Für den Beitrag auf Deutsch bitte hier klicken!
For the blog in English please click here!

Om de kaart te vergroten a.u.b. op het vakje in de linkerbovenhoek klikken! De grotere kaart opent op een nieuwe pagina.


22 september 2018

Door de nevel en over de “Energiespürweg” (“Voel de energie weg”)

Vanochtend vroeg keek ik uit mijn raam om te zien wat voor weer het was en toen zag ik een historische locomotief op het station staan: het was de “Krokodil” uit 1929, een locomotief met “cultstatus”! Dit is het paradepaardje van de Rhätische Bahn. Iedere dag gedurende het zomerseizoen (mei–oktober) rijdt een historische treincombinatie met de Krokodil voorop van Davos naar Filisur en terug – en dat voor gewoon tarief.  Als een echte trainspotter heb ik door de verrekijker gezien dat het nummer 415 was. Later die ochtend kwam nr. 414 ook nog door het station van Küblis stuiven!

20180922_084445

Küblis: rechts staat de “klassieker” onder de locomotieven – de “Krokodil” – uit 1929

Het ontbijt van Hotel Terminus was goed, vooral de (volgens het oorspronkelijke recept niet helemaal echte) Birchermüesli vond ik erg lekker, zeker in combinatie met frisse meloenblokjes! Ik heb een Amerikaans echtpaar uitgelegd wat “Müesli” betekende en vooral hoe gezond het is – ze gingen het avontuur aan en vonden het “great“… Het taalgrapje is dat je echt moet zeggen “múú-èsli“, het verkleinwoord van moes of pap –  “múúsli” is het verkleinwoord in het Schwyzerdüetsch van “Mäuschen“, muisje…! Gesterkt door dit ontbijt besloot ik naar Klosters te gaan en vandaar met de Madrisa kabelbaan naar het wandelgebied in de bergen. Vanaf de Saaser Alp lopen vele wandelingen in alle richtingen. Het weer was in het dal redelijk zonnig, maar hoger op de berghellingen werd het zicht slechter door de wolken. Ik nam de bus, omdat die eerder vertrok dan de trein. In Klosters-Dorf aangekomen liep ik naar de kabelbaan, die voor mij met mijn gastenkaart van het hotel gratis was. Het was rustig. De tocht naar boven begon met een mooi uitzicht op de in 2005 afgebouwde Sunniberg brug, die als onderdeel van de “Umfahrungsstrasse” van Klosters al voor haar voltooiing een prijs heeft gekregen voor haar bijzondere vormgeving. Over de brug loopt de doorgaande weg naar Davos door de Gotschnatunnel. Het dorp Klosters verdween al snel uit beeld.

Het zicht verminderde ook snel: door de mist zag je alleen maar contouren, van een schuur, van bomen en van de zon… Het was stil.

Boven aangekomen heb ik nog even een salade gegeten in het pas vernieuwde restaurant “Madrisa Alp” met vele houten accenten – ook daar was het rustig. Buiten gekomen zag ik dat de nevel eigenlijk alleen maar rond de bergtoppen aan de noordkant van het dal hing en dat af en toe aan de overkant de zon door de wolken scheen. Het maakte het landschap wel wat mystiek. Dat paste ook bij de themawandeling die ik volgde: de “Energiespürweg“, een tocht langs een aantal punten waar energie duidelijk voelbaar zou zijn. Het grootste gedeelte van deze weg viel samen met de Prättigauer Höhenweg, die ook naar St. Antönien leidt, van waaruit ik morgen een etappe van de Via Alpina wil wandelen.

