto met de inderdaad slechts smalle strook aan beide oevers van de Zaytalbach die onder water (en modder) zou raken bij een overstroming: een wereld van verschil! Ook hier werden de ingrepen gefinancierd vanuit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling, maar ook vanuit de Autonome Provincie Bozen.

20190812_131732

Sulden am Ortler: overzicht over de werkzaamheden aan de Zaytalbach beek

Verder op de Kultur- und Geschichtenweg kwam ik langs een mooi klein kapelletje: het is een protestant kapelletje in dit verder erg rooms-katholieke land. Het is in 1904 gebouwd naar ontwerp van de Weense architect Otto Schmidt (1857–1921), op verzoek van diens vrouw die protestant was. Het is een goed onderhouden gebouw: nieuwe koperen dakgoten en vernieuwde houten “Schindel“. De buitenmuren zijn gemaakt van natuursteen met een brede, lichtkleurige voeg – van dit kapelletje gaat een stille kracht uit. Het interieur is sober, maar heel licht, zelfs op deze wat bewolkte dag. Door de vele ramen valt het licht binnen op de wit-gestucte muren. De zoldering is van mooi hout.

Een volgend punt op de wandeling is een groot brok steen met een prachtige roestbruine baan er doorheen. Daarop is een witmarmeren plaquette bevestigd met een dankwoord aan “Staatsrat Karl Baeckmann aus St. Petersburg“, een 19e eeuwse diplomaat en “langjährigen treuen Freund des Suldentales u. der Suldner Führerschaft” – onderaan de plaquette staan de namen van 14 berggidsen. Toen het beklimmen van de Ortler aan het einde van de 19e eeuw steeds populairder werd, besloot Baeckmann de bouw van een berghut te financieren. Deze hut werd gebouwd op een punt van waaruit een belangrijke route loopt naar de top van de Ortler. In 1892 werd de hut geopend en in 1895 al uitgebouwd. Baeckmann besloot om de hut aan de Suldner berggidsen te schenken. Zij bedankten hem met de plaquette die er nu nog is. In de Eerste Wereldoorlog werd de hut tijdens de bergoorlog getroffen door Italiaanse granaten. De hut is van 1920 tot 1922 herbouwd en heet nu de Hintergrathütte.

20190812_140445

Sulden am Ortler: plaquette ter herinnering aan de diplomaat Karl Baeckman uit St. Petersburg

Onderweg zag ik allerlei sporen van menselijke activiteit – van heel nieuw tot erg oud. Op een terras bij een chalet dat tegen de steile bergwand was gebouwd was een overzichtelijke moestuin aangelegd: nette rechthoekige plantenbakken op poten. Gemakkelijk om te tuinieren! Verderop moesten blijkbaar nieuwe afrasteringen gemaakt worden: het gedeelte van de weidepalen dat onder de grond moest komen, was “aangebrand” om het a.h.w. te conserveren tegen verrotting. En over vuur gesproken: ook hier in Innersulden was een kalkbrandoven. In 2004 heeft men deze kalkbrandoven weer “ontdekt”: toen was het niet meer dan een diep gat in de grond. Inmiddels is hij verder uitgegraven en zo goed mogelijk gerestaureerd. Deze oven is een van de vele ovens die vanaf de 18e tot in de 20e eeuw zijn gebouwd in het Vinschgau.

De Kultur- und Geschichtenweg verliep aan de oostelijke dalkant eerst over Weg nr. 6. Bij de gondelbaan aan het begin van het dal raakte ik een beetje het spoor bijster. Maar daardoor kwam ik wel langs de kalkbrandoven… Weer terug op de westelijke dalkant vervolgde ik de route over Weg nr. 7. Hier bij de gondelbaan is goed te zien dat er om en vooral boven Sulden belangrijke en uitgebreide skigebieden zijn. In dit gedeelte van het dal is alles heel ruim – dat voelt heel prettig aan. Ik kan mij voorstellen hoe mooi het hier is als alles onder een dikke laag witte sneeuw ligt. De schakeringen van vele kleuren groen naar grijs, zwart en wit in de zomer vind ik ook erg indrukwekkend.

Toen ik weer de juiste route had gevonden, kwam ik langs een andere grote, ditmaal donkere steen met een in lichtere steen uitgehouwen portret “en profil” van Theodor Christomannos (1854–1911), een Oostenrijkse politicus, jurist en vooral enthousiast bergbeklimmer met Griekse familiewortels. Theodor Christomannos heeft veel betekend voor de ontwikkeling van het toerisme in Sulden; hij heeft ook de bouw van grote hotels en van de verharde weg naar Sulden gestimuleerd. De ontwikkeling van de Vinschgaubahn is eveneens een van zijn verdiensten. Samen met pastoor Karl Eller heeft hij de “Bergrettung” in Sulden opgericht.

20190812_145715

Sulden am Ortler: plaquette met portret en profil van Theodor Christomannos (1854–1911), toerismepionier

Op de verdere route weer in de richting van Sulden stak ik de Kaserbach beek over, die vriendelijk ruisend over een brede bedding dalwaarts naar de Suldenbach stroomde. De oevers waren helemaal begroeid met de geelbloeiende Bergsteenbreek (Saxifraga aizoides), dat een duidelijke voorkeur heeft voor kiezelbeddingen en vochtige plaatsen. Ook zag ik niet alleen het bij ons ook bekende Wilgenroosje (Epilobium angustifolium) uitbundig bloeien, maar ook een variant die alleen in de Alpen voorkomt: het Fleischers Wilgenroosje (Epilobium fleischeri). De verschillen zitten vooral in de hoogte en in de bloeiwijze. Het Fleischers Wilgenroosje is lager en bloeit niet in grote aren, maar eerder op eigen steeltjes en met plattere bloemen die lichter van kleur zijn met donkerpaarse streepjes – heel vertederend!

Inmiddels was ik weer bijna in het dorp aangekomen. Voor een bezoekje aan de Lourdes Grot moest ik een steil paadje opklimmen. Deze grot is in de rotswand uitgehouwen en is in 1893 door Bisschop Aichner ingewijd. Op een marmeren plaquette boven de grot wordt dit vermeld.

Vanaf dit punt is er een mooi uitzicht over het dorp met de twee parochiekerken: de nieuwe St. Gertraud uit 1902 en het oude parochiekerkje uit de 14e eeuw. Dichterbij dit kerkje gekomen zag ik dat het voor een deel om een rotsblok heen gebouwd was! Toen de kerk in de jaren 1989–1990 aan de binnenkant werd gerestaureerd ontdekte men prachtige fresco’s aan de wanden! Zij dateren uit de 16e eeuw en stellen o.a. de kruisiging en de begrafenis van Jezus voor. Er zijn vele bijzondere en kleurrijke details in dit kerkje, zoals een fraaie kast en een mooi beschilderd preekgestoelte.

Langs een breed pad hoger op de berghelling leidde de Kultur- und Geschichtenweg weer verder het dorp uit naar de volgende plaquette: voor Julius Payer (1841–1915), de Oostenrijk-Hongaarse poolreiziger en cartograaf. Hij was ook een begaafd schilder van poollandschappen. Hij heeft niet alleen vele bergtoppen in dit deel van de Alpen geklommen, maar ook als eerste het gebied rond de Ortler in kaart gebracht: in het Alpine Curiosa chalet is deze kaart tentoongesteld. Wat een prachtige kleurschakeringen – de passie voor het vak en de bergen spat er als het ware vanaf! Het chalet herbergt trouwens nog meer bijzonderheden, zoals bergstijgijzers en andere uitrustingsstukken van het eerste uur.

20190812_130403

Sulden am Ortler: in het “Alpine Curiosa“ hangt ook de eerste landkaart van het Ortlergebied door Julius Payer

De laatste plaquette is gewijd aan Johann Stüdl (1839–1925), een uit Praag afkomstige zakenman, promotor van het alpinisme in Oostenrijk en voorzitter van de Praagse afdeling van de Duits-Oostenrijkse Alpinistenvereniging. Ook deze plaquette is in herinnering aan een “verdienstvollen Alpenfreund” aangeboden door de Suldner berggidsen. Stüdl zette zich naast zijn drukke werk ook in voor de bouw van vele berghutten, die hij vaak ook nog financierde, en het ontwikkelen van klimroutes in de Oostelijke Alpen. In Sulden is hij de initiator geweest van de bouw van de Julius Payer Hut (1875). Vanaf de rotswand met zijn witmarmeren plaquette had ik ook een mooi uitzicht op de hut die héél ver weg op de bergkam lag, op 3.000 meter hoogte! Zijn plaquette – net als die voor Karl Baeckmann en Julius Payer – was rijkelijk voorzien van in marmer uitgehouwen alpenbloemen. Het was aandoenlijk om te zien dat naast de marmeren bloemen er op de rotswand ook nog levende bloemen bloeiden en er ook nog een fijngevederd varentje groeide!

Ik had nog de wandeling kunnen afmaken door met een boog naar het Museum van Messner te lopen, maar toen vond ik het wel genoeg geweest. Terug in het hotel merkte ik dat ik vanaf het balkon de marmeren plaquette van de Lourdes Grot kon zien en zelfs het lichtje dat er brandde.

Het was een waardevolle en interessante tocht geweest en ook een eerbetoon aan de vele mensen die, vaak niet eens uit de streek zelf afkomstig, zich met toewijding hebben ingezet voor voortuitgang en ontwikkeling van een gebied waaraan zij hun hart hebben verloren. Van hun inspanningen kunnen wij vandaag de dag nog profiteren!

De eerste kennismaking met Sulden am Ortler was al geweldig! In de komende twee dagen zal ik hier zeker nog meer gaan genieten…