20180922_120210

Klosters: gezien vanaf de Saaser Alp rijzen de bergtoppen aan de overkant op uit de mist

De “Energiespürweg” vond ik intrigerend en interessant. Bij het begin, maar ook later bij de verschillende panelen, werden aanwijzingen gegeven hoe je je eerst moest ontspannen door naar een tekening met veel kleuren en/of motieven te kijken en dan te gaan staan op een plek waar bijvoorbeeld een oude autoband lag. De volgende vraag was dan wat je daar gevoeld had: of je lichaam heen en weer bewogen had, of je onrust had gevoeld of gekriebel aan je voetzolen. Bij het eerste punt had ik op een oude weg gestaan – ik voelde niet veel. Interessant was de connectie die gelegd werd met de wildwissel: dat enerzijds energie ontstaat, omdat het wild zo’n pad gebruikt, maar ook dat het wild juist dit pad gebruikt omdat de energie “goed voelt”… Het een en ander werd ook gerelateerd aan Feng Shui. Aan de steen waarop je als vermoeid mens moest gaan zitten om van het uitzicht te genieten en tot rust te komen ben ik voorbijgegaan: het was te mistig…  Het volgende bord toonde een watermolecuul, want dat staat voor harmonie en dat helpt om in contact met jezelf te komen. Dus ik naar het watermolecuul kijken en weer bij die autoband gaan staan. Ik wist zeker dat ik geen “pap in de benen had” en ook geen “watten in het hoofd”, maar ik stond daar wel een beetje te zwaaien… Het bleek dat ik op een onderaards waterstromensysteem had gestaan! Hier was sprake van een “krachtplek”, een “Ort der Kraft“: het heeft te maken met het aardmagnetisch veld. Dit was ook aan de orde bij de Menhir boven S-chanf, die ik vorig jaar september heb bezocht en waar ook een meetbaar hogere straling is dan in de omgeving. Op het informatiepaneel werd verwezen naar het Orakel van Delphi, de piramiden in Egypte en de cirkel bij Stonehenge: deze zijn ook gebouwd op plekken waar aardstralen positief werken. Net als in S-chanf wordt hier de Kathedraal van Chartres genoemd: die is ook gebouwd op zo’n knooppunt van aardstralen.

Op een volgende plek keek ik naar de “Bloem van het Leven”, het motief van levensvreugde en schepping. Ook daar voelde  ik weer mijn lijf een beetje zwaaien: ik had op een oude vuurplek gestaan. Dat was ook goed mogelijk, want vlakbij was een oude kalkoven geweest. Deze was zo goed mogelijk gerestaureerd: er stond nu nog een deel van het omhulsel overeind. Ook hier weer een tekening van hoe de kalkoven gefunctioneerd had. En er lag natuurlijk ook genoeg kalksteen in de omgeving! De mist in de verte gaf het geheel wel wat diepgang mee.

20180922_123352

Klosters: op de Saaser Alp ligt kalksteen en in de verte hangt de mist

Het volgende punt bleek een negatieve rituele plek te zijn – daar voelde ik gelukkig niets van, geen boosheid, naarheid, verwarring, angst…  Vlakbij lag een grote, platte steen. Op het infobord werd aangegeven dat dit een “Heilstein” was, een geneeskrachtige steen. Er wordt gezegd dat er rechtsdraaiende en linksdraaiende energie bestaat: als je ziek bent, is je energie linksdraaiend. Doordat de steen sterk positief-energetisch is, zou de energie het zelfhelend vermogen van het lichaam helpen. Boven op de heuveltop zat een gezelschap vrolijk te praten en te lachen, terwijl ik mij op de steen liet neerzakken op dezelfde manier als de mensen op de bijbehorende foto op het bord. Normaal houd ik er helemaal niet van om plat op mijn rug op een harde ondergrond te liggen, maar hier gebeurde iets merkwaardigs: toen ik op de steen ging liggen, voelde ik als het ware hoe alle botjes in mijn rug netjes op hun plek terugvielen en hoe die steen helemaal niet hard en koud was… Toch wel enigszins verward over dit gevoel ben ik overeind gekrabbeld en ben doorgelopen… met nieuwe energie! De mist bleef echter wel hangen.

Tussen de energie-panelen door was er ook een “Heilkräuterlehrpfad“: bijna alle wilde alpenplanten kende ik wel, sommigen waren dermate giftig, dat ze alleen op homeopathische wijze mogen worden gebruikt, zoals de Blauwe Monnikskap en het Peperboompje! Van de vele nog bloeiende soorten gentianen herkende ik duidelijk de Kochs Gentiaan met de grote kelk van de speciale zomerse blauw. Mooi om te zien, maar volgens mij is de geneeskrachtige werking van de gentiaan vooral terug te vinden in de “Schnaps“…!

20180922_130054

Klosters: een bloeiende Kochs gentiaan (Gentiana acaulis)

Niet ver van de “Heilstein” zag ik op de rand van een steile kalkhelling een groot bord met uitleg over de lawinekeringen die op de steile berghellingen aan de noordzijde van het Landquart-dal zijn gebouwd. In de strenge winter van 1999, die vanwege de grote sneeuwval en de vele lawines – in het gehele Alpengebied – de “Lawinewinter 1999” is gaan heten, was ook ter hoogte van Saas i.P. een grote lawine naar beneden gekomen tot vlak bij de doorgaande weg naar Klosters. Gedurende vier dagen was de weg dicht en waren Klosters en Davos van de buitenwereld afgesloten. Iets vergelijkbaars was ook al tweemaal in de jaren 1950 gebeurd. Daarom heeft men in de jaren na 1999 op de meest geëxponeerde stukken van de berghellingen van de Geisshorn (2.217m) geavanceerde lawinekeringen gebouwd. Bovendien gaat de doorgaande weg inmiddels bij Saas door een tunnel, zodat het verkeer ook op een veilige manier kan doorstromen (en het dorp van het drukke verkeer verlost is). Vanaf het bergpad dat ik volgde kon ik de lawinekeringen van dichtbij bekijken: zeker tegen de mistige achtergrond zagen ze er fragiel uit, maar ze zijn verbluffend sterk. Volgens het bord kunnen ze de krachten van een sneeuwbelasting tot 20 ton per vierkante meter de grond inleiden. Deze lawinekeringen zijn ook berekend op het tegenhouden van zeer krachtige lawines, die eens in de 300 jaar voorkomen: wat ze een “300-jähriges Ereignis” noemen.

Mijn weg vervolgend op de Prättigauer Höhenweg zag ik door de mistflarden heen hoe de zon in het dal scheen. Het was niet koud en het landschap was mooi en gevarieerd. Ik hoorde koebellen in de diepte klinken. Hier zal ook de legende rondom het mooie meisje “Madrisa” zijn ontstaan, waarover ik bij het bergstation van de Madrisa kabelbaan had gelezen. Volgens dit verhaal waren de koeien op deze alp de mooiste in de wijde omtrek, en dat zou komen doordat het mooie meisje Madrisa de koeherder hielp bij de verzorgen van de koeien. Toen op een dag de vader van de herder kwam kijken, vluchtte het schuwe meisje de bergen in en is niet meer teruggezien…

20180922_141745

Saas: in het dal schijnt de zon…!

Na een halfuur bereikte ik het hoogste punt van mijn wandeling: Zastia op 1.922 meter. Dit ligt iets boven een grote alpenboerderij, waar ze bezig waren om de gebouwen winterklaar te maken. Hier verliet ik de Prättigauer Höhenweg die doorgaat naar St. Antönien (nog 3 uur lopen) en besloot af te dalen naar Saas (nog 2½ uur).

20180922_144019

Saas: bij Zastia is het hoogste punt van de wandeling: 1.922 m

Naarmate ik lager op de berghelling kwam, werd het zicht beter, het gras groener en de temperatuur hoger. Ook kreeg ik meer te zien van het omliggende berglandschap. Overal waren boeren bezig om hekwerken te repareren en spullen op te ruimen. Vanaf de hoogte zag ik een kudde Walliser Zwartnekgeiten in een weide naar de andere kant rennen. Dat was een komisch gezicht, want ze renden “in formatie”, zodat het net leek alsof er een schaakbord snel door het veld ging!

20180922_144842

Saas: uitzicht over het dal van de Landquart met het dorp Conters i.P. … in de zon

Na een stuk over een wat bredere bergweg te zijn gegaan, kon ik ook via steile bospaden met grote stenen afdalen. Wel moest ik vaak uitwijken voor mountainbikers die ook over juist dat bergpaadje wilden gaan… Een van hen, een jonge vrouw, kwam hierbij nogal hardhandig ten val, maar ze mankeerde wonder boven wonder niet veel meer dan een snee in het gezicht. Gelukkig maar!

Steeds kwam het dorp Saas dichterbij: de kerktoren is van verre te zien.

Ik had in deze regio al meerdere malen grote bossen en rijen houten staken aan boerenschuren zien hangen, maar nu kon ik ze van wat dichterbij bekijken. Het zijn hooiruiters, die in het Duitse Dieme(n) en in de Alpenlanden Heinzen worden genoemd. Zo’n Heinze bestaat uit een lange houten paal (1½ meter hoog) die in de grond wordt geslagen en twee of drie zijstaken heeft waarop het gras wordt gedrapeerd om het te laten drogen.

20180922_150206

Saas: aan een oude schuur hangen hooiruiters, hier “Heinzen” genoemd

De nevel had ik inmiddels achter me gelaten. Af en toe keek ik nog naar boven, waar ik vandaan was gekomen: daar hingen nog de wolken. Aan de overzijde van het dal kon ik de Gotschnagrat zien liggen met het gebouw van de Gotschna kabelbaan. Aan de naam van deze berg is af te lezen dat de streek oorspronkelijk Reto-romaans was: “Gotschna” of “cotschna/cotschen” betekent “rood”!

20180922_152957

Saas: uitzicht op de Gotschnagrat, met het bergstation van de Gotschnabahn (net boven de boomtoppen)

Toen ik na inderdaad 2½ uur lopen ongeveer bij het dorp was aangekomen zag ik behalve de Walser gebouwen, ook weer iets geestigs: werk van dezelfde kunstenaar als die in Malans de houten figuren langs de spoorlijn heeft gemaakt. Dit keer zit een geitenbok rustig op het bankje voor het huis te lezen, maar de grote boze wolf gluurt rond de hoek van het huis…

Toen ik op het dorpsplein van Saas aankwam heb ik het bronzen beeld bij de fontein wat beter bekeken: “dr Purabuab” staat er op de sokkel – dit zal zoveel betekenen als “de boerenjongen”. Het is van de hand van Freddy Air Röthlisberger, een bekende Zwitserse “bronsbeeldhouwer”, geboren in 1930. Inmiddels was de Postauto van 17.00 uur net achter mij langs weggereden in de richting van Küblis. Dat gaf mij de gelegenheid om bij het “Gasthaus zum Rathaus” te gaan eten. Ik koos “Spinatpizzokels“, een soort pasta gemaakt van een mengsel van meel, eieren en melk, met in dit geval spinazie erdoor gekneed, in water gekookt en met alpenkaas gegratineerd. Dat smaakte goed na de wandeling! De wijn was weer een RieslingxSylvaner. Ook dat maakte de maaltijd compleet.

Wachtend op de Postauto las ik een paar informatieborden bij de bushalte. Daarop staat o.a. het verhaal over de grote brand van 1735: toen brandde een groot deel van Saas af – een klein vonkje uit een bakoven was voldoende. Het Rathaus bleef min of meer ongeschonden vanwege zijn dikke muren. De kerk stond ook in brand – de toren brandde wel af en werd daarna in een wat Italiaans aandoende stijl herbouwd. Het jaartal 1864 staat op de toren. De meeste huizen die nu “oud ” zijn, dateren van na de brand. Nieuwere gebouwen worden wel in dezelfde stijl gebouwd, zoals het vrolijk beschilderde “Schulhaus” uit 1952.

Om 18.00 uur kwam de Postauto die mij snel terugbracht naar Küblis. Het was weer een mooie wandeldag geweest met vele nieuwe gezichtspunten